Denemarken
| | |
|---|---|
| Danmark | |
| |
| Hoofdstad | København |
| Oppervlakte | 43.098 km² |
| Inwonertal | 5.519.000 |
| Lengte wegennet | 73.197 km |
| Lengte snelwegennet | 1.122 km |
| Eerste snelweg | 1956 |
| Lokale naam | Motorvej |
| Rijdt | rechts |
| Nummerplaatcode | DK |
Denemarken is een land in Noord-Europa en wordt vaak gerekend tot de landengroep Scandinavie. Het land telt 5,5 miljoen inwoners en de hoofdstad is Kopenhagen (København). Het land is ongeveer even groot als Nederland.
Inhoud |
Het land
Het land bestaat uit een groot schiereiland (Jutland), en een aantal grote en meerdere kleine eilanden. Het grootste gedeelte van de bevolking woont op het eiland Zeeland (Sjælland) rondom de hoofdstad Kopenhagen. Andere grote steden zijn Odense op Funen (Fyn) en Aalborg en Arhus op Jutland (Jylland). Daarnaast zijn er nog wat regiostadjes zoals Esbjerg, Vejle, Roskilde en Horsens. Het land kent veel glooiende tot licht heuvelachtige gebieden, maar de hoogteverschillen blijven vrij beperkt, het hoogste punt ligt op 170 meter boven de zeespiegel. Het land grenst in het zuiden aan Duitsland, en heeft een brugverbinding naar Zweden. Groenland is een gebied met verregaande autonomie, maar behoort nog wel tot Denemarken, evenals de Faeroëreilanden tussen Schotland en Noorwegen.
Tot het Koninkrijk Denemarken behoren ook de Faeröer en Groenland.
Wegennet
Denemarken heeft een dicht en goed ontwikkeld wegennet. Er is sprake van een aantal hoofdassen als snelweg, de E20 als oost-westverbinding, de E45 als noord-zuidverbinding op Jylland (Jutland), en de E47 en E55 als noord-zuidverbinding over Lolland en Sjælland (Zeeland) bij København. Dit is de Deense "H". In het noorden van Jylland maken de E39 en E45 samen de Jyllandse "Y". Daarnaast zijn er nog een aantal regionale snelwegen, met name rondom København, maar ook de Route 9 vanaf Odense naar Svendborg, en enkele korte snelwegen op centraal Jylland rondom Herning en Århus.
Het onderliggend wegennet is goed ontwikkeld en rustig, behalve op toeristische routes. Er is sprake van een hoofdwegennet en secundaire routes, die allen van goede kwaliteit zijn. In de Deense steden zijn veel fietspaden, met name in København, maar op het platteland moeten fietsers het vaak doen met een smalle strook van 30 - 50 centimeter naast de kantmarkering van de hoofdweg. Vrijliggende fietspaden zijn er niet overal. Desondanks heeft Denemarken wel het imago van een groot fietsland.
Er zijn veel bruggen in Denemarken, vooral de grote bekende in de E20, maar ook kleinere bruggen in overige wegen. Het snelwegennet is redelijk bereden, maar buiten København zijn files een uitzondering. Ook in en rond København valt het nog wel mee met de vertragingen. De meeste snelwegen tellen 2x2 rijstroken, maar er zijn delen met 2x3 of zelfs 2x4 rijstroken, een beperkt, maar groeiend aandeel van het Deense snelwegennet. Het belangrijkste stuk is tussen Køge en København met de dubbelnummering van de E20, E47 en E55. Het Deense wegennet is tolvrij, met uitzondering van de Grote Beltbrug tussen Fyn (Funen) en Sjælland, en de Øresundbrug tussen Denemarken en Zweden, beiden gelegen in de E20. De tol is voor Nederlandse begrippen zeer fors, met 30 tot 40 euro per enkele reis per brug. Qua reistijd en kosten is de route vanaf Hamburg naar Zweden even snel en even duur of goedkoper via de tolbruggen en de veerponten, alhoewel dit vooral afhankelijk is van de ticketprijzen van de veerdienst. Meestal is de route via de bruggen goedkoper.
