Denemarken

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Flag of Denmark.svg
Danmark
Denemarken.png
Hoofdstad København
Oppervlakte 43.098 km²
Inwonertal 5.627.000
Lengte wegennet 73.197 km
Lengte snelwegennet 1.239 km[1]
Eerste snelweg 1956
Benaming snelweg Motorvej
Verkeer rijdt rechts
Nummerplaatcode DK

Denemarken is een land in Noord-Europa. Het land telt 5,6 miljoen inwoners en de hoofdstad is København (Kopenhagen). Het land is ongeveer 15% groter dan Nederland. Denemarken wordt vaak als onderdeel van Scandinavië beschouwd.

Inleiding

Geografie

De Grote Beltbrug (E20) tussen Sjælland en Fyn.

Denemarken bestaat uit het grote schiereiland Jylland (Jutland), en de grotere eilanden Sjælland (Zeeland), Fyn (Funen), en Vendsyssel. Kleinere eilanden zijn Lolland, Falster, Langeland en Bornholm, dit laatste eiland ligt 150 kilometer ten oosten van de rest van Denemarken in de Baltische Zee. Het land wordt gekenmerkt door een lange kustlijn, het heeft alleen een landsgrens met Duitsland, alhoewel de afstand tot Zweden niet meer dan een paar kilometer bedraagt over de Øresund. Ten westen van Denemarken ligt de Noordzee, naar het noorden ligt het Skagerrak en naar het oosten het Kattegat. Het Skagerrak scheidt Denemarken van Noorwegen, de afstand tussen beide landen bedraagt minimaal 115 kilometer. Langs de zuidwestkust van Jutland liggen ook de noordelijkste Waddeneilanden. De Storebælt (Grote Belt) scheidt Sjælland van Fyn en de Lillebælt (Kleine Belt) scheidt Fyn van Jylland. De Femern Bælt (Fehmarnbelt) scheidt Denemarken van het Duitse eiland Fehmarn.

Denemarken is overwegend licht glooiend zonder grote hoogteverschillen. Het hoogste punt is de 171 meter hoge Møllehøj, de 147 meter hoge Himmelbjerg is echter bekender. Het landschap van Denemarken is door de glooiingen relatief afwisselend. Het landschap bestaat verder overwegend uit weilanden, met verspreid kleine bosgebieden. Grotere bosgebieden vindt men met name op het midden van Jylland (Jutland) en het noordoosten van Sjælland (Zeeland). Denemarken heeft geen rivieren van betekenis. Inhammen worden soms fjorden genoemd, maar hebben niet het karakter van de fjorden in Noorwegen. Het Limfjord scheidt Jylland (Jutland) met Vendsyssel. De zeestraat is zo nauw dat Vendsyssel vaak gewoon als onderdeel van Jylland wordt gezien. Wateren die ook als fjord worden aangeduidt zijn het Horsensfjord, Vejlefjord, Ringkøbingsfjord, Koldingfjord, Flensborgfjord, Isefjord en Roskildefjord. De kust van Denemarken bestaat gedeeltelijk uit zandstranden, met name langs de westkust ten noorden van Esbjerg en de kust ten zuiden van København (Kopenhagen).

Tot het Koninkrijk Denemarken behoren ook het veel grotere Groenland, dat 98 procent van de landoppervlak van het koninkrijk uitmaakt, en de Faeröer, een eilandengroep ten noorden van Scotland en ten westen van Noorwegen. Groenland en de Faeröer hebben grote mate van autonomie binnen het koninkrijk en vallen ook niet onder de Europese Unie.

Economie

Denemarken is één van de hoogstontwikkelde landen van de wereld, met een hoog inkomen en geringe inkomensverschillen. De economie bestaat hoofdzakelijk uit de dienstensector. De landbouw is prominent aanwezig in het Deense landschap, maar omvat maar een marginaal aandeel van de Deense economie. De industrie is nog een betrekkelijk belangrijke peiler, met name scheepsbouw, farmacie en de bouwsector. Bekende Deense merken en bedrijven zijn transportbedrijven Møller-Mærsk en DSV, facilitair bedrijf ISS, landbouwproducent Arla Foods, brouwerij Carlsberg, energiebedrijf DONG Energy, windturbinefabrikant Vestas en speelgoedfabrikant Lego.

