Brandstofaccijns in de Verenigde Staten

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De brandstofaccijns in de Verenigde Staten is een vorm van belasting op brandstoffen. Voor diesel en benzine zijn aparte tarieven vastgesteld.

Belastingstructuur

Versimpeld zijn de brandstofaccijnzen samengesteld uit twee componenten; een federale brandstofaccijns, en een accijns die geheven wordt per staat, en ook per staat kan verschillen. In deze staatsaccijns zitten vaak ook andere heffingen zoals btw (sales tax). De gemiddelde benzineaccijns die geheven wordt door de staat is 31,2 cent per gallon, plus 18,4 cent per gallon federale accijns. Dit maakt in totaal 49,6 cent per gallon, oftewel € 0,11 per liter. De dieselaccijns is wat hoger, met 29,6 cent per gallon aan staatsaccijnzen en 24,4 cent per gallon federale accijns. Dit maakt in totaal 54,0 cent accijns per gallon, of € 0,12 per liter. Het verschil tussen diesel en benzine is in recente jaren kleiner geworden.

Belastingen per staat

De eerste staatsaccijns op brandstof werd in februari 1919 in Oregon ingevoerd. Dit was 1 cent per gallon. In de tien jaar daarna voerden geleidelijk alle staten een brandstofaccijns in. In 1939 was de gemiddelde belasting 3,8 cent per gallon. Enkele staten kennen momenteel geen btw (sales tax).

Onderstaande tabel geeft de benzineaccijnzen weer voor een aantal staten in dollarcenten per gallon.[1] Een U.S. gallon is 3,785 liter.

Gas tax chart.png
Gas tax map.png

De belastingen zijn doorgaans het hoogst aan de westkust en het noordoosten van de Verenigde Staten. Alhoewel de belasting in Alaska het laagst is, zijn hier de brandstofprijzen het hoogst vanwege de hoge transportkosten. In Alaska is de brandstofprijs doorgaans 20 - 30% hoger dan de hoogste brandstofprijzen in de overige staten.

Highway Trust Fund

Het federale component van de 'gas tax' komt deels terecht in het Highway Trust Fund, dat in 1956 werd gecreëerd om het Interstate Highway systeem van aan te leggen. Het fonds heeft 3 delen; de 'Highway Account', de 'Mass Transit Account' en het 'Leaking Underground Storage Tank Trust Fund'. Tot 1983 gingen alle inkomsten van de brandstofaccijns naar wegen, sinds 1983 gaat 1 cent naar het Mass Transit Account en 8 cent naar de Highway Account. In 1990 werd de brandstofaccijns met 5 cent verhoogd, waarvan 2,5 cent naar het Highway Fund en 2,5 cent naar het algemene federale begrotingstekort ging. In 1993 ging de brandstofaccijns met 4,4 cent omhoog, waarbij alle extra inkomsten naar het dekken van het begrotingstekort gingen, wat echter in 1997 werd gecorrigeerd naar het Highway Trust Fund.

Het Highway Trust Fund voorziet niet meer in de financiële behoefte van verkeersprojecten. Sinds 2008 heeft het Highway Trust Fund een tekort, en moet het aangevuld worden vanuit het algemene federale budget. In 2014 dreigde een acuut tekort aan financiering voor federale verkeersprojecten, waarna het fonds tijdelijk is aangevuld. Een structurele oplossing voor het Highway Trust Fund is er echter nog niet. De brandstofaccijns is al sinds 1993 niet meer verhoogd of aangepast op inflatie, waardoor het een belangrijk deel van de koopkracht is verloren. Het tekort in 2008 leek tijdelijk door de recessie en verminderde brandstofverbruik, maar blijkt sinds 2010 structureel door inflatie en een lager brandstofverbruik van voertuigen.

Vergelijking met Europa

In vergelijking met Europa zijn de brandstofbelastingen bijzonder laag, doch niet gesubsidieerd, zoals in sommige Aziatische landen voorkomt. In Venezuela is de literprijs het laagste van de wereld, met ongeveer € 0,02 per liter in 2008. In de Verenigde Staten gelden doorgaans ook lagere btw-tarieven dan in Europa, waar 15 - 25% gangbaar is. In de Verenigde Staten ligt dit vaak rond de 7% of is soms niet eens aanwezig.

De brandstofaccijns plus belastingen in de Verenigde Staten ligt tussen de 4,8 en 11,4 eurocent per liter. In Nederland ligt dit 10 tot 20 keer zo hoog, met in september 2008 102,4 eurocent per liter. In de Verenigde Staten gaat zo'n 60% van de belastinginkomsten naar de aanleg en onderhoud van het wegennet. 40% gaat naar andere doeleinden. [2]

Olieprijsstijgingen zijn in de Verenigde Staten veel sneller merkbaar in de brandstofprijzen. Bij de olieprijsstijgingen in 2007 en 2008 zijn de brandstofprijzen in de Verenigde Staten verdubbeld. In Europa was dat niet het geval omdat in Europese landen veel meer belasting wordt geheven, en de brandstofprijs procentueel minder stijgt dan in de Verenigde Staten.

Recente ontwikkelingen

In recente jaren is de federale component van de brandstofaccijns constant gebleven. Op lokaal niveau zijn er belastingverhogingen doorgevoerd, maar het verhogen van de brandstofaccijns is uitermate impopulair onder het Amerikaanse publiek en wordt als politieke zelfmoord gezien. Dit heeft echter wel tot gevolg dat de belastinginkomsten de afgelopen 20 jaar nauwelijks zijn toegenomen, waardoor de brandstofaccijns alleen niet voldoende geld opbrengt om aan de mobiliteitsbehoeften te voldoen (wegenprojecten). Zelfs regulier onderhoud is lastig uit te voeren vanwege het gebrek aan geld. Daarnaast bestaat de publieke perceptie dat het geld dat vanuit de brandstofaccijns gegenereerd wordt, niet effectief besteedt wordt. Een peiling uit december 2011 liet zien dat 58% van de Amerikanen liever nieuwe tolwegen ziet dan een hogere brandstofaccijns (28%).[3] In recente jaren is er dan ook een scherpe toename van het aantal nieuwe tolfaciliteiten te zien. Dit zijn voornamelijk nieuwe routes binnen de stedelijke gebieden, voornamelijk in de voorsteden. Nieuwe lange-afstandstolwegen zijn nog niet gebouwd. Wel is het gangbaar om tolstroken (managed lanes) toe te passen bij wegverbredingen.

Per 1 november 2016 is de brandstofaccijns in de staat New Jersey significant verhoogd.[4] New Jersey was altijd de op één na goedkoopste staat van het land aangezien de accijns sinds 1988 niet meer was verhoogd, maar was na de verhoging in 2016 de op vijf na duurste staat geworden. Met de hogere brandstofaccijns moet er meer geld komen voor transportinfrastructuur, maar door de verhoging valt ook het tanktoerisme grotendeels weg, wat negatief is voor de belastinginkomsten.

Toekomst

Er zijn wensen om de gas tax te vervangen door de vehicle miles traveled tax, een soort kilometerheffing. Dit wordt momenteel vooral op staatsniveau uitgewerkt in Oregon en Washington.

Referenties