Snelwegennet
| Snelwegen in Denemarken |
|---|
|
Europaveje: E20 • E39 • E45 • E47 • E55 Motorringveje: Motorring 3 • Motorring 4 Primærruter: Route 8 • Route 9 • Route 15 • Route 16 • Route 17 • Route 18 • Route 19 • Route 21 |
Primærruter
| Primærruter in Denemarken |
|---|
|
6 • 8 • 9 • 11 • 12 • 13 • 14 • 15 • 16 • 17 • 18 • 19 • 21 • 22 • 23 • 24 • 25 • 26 • 28 • 29 • 30 • 32 • 34 • 35 • 38 • 40 • 41 • 42 • 43 • 44 • 46 • 47 • 52 • 53 • 54 • 55 • 57 • 59 |
Knooppunten
Denemarken heeft een vrij groot aantal knooppunten. De meeste knooppunten hebben drie takken, incidenteel vier. De trompetvorm en half-ster is het meest gangbaar, evenals splitsingen. Klaverbladen zijn relatief zeldzaam. Er zijn geen volwaardige sterknooppunten of turbines.
| Knooppunten in Denemarken |
|---|
|
Århus-Nord • Århus-Syd • Århus-Vest • Avedøre • Ballerup • Brøndby • Fredericia • Gladsaxe • Herning • Herning-Syd • Ishøj • Kliplev • Køge-Vest • Kolding • Kolding-Vest • Kongens Lyngby • Odense • Rødovre • Skærup • Taastrup • Vallensbæk • Vendsyssel |
Geschiedenis
zie ook Lijst van wegopeningen in Denemarken.
Eerste aanzet
Zoals meer landen in Europa, begonnen er ook in Denemarken vanaf de jaren 30 ideeën te ontstaan voor een snelwegennet. Deze moest vooral het lange-afstandsverkeer vergemakkelijken, van grootschalig forenzen naar het werk met de auto was destijds nog amper sprake. In 1936 werd een plan gepresenteerd door Deense en Zweedse ingenieursbedrijven om een landelijk snelwegennet in de vorm van een "h" aan te leggen. Dit komt goed overeen met het huidige snelwegennet, met uitzondering van de route naar Helsingør. De tweede wereldoorlog gooide echter roet in het eten. Alhoewel Denemarken het minst van alle Europese landen werd getroffen door de Duitse bezetting en het oorlogsgeweld, werden er geen snelwegen gebouwd. Wel werden er plannen gesmeed om een spoorverbinding over de Fehmarnbelt te leggen, met Duitse hulp. Hiervoor moest ook een snelweg van Rødbyhavn naar Sakskøbing op Lolland aangelegd worden. De aanleg van deze snelweg begon op 14 september 1941. Tegen het einde van de tweede wereldoorlog waren de grondwerken min of meer voltooid.
Eerste snelwegen
In 1942 werd een plan opgesteld voor een snelweg van København richting Helsingør. De aanleg ging in 1946 van start, maar kwam niet echt van de grond tot 1954. Hierbij werd ook het originele "h" plan aangepast naar een "H" met de tak naar Helsingør. Deze weg werd op 23 januari 1956 opengesteld als de eerste autosnelweg van Denemarken. De kruising van de Grote Belt (Deens: Store Bælt) verliep in eerste instantie via treinveerdiensten. In 1957 werd een autoveerdienst opengesteld, waarbij aan zowel de zijde van het eiland Fyn als Sjælland twee stukken snelweg werden opengesteld, van de huidige E20.