Demografie

Denemarken is betrekkelijk dichtbevolkt, met name het oosten van Sjælland, de regio Hovedstaden (hoofdstad) rond København (Kopenhagen). Denemarken heeft daarnaast slechts enkele steden met meer dan 100.000 inwoners, zoals Aarhus, Odense en Aalborg. Van regionaal belang zijn Kolding, Roskilde, Randers, Esbjerg en Silkeborg. Er zijn 9 steden met meer dan 50.000 inwoners.

Ongeveer twaalf procent van de inwoners is een immigrant of afstammeling daarvan, 88 procent is etnisch Deens. De landstaal is het Deens, het Groenlands en Faeröers worden ook gesproken in de betreffende gebieden. Het Duits is een minderheidstaal in het zuiden van Jylland (Jutland). Het Deens lijkt qua schrijftaal veel op het Noors (bokmål) maar wijkt qua uitspraak meer af, vaak wordt gesteld dat Denen het Noors en Zweeds beter begrijpen dan dat Noren en Zweden het Deens begrijpen. Het Engels wordt wijdverspreid gesproken als tweede taal, ongeveer de helft van de Denen spreekt ook Duits.

Geschiedenis

Een Deense unie ontstond in de 8e eeuw als koninkrijk, en Deense monarchen bestuurden de Kalmarunie vanaf 1397, waaronder ook Zweden en Noorwegen vielen. Zweden scheidde zich in 1523 af, waarna Denemarken en Noorwegen nog eeuwenlang een unie vormden tot 1814. Vanuit deze unie erfde Denemarken Groenland en de Faeröer. Na het verdrag van Versailles in 1919 aan het einde van de Eerste Wereldoorlog kreeg Denemarken het noordelijk deel van Schleswig, dat opging in Jylland (Jutland). Denemarken was tussen 1940 en 1945 bezet door Nazi Duitsland, de bezetting van Denemarken wordt genoemd als één van de vredigste tijdens de Tweede Wereldoorlog, met een invasie die nauwelijks tegenstand ondervond en een slechts beperkt verzet tijdens de bezetting. Denemarken is niet bevrijd geweest door de geallieerden via een militaire campagne, de oorlog eindigde in Denemarken door de Duitse capitulatie. In 1945-1946 was het eiland Bornholm ongeveer een jaar lang door de Sovjetunie bezet. In 1948 kreeg de Faeröer zelfbestuur, gevolgd door Groenland in 1979. In 1949 was Denemarken één van de oprichters van de NAVO en in 1973 werd het lid van de voorganger van de Europese Unie.

Wegennet

Het huidige en in aanleg zijnde snelwegennet van Denemarken.

Denemarken heeft een dicht en goed ontwikkeld wegennet, met autosnelwegen (motorvejer) naar bijna alle regio's van het land, een dicht onderliggend wegennet en veelal redelijk goed ontwikkelde stedelijke wegennetten. Het Deense snelwegennet wordt vrij intensief bereden, maar echt hoge verkeersintensiteiten worden nergens behaald. Het onderliggend wegennet wordt op de meeste plekken relatief licht bereden, veel wegen van doorgaand belang zijn uitgevoerd als autosnelweg, alleen op Jylland (Jutland) zijn nog een aantal hoofdwegen tussen regionale stadjes waar geen snelweg parallel aan verloopt.

Het staatswegennet (statsvejnettet) bestaat uit 3.797 kilometer weg en bestaat uit de autosnelwegen en primaire wegen (primærruter). Het secundaire wegennet (sekundærruter) bestaat uit driecijferige wegnummers en vormen de secundaire verbindingen, ze verbinden dorpen met de hoofdwegen en autosnelwegen en dorpen onderling. Ze hebben meestal een beperkt belang voor doorgaand verkeer. De secundaire wegen zijn in het beheer van de gemeenten (kommunevej), maar zijn wel in een landelijk systeem genummerd.

Het onderliggend wegennet is goed ontwikkeld en rustig, behalve op toeristische routes. In de Deense steden zijn veel fietspaden, met name in København, maar op het platteland moeten fietsers het vaak doen met een smalle strook van 30 - 50 centimeter naast de kantmarkering van de hoofdweg. Vrijliggende fietspaden zijn er weinig. Desondanks heeft Denemarken wel het imago van een groot fietsland. Het aantal afgelegde kilometers per fiets groeit sinds 2000 echter maar langzaam.

