Bewegwijzering in Denemarken

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Dit artikel gaat over de bewegwijzering in Denemarken.

E39 Hjorring.jpg

Systeem

Kleuren

In Denemarken worden drie kleuren gebruikt; groene borden met witte letters voor autosnelwegen, blauwe borden met witte letters voor bepaalde autowegen en witte borden met rode letters voor het overige onderliggende wegennet. De kleur rood op wit is een ongebruikelijke kleur, het komt elders niet of zelden voor en lijkt op de fietsbewegwijzering in Nederland. Afritten op autosnelwegen worden op een blauw paneel aangegeven, ook als de vervolgbewegwijzering in het wit is. Lokale bestemmingen staan op witte wegwijzers met blauwe letters aangegeven.

DK KP-1.jpg
DK KP-2.jpg
DK KP-3.jpg
DK KP-4.jpg
DK KP-5.jpg
DK KP-6.jpg

Doelen

In Denemarken worden op autosnelwegen vrij weinig doelen aangegeven, alleen rondom het belangrijkste knooppunt van het land, Kolding, staan meer doelen aangegeven. Meestal wordt slechts met één of twee rechtdoorbestemmingen gewerkt, en vaak enkel de dichtstbijzijnde grote steden. Bestemmingen worden dus niet over grote afstanden aangegeven. Pas wanneer men de eerstvolgende grote stad bereikt wordt de volgende aangegeven. Zo wordt op de E20 in oostelijke richting eerst Odense aangegeven, en pas bij Odense zelf komt København op de bewegwijzering. Er zijn slechts enkele grote steden in Denemarken zodat navigeren makkelijk is. Buitenlandse doelen worden relatief weinig aangegeven omdat Denemarken weinig landsgrenzen heeft met buurlanden. Buitenlandse bestemmingen, meest prominent Flensburg, Hamburg en Malmö worden in het Deens aangegeven, dus Flensborg, Hamborg en Malmø. Over het algemeen levert dit weinig problemen op omdat de Deense namen slechts beperkt afwijken van het endoniem. Bepaalde richtingen worden afgekort, bijvoorbeeld windrichtingen (N voor noord en S voor zuid) en centra (C) om ruimte te besparen. Er kan dus bijvoorbeeld København C aangegeven staan, wat voor het centrum van de stad staat.

Wegnummers

In Denemarken is geen aparte wegnummering voor motorveje, dus men gebruikt de E-nummers of die van Primær- en Sekundærruten. E-nummers staan in een groen vlak met wit kader en witte letters met prefix aangegeven. De overige wegnummers worden zonder prefix aangegeven. Primærruten hebben een geel vlak met een zwart kader en zwarte letters en zijn één of tweecijferig. Sekunærruten worden aangegeven in een wit vlak met een zwart kader en zwarte letters en zijn altijd driecijferig. Afritnummers lijken nogal op wegnummers als men niet bekend is met de Deense bewegwijzering. Indirecte nummers worden met een gebroken kader aangegeven, maar veelal enkel voor de E-wegen. Soms is er ook een toevoeging naar windrichting met één letter, bijvoorbeel E45s.

Lettertype

Denemarken gebruikt een aangepaste versie van het lettertype transport, dat ook in het Verenigd Koninkrijk wordt gebruikt. Tevens zijn er aangepaste tekens als å, æ en ø. Het lettertype wordt in normaalschrift uitgevoerd.

Autosnelwegen

Op autosnelwegen worden groene wegwijzers gebruikt, met een onderscheid naar blauwe borden voor afritbewegwijzering. Deze kleur blauw heeft geen relatie met de blauwe wegwijzers die op de autowegen in Denemarken wordt gebruikt. De Deense bewegwijzering wordt over het algemeen beschouwd als één van de betere van Europa en is consistent. Het aantal doelen op de bewegwijzering is beperkt waardoor de wegwijzers over het algemeen zeer overzichtelijk zijn.

