Bewegwijzering in België

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Een typisch Belgische wegwijzer langs de R0.

Dit artikel gaat over de bewegwijzering in België, in Vlaanderen ook wel "signalisatie" en in Wallonië "signalisation" genoemd.

Etymologie

In België wordt doorgaans gesproken van signalisatie. Dit begrip omvat niet alleen bewegwijzering (Frans: signalisation directionnelle) maar ook geleiding en bebakening.

Richtlijnen

Vlaanderen

De bewegwijzering in Vlaanderen wordt vastgelegd in een dienstorder van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). Dit is gebaseerd op het Vademecum Bewegwijzering.[1]

De bewegwijzering wordt wettelijk vastgelegd in 4 groepen;

  • voorwegwijzers (F25 en F27)
  • bewegwijzering op afstand (pijlvormig) (F29 tot F33c)
  • bewegwijzering in de nabijheid (F34a tot F37)
  • bewegwijzering die een wegomlegging aanduidt (F39 tot F41)

De rangorde van de bestemmingen is gebaseerd op afstand, de verst gelegen bestemming wordt als eerste vermeld.

Omwille de leesbaarheid dient het aantal vermeldingen op een voorwegwijzer of een reeks wegwijzers zo beperkt mogelijk gehouden.

Wallonië

Lettertype

Het gebruikte lettertype in België is het SNV regular & condensed. De afkorting staat voor Schweizerische Normen-Vereinigung en het lettertype is oorspronkelijk in de jaren '70 in Zwitserland ontwikkeld.[2] Buiten België en Luxemburg vindt men dit lettertype ook in Roemenië, Bulgarije en in een aantal ex-Joegoslavische landen.

Systeem

Nieuwe stijl portaalbewegwijzering met staande pijlen, geplaatst in 2014.
Afritbewegwijzering nieuwe stijl langs de E429.

In België worden blauwe borden met witte letters gebruikt voor alle wegen. Bij opritten naar snelwegen worden de snelwegbestemmingen in het groen aangegeven. Er worden op autosnelwegen gebruikgemaakt van vorkborden voor afritten en aansluitingen, waarbij het nummer vaak in de stam van de pijl staat, iets wat men in de buurlanden niet tegenkomt. Portalen hadden oorspronkelijk vallende pijlen, maar sinds 2014 wordt ook geëxperimenteerd met staande pijlen. Op het onderliggend wegennet worden vaak handwijzers gebruikt. Er is sprake van control cities en niet een remote focal point.

De EU schrijft voor dat plaatsnamen in een ander land worden voorgeschreven in de taal zoals die ter plaatse geldt. De reden hiervoor is dat ter plekke onbekenden meestal niet bekend zijn met het exoniem van een plaatsnaam, en er om die reden sprake is van discontinuïteit. België voldoet in internationaal verband inmiddels ook aan deze EU-verordening. Vanuit Wallonië werd Aachen voorheen als Aix-la-Chapelle bewegwijzerd, het Franse exoniem, maar recentere wegwijzers hebben in de regel het endoniem Aachen. Ook Maestricht is veelal vervangen door Maastricht. Bij diverse bestemmingen wordt echter het exoniem tussen haakjes toegevoegd; een bekend voorbeeld daarvan is Lille (F), dat tussen haakjes gevolgd wordt door het Vlaamse exoniem Rijsel.

Binnenlands is de problematiek voor ter plekke onbekenden niet anders dan de EU voor buitenlandse bestemmingen voorschrijft, echter in België geldt de zogenaamde Taalwet. Deze verordonneert dat de namen van de bestemmingen op de bewegwijzering in België in de taal van het gebied zijn waarin de wegwijzer zich bevindt. Dit heeft zijn oorzaak in de gevoeligheid van de Belgische taalproblematiek, die vooral in de tweede helft van de 20e eeuw opgeld heeft gedaan. Het gevolg hiervan is dat bij het passeren van de taalgrens ook de bestemmingen op de bewegwijzering veranderen (zo wordt Luik Liège en Anvers Antwerpen op de E313). Soms veranderen bestemmingen in de buurt van de taalgrens meerdere keren van taal. Een zeer groot deel van de Belgen kent de schrijfwijze van plaatsnamen in de landstalen, en zij ervaren dit dus niet als een probleem. Echter voor ter plekke onbekenden van buiten België is het wel een probleem; zij kennen immers niet alle mogelijke exoniemen, en zijn slechts op zoek naar het endoniem.

In België is op veel autosnelwegen sprake van intensief vrachtverkeer. Daardoor zijn wegwijzers in de berm vaak uit het zicht door een colonne vrachtauto's. Dit probleem wordt op sommige locaties opgelost door voorwegwijzers ook in de middenberm te plaatsen. Afritnummers worden bijna altijd ook in de middenberm geplaatst.

Er zijn verschillende generaties bewegwijzering, sinds 2014 wordt in Vlaanderen geëxperimenteerd met portaalborden met staande pijlen, enigszins vergelijkbaar met de Nieuwe Bewegwijzering Autosnelwegen in Nederland. In Wallonië wordt sinds de jaren 2000 ook een nieuwe, eigen stijl bewegwijzering geplaatst. In België wordt vrij veel gebruikt gemaakt van indirecte wegnummers, die als reguliere wegnummers op de borden staan, vaak voor het doel dat via het betreffende nummer bereikt kan worden.