Er zijn veel bruggen in Denemarken, vooral de grote bekende in de E20, maar ook kleinere bruggen in overige wegen. Het snelwegennet is redelijk bereden, maar buiten København zijn files een uitzondering. Ook in en rond København valt het nog wel mee met de vertragingen. De meeste snelwegen tellen 2x2 rijstroken, maar er zijn delen met 2x3 en een beperkt, maar groeiend aandeel van het Deense snelwegennet met 2x4 rijstroken. Tussen Køge en København liggen op de dubbelnummering van de E20, E47 en E55 zelfs 2x5 rijstroken. Het Deense wegennet is tolvrij, met uitzondering van de Grote Beltbrug tussen Fyn en Sjælland en de Øresundbrug tussen Denemarken en Zweden, beide gelegen in de E20. De tol is voor Nederlandse begrippen zeer fors. Qua reistijd en kosten is de route van Hamburg naar Zweden via de tolbruggen of de veerponten even snel en de kosten zijn vooral afhankelijk van de ticketprijzen van de veerdienst. Meestal is de route via de bruggen goedkoper, zeker in het hoogseizoen en zeker voor last-minute reizen.

Snelwegennet

Een samenvoeging in Denemarken.

Zie ook motorvej.

Er is sprake van een aantal hoofdassen als snelweg met de E20 als oost-westverbinding, de E45 als noord-zuidverbinding in Jylland en de E47 en E55 als noord-zuidverbinding over Lolland, Falster en Sjælland langs København. Dit is de Deense "H". In het noorden van Jylland maken de E39 en E45 samen de Jyllandse "Y". Daarnaast is er nog een aantal regionale snelwegen, met name rondom København, maar ook de Primærrute 9 op Fyn van Odense naar Svendborg en enkele korte snelwegen in centraal Jylland rondom Herning en Aarhus.

Het verkeer op de Deense snelwegen neemt in recente jaren sterk toe, sterker dan in veel andere Europese landen. Tussen 2000 en 2014 nam het aantal afgelegde kilometers op de Deense snelwegen met 56% toe. Tussen 2003 en 2014 steeg het aantal afgelegde kilometers van 11,2 naar 15,7 miljard. De congestie in Denemarken is dankzij enkele verbredingsprojecten na 2010 beperkt gebleven, alhoewel sommige corridors redelijk druk zijn, met name de E20 over Fyn (Funen) en de E45 over het midden van Jylland (Jutland).

Autosnelwegen in Denemarken

E20-DK.svg E39-DK.svg E45-DK.svg E47-DK.svg E55-DK.svg

PRO3.svg PRO4.svg PRO5.svg

PR8.svg PR9.svg PR15.svg PR16.svg PR17.svg PR18.svg PR19.svg PR21.svg PR23.svg

SR201.svg SR501.svg SR502.svg

Midtjysk motorvej


Primærruter

Zie ook Primærrute.

De primærruter vormen het hoofdwegennet van Denemarken en ontsluiten de meeste grotere plaatsen. Op plekken waar geen autosnelwegen zijn vormen ze de doorgaande wegen. Primærruter kunnen echter ook de status van motorvej hebben, diverse primærruter zijn over een grotere afstand als autosnelweg uitgevoerd, zoals de primærrute 8 tussen Kliplev en Sønderborg, de primærrute 9 tussen Odense en Svendborg, de primærrute 15 tussen Herning en Aarhus, de primærrute 18 tussen Vejle en Holstebro en de primærrute 21 van København naar Holbæk.

De meeste primærruter die geen autosnelweg zijn hebben twee rijstroken en zijn in de regel gelijkvloers. Rondwegen zijn lang niet altijd aanwezig, verkeer moet vaak door de dorpen. Enkele primærruter hebben de status van motortrafikvej waar 90 of 100 km/h gereden mag worden. Zeer incidenteel zijn deze met 2+1 rijstroken uitgevoerd, maar 2+1 rijstroken is in Denemarken veel zeldzamer dan in Zweden. Het netwerk van primærruter is betrekkelijk dicht, zodat bijna alle plaatsen van enige omvang wel ontsloten worden door een dergelijke weg.

Primærruter in Denemarken

6891112131415161718192122232425262829303234353840414243444647525354555759


Sekundærrute

Zie ook Sekundærrute.

