Bergpas

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Een pas of bergpas is, geologisch bezien, het laagste punt tussen twee bergtoppen. In het verkeer noemt men dit laagste punt de pashoogte en wordt onder pas mede verstaan de route omhoog naar de pashoogte en weer omlaag naar de andere kant. Als zodanig is een pas de kortste route om in berggebieden van het ene dal naar het andere te komen. Het voorkomt dat men om de bergen heen moet rijden.

Geschiedenis

Pasroutes bestaan al in Europa sinds de tijd van de Grieken. Al in 480 voor Christus koos Leonidas de pas bij Thermopylae uit als plek om de Perzen tegen te houden. In de Alpen is de tocht van Hannibal uit 219 voor Christus bekend. Lange tijd werd gedacht dat de route over de Grote Sint Bernhard liep. Men gaat er nu vanuit dat een zuidelijker route werd gekozen, namelijk die over de Mont-Cénis. Veel routes die in de Romeinse tijd en in de middeleeuwen werden gebruikt, hebben sindsdien aan populariteit verloren. Ze bleken niet geschikt voor de aanleg van grotere wegen of men slaagde erin directere routes te ontsluiten. Voor de Gotthard moest bijvoorbeeld een diepe kloof worden overwonnen. Volgens de legende slaagden de bewoners er alleen met hulp van de duivel in om een brug aan te leggen, in ruil voor de ziel van de eerste die over de brug zou gaan. De handige bewoners stuurden een stier als eerste over de brug. Niet alle bekende bergpassen zijn erg hoog. De beroemde Khyber Pass tussen Afghanistan en Pakistan is bijvoorbeeld maar 1.070 meter hoog.

Kenmerken

Ondanks de gemakken van goed uitgebouwde wegen vormen pasroutes nog steeds een obstakel van formaat bij reizen door de bergen. De gemiddelde snelheid ligt er altijd lager dan op reguliere routes. Personenauto's kunnen de stijgingen vrij goed aan, maar met caravan of aanhanger wordt rijden over passen alweer lastiger. Datzelfde geldt voor vrachtverkeer. De "moeilijkheidsgraad" van een pasroute laat zich eigenlijk maar in beperkte mate aflezen aan de op de meeste landkaarten vermelde pashoogte. Deze geeft namelijk niet aan hoe groot de hoogteverschillen zijn (een pashoogte van 2000 meter maakt nogal een verschil wanneer men om 1000 of op 1500 meter moet beginnen met klimmen). Ook het gemiddelde stijgingspercentage helpt bij het inschatten van de "moeilijkheidsgraad" van een pasroute. In de Alpen wordt de Stelviopas in Italië gezien als een van de grootste uitdagingen voor het verkeer; geliefd bij wegenliefhebbers en gevreesd bij ander verkeer dat over de pas heen moet. De grote doorgaande Alpenroutes zijn uitgebouwd met lagere stijgingspercentages.

Winter

Veel pasroutes worden in de winter afgesloten vanwege de vele sneeuw op de route. Het verkeer moet dan omrijden of gebruikmaken van de autotreinen die als vervanging voor een aantal Alpenpassen beschikbaar zijn. Passen die van groter belang zijn en waar geen alternatief beschikbaar is in de vorm van een auto- of treintunnel worden waar mogelijk de hele winter opengehouden. Het belang van het bereikbaar houden van delen van het land wordt groot genoeg geacht om de kosten van het openhouden te rechtvaardigen.

Hoge bergpassen

De hoogste bergpassen van de wereld bevinden zich in de Himalaya in het grensgebied van China, Pakistan, India en Nepal.

De Semo La in Tibet is de hoogste berijdbare bergpas ter wereld op 5.565 meter. De 5.545 meter hoge Mana Pass in India is daarna de hoogste. De beroemde Karakoram Pass tussen China en India is 4.693 meter hoog. Veel hoge bergpassen zijn niet geasfalteerd en zijn op zijn best gravelwegen. De Khunjerab Pass in Pakistan is met 4.693 meter de hoogste geasfalteerde grensovergang van de wereld.

In Noord-Amerika is de Independence Pass in Colorado de hoogste geasfalteerde bergpas. Beroemd is ook de 3.200 meter hoge Paso Internacional Los Libertadores tussen Chili en Argentinië. De 4.600 meter hoge Chungara–Tambo Quemado in Bolivia is de hoogste bergpas in Zuid-Amerika.

De hoogste bergpas van Europa is de Col de l'Iseran in Frankrijk op 2.770 meter hoogte. Er zijn hogere wegen, maar die zijn geen bergpas, maar die vormen een cirkel of lopen dood. De Veleta in Spanje is de hoogste geasfalteerde weg op 3.380 meter hoogte, maar is voor het publiek maar tot 2.530 meter opengesteld. De Ötztaler Gletscherstraße in Oostenrijk is de hoogste plek die per auto te bereiken is in Europa, op 2.830 meter.

Zie ook

Verenigde Staten

Europa

Referenties