Wegnummers

In België wordt op de bewegwijzering langs de autosnelweg in de eerste plaats genavigeerd op E-nummers wanneer voorhanden. Daarnaast hebben de N- of R-nummers een functie in het wegennet. A-nummers zijn aan alle autosnelwegen toegekend, maar die worden alleen op de bewegwijzering gebruikt wanneer geen E-nummer voorhanden is. E-nummers worden in een groen schildje met een wit kader en witte letters aangegeven. A-nummers worden in een wit schildje zonder kader met zwarte letters aangegeven. N-wegen worden op een blauw schildje met een wit kader en witte letters aangegeven, zij hebben dezelfde achtergrondkleur als de wegwijzers. De schildjes zijn eenvoudig, met een rechthoekige vorm. Bij N-wegen is de N wat kleiner dan het nummer, bij E- en A-wegen is dit niet het geval.

Verder zijn er de B-wegen (van bretelle of lus). Dit zijn korte verbindingswegen tussen twee belangrijkere wegen.

Talen

België heeft een geschiedenis van polemiek rondom de taal. Nadat de unitaire staat vanaf 1830 vooral Franstalig was, is vanaf begin 20e eeuw door Vlamingen gestreden voor gelijke rechten voor hun taal. Uiteindelijk kent België nu 3 officiële talen: Nederlands (Vlaams), Frans (Waals) en Duits. Veel plaatsen in België hebben hierdoor verschillende namen voor de drie taalgemeenschappen. Veel ter plekke onbekenden, en buitenlanders in het bijzonder, zijn niet op de hoogte van eventuele andere namen van een plaats in één van de andere landstalen. Echter de Belgische Taalwet vereist dat een plaatsnaam niet wordt weergegeven in de taal van het gebied waar de betreffende plaats ligt, maar in de taal van het gebied waar de wegwijzer staat. Dit is een systeem wat tot discontinuïteiten kan leiden. Wie in Vlaanderen de weg naar Luik volgt, zal bij de taalgrens geconfronteerd worden met het verdwijnen van Luik, en de introductie van Liège. Dit geldt voor grotere steden, maar ook voor vele kleine plaatsen. En zeker niet voor iedereen zal duidelijk zijn dat Borgworm en Waremme dezelfde plaats zijn, of Geldenaken en Jodoigne, of bijvoorbeeld Wihogne en Nudorp. Weggebruikers die deze lokale kennis niet hebben zien zich geconfronteerd met een verwijzing die voor hen onbruikbaar is. De Belgische Taalwet gaat daarmee in tegen een van de belangrijkste principes van bewegwijzering: het continuïteitsbeginsel. Vanaf de eerste verwijzing van een bestemming dient deze voor de ter plekke onbekende weggebruiker op een begrijpelijke wijze gecontinueerd te worden tot men ter plekke is.

In een aantal faciliteitengemeenten worden tweetalige wegwijzers gebruikt, met name rondom de hoofdstad Brussel is dit goed terug te vinden. Voorts zijn op wegwijzers waar nog altijd taalstrijd woedt regelmatig bestemmingen in een tweede taal besmeurd of vernield. In de Duitstalige Oostkantons, waar de keuze is gemaakt om eentalig Duits te bewegwijzeren (behalve naar plaatsen in Franstalig gebied, die Franstalig blijven), komt men regelmatig wegwijzers tegen waarop de uit het verleden nog aanwezige Franstalige verwijzingen zijn besmeurd.

In Europees verband heeft België zich aan Europese regelgeving aangepast, die vereist dat bestemmingen in het nabije buitenland altijd in de taal van de bestemming zelf wordt geschreven. Zo is op nieuwere borden steeds vaker Aix-la-Chapelle verdwenen ten gunste van Aachen, en Maestricht ten gunste van Maastricht. Echter de Noord-Franse stad Lille wordt in Vlaanderen nog altijd slechts tussen haakjes vermeld achter de Vlaamse schrijfwijze Rijsel. Vlaanderen hanteert wat dit betreft een principe dat buitenlandse plaatsen met endoniem en exoniem worden vermeld, waar Wallonië tegenwoordig in principe slechts het endoniem vermeldt.

Afritbewegwijzering

Een 0-meter bord in Wallonië (E313).
Afritnummerbord nieuwe stijl langs de E313.
Afritnummerbord oude stijl.

Afritten worden doorgaans eerst op 1600 meter aangekondigd, door een blauw bord met de bestemming in het wit, doorgaans enkel de naam van de afrit, zonder afritnummer. Vervolgens volgen afwijkende witte borden met het afritnummer in een groen vlak. Op 800 meter volgt dan het vertakkingsbord met alle relevante bestemmingen. Vaak worden één of twee hoofddoelen voor rechtdoor gebruikt. Wegnummers worden vaak in de schacht van de pijl weergegeven, doch niet altijd. Bij de afrit zelf volgt dan een laatste bord met bestemmingen ("uitsmijter").

Na de aansluiting volgt vaak een afstandenbord, dat vrij simpel is met een paar bestemmingen en de afstand in kilometers, zonder de aanduiding "km". Op deze borden worden geen wegnummers weergegeven.

Toeristische doelen

België was één van de eerste landen die streken met toeristische bruine borden aankondigt vergelijkbaar met Duitsland. Nederland volgde veel later. Veel toeristische borden waren verouderd, sinds eind jaren 2000 worden nieuwe stijl toeristische borden geplaatst.

Referenties

Bewegwijzering in Europa

BelgiëBulgarijeDenemarkenDuitslandEstlandFinlandFrankrijkItaliëNederlandNoorwegenOostenrijkPolenRoemeniëServiëSloveniëSpanjeVerenigd KoninkrijkZwedenZwitserland