Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Barvw) was een besluit in aanvulling op de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels. In het Barvw wordt ingegaan op de ontwerpeisen omtrent veiligheid in verkeerstunnels van 250 meter of langer. Het besluit is op 11 mei 2006 in werking getreden[1] en op 1 januari 2015 ingetrokken. Inhoudelijk is de tekst van het Barvw opgenomen in het Bouwbesluit 2012.[2] Onderstaande tekst behoort sindsdien tot het Bouwbesluit 2012, Afdeling 6.9, met name artikel 6.45.

Tunnelgebruik

Tegenverkeer bij werkzaamheden in een tunnel, zoals hier in de Schipholtunnel in 1987, is tegenwoordig niet meer toegestaan.
Tegenverkeer in de Beneluxtunnel in 1987.

In het Barvw wordt vastgelegd dat in tunnelbuizen uitsluitend éénrichtingsverkeer is toegestaan. Dat betekent dat wanneer een tunnel wordt aangelegd die in twee richtingen bereden moet worden, het verkeer in gescheiden tunnelbuizen moet rijden. Voor autosnelwegen is dit automatisch het geval, maar ook voor enkelbaans wegen is een scheiding in twee buizen noodzakelijk. Bij uitzondering mag hier vanaf geweken worden als aangetoond is dat éénrichtingsverkeer in verband met fysieke, geografische en verkeerstechnische omstandigheden niet mogelijk is. De maximumsnelheid is in dat geval nooit hoger dan 70 km/h en er moet permanent toezicht en rijstrooksignalering zijn.

Tunnelontwerp

In het ontwerp wordt vastgelegd dat de rijbaan voor de tunnelbuis altijd hetzelfde aantal rijstroken heeft als in de tunnelbuis. Dit betekent dat het verminderen en vergroten van het aantal rijstroken voor de tunnel altijd op de minimale turbulentieafstand moet plaatsvinden. Hierdoor zijn aansluitingen vlak voor de tunnelbuis niet mogelijk.

In de Europese Tunnelrichtlijn wordt vastgesteld dat een rijbaan binnen en buiten een tunnel eenzelfde aantal rijstroken telt. Het verminderen of vergroten van het aantal rijstroken is dus in de tunnelbuis niet mogelijk. Hierdoor zijn aansluitingen in de tunnel helemaal niet mogelijk. Als het aantal rijstroken verandert moet dit op voldoende afstand tot het tunnelportaal gebeuren, namelijk de afstand die een voertuig bij de toegestane maximumsnelheid in 10 seconden aflegt. In afwijking hiervan gelden voor uitvoegers, invoegers en splitsingen bij zinktunnels (dus tunnels met een helling), grotere afstanden.[3]

Afwijking van de Europese richtlijn

Naar aanleiding van de Europese richtlijn heeft Nederland de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels en het Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels in 2006 van kracht laten worden. Deze wetten zijn op drie punten een verscherping van de Europese richtlijn, namelijk de definitie van een tunnel in Nederland is verkleind van 500 naar 250 meter. In plaats van alleen tunnels in het trans-Europese wegennet is de tunnelregelgeving op alle wegverkeerstunnels van toepassing. Tevens moet er in Nederland éénrichtingsverkeer in tunnels zijn, in de Europese richtlijn is tweerichtingverkeer wel toegestaan indien de intensiteit lager is dan 20.000 mvt/etmaal. Wel zijn er dan aanvullende eisen aan vluchthavens.

Referenties