Belt Parkway
| |||
|---|---|---|---|
| | |||
| Reference Route 907A-D | |||
| Begin | New York | ||
| Einde | New York | ||
| Lengte | 41 km | ||
| |||
De Belt Parkway is een serie van Parkways in de Amerikaanse staat New York, rondom de stad New York, in de boroughs Brooklyn en Queens. Vier Parkways vormen samen de Belt Parkway, de Shore Parkway, Southern Parkway, Laurelton Parkway en de Cross Island Parkway. De gehele route is 41 kilometer lang. Vrachtverkeer en bussen (commerciëel verkeer) zijn op Parkways niet toegestaan, zo ook niet op de Belt Parkway.
Inhoud |
Routebeschrijving
Brooklyn
De snelweg begint als Shore Parkway in het westen van Brooklyn, als aftakking van de Interstate 278, of Gowanus Expressway. Er zijn hier 2x3 rijstroken beschikbaar. De snelweg loopt direct langs de kust, en richting het noorden kan men de skyline van Manhattan goed zien liggen. Richting het zuiden is de imposante Verrazano Narrows Bridge zichtbaar. Alleen vanuit het zuiden zijn er aansluitingen op de I-278 bij de Verrazano Narrows Bridge. Het wegennet van Brooklyn bestaat uit een dicht grid, met blokken van 75 bij 275 meter. Men passeert langs Coney Island, een toeristische attractie. De Belt Parkway loopt op sommige plekken over het strand. Bij het vliegveld van Floyd Bennett kruist men Flatbush Avenue, een belangrijke straat in Brooklyn. In de wijk Canarsie steekt men de grens naar Queens county over, naar de gelijknamige Borough.
Queens
In de wijk Ozone Park kruist men de Nassau Expressway, een korte snelweg naar John F. Kennedy Airport. Hier heet de weg de Southern Parkway, en men kruist de Interstate 678, die door Queens naar Bronx loopt. In de wijk Laurelton heet de snelweg de Laurelton Parkway, en slaat de snelweg af naar het noorden, om bijna op de county line met Nassau County te lopen. Men kruist hier de Southern State Parkway, die naar de talloze suburbs ten oosten van New York leidt. Vanaf hier heet de snelweg de Cross Island Parkway. In Bellerose Terrace komt de snelweg kortstondig door Nassau County. In de wijk Queens Village kruist men de Grand Central Parkway. De snelweg loopt hier door de bossen van Alley Pond Park.
Iets verder kruist men de Interstate 495, de Long Island Expressway. Daarna loopt de snelweg weer direct langs de kust, langs de Little Neck Bay. Ook hier zijn 2x3 rijstroken beschikbaar. In de wijk Beechhurst kruist men de Interstate 295, die via de Throgs Neck bridge naar Bronx loopt. De Belt Parkway eindigt hierna op de Interstate 678, die vanuit JFK Airport naar Bronx loopt.
Geschiedenis
In 1930 ontvouwde Robert Moses zijn plannen voor een snelwegennet voor 500 burgelijke leiders. In de plannen zat ook de Belt Parkway, toen "Marginal Boulevard" genoemd en later "Circumferential Parkway". Het was de bedoeling om Manhattan te verbinden met de parkways van Long Island en Westchester County. Langs de parkway plande Moses een serie van lintparken, gelijk aan de parken langs de Parkways op Long Island. In 1937 werd het tracé vastgesteld.
De aanleg van de Belt Parkway begon in 1934. Tijdens de aanleg van de parkway in de late jaren 30 werden getest wegmeubilair, zoals bewegwijzering en verlichting van de parkways op Long Island ook toegepast op de Belt Parkway. In totaal werden er 47 viaducten, zes voetgangersbruggen, vijf spoorbruggen en zes bruggen over het water gerealiseerd. Langs de snelweg werden 26 parken gerealiseerd. De snelweg werd op 29 juni 1940 opengesteld, op 3 kilometer na. De Belt Parkway werd door de New York Times "de beste snelwegaanleg in een stedelijke omgeving ooit" genoemd. Het ontbrekende deel bevond zich tussen Sheepshead Bay en Marine Park. Lokale bewoners waren bang dat de parkway een barriere zou vormen tussen de woonwijken en de stranden. Dit deel werd bijna een jaar vertraagd, maar Moses wist de snelweg toch te voltooien. In mei 1941 was de snelweg dan echt voltooid.
Tot de jaren 70 bestond de Belt Parkway uit de Shore, Southern, Laurelton en Cross Island Parkways. Tegenwoordig is daar alleen nog de Cross Island Parkway van over, de rest wordt bewegwijzerd als de Belt Parkway.
De snelweg werd in de jaren 30 in eerste instantie aangelegd met 2x2 rijstroken en een ruimtereservering voor 2x3 rijstroken. De snelle groei van het autoverkeer na de tweede wereldoorlog door de groei van de voorsteden in Nassau County maakte die verbreding al snel noodzakelijk. Eind jaren 40 werd de snelweg verbreed naar 2x3 rijstroken. In 1971 werden plannen aangekondigd om de Belt Parkway op te waarderen naar Interstate Highway. Hiervoor moest de snelweg aangepast worden, om vrachtverkeer mogelijk te maken. De plannen waren om 6 rijstroken voor personenauto's te laten bestaan, en 2 rijstroken voor vrachtwagens en bussen in beide richtingen te bouwen, 10 rijstroken in totaal. Het voorstel kostte 213 miljoen dollar. De voorstellen leidden tot tegenstand en in datzelfde jaar nog trok gouverneur Rockefeller zijn steun in voor de verbreding. De decennia erna was er geen snelweg door Brooklyn richting het oosten waar vrachtverkeer gebruik van mocht maken, wat tot veel vrachtverkeer op het stratennet van Brooklyn leidde.
Openstellingsgeschiedenis
| Van | Naar | Opening |
|---|---|---|
| I-278 | Cross Island Parkway | 29-06-1940 |
| Sheepshead Bay | Marine Park | 00-05-1941 |
Verkeersintensiteiten
Doordat de snelweg slechts 2x3 rijstroken telt, zit de snelweg bijna de hele dag aan zijn capaciteit. Gemiddeld maken zo'n 150.000 voertuigen gebruik van de Belt Parkway, dit aantal is vrij stabiel. Het rustigste gedeelte zit voor de I-678 aan het einde van de snelweg met 80.000 voertuigen per etmaal.
Rijstrookconfiguratie
| Van | Naar | Rijstroken |
|---|---|---|
| Exit 0 (I-278) | Exit 1 | 2x2 |
| Exit 1 | Exit 25A (I-678) | 2x3 |
Referenties