Begin jaren 60 werden diverse kortere snelwegen opengesteld, met name rond de hoofdstad København. Het autobezit en gebruik nam snel toe, en snelwegen waren nodig om alles in goede banen te leiden. In 1963 opende 29 kilometer van de huidige E47 tussen Rødbyhavn en Sakskøbing, het eerste langere stuk autosnelweg buiten de hoofdstad København. Gedurende de jaren 60 kreeg de bypass van København vorm, evenals de snelweg tussen Køge en København. Buiten Sjælland werden er echter nauwelijks snelwegen opengesteld.
Expansie
In 1970 werd de Kleine Beltbrug (Deens: Lillebæltsbroen) opengesteld bij Fredericia. Tegelijkertijd werd een groot deel van de E20 aansluitend rond Kolding opengesteld, de eerste langere snelweg buiten het eiland Sjælland. Tevens werd dat jaar de Limfjordstunnelen geopend bij Aalborg. In de eerste helft van de jaren 70 werd de bypass van København gecompleteerd, en werden tevens delen van de E45 tussen Århus en Aalborg opengesteld. In 1974 opende het eerste deel van de E45 ten zuiden van Kolding, waarmee een aanzet werd gemaakt naar de eerste grensoverschrijdende snelweg, naar Duitsland. Deze snelweg was in 1978 voltooid in het Duitse grensgebied. Tevens werd gedurende de jaren 70 het grootste deel van de E20 opengesteld op het eiland Fyn en grotendeels op Sjælland. In 1980 opende de Vejlefjordbroen over het Vejlefjord voor het verkeer, waardoor er een belangrijker barriere wegviel voor het noord-zuidverkeer over Jylland (Jutland).
Stagnatie
Vanaf 1982 raakte Denemarken in een diepe crisis, met als gevolg dat de snelwegbouw bijna stil kwam te liggen. Er kwamen twijfels of de geplande "H" wel ooit af zou komen. Toch waren er enkele significante wapenfeiten, zoals de laatste delen van de E45 tussen Flensburg en Kolding. Ook werd een flink deel van de E47 opengesteld tussen Køge en Maribo. Ook de E20 aan de zuidkant van København werd toen voltooid.
De stagnatie in de wegenbouw hield tot halverwege de jaren 90 aan, alhoewel er wel langzaam meer delen werden opengesteld. In 1993 opende de laatste schakel van de E20 op Sjælland, en in 1994 opende de bypass van Århus. Tevens werden begin jaren 90 de laatste delen van de E45 tussen Århus en Aalborg opengesteld. In 1998 opende de Grote Beltbrug (Deens: Storebæltsbroen). Dit was het grootste publieke project ooit in Denemarken. De 18 kilometer lange verbinding over zee verbond eindelijk de twee delen van Denemarken.
Heropleving
Vanaf eind jaren 90 leefde de snelwegbouw weer op, met name in de dunner bevolkte gebieden die geisoleerd dreigden te raken ten opzichte van de rest van Denemarken. Tussen 2000 en 2004 werd de E39 opengesteld tussen Aalborg en Hirtshals. In diezelfde tijd werd de E45 aangelegd van Aalborg naar Frederikshavn. Deze projecten vormden de zogenaamde Noord-Jutlandse "Y". Tevens werd begin jaren 2000 een begin gemaakt met een snelwegennet op centraal-Jylland, wat voornamelijk samenkomt rond de stad Herning. Dit betreffen voornamelijk de Primærruter 15 en 18. Ook werd gedurende de eerste decade van de jaren 2000 de Primærrute 9 van Odense naar Svendborg opengesteld voor het verkeer. In 2000 opende de Øresundverbinding tussen Denemarken en Zweden. Sindsdien is het mogelijk ononderbroken over snelwegen naar Zweden te reizen.
Toekomst
Zie ook Lijst van wegenprojecten in Denemarken.