De secundaire wegen in Denemarken hebben een driecijferig nummer. De meeste zijn van maximaal regionaal belang, maar twee sekundærruter zijn ook uitgevoerd als motorvej. Veel ex-hoofdwegen zijn gedegradeerd tot sekundærruter parallel aan snelwegen. De sekundærruter zijn in het beheer van de gemeenten.

Knooppunten

Denemarken heeft een vrij groot aantal knooppunten. De meeste knooppunten hebben drie takken; incidenteel zijn het er vier. De trompetvorm en de half-ster zijn het meest gangbaar, evenals splitsingen. Klaverbladen zijn relatief zeldzaam. Er zijn geen volwaardige sterknooppunten of turbines.

Knooppunten in Denemarken

Århus-NordÅrhus-SydÅrhus-VestAvedøreBallerupBrøndbyFredericiaGladsaxeHerningHerning-SydHolbækIshøjKliplevKøge-VestKoldingKolding-VestKongens LyngbyOdenseRødovreSkærupTaastrupVallensbækVejleVendsyssel


Geschiedenis

zie ook lijst van wegopeningen in Denemarken.

Eerste aanzet

Zoals meer landen in Europa, begonnen ook in Denemarken vanaf de jaren '30 van de 20e eeuw ideeën te ontstaan voor een snelwegennet. Dit moest vooral het langeafstandverkeer vergemakkelijken. Van grootschalig forenzen naar het werk met de auto was destijds nog amper sprake. In 1936 werd een plan gepresenteerd door Deense en Zweedse ingenieursbedrijven om een landelijk snelwegennet in de vorm van een "h" aan te leggen. Dit komt goed overeen met het huidige snelwegennet, met uitzondering van de route naar Helsingør. De Tweede Wereldoorlog gooide echter roet in het eten. Hoewel Denemarken het minst van alle Europese landen werd getroffen door de Duitse bezetting en het oorlogsgeweld, werden geen snelwegen gebouwd. Wel werden plannen gesmeed om een spoorverbinding over de Fehmarnbelt te leggen met Duitse hulp. Hiervoor moest ook een snelweg van Rødbyhavn naar Sakskøbing op Lolland aangelegd worden. De aanleg van deze snelweg begon op 14 september 1941. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog waren de grondwerken min of meer voltooid.

Eerste snelwegen

In 1942 werd een plan opgesteld voor een snelweg van København richting Helsingør. De aanleg ging in 1946 van start maar kwam niet echt van de grond tot 1954. Hierbij werd ook het originele "h" plan aangepast naar een "H" met de tak naar Helsingør. Deze weg werd op 23 januari 1956 opengesteld als de eerste autosnelweg van Denemarken. De kruising van de Grote Belt (Deens: Store Bælt) verliep in eerste instantie via treinveerdiensten. In 1957 werd een autoveerdienst opengesteld, waarbij op zowel Fyn als Sjælland twee stukken snelweg werden opengesteld van de huidige E20.

Begin jaren '60 werden diverse kortere snelwegen opengesteld, met name rond de hoofdstad København. Het autobezit en -gebruik namen snel toe en snelwegen waren nodig om dit in goede banen te leiden. In 1963 opende 29 kilometer van de huidige E47 tussen Rødbyhavn en Sakskøbing. Dit was het eerste langere stuk autosnelweg buiten de hoofdstad København. Gedurende de jaren '60 kreeg de bypass van København vorm, evenals de snelweg tussen Køge en København. Buiten Sjælland werden echter nauwelijks snelwegen opengesteld.

Expansie

In 1970 werd de Limfjordstunnel bij Aalborg geopend, de eerste wegtunnel van Denemarken.

In 1970 werd de Kleine Beltbrug (Deens: Lillebæltsbro) opengesteld bij Fredericia. Tegelijkertijd werd een groot deel van de E20 aansluitend rond Kolding opengesteld; dit was de eerste langere snelweg buiten het eiland Sjælland. Tevens werd dat jaar de Limfjordtunnel geopend bij Aalborg. In de eerste helft van de jaren '70 werd de bypass van København gecompleteerd en werden delen van de E45 tussen Aarhus en Aalborg opengesteld. In 1974 opende het eerste deel van de E45 ten zuiden van Kolding, waarmee een aanzet werd gemaakt naar de eerste grensoverschrijdende snelweg, naar Duitsland. Deze snelweg was in 1978 voltooid op het Duitse grensgebied. Tevens werd gedurende de jaren '70 het grootste deel van de E20 opengesteld op Fyn en Sjælland. In 1980 opende de Vejlefjordbro over de Vejlefjord voor het verkeer, waardoor een belangrijke barrière wegviel voor het noord-zuidverkeer door Jylland.