Afritten worden 1000 meter van te voren aangekondigd met een blauw bord met daarop het afritnummer en de naam van de afrit, vergezeld van afstandsaanduiding. Soms wordt deze vergezeld met een groen paneel met daarop de afstand tot de volgende afrit. Op het 500 meterbord volgen de te bereiken bestemmingen via de afrit en de eventuele wegnummers. Dit wordt op het 0-meter bord herhaald, maar dan met een schuin omhoog wijzende pijl als het een bermbord betreft. Na de afrit volgt een bord dat aanduidt dat het verkeer vanaf de oprit samenvloeit met de hoofdrijbaan. Dit bord is verder in Europa ongebruikelijk. Het afstandentableaux bestaat uit een groen paneel met daarop de eerstvolgende doelen, meestal niet meer dan twee of drie, met daarop de afstand en de wegnummers. Daaronder is een blauw paneel met de afstand tot de eerstvolgende afrit.

Knooppunten worden veelal 2 kilometer van te voren aangegeven met een splitsingsbord die het algemene wegverloop schetst. Meestal is dit een splitsing, knooppunten met vier takken zijn er amper in Denemarken. Hierop staan de belangrijkste doelen en het wegnummer aangegeven. Op 1000 meter volgt dan een portaalbord met vallende pijlen die de wegsituatie aangeeft. Op 750 meter volgt een blauw bord dat de rijstrookindeling aangeeft, waarna het 1000-meter bord op 500 meter opnieuw herhaald wordt. op 250 meter wordt het blauwe bord weer herhaald en vervolgens volgt het definitieve beslissingspunt. In sommige gevallen splitst de middelste rijstrook zich zonder uitvoegstrook in een rijstrook naar links en een rijstrook naar rechts. In dat geval zijn er op de vooraankondigingsborden drie vallende pijlen met een verticale streep ter hoogte van de middelste pijl om aan te duiden dat de middelste rijstrook in beide richtingen gebruikt kan worden.

Externe verlichting

Portaalwegwijzers worden in Denemarken extern verlicht. Er zijn circa 430 portaalwegwijzers geïnstalleerd die extern verlicht worden vanuit de berm. Dit vergt circa 650 MWh aan elektriciteit per jaar. In de eerste helft van 2018 is een proef gehouden om te kijken of de verlichting uitgeschakeld kan worden.[1]

Niet-autosnelwegen

Een handwegwijzer.

Op niet-snelwegen worden de opvallende witte wegwijzers met rode letters gebruikt. Wegsituaties worden eveneens in het rood aangegeven, bijvoorbeeld kruisingen en rotondes. De wegnummers worden met de reguliere gele of witte schilden aangegeven met zwarte letters en een zwart kader. Er worden voorwegwijzers gebruikt die de wegsituatie aangeven, bijvoorbeeld een weg van links of rechts of een rotonde. Vlak voor kruisingen staan simpele wegwijzers met een pijl en de bestemmingen vergezeld met afstand. Op kruispunten zelf staan dan nog handwegwijzers in pijlvorm met daarop de afstanden en bestemmingen. Doodlopende wegen worden op de wegwijzers aangegeven met het bekende verkeersbord. Enkele andere verkeersborden worden soms ook op de bewegwijzering geïntegreerd.

Een voorwegwijzer.

Afwijkend zijn de autowegen, die met blauwe wegwijzers met witte letters aangegeven. Hier zijn er niet zo heel veel van in Denemarken. Op sommige wegwijzers wordt op de achterkant een afstandenbord weergegeven voor verkeer in de andere richting. Hierdoor staan afstandsborden op enkelbaans wegen dus aan de linkerkant. Indirecte wegnummers worden met gebroken kader aangegeven, zowel voor Primærruten als Sekundærruten. De pijlen op voorwegwijzers op het onderliggend wegennet zijn op de Britse manier vormgegeven, dus het wegverloop met een punt in plaats van een echte pijl.

Export

In Zweden is op de E6 in de regio Halland bewegwijzering toegepast die sterk gebaseerd is op de Deense bewegwijzering. De Deense bewegwijzering wordt elders in Europa niet toegepast. De Deense kleurstelling voor het onderliggend wegennet, met witte wegwijzers met rode letters, wordt in Nederland ook op bewegwijzering voor fietsers toegepast, maar heeft verder geen overeenkomsten.

Referenties

Bewegwijzering in Europa

BelgiëBulgarijeDenemarkenDuitslandEstlandFinlandFrankrijkItaliëNederlandNoorwegenOekraïneOostenrijkPolenRoemeniëServiëSloveniëSpanjeVerenigd KoninkrijkZwedenZwitserland