De huidige snelwegbouw focust zich voornamelijk op regionale ontwikkeling in Centraal-Jutland. De Routes 15 en 18 worden voltooid, van Herning naar Århus en oostelijker, en van Herning naar Vejle. Tevens worden er afwegingen gemaakt tussen het verbreden van de E45 tussen Kolding en Århus, of de bouw van een nieuwe noord-zuidsnelweg vanaf Kolding naar Randers, die een ruimere bypass van Århus moet vormen. In het zuiden van Jylland is een snelweg vanaf de E45 naar Sønderborg in aanleg. Ook zijn er ideeën voor een westelijke rondweg van Aalborg, die de afhankelijkheid van de Limfjordstunnelen moet verkleinen.
In de regio København wordt sinds de jaren 2000 weer geinvesteerd in het wegennet, met name door het bestaande snelwegennet te verbreden. De intensiteiten in de hoofdstadregio zijn vrij stabiel door de beperkte bevolkingsgroei, waardoor een wegverbreding een goede lange-termijnsoplossing is. Inmiddels is de E20 van Køge naar København verbreed naar 2x4 en 2x5, en de bypass van København, de E47 en E55 naar 2x3 rijstroken. Tevens wordt de Primærrute 21 tussen København en Roskilde verbreed naar 2x3 en 2x4 rijstroken. Een lange-termijnsproject is de Frederikssundmotorvejen, een nieuwe snelweg van København naar het noordwesten, samen met de bouw van de Ring 5, die buiten alle voorsteden om moet lopen.
Grote infrastructuurprojecten is in eerste plaats de Fehmarnbeltbrug, die Duitsland met Denemarken moet verbinden. Deze brug moet in 2012 in aanleg gaan en in 2018 voltooid zijn. Dit verkort de afstand over de weg naar København aanzienlijk, en is men minder afhankelijk van de veerdiensten. Met dit plan viel eigenlijk een brug van Gedsder naar Rostock in de E55 af voor minstens de middellange termijn. Wel zijn er visies voor een brug vanaf Sjælland naar Jylland tussen Sjællands Odde en Ebeltoft, een afstand van 38 kilometer. Een dergelijke brug moet de reis vanaf København naar Århus en met name Aalborg aanzienlijk verkorten. Ook een tweede brug naar Zweden tussen Helsingør en Helsingborg is nog niet helemaal uit de plannen verdwenen, maar het is niet waarschijnlijk dat deze op korte termijn aangelegd zullen worden.
Grote oeververbindingen
| Grote oeververbindingen in Denemarken |
|---|
|
Farøbruggen • Fehmarnbeltbrug • Grote Beltbrug • Guldborgsundtunnel • Helsingørbrug • Kattegatbrug • Kleine Beltbrug • Limfjordtunnel • Øresundbrug • Oude Kleine Beltbrug • Rostock-Gedserbrug • Storstrømbrug • Tweede Kleine Beltbrug |
Maximumsnelheden
In Denemarken geldt 50 km/uur in de bebouwde kom, 80 km/uur daarbuiten en 130 km/uur op autosnelwegen, alhoewel er nog veel delen zijn die een maximumsnelheid van 110 km/uur hebben. Voor voertuigen met aanhanger geldt 70 km/uur buiten de bebouwde kom en 80 km/uur op de autosnelweg. De Deense overheid is voornemens om testen uit te voeren om 90 km/uur buiten de bebouwde kom toe te staan.[1]
De bewegwijzering
Zie ook Bewegwijzering in Denemarken.
De bewegwijzering op snelwegen bestaat uit groene borden met witte letters. Het aantal portaalborden is meestal beperkt tot belangrijke afritten en knooppunten, daarbuiten worden meestal stapelborden gebruikt. Afritborden zijn in het blauw, met witte letters. Het afritnummer bestaat uit een wit uitgerekt zeshoek met het nummer in rode cijfers. Bij elke afrit staat de afstand tot de volgende afrit aangegeven, met de afstand tot de volgende grote stad. In veel gevallen staat er maar één doorgaand doel aangegeven, totdat men dat doel bereikt, waarna het volgende doel erbij komt. Windrichtingen worden afgekort tot één letter. Syd (Zuid) wordt dan S, bijvoorbeeld "Horsens S". Bij afritborden wordt het hoofddoel in grotere letters aangegeven dan de minder belangrijke doelen.