Stagnatie

Vanaf 1982 raakte Denemarken in een diepe crisis, met als gevolg dat de snelwegbouw bijna stil kwam te liggen. Er kwamen twijfels of de geplande "H" wel ooit af zou komen. Toch waren er enkele significante wapenfeiten, zoals de laatste delen van de E45 tussen Flensburg en Kolding. Daarnaast werd een flink deel van de E47 opengesteld tussen Køge en Maribo, inclusief de Farøbruggen van Sjælland naar Falster via het eilandje Farø. Ook de E20 aan de zuidkant van København werd voltooid.

De stagnatie in de wegenbouw hield tot halverwege de jaren '90 aan, hoewel langzaam meer delen werden opengesteld. In 1993 opende de laatste schakel van de E20 op Sjælland, Falster en Lolland en in 1994 opende de bypass van Aarhus. Tevens werden begin jaren '90 de laatste delen van de E45 tussen Aarhus en Aalborg opengesteld. In 1998 opende de Grote Beltbrug (Deens: Storebæltsbro). Dit was het grootste publieke project ooit in Denemarken. De 18 kilometer lange verbinding over zee verbond eindelijk de twee delen van Denemarken.

Heropleving

De in 2011 verbrede Motorring 3 rond København.
De in 2014 verbrede E20 bij Middelfart op Fyn.

Vanaf eind jaren '90 leefde de snelwegbouw weer op, met name in de dunner bevolkte gebieden die geïsoleerd dreigden te raken ten opzichte van de rest van Denemarken. Tussen 2000 en 2004 werd de E39 opengesteld tussen Aalborg en Hirtshals. In diezelfde tijd werd de E45 aangelegd van Aalborg naar Frederikshavn. Deze projecten vormen de zogenaamde Noord-Jyllandse "Y". Tevens werd begin jaren 2000 een begin gemaakt met een snelwegennet in centraal Jylland, dat voornamelijk samenkomt rond de stad Herning. Dit betreft voornamelijk de Primærrute 15 en 18. Ook werd gedurende de eerste decade van de jaren 2000 de Primærrute 9 van Odense naar Svendborg opengesteld voor het verkeer. In 2000 opende de Øresundbrug tussen Denemarken en Zweden. Sindsdien is het mogelijk ononderbroken over snelwegen naar Zweden te reizen. In 2016 opende één van de meest omstreden stukken snelweg, de primærrute 15 rond Silkeborg.

Toekomst

Zie ook Lijst van wegenprojecten in Denemarken.

De huidige snelwegbouw focust zich voornamelijk op regionale ontwikkeling in centraal Jylland. De 18 wordt voltooid van Herning naar Holstebro. Tevens worden afwegingen gemaakt tussen het verbreden van de E45 tussen Kolding en Aarhus en de bouw van een nieuwe noord-zuidsnelweg van Kolding naar Randers, die een ruimere bypass van Aarhus moet vormen. Ook zijn er ideeën voor een westelijke rondweg van Aalborg, die de afhankelijkheid van de Limfjordtunnel moet verkleinen.

In de regio København wordt sinds de jaren 2000 weer geïnvesteerd in het wegennet, met name door het bestaande snelwegennet te verbreden. De intensiteiten in de hoofdstadregio zijn vrij stabiel door de beperkte bevolkingsgroei, waardoor een wegverbreding een goede langetermijnoplossing is. Inmiddels is de E20 van Køge naar København verbreed naar 2x4 en 2x5 rijstroken en de bypass van København, de E47 en E55, naar 2x3 rijstroken. Tevens is de Primærrute 21 tussen København en Roskilde verbreed naar 2x3 en 2x4 rijstroken. Een ander project is de Frederikssundmotorvej, een nieuwe snelweg van København naar het noordwesten, samen met de bouw van de Motorring 5, die buiten alle voorsteden om moet lopen. Tevens is bij Frederikssund een tolbrug gepland over de Roskildefjord, waarover een nieuwe motortrafikvej met 2x2 rijstroken zal gaan lopen.

