Modal split
De modal split is letterlijk vertaald de vervoerwijzekeuze. De geeft de verhouding van het aantal reizigers(kilometers) tussen de verschillende modaliteiten (vervoerwijzes) aan, meestal gerekend in de auto (bestuurder), auto (passagier), trein, bus/metro/tram, fiets, bromfiets/scooter en lopen. De modal split kan op diverse manieren berekend worden, gebruikelijk zijn het aantal reizigerkilometers, vervoersprestatie, het absolute aantal reizigers en het aantal verplaatsingen.
Bij het bepalen van de cijfers wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van enquetes en mobiliteitsonderzoeken (MON). Daarbij geldt dat alleen de hoofdverplaatsing wordt meegerekend. Wanneer mensen voor een verplaatsing meerdere modaliteiten gebruiken (bv eerst fiets, dan trein, dan bus) dan wordt alleen de trein als verplaatsing meegerekend. Evenzo is dit het geval wanneer mensen eerst naar de auto moeten lopen. Het lopen wordt in dit geval niet als verplaatsing meegerekend.
Een ander probleem doet zich voor bij zogenaamde ketenverplaatsingen. Een ketenverplaatsing is dat men op één rit meerdere motieven heeft. Dit zijn bijvoorbeeld verplaatsingen waarbij eerst het kind naar school wordt gebracht, men daarna naar het werk doorrijdt en dan ook nog even wat boodschappen doet. Problemen kunnen hierbij voorkomen in de betrouwbaarheid van de gegevens.
In acht genomen moet worden dat voorzichtigheid is geboden met het interpreteren van dit soort gegevens. Deze kunnen een vertekend beeld geven. Een hoog aandeel in het aantal gemaakte kilometers houdt niet gelijk in een hoog aandeel in het aantal verplaatsingen.
Inhoud |
Vervoersprestatie Nederland
In Nederland zijn de verhoudingen als volgt
| Totaal | Autobestuurder | Autopassagier | Trein | Bus/tram/metro | Brom/snorfiets | Fiets | Lopen | Overig |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 197,2 | 97,5 | 52,0 | 15,7 | 5,8 | 0,9 | 14,2 | 4,5 | 6,7 |
Tabel 1: Vervoersprestatie Nederland, 2007, hele bevolking, in miljarden kilometers.[1]
In percentages naar aantallen kilometers betekent dat voor de belangrijkste modaliteiten dat 75,8% van de auto gebruik maakt, 10,9% met het OV gaat en 7,2% met de fiets gaat.
Trend
De vervoersprestatie wordt sinds 1985 door het CBS berekend. In die tijd is de modaliteit trein procentueel het meeste gegroeid, met zo'n 50%. Uit onderzoek is gebleken dat dit voornamelijk komt door de invoering van de OV-studentenkaart in 1990. De bus/tram/metro hebben sindsdien licht verloren en ook de brom/snorfiets heeft ingeboet in reizigerskilometers. Het gebruik van de fiets is licht gestegen, en het gebruik van de auto is in totaal met zo'n 40% gestegen. De totale vervoersprestatie steeg met 37%.
Verplaatsingen in Nederland
Kijken we naar het aantal verplaatsingen in 2007 per persoon per dag, dan komen er hele andere getallen uit:
| Totaal | Autobestuurder | Autopassagier | Trein | Bus/tram/metro | Brom/snorfiets | Fiets | Lopen | Overig | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplaatsingen per dag | 2,99 | 0,99 | 0,46 | 0,06 | 0,08 | 0,02 | 0,78 | 0,56 | 0,05 |
| Verplaatsingen in % | 100 | 33 | 15 | 2 | 3 | 1 | 26 | 19 | 2 |
Tabel 2: Aantal verplaatsingen per persoon per dag, 2007, hele bevolking. [2]
Uit tabel 2 valt af te leiden dat met de auto de meeste verplaatsingen per dag worden gemaakt, in circa 50% van de gevallen. Hierbij valt op dat de fiets en lopen bij elkaar meer verplaatsingen zijn dan trein, bus, tram en metro bij elkaar. Zo bezien kan er gesteld worden dat het openbaar vervoer vaak geen concurrent is van de auto, maar dat dit de fiets en lopen zijn.
Op stedelijk niveau zijn er ook grote verschillen waarneembaar. Steden met een consistent mobiliteitsbeleid kennen een groter aandeel verplaatsingen fiets dan steden met een wisselend mobiliteitsbeleid. In steden als Groningen, Leeuwarden en Zwolle ligt het aandeel verplaatsingen van de fiets in de modal split boven de 35% (37% resp. 36% resp. 35%). Dit is fors hoger dan het landelijk gemiddelde van 26%. Daarentegen ligt het aandeel verplaatsingen voor de fiets in Heerlen op het laagste niveau van Nederland, met een schamele 10,7%. [3]
Het openbaar vervoer heeft op veel plaatsen weinig een beperkte modal share. Maar ook hier komen grote verschillen voor. Zo wordt er op het platteland nauwelijks van het openbaar vervoer gebruik gemaakt, terwijl aandeel openbaar vervoer in sommige stedelijke kernen stijgt tot circa 40%. Dit is het geval in de 4 grote steden in de spits.
Europa
Het aandeel auto in het totale aantal personenkilometers in 2008.[4]
| Land | % auto (pkm) |
|---|---|
| Litouwen | 90,9 |
| IJsland | 88,6 |
| Noorwegen | 87,6 |
| Verenigd Koninkrijk | 86,8 |
| Nederland | 86,5 |
| Slovenië | 86,2 |
| Polen | 85,5 |
| Portugal | 85,5 |
| Duitsland | 85,1 |
| Finland | 84,5 |
| Frankrijk | 84,2 |
| Luxemburg | 84,2 |
| EU15 | 83,8 |
| Ierland | 83,8 |
| EU25 | 83,5 |
| EU27 | 83,3 |
| Zweden | 83,3 |
| Italië | 82,4 |
| Kroatië | 82,2 |
| Griekenland | 80,8 |
| Letland | 80,6 |
| Spanje | 80,1 |
| Denemarken | 79,4 |
| Estland | 79,4 |
| Oostenrijk | 78,6 |
| België | 78,4 |
| Macedonië | 78,3 |
| Roemenië | 77,2 |
| Tsjechië | 76,0 |
| Bulgarije | 75,9 |
| Slowakije | 74,9 |
| Hongarije | 62,1 |
| Turkije | 51,0 |
Goederenvervoer
Zie ook
De modal split verandert door processen als de
- Modal shift,
- Tidal shift en de
- Latente vraag constant.