Afritten worden 1000 meter vantevoren aangekondigd met de naam van de afrit. Op het 500m-bord volgen meerdere doelen en de wegnummers, en dit wordt herhaald bij de afrit zelf. Op de bewegwijzering worden voor de snelwegen alleen E-nummers gebruikt, met uitzondering van snelwegen die geen E-nummer hebben. In dat geval staat het wegnummer met een zwarte letter in een geel kader. Er worden enkele afwijkende tekens gebruikt die we in Nederland niet kennen, zoals de æ en ø. Afritten hebben geen lange uitvoegstrook zoals in Nederland, maar voegen in één beweging uit met een lange afrit zelf. Opritten hebben dit ook, vergezeld met een wit bord met een omgekeerde rode "Y", wat betekent dat invoegend verkeer voorrang heeft op verkeer wat al op de snelweg zit.
Op het onderliggend wegennet hebben autowegen blauwe borden, maar de meeste wegen hebben witte borden met rode letters, redelijk uniek in Europa. Op de achterkant van borden worden vaak afstanden aangegeven voor de tegenrichting. Er zijn relatief weinig portaalborden op het onderliggend wegennet. Enkele autowegen zijn gedeeltelijk ongelijkvloers.
Wegnummering
De snelwegen hebben allen een E-nummer (Europaveje), met uitzondering van snelwegen die geen E-nummer hebben, die krijgen een Primair wegennummer (Primærrute). Er zijn enkele snelwegen met 3-cijfers, de Sekundæerrute. Deze bestaan alleen bij Aarhus. E-nummers worden aangegeven in een groen kader met een witte rand en witte letters. Primærruten, de 1 en 2-cijferige nummers, worden aangegeven in een geel kader met een dunne zwarte rand en zwarte letters. Sekundærruten, de 3-cijferige wegnummers worden aangegeven in een wit kader met een dunne zwarte rand en zwarte letters. De hoofdwegen lopen overal in het land, de 3-cijferige lijken gezoneerd te zijn.
Naast deze routenummering op de bewegwijzering hebben alle doorgaande wegen ook een administratieve wegnummering. Dit nummeringssysteem komt vrijwel nergens overeen met de wegnummering op de wegwijzers. De nummers worden echter wel gebruikt op de hectometerplaatjes, die op de reflectorpaaltjes langs de weg te vinden zijn. Autosnelwegen hebben in het administratieve nummeringssysteem de prefix M van 'motorvej', overige wegen de prefix V van 'vej'.
Zie Lijst van administratieve nummers in Denemarken voor het hoofdonderwerp.
Autobelastingen
Belastingen (Deens: Skat) op het bezit en gebruik van een personenauto wordt op diverse manieren geheven. Er is een registratiebelasting bij het op Deens kenteken zetten van een voertuig, een wegenbelasting naar rato van brandstofverbruik, en accijns op brandstof. Daarnaast is er een algemene BTW. Deze bedraagt 25% in Denemarken.
Registratiebelasting
Bij het op kenteken zetten van een voertuig in Denemarken moet een registratiebelasting (Deens: Registreringsafgift) betaald worden[2]. Deze is vergelijkbaar met de BPM in Nederland. Dit systeem is complex en bestaat uit een serie optellingen en aftrekposten. De Registreringsafgift verschilt dus per type voertuig. Eerst moet de BTW bij de cataloguswaarde opgeteld worden. Daarna wordt een registreringsbelasting van 180% geheven. Hierna zijn er weer aftrekposten. Over het algemeen geldt dat de waarde van het voertuig inclusief BTW meer dan verdubbeld wordt. Een personenauto van 100.000 DKK (inclusief BTW) kost uiteindelijk 220.000 DKK. De Deense registratiebelasting is de hoogste van Europa en na Singapore de hoogste ter wereld. In Denemarken wordt belasting over belasting geheven, daar de registratiebelasting over het totaalbedrag van het voertuig valt, dus er wordt registreringsbelasting over de 25% BTW geheven.
