Bebouwde kom

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Het begin van de bebouwde kom wordt in Nederland aangeduid met het RVV-bord model H1.
Het einde van de bebouwde kom wordt in Nederland aangeduid met het RVV-bord model H2.

De aanduiding van de bebouwde kom is voor de weggebruiker van belang om zijn gedrag aan te passen aan de omstandigheden. Het begin van een bebouwde kom moet voor een weggebruiker duidelijk naar voren komen doordat het karakter van de wegomgeving wijzigt ten opzichte van een weg buiten de kom. Een bebouwde kom kenmerkt zich namelijk door langs de weg gelegen bebouwing van zodanige omvang en dichtheid dat een duidelijk verschil in wegkenmerken benadrukt wordt.

Uit de algemene regels van een bebouwde kom komt voort dat de toegestane snelheid binnen de bebouwde kom 50 km/h is, tenzij anders aangegeven. Helaas is het zo dat nog steeds vele wegbeheerders de borden met aanduiding 50 km/h plaatsen bij het binnenrijden van de kom wanneer de weg overgaat van GOW-bubeko naar GOW-bibeko. Ook bij het verlaten van de kom wordt vaak een bord "einde 50 km/h" geplaatst. Het enkel aankondigen van het einde van de bebouwde kom is voldoende om de snelheidslimiet te wijzigen. Ook zonder bijbehorende snelheidsborden worden de bibeko-regels van toepassing door de borden "begin bebouwde kom" (H1) en eindigen ze weer bij het bord "einde bebouwde kom" (H2).

Deze beide borden worden gebruikelijk aangeduid onder de noemer kombord.

Pseudo-kombord

Een variant op het kombord wordt wel aangeduid als pseudo-kombord. Op dit bord, met een grafisch andere uitvoering dan het reguliere kombord, staat alleen de plaatsnaam aangegeven, maar worden geen bibeko-restricties van kracht.

Er zijn geen voorschriften over de uitvoering van pseudo-komborden, zodat deze ook in verschillende varianten voorkomen. Dominant zijn twee varianten, namelijk een wit paneel met zwarte letters en een blauw paneel met daarop een wit vlak en in zwart de naam van de plaats in kwestie. De laatste is voor het eerst verschenen op autosnelwegen en wordt nu nog steeds vooral gebruikt op doorgaande wegen, terwijl de eerste van oudsher meer werd gebruikt op landweggetjes. Het onderscheid vervaagt mede omdat iedere gemeente zijn eigen plan mag trekken over het al dan niet plaatsen van pseudo-komborden en de grafische uitvoering daarvan.

Ondanks het ontbreken van een kader in de RVV en de Richtlijn bewegwijzering, zijn er in het algemeen twee soorten situaties waarin pseudo-komborden in Nederland worden gebruikt. Ten eerste komen de borden voor op doorgaande wegen om informatie te geven dat men een bepaalde plaats in rijdt, zonder tegelijkertijd aan te geven dat op dat punt bibeko-restricties gelden. In zoverre dienen de borden vooral ter informatie. Vaak dienen ze om aan te geven dat vanaf dat punt wordt overgeschakeld op "lokale" bewegwijzering. Stadsdelen worden vanaf dat punt aangegeven in zwart-op-wit in plaats van in blauw-op-wit, zoals op "interlokale" bewegwijzering het geval zou zijn.

Daarnaast komen pseudo-komborden voor rondom buurtschappen. Hier wordt er vaak niet voor gekozen om bibeko-restricties te laten gelden. Het pseudo-kombord staat er primair ter informatie over de plaatsnaam. Omdat sprake is van kleine plaatsjes, is geen sprake van "lokale" bewegwijzering.

Naamgeving op de komborden

Op Nederlandse komborden staat de naam vermeld van de plaats die men inrijdt. Het bord biedt ruimte voor een vermelding in een andere taal op de tweede regel. Van deze mogelijkheid wordt gebruikgemaakt in Friesland evenals in delen van Limburg. Waar toepasselijk staat in kleinere letters op de onderste regel bij welke gemeente die plaats hoort. De gemeente in kwestie bepaalt zelf óf bebouwing een eigen kombord zal krijgen, waar die ingaat en welke naam op het kombord verschijnt.

De precieze schrijfwijze van komnamen ligt in het grootste gedeelte van de gevallen uiteraard voor de hand. Toch zijn er twijfelgevallen: 's-Gravenhage of Den Haag (de gemeente koos voor de laatste), 's-Hertogenbosch of Den Bosch (de gemeente koos voor de eerste variant), moet de Friese of de Nederlandstalige plaatsnaam bovenaan (verschilt per gemeente in Friesland)? Ook bij bepaling wat een kom is en wat niet ligt de keuze meestal wel voor de hand, maar ook daar is sprake van twijfelgevallen, vooral wanneer verschillende plaatsen aan elkaar zijn gegroeid. Etten-Leur bestaat van oudsher uit twee kernen, maar heeft één komnaam. De verschillende kernen van Almere hebben elk een eigen komnaam, maar die van Zaanstad weer niet.

