Belasting op personenauto's en motorrijwielen

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De belasting op personenauto's en motorrijwielen (BPM) is een eenmalige aanschafbelasting bij de aankoop van een nieuwe personenauto, bestelauto of motorfiets in Nederland. Het is geregeld in de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen van 1992.[1]

Belasting

De BPM wordt berekend op basis van de netto catalogusprijs van het voertuig en de zuinigheid ervan, uitgedrukt in CO2-uitstoot. Enkele zeer zuinige voertuigen zijn (tijdelijk) vrijgesteld van BPM. De koppeling van de BPM aan zuinigheid geldt alleen voor personenauto's en niet voor bestelauto's, kampeerauto's en motorfietsen[2]. De BPM wordt niet over de waarde van het voertuig inclusief btw berekend, zoals bij brandstofaccijns wel het geval is. In 2012 vielen 1 op de 3 nieuwe personenauto's onder de vrijstelling van de BPM. Per 1 juli 2012 zijn daarom de grenzen aangescherpt omdat de belasting anders te weinig opbrengt en er geen stimulans is om nog zuinigere voertuigen aan te schaffen.

De belasting hoeft niet direct door de koper betaald te worden, het zit bij de prijs van het motorvoertuig inbegrepen, evenals de BTW. Alleen wanneer een koper een voertuig particulier importeert dient deze zelf de BPM te betalen. Bij export is onder voorwaarden teruggave van de BPM mogelijk, maar alleen als het voertuig naar een EU-land of IJsland, Noorwegen of Liechtenstein wordt geëxporteerd.

Tarieven

Er wordt onderscheid gemaakt naar personenauto's met een benzinemotor en met een dieselmotor. De tarieven voor dieselmotoren liggen hoger, omdat men een toeslag moet betalen, waardoor men met een dieselmotor bij eenzelfde CO2-uitstoot als een benzinemotor meer belasting moet betalen. Voertuigen die op aardgas of LPG rijden vallen onder de uitstootklassen van een benzinemotor. Volledig elektrische auto's zijn vrijgesteld van de BPM.

In 2016 kostte een benzineauto met een CO2-uitstoot van 120 gram per kilometer € 4.248 aan BPM. Een dieselauto met een CO2-uitstoot van 120 gram per kilometer kostte € 8.548[3]. Deze bedragen worden bij de netto catalogusprijs van het voertuig opgeteld. Daarnaast moet BTW betaald worden over de netto catalogusprijs.

Vrijstelling

Bedrijfswagens zijn vrijgesteld van BPM. Particulieren die een nieuwe bestelauto kopen bij de dealer krijgen bericht van de belastingdienst dat de BPM moet worden betaald. Gehandicapten kunnen de BPM onder voorwaarden terugvragen.

Inkomsten

De inkomsten van de BPM zijn tussen 2008 en 2014 fors gedaald. Dit kwam door de economische crisis, waardoor minder nieuwe auto's werden verkocht, en doordat het aandeel zeer zuinige auto's met een lage BPM fors groter is geworden. Vanaf 2015 werden de BPM-voordelen afgebouwd en werden de bijtellingsregels aangepast, waardoor de inkomsten weer toenamen.

Historische opbrengsten;[4]

  • 2002: € 2.894.000.000
  • 2003: € 2.956.000.000
  • 2004: € 3.039.000.000
  • 2005: € 3.328.000.000
  • 2006: € 3.422.000.000
  • 2007: € 3.389.000.000
  • 2008: € 3.541.000.000
  • 2009: € 2.361.000.000
  • 2010: € 1.923.000.000
  • 2011: € 2.054.000.000
  • 2012: € 1.831.000.000
  • 2013: € 1.134.000.000
  • 2014: € 1.122.000.000
  • 2015: € 1.462.000.000[5]
  • 2016: € 1.600.000.000[6]
  • 2017: € 2.000.000.000[7]

Geschiedenis

In 1992 werd de BPM ingevoerd. Tot en met 2008 bedroeg het BPM-tarief voor personenauto's;

  • benzine: 45,2% van de netto catalogusprijs, verminderd met € 1.540
  • diesel: 45,2% van de netto catalogusprijs, vermeerderd met € 328

Tot en met 2004 waren alle bestelauto's vrijgesteld van BPM. Sinds 2005 geldt dit alleen nog voor bestelauto's die als bedrijfswagen worden gebruikt.

Vanaf 2008 werd de BPM afgebouwd anticiperende op de kilometerheffing. Omdat deze destijds niet is ingevoerd, is de BPM omgezet van een percentage van de cataloguswaarde naar zuinigheid (CO2-uitstoot). Sinds 2013 is de BPM voor personenauto's volledig afhankelijk van de CO2-uitstoot en niet meer van de netto cataloguswaarde. In 2016 is de BPM fors verhoogd voor personenauto's met een uitstoot vanaf 106 gram CO2.

Buitenland

In Denemarken is een vergelijkbaar systeem als in Nederland waarbij een registratiebelasting (Registreringsafgift) betaald moet worden bij het aanschaffen van een nieuwe personenauto. De Deense registratiebelasting is één van de hoogste ter wereld.

In Singapore is een Certificate of Entitlement noodzakelijk bij de aanschaf van een nieuwe personenauto. Deze certificaten worden geveild waardoor de prijzen sterk variëren, maar over het algemeen in de tienduizenden euro's lopen. Het Singaporese systeem wordt gezien als het duurste ter wereld.

In Zwitserland bestaat de Automobilsteuer, die 4% van de aanschafwaarde bedraagt. In veel andere landen is er geen specifieke aanschafbelasting anders dan een eerste registratiebelasting, de btw of het vernieuwen van de kentekens. In de Verenigde Staten hoeft men bijvoorbeeld uitsluitend de lokale sales tax (btw) worden betaald. De hoogte van deze belasting verschilt per staat en zelfs gemeente, maar is veelal niet meer dan 10%.

De BPM moet in het buitenland niet verward worden met een eenmalige eerste registratie van het kenteken of voertuig. In de meeste landen liggen de kosten hiervan op enkele tientallen euro's. Dit is wat anders dan een aanschafbelasting.

Referenties