Wegenbelasting
De wegenbelasting wordt voor voertuigen met een registratiedatum van na 1997 betaald naar mate van het brandstofverbruik. Daarvoor werd de wegenbelasting betaald naar het gewicht van een voertuig. Dit heet een Ejerafgift (bezitsbelasting) Er wordt onderscheid gemaakt tussen benzine en dieselvoertuigen. Per brandstofverbruiksklasse geldt een tarief per half jaar.[3]. Zo betaald een bezitter van een benzineauto die 1 op 12 rijdt ongeveer 2.000 DKK per halfjaar. Dit komt neer op ongeveer € 540 per jaar[4]. Een bezitter van een dieselauto die 1 op 18 rijdt betaald ongeveer 1930 DKK per halfjaar. Dit komt neer op ongeveer € 520 per jaar. Voertuigen zonder roetfilter moeten vanaf 2010 1000 DKK extra per jaar betalen. (€ 135).
Brandstofaccijns
In Denemarken betaald men een brandstofaccijns per liter (Deens: Benzinskat). In 2007 was dit 407 øre per liter loodvrije benzine, 472 øre per liter loodhoudende benzine en 303 øre per liter diesel.
Tol
In Denemarken zijn de wegen tolvrij, met uitzondering van de Grote Beltbrug en Øresundbrug naar Zweden. De toltarieven hiervoor zijn zeer fors, maar zijn ook aftrekposten voor Deense burgers.
Vergelijking met Nederland
In vergelijking met Nederland is het aanschaffen van een voertuig aanzienlijk duurder in Denemarken, maar het gebruik is minder duur. De wegenbelasting is over het algemeen de helft lager per jaar, met name voor dieselvoertuigen. Ook de brandstofaccijns is in Denemarken wat lager. Dit scheelt ongeveer € 0,16 per liter benzine. Het verschil met diesel is kleiner. Men moet er overigens rekening mee houden dat de belastingen in Denemarken in het algemeen tot de hoogste ter wereld horen, maar het inkomen hier ook op aangepast is. 44% van de Denen valt in de hoogste belastingklasse van 63%.[5]
Verkeersveiligheid
In 2010 vielen 48 verkeersdoden per 1 miljoen inwoners in Denemarken, een daling van 39 procent ten opzichte van het jaar 2001. Het land behoort hiermee tot de veiligere landen van de Europese Unie.[6]
Referenties
- ↑ Danmark i balance p18 (Deens)
- ↑ Wettekst Registreringsafgift
- ↑ Overzicht belastingen (Deens)
- ↑ Wisselkoers mei 2010
- ↑ Engelse wikipedia
- ↑ Verkeersveiligheid: aantal verkeersdoden EU met 11% gedaald in 2010 | europa.eu
| Wegen van Europa |
|---|
|
Albanië • Andorra • Armenië • Azerbeidzjan • België • Bosnië-Herzegovina • Bulgarije • Cyprus • Denemarken • Duitsland • Estland • Finland • Frankrijk • Georgië • Griekenland • Hongarije • Ierland • IJsland • Italië • Kazachstan • Kosovo • Kroatië • Letland • Liechtenstein • Litouwen • Luxemburg • Macedonië • Malta • Moldavië • Montenegro • Nederland • Noorwegen • Oekraïne • Oostenrijk • Polen • Portugal • Roemenië • Rusland • San Marino • Servië • Slovenië • Slowakije • Spanje • Tsjechië • Turkije • Vaticaanstad • Verenigd Koninkrijk • Wit-Rusland • Zweden • Zwitserland in cursief landen die deels in Europa liggen of met Europa geassocieerd worden |