Een groot infrastructuurproject is in eerste plaats de Fehmarnbelttunnel in de E47, die Duitsland met Denemarken moet verbinden. Deze tunnel moet in 2020 in aanleg gaan en in 2028 voltooid zijn. Dit verkort de afstand over de weg naar København aanzienlijk en hierdoor wordt men minder afhankelijk van de veerdiensten. Daarnaast zijn er visies voor een brug van Sjælland naar Jylland tussen Sjællands Odde en Ebeltoft, een afstand van 38 kilometer. Een dergelijke brug moet de reis van København naar Aarhus en met name Aalborg aanzienlijk verkorten. Ook een tweede brug naar Zweden, tussen Helsingør en Helsingborg, is nog niet helemaal uit de plannen verdwenen, maar het is niet waarschijnlijk dat deze op korte termijn aangelegd zullen worden.

Grote oeververbindingen

Grote oeververbindingen in Denemarken

FarøbruggenFehmarnbelttunnelGrote BeltbrugGuldborgsundtunnelHelsingørbrugKattegatbrugKleine BeltbrugKronprinsesse Marys BroLimfjordtunnelØresundbrugOude Kleine BeltbrugRostock-GedserbrugStorstrømbrugTweede Kleine Beltbrug


2+1 wegen

In tegenstelling tot buurlanden Duitsland en Zweden zijn in Denemarken niet op grote schaal 2+1 wegen aangelegd, dat zijn wegen met inhaalstroken. In situaties met intensiteiten van circa 15.000 voertuigen per dag wordt vaker gekozen voor de aanleg van een volwaardige motorvej. 2+1 wegen zijn sporadisch toegepast als rondwegen, er zijn nauwelijks langere trajecten met 2+1 rijstroken. Deze hebben vaak de status van motortrafikvej, waar oorspronkelijk 90 km/h gereden mocht worden. In 2016 is voor het eerst een maximumsnelheid van 100 km/h geïntroduceerd op de primærrute 21 tussen Holbæk en Vig, dit was op dat moment ook het enige langere traject met 2+1 rijstroken in Denemarken.

2-1 wegen

In Denemarken wordt sinds de jaren 2000 geëxperimenteerd met het '2 minus 1' concept, geschreven als 2÷1 of 2-1. Het wegtype wordt daar toegepast in kleine dorpen, in schoolzones en op het platteland. In tegenstelling tot de erftoegangsweg in Nederland is er geen integraal netwerk van dergelijke wegen, maar wordt maatwerk toegepast, ze variëren in lengte van 150 meter tot circa 2 kilometer. De maximumsnelheid varieert van 40 tot 60 km/h. In 2003 zijn de eerste van deze wegen toegepast en in 2012 is het concept geëvalueerd.[2] Op dat moment was het nog niet wijdverspreid geïmplementeerd, maar vanaf 2016 werd het vaker toegepast en is een mediacampagne gestart door Vejdirektoratet.

Wegbeheer

In Denemarken zijn drie typen wegbeheerders, de staat (via Vejdirektoratet), de gemeenten (kommunevejer) en private ondernemingen, in dit geval Øresundsbro Konsortiet en Sund&Bælt, voor respectievelijk de Øresundbrug/Drogdentunnel en de Grote Beltbrug.

Statistieken

Stand: 01-01-2016

Lengte van het wegennet

wegtype km
openbare wegen 74.497 km
staatswegen 3.801 km
private wegen 41 km
Europese wegen 945 km
Primærruter 3.252 km
Sekundærruter 5.904 km

Verdeling staatswegen naar wegtype

wegtype km
motorvej 1.229 km
motortrafikvej 320 km
overige staatswegen 2.293 km

Verdeling gemeentelijke wegen naar wegtype

wegtype km
motorvej 8 km
motortrafikvej 57 km
overige gemeentelijke wegen 70.589 km

Maximumsnelheid

wegtype Vmax
Znak d42.svg 50 km.svg
Znak d43.svg 80 km.svg
Znak D7.svg 90 km.svg
Znak D9.svg 130 km.svg

In Denemarken geldt 50 km/uur in de bebouwde kom, 80 km/uur daarbuiten en 130 km/uur op autosnelwegen. Op een motortrafikvej mag 90 km/h, soms 100 km/h gereden worden. Voor vrachtwagens geldt 70 km/uur buiten de bebouwde kom en 80 km/h op de autosnelweg.