Het is de bedoeling van de landelijke overheid om meer eenheid in de benamingen op komborden te brengen. Hiervoor is de BAG ingevoerd, de basisregistratie adressen en gebouwen. Deze zou op den duur leidend moeten worden in de bewegwijzering, in die zin dat komnamen zouden moeten worden aangepast aan de in de BAG vastgelegde standaarden.

Komnamen en bewegwijzering

In principe zijn in Nederland de op de komborden vermelde namen van plaatsen leidend in de bewegwijzering. Heeft een plaats een eigen kombord, dan kan hij in wit-op-blauw op de borden verschijnen. Daarbij is de spelling op het kombord leidend voor de verdere vermeldingen op de bewegwijzering. Wordt een stuk bebouwing daarentegen niet als kom erkend, dan kan deze hoogstens als stadsdeel op de borden verschijnen. Wanneer een plaats in meerdere talen op het kombord verschijnt, wordt de eerste vermelding bewegwijzerd. Het hangt als gezegd van de gemeente af of dat de Nederlandse plaatsnaam is of de Friese plaatsnaam. Vermeldingen in andere streektalen hebben het vooralsnog niet tot de eerste regel van de komborden geschopt, dus deze komen ook nog niet terug op de bewegwijzering.

Op deze hoofdregel bestaan in Nederland enkele uitzonderingen, waar wordt gewerkt met één naam voor een aantal bij elkaar liggende kommen. Deze worden dan lange tijd als één kom behandeld met één verzamelnaam. Pas bij het naderen van de kommen zelf -wanneer de richtingen naar de kommen uiteen gaan- worden deze kommen met hun echte namen op de borden vermeld. Dit stelt wegbeheerders weliswaar in staat om meerdere plaatsen te kunnen bewegwijzeren, maar het eindresultaat bestaat vaak uit vermeldingen van plaatsen die men op wegenkaarten niet kan vinden.

Het gaat om de volgende vermeldingen:

  • Almere: voor de verschillende kernen van Almere (Almere-Haven, Almere-Buiten, etc.)
  • Avezaath: voor Kerk-Avezaath en Kapel-Avezaath
  • Beemster: voor Westbeemster, Middenbeemster, Noordbeemster en Zuidoostbeemster
  • Egmond: voor Egmond-Binnen, Egmond aan de Hoef en Egmond aan zee
  • Graftdijk: voor Westgraftdijk en Oostgraftdijk
  • Katwijk: voor Katwijk aan Zee en Katwijk aan den Rijn
  • Knollendammen: voor West-Knollendam en Oostknollendam
  • Krimpen: voor Krimpen aan de IJssel en Krimpen aan de Lek
  • Leeuwen: voor Beneden-Leeuwen en Boven-Leeuwen
  • Pekela's: voor Oude-Pekela en Nieuwe-Pekela
  • Zanen: voor Westzaan en Oostzaan

Buitenland

In een aantal buitenlanden, met name buiten Europa, dient een kombord vaak uitsluitend voor informatiedoeleinden (welke plaats rijd ik nu in?), maar niet voor het aangeven van bibeko-regels. Ze hebben in zoverre hetzelfde doel als de Nederlandse pseudo-komborden. Vanwege die informatiefunctie staan de plaatsnaamborden in die landen dan ook vaak niet bij het inrijden van de bebouwde kom, maar op een ander, centraler punt.

In sommige landen wordt gewerkt met een apart bord voor de plaatsnaam en een apart bord dat het in- en uitrijden van de bebouwde kom (met bijbehorende regelgeving) aangeeft. In België komt een dergelijk bord alleen voor naarmate men dichter bij de taalgrens komt. Verder daarvandaan wordt "gewoon" met komnamen gewerkt. Er bestaan ook anders uitgevoerde plaatsnaamborden, die echter niet dienen om bibeko-restricties van kracht te laten worden.

De lay-out van komborden is niet gestandaardiseerd in het Verdrag van Wenen. Ieder land voert de borden op zijn eigen manier uit.

In andere talen

  • Deens (Dansk): langby
  • Duits (Deutsch): Ortschaft
  • Engels (English): urban area, city limits
  • Frans (Français): agglomération
  • Kroatisch (Hrvatski): naseljeno mjesto
  • Pools (Polski): Obszar zabudowany
  • Servisch (Cрпски): насељенo место
  • Zweeds (Svenska): by

Referenties