Bosnië-Herzegovina

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Flag of Bosnia and Herzegovina.svg
Bosna i Hercegovina
Bosnië.png
Hoofdstad Sarajevo
Oppervlakte 51.129 km²
Inwonertal 3.531.159
Lengte wegennet 21.846 km
Lengte snelwegennet 217 km[1]
Eerste snelweg 2002
Benaming snelweg Autoput
Verkeer rijdt rechts
Nummerplaatcode BIH

Bosnië-Herzegovina, vaak kortweg Bosnië (Bosnisch, Kroatisch en Latijns Servisch: Bosna i Hercegovina, cyrillisch: Босна и Херцеговина) is een land in Zuidoost-Europa. Het land telt 3,5 miljoen inwoners en de hoofdstad is Sarajevo.

Inleiding

Geografie

Bosnië-Herzegovina is gelegen op de westelijke Balkan, met een zeer korte kustlijn aan de Adriatische Zee bij Neum. Het land grenst verder in het westen en noorden aan Kroatië, in het oosten aan Servië en in het zuidoosten aan Montenegro. Het land meet maximaal 280 kilometer van west naar oost en 280 kilometer van noord naar zuid. Het land wordt gedomineerd door de Dinarische Alpen, een woest karst- en kalksteengebergte met de 2.386 meter hoge Maglić als hoogste punt. Grote delen van het land worden gedomineerd door ontoegankelijke bergruggen, hooglanden en canyons. Het noorden van Bosnië-Herzegovina kent vooral wat lage heuvels en wordt soms beschouwd als onderdeel van de Pannonische vlakte. De rivier de Sava vormt de noordgrens met Kroatië en is de grootste rivier van het land. Diverse zijriveren stromen vanuit Bosnië-Herzegovina naar de Sava, waaronder de Bosna, waar het land naar vernoemd is. De Drina vormt de oostgrens met Servië en de Neretva is de enige rivier die zuidwaarts naar de Adriatische Zee stroomt. Ongeveer de helft van Bosnië-Herzegovina is bebost.

Bosnië-Herzegovina ligt op de overgang van een Mediterraans klimaat in het zuiden naar een Alpien en continentaal klimaat in het noorden, gekarakteriseerd door hete zomers en koude winters met sneeuw. De hoofdstad Sarajevo ligt op 550 meter hoogte en heeft maximumtemperaturen die variëren van 4°C in januari tot 27°C in augustus. De neerslag is gelijkmatig over het jaar verdeeld, maar het zuiden is in de zomer droger maar in het voorjaar en najaar natter. De neerslag varieert van 900 mm in Sarajevo tot 1.500 mm in Mostar. Mostar is echter ook de zonnigste stad van het land.

Demografie

Bosnië-Herzegovina is één van de weinige landen met een krimpend inwonertal. Het land bereikte zijn piek eind jaren '80 met 4,3 miljoen inwoners. Dit daalde sterk naar 3,6 miljoen in 1996 vanwege de Bosnië-oorlog. Het inwonertal groeide daarna weer naar 3,8 miljoen in midden jaren 2000 maar begon daarna weer te krimpen.

Het land wordt gevormd door drie etnische groepen, de Bosniakken, Serviërs en Kroaten. De Bosniakken maken de helft van de bevolking uit, Serviërs iets minder dan een derde en Kroaten zo'n 15%. Op religieus vlak is het land ongeveer 50/50 verdeeld in islam en het christendom. Deze demografie was een belangrijke oorzaak van de complexe Bosnië-oorlog begin jaren '90.

In Bosnië-Herzegovina zijn geen officiële landstalen vastgesteld. Het Bosnisch, Servisch en Kroatisch worden beschouwd als de drie formele talen van het land. De drie talen hebben wederzijdse verstaanbaarheid en worden gezamenlijk ook wel het Servo-Kroatisch genoemd.

Met afstand de grootste stad is de hoofdstad Sarajevo, dat ruim 350.000 inwoners telt. Andere steden met meer dan 100.000 inwoners zijn Banja Luka, Tuzla, Zenica, Bijeljina en Mostar. In totaal zijn er 20 plaatsen met meer dan 40.000 inwoners.

Bestuurlijke indeling

De entiteiten in Bosnië-Herzegovina.

Aan het einde van de Bosnië-oorlog werd het land volgens de Daytonakkoorden opgedeeld in twee entiteiten: de Republika Srpska in het noorden en oosten en de Federatie Bosnië-Herzegovina in het midden, westen en zuiden. Beide entiteiten beslaan de helft van de Bosnische landoppervlakte, echter de Federatie Bosnië-Herzegovinva heeft tweederde van de inwoners en de Republika Srpska slechts een derde. De grenzen tussen beide entiteiten zijn zeer grillig en feitelijk het resultaat van de frontlijn aan het einde van de Bosnië-oorlog. In het noorden is in 2000 het district Brčko gecreëerd, dat officieel tot beide entiteiten behoort maar door geen van beiden bestuurd wordt.

De federatie Bosnië-Herzegovina is verder opgedeeld in 10 kantons. De gemeenten vormen de laagste overheidslaag, maar de Republika Srpska heeft geen verdere regionale indeling, hier zijn de gemeenten de derde laag van bestuur, in de federatie Bosnië-Herzegovina de vierde laag.

Economie

Als onderdeel van voormalig Joegoslavië was het land oorspronkelijk een socialistische planeconomie. Na het uiteenvallen van voormalig Joegoslavië had het echter niet te mogelijkheid om een transitie naar een vrije markteconomie vorm te geven vanwege het uitbreken van de Bosnië-oorlog. Pas na de oorlog kon men zich richten op de economische transitie, maar tegelijkertijd moest het land herbouwd worden na de oorlog. Het land heeft nog steeds te maken met grote economische problemen, de economie kromp begin jaren '90 met 60% en de politieke tegenstellingen na de oorlog verhinderde een efficiënte overheid en een aantrekkelijk investeringsklimaat. Het welvaartsniveau is sindsdien mondjesmaat gegroeid, maar hoge werkloosheid en emigratie zorgen ervoor dat het land zich maar langzaam ontwikkelt. Het inkomensniveau is nog geen 30% van het EU-gemiddelde.

Geschiedenis

De regio werd vanaf de 6e eeuw bevolkt door Slavische volkeren. In de 12e eeuw werd de banaat Bosnië gesticht, dat in de 14e eeuw opging in het Koninkrijk Bosnië. Het werd daarna geannexeerd door het Ottomaanse Rijk, die de islam naar de regio bracht. In 1878 kwam het gebied onder het bestuur van Oostenrijk-Hongarije te staan. Op 28 juni 1914 werd in Sarajevo de aartshertog Franz Ferdinand vermoord door een Joegoslavische nationalist, wat de aanleiding was voor de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog was Bosnië onderdeel van het Koninkrijk Joegoslavië. In april 1941 werd het bezet door Nazi Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog was Bosnië een republiek van Joegoslavië.

Bosnië was altijd het minst ontwikkelde deel van Joegoslavië. Het bergachtige terrein zorgde ervoor dat het gebied weinig hoogwaardige infrastructuur had en moderne handelsroutes niet via Bosnië verliepen. De Autoput Bratstvo i Jedinstvo werd tussen 1948 en 1950 net buiten Bosnië aangelegd. De centrale ligging van Bosnië zorgde er echter wel voor dat veel van het Joegoslavische leger in de regio was gestationeerd, evenals de productie en opslag van grote hoeveelheden wapens. Joegoslavië was geen onderdeel van het Oostblok en stond meer open voor westerse investeringen.

Na de dood van Tito in 1980 begonnen nationalistische sentimenten in Joegoslavië de kop op steken, waaronder en ook vooral in Bosnië. In 1990 werden voor het eerst vrije verkiezingen gehouden waarin nationalistische partijen in Bosnië wonnen ten opzichte van de centralistische partij van president Milošević. Het volgende jaar begon Joegoslavië uiteen te vallen en werden onafhankelijke landen uitgeroepen, waarbij diversen maar een kort leven beschoren waren. In Bosnië waren vooral tegenstellingen tussen de pro-onafhankelijkheidspartijen van de Kroaten en Bosniakken enerzijds en de centralistische Serviërs, die het land Joegoslavië wilden behouden. In 1992 braken verschillende fases van conflicten uit, in eerste instantie tussen de Serviërs en de Kroaten en Bosniakken, maar later dat jaar ook tussen Kroaten en Bosniakken onderling. De Bosnië-oorlog werd gekenmerkt door grof geweld, grootschalige verwoesting en etnische zuiveringen. De Serviërs waren in militair opzicht in het voordeel maar verloren uiteindelijk momentum toen de Kroaten en Bosniakken vanaf 1994 samen optrokken tegen de Serviërs. De NAVO greep in 1995 in met operatie Deliberate Force, in samenloop met een militaire missie van de Verenigde Naties. De oorlog werd op 21 november 1995 gestaakt met akkoorden getekend in Dayton, Ohio, de zogenoemde "Daytonakkoorden" waarin het land werd opgedeeld in twee entiteiten, de Republika Srpska en de Federatie Bosnië-Herzegovina. De oorlog was het grootste conflict in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog en verliep parallel aan andere conflicten waarbij Joegoslavië betrokken was.

Wegennet

Het wegennet van Bosnië-Herzegovina.

De ontwikkeling van het Bosnische wegennet heeft sterk te lijden gehad onder de oorlog in de eerste helft van de jaren 90. Het heeft, na Montenegro en Albanië dan ook één van de minst ontwikkelde wegennetten van de Balkan, alhoewel daar langzaam verandering in komt. Sinds 2001 is de A1 vanaf Sarajevo naar het noorden in aanleg. Het is een tolweg. Er zijn plannen voor een noord-zuidsnelweg van Budapest naar Dubrovnik, die ook door Bosnië zal lopen. De A1 zal hier deel van uit maken, maar het zal nog jaren duren dat de snelweg er volledig ligt. Tevens is er sinds 1 juli 2013 een stuk A1 gereedgekomen aan de Kroatische grens ten zuiden van Čapljina. Concrete plannen voor andere snelwegen zijn er niet, wel zijn er vage plannen voor een A2 van Sarajevo via Bihać naar het westen. Bij Banja Luka ligt tevens een snelweg naar het noorden tot Gradiška, en de Autoput Banja Luka - Doboj verbindt beide steden over een afstand van 75 kilometer.

Snelwegen en hoofdwegen in Bosnië-Herzegovina

A1-BIH.svg A2-BIH.svg E661-BIH.svg Autoput Banja Luka - Doboj Gradski Autoput Sarajevo

M1-8-BIH.svg M1-9-BIH.svg M2-BIH.svg M4-BIH.svg M4-2-BIH.svg M5-BIH.svg M6-BIH.svg M6-1-BIH.svg M8-BIH.svg M11-BIH.svg M14-BIH.svg M14-1-BIH.svg M14-2-BIH.svg M15-BIH.svg M16-BIH.svg

M16-1-BIH.svg M16-2-BIH.svg M16-3-BIH.svg M16-4-BIH.svg M17-BIH.svg M17-2-BIH.svg M17-3-BIH.svg M17-4-BIH.svg M18-BIH.svg M18-1-BIH.svg M18-2-BIH.svg M19-BIH.svg M19-2-BIH.svg M19-3-BIH.svg M20-BIH.svg


Europese wegen

Bosnië-Herzegovina ligt nogal geïsoleerd, waardoor er geen belangrijke E-wegen door het land lopen. De belangrijkste is de E73, als verbinding vanaf Budapest naar de Adriatische Zee. Andere E-wegen zijn van regionaal karakter.

Europese wegen in Bosnië-Herzegovina

E65E73E661E761E762

Hoofdwegen

Zie Magistralni put (Bosnië-Herzegovina).

Regionale wegen

Zie Regionalni put (Bosnië-Herzegovina).

Bewegwijzering

Zie ook bewegwijzering in Bosnië-Herzegovina.

De Bosnische bewegwijzering kent groene borden met witte letters voor autosnelwegen, en blauwe borden met witte letters voor hoofdwegen. Op lokale wegen gebruikt men gele borden met zwarte letters, vergelijkbaar met de buurlanden. Voorheen bestonden er geen blauw-witte borden, en langs hoofdwegen zijn vaak nog oude geel-zwarte borden te vinden. Zeer lokale bestemmingen gebeuren met witte borden met zwarte letters. De Bosnische bewegwijzering toont overeenkomsten met die in Servië en Montenegro.

In het gehele land zijn alle nieuwe wegwijzers in 2 schriften: Het Latijnse schrift en het cyrillische schrift. In de (Moslim-Kroatische) Federatie staat de bestemming eerst in het Latijnse schrift en het cyrillische schrift daaronder, in de Republika Srpska is dat precies andersom.

Wegnummering

Bosnië-Herzegovina gebruikt samen met buurland Montenegro nog de oude Joegoslavische wegnummering. Sommige nummers veranderen aan de andere zijde van de grens dus niet. Het huidige systeem is omstreeks 1980 geïntroduceerd, destijds met lettersuffixes. Omstreeks 1985 is het fractionele systeem ingevoerd, de M2b werd bijvoorbeeld de M2.2. De wegnummering kent dus ook fracties, waarbij aftakkingen met een punt en cijfersuffix worden aangegeven. M-nummers werden voorheen met een koppelstreepje aangegeven, maar recenter worden deze achterwege gelaten. De M-wegen zijn de belangrijke doorgaande wegen van het land. Er zijn ook regionale wegen, die vrijwel nooit op kaarten worden aangegeven en sporadisch bewegwijzerd worden. In Bosnië-Herzegovina loopt de serie R4xx, van de zone 4 van het oude Joegoslavische systeem. Omstreeks 2005 zijn A-nummers ingevoerd voor autosnelwegen. Momenteel is alleen de A1 in gebruik. Het snelwegdeel van de M16 ten noorden van Banja Luka heeft voor zover bekend geen A-nummer, maar wel een E-nummer.

Er ligt sinds 20 maart 2014 een besluit om de wegen in de Federatie te hercategoriseren en te hernummeren[2]. Deze wijzigingen zouden ingaan op 15 november 2014, maar op 13 november 2014 is bekendgemaakt dat de uitvoering van het besluit uitgesteld werd tot 15 maart 2018.[3] Na 15 maart 2018 echter hebben er geen overdrachten of hernummeringen meer plaatsgevonden, het is vooralsnog onbekend wanneer dat wel gaat gebeuren.

In het bedrijfsplan van de wegbeheerder voor snelweg JPAutoceste voor 2016 zijn enkele A- en B-nummers toegewezen aan geplande autoceste en brze ceste:

  • A1 Kroatië - Šamac - Doboj - Žepče - Zenica - Kakanj - Sarajevo - Konjic - Mostar - Kroatië
  • A2 Kroatië - Orašje - Brčko - Tuzla
  • A3 Žepče - Tuzla
  • A4 Čapljina - Trebinje - Montenegro
  • B1 Bihać - Jajce - Travnik - Lašva
  • B2 Donji Vakuf - Bugojnu - Livno - Kroatië
  • B3 Kroatië - Posušje - Široki Brijeg - Mostar
  • B4 Sarajevo - Goražde - Montenegro

Maximumsnelheden

wegtype Vmax
Znak d42.svg 60 km.svg
Znak d43.svg 80 km.svg
Znak D7.svg 100 km.svg
Znak D9.svg 130 km.svg

Externe links

Referenties

Wegen van Europa

AlbaniëAndorraArmeniëAzerbeidzjanBelgiëBosnië-HerzegovinaBulgarijeCyprusDenemarkenDuitslandEstlandFinlandFrankrijkGeorgiëGriekenlandHongarijeIerlandIJslandItaliëKazachstanKosovoKroatiëLetlandLiechtensteinLitouwenLuxemburgMacedoniëMaltaMoldaviëMonacoMontenegroNederlandNoorwegenOekraïneOostenrijkPolenPortugalRoemeniëRuslandSan MarinoServiëSloveniëSlowakijeSpanjeTsjechiëTurkijeVaticaanstadVerenigd KoninkrijkWit-RuslandZwedenZwitserland

in cursief landen die deels in Europa liggen of met Europa geassocieerd worden