In april 2004 is de algemene maximumsnelheid op autosnelwegen verhoogd van 110 naar 130 km/uur. Het aantal verkeersdoden daalde hierna met 25%. Er zijn geen trajectcontroles in Denemarken, en ook snelheidscontroles zijn niet heel frequent, het aantal vaste flitspalen langs autosnelwegen is zeer beperkt. Sinds 1 juli 2016 geldt voor auto's met een aanhanger een maximumsnelheid van 100 km/h op autosnelwegen.[3][4] In 2017 werden plannen gepresenteerd om op autosnelwegen de maximumsnelheid te verhogen van 110 naar 120 km/h.[5] Toen in 2004 de algemene maximumsnelheid werd verhoogd van 110 naar 130 km/h bleven relatief lange trajecten rond agglomeraties begrensd op 110 km/h. Het is de wens om op deze trajecten deels de maximumsnelheid te verhogen.

De Deense overheid voert sinds 2011 proeven uit om 90 km/uur buiten de bebouwde kom toe te staan.[6] Op 18 trajecten is tussen 2011 en 2016 een maximumsnelheid van 90 km/h getest In februari 2014 bleek uit deze proeven dat de verkeersveiligheid met de hogere maximumsnelheid verbetert omdat er minder ingehaald werd en er minder excessief te hard werd gereden. De V85 daalde zelfs met 1 km/h. De gereden snelheden zijn meer uniform.[7][8] In 2015 ontstond een ruime parlementaire meerderheid om de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom te verhogen naar 90 km/h.[9]

Bewegwijzering

Knooppunt Århus-Vest.

Zie ook Bewegwijzering in Denemarken.

De bewegwijzering op snelwegen bestaat uit groene borden met witte letters. Het aantal portaalborden is meestal beperkt tot belangrijke afritten en knooppunten. Daarbuiten worden meestal stapelborden gebruikt. Afritborden zijn in het blauw, met witte letters. Het afritnummer bestaat uit een witte uitgerekte zeshoek met het nummer in rode cijfers. Bij elke afrit staat de afstand tot de volgende afrit aangegeven, met de afstand tot de volgende grote stad. In veel gevallen staat er maar één doorgaand doel aangegeven, totdat men dat doel bereikt, waarna het volgende doel erbij komt. Windrichtingen worden afgekort tot één letter. Syd (Zuid) wordt dan S, bijvoorbeeld "Horsens S". Bij afritborden wordt het hoofddoel in grotere letters aangegeven dan de minder belangrijke doelen.

Afritten worden 1.000 meter van tevoren aangekondigd met de naam van de afrit. Op het 500-meter-bord volgen meerdere doelen en de wegnummers en dit wordt herhaald bij de afrit zelf. Op de bewegwijzering worden voor de snelwegen alleen E-nummers gebruikt, met uitzondering van snelwegen die geen E-nummer hebben. In dat geval staat het wegnummer met zwarte cijfers in een geel kader. Er worden enkele afwijkende tekens gebruikt die we in Nederland niet kennen, zoals de æ en ø. Afritten hebben geen lange uitvoegstrook zoals in Nederland, maar voegen in één beweging uit met een lange afrit zelf. Opritten hebben dit ook, vergezeld van een wit bord met een omgekeerde rode "Y", wat betekent dat zowel invoegend als al op de hoofdrijbaan rijdend verkeer geen voorrang heeft, maar dat men dit wederzijds moet oplossen.[10][11]

Op het onderliggend wegennet hebben autowegen blauwe borden, maar de meeste wegen hebben witte borden met rode letters, wat redelijk uniek is in Europa. Op de achterkant van borden worden vaak afstanden aangegeven voor de tegenrichting. Er zijn relatief weinig portaalborden op het onderliggend wegennet. Enkele autowegen zijn gedeeltelijk ongelijkvloers.

Wegnummering

Er is geen aparte nummering voor autosnelwegen (motorvejer). De belangrijke snelwegen hebben een E-nummer (Europavej), maar een toenemend aantal snelwegen heeft een nummer van een primaire route (primærrute). Enkele korte snelwegen rond Aarhus, Herning en København hebben het nummer van een secundaire route (sekundærrute).

E-nummers worden aangegeven in een groen kader met een witte rand en witte letters. Primærruter, de 1 en 2-cijferige nummers, worden aangegeven in een geel kader met een dunne zwarte rand en zwarte cijfers. Sekundærruter, de 3-cijferige wegnummers, worden aangegeven in een wit kader met een dunne zwarte rand en zwarte cijfers. De primær- en sekundærrutes hebben geen bewegwijzerde prefix. In de schrijftaal wordt soms 'PR' en 'SR' gebruikt, of kortweg 'rute x'. De hoofdwegen lopen overal in het land; de 3-cijferige sekundærruter zijn enigszins gezoneerd.

Administratieve nummering

Zie lijst van administratieve nummers in Denemarken voor het hoofdonderwerp.

Naast deze routenummering op de bewegwijzering hebben alle doorgaande wegen ook een administratief wegnummer. Dit nummeringssysteem komt vrijwel nergens overeen met de wegnummers op de wegwijzers. De nummers worden echter wel gebruikt op de hectometerplaatjes die op de reflectorpaaltjes langs de weg te vinden zijn. Autosnelwegen hebben in het administratieve nummeringssysteem de prefix M van 'motorvej', overige wegen de prefix V van 'vej'.

Autobelastingen

Belastingen (Deens: Skat) op het bezit en gebruik van een personenauto wordt op diverse manieren geheven. Er zijn een registratiebelasting bij het op Deens kenteken zetten van een voertuig, een wegenbelasting naar rato van brandstofverbruik en een accijns op brandstof. Daarnaast is er een algemene btw. Deze bedraagt 25% in Denemarken.

Registratiebelasting

Bij het op kenteken zetten van een voertuig in Denemarken moet een registratiebelasting (Deens: Registreringsafgift) betaald worden[12]. Deze is vergelijkbaar met de BPM in Nederland. Dit systeem is complex en bestaat uit een serie optellingen en aftrekposten. De Registreringsafgift verschilt dus per type voertuig. Eerst moet de btw bij de cataloguswaarde opgeteld worden. Daarna wordt een registreringsbelasting van 180% geheven. Hierna zijn er weer aftrekposten. Over het algemeen geldt dat de waarde van het voertuig inclusief btw meer dan verdubbeld wordt. Een personenauto van 100.000 DKK (inclusief btw) kost uiteindelijk 220.000 DKK. De Deense registratiebelasting is de hoogste van Europa en na Singapore de hoogste ter wereld. In Denemarken wordt belasting over belasting geheven, daar de registratiebelasting over het totaalbedrag van het voertuig valt, dus er wordt registreringsbelasting over de 25% btw geheven.

De hoge belastingdruk op de aanschaf van een auto heeft geleid tot een hoge gemiddelde leeftijd van het wagenpark, die 9,3 jaar bedroeg in 2012[13] ondanks het hoge gemiddelde inkomen in Denemarken. In Duitsland was dat toen 8,5 jaar.[14] en in Nederland 8,6 jaar.[15]

Wegenbelasting

De wegenbelasting wordt voor voertuigen met een registratiedatum van na 1997 betaald naar mate van het brandstofverbruik. Daarvoor werd de wegenbelasting betaald naar het gewicht van een voertuig. Dit heet een Ejerafgift (bezitsbelasting). Er wordt onderscheid gemaakt tussen benzine- en dieselvoertuigen. Per brandstofverbruiksklasse geldt een tarief per half jaar.[16]. Zo betaalt een bezitter van een benzineauto die 1 op 12 rijdt ongeveer 2.000 DKK per halfjaar. Dit komt neer op ongeveer € 540 per jaar. Een bezitter van een dieselauto die 1 op 18 rijdt, betaalt ongeveer 1.930 DKK per halfjaar. Dit komt neer op ongeveer € 520 per jaar. Voertuigen zonder roetfilter betalen sinds 2010 1.000 DKK extra per jaar (€ 135).

Brandstofaccijns

In Denemarken betaalt men 4 typen belasting over brandstof, namelijk de energiafgift (accijns), CO2-afgift (CO2-tax), NoX-afgift (NOx-tax) en btw (25%). Ongeveer 55% van de brandstofprijs bestaat uit belastingen.[17]

De energiafgift in 2014 was 406 øre per liter loodvrije benzine, 261 øre per liter diesel en 189 øre per liter autogas.[18] De overige accijnzen zijn kleine belastingen.

Tol

Zie ook Tolwegen in Denemarken.

In Denemarken zijn de wegen tolvrij, met uitzondering van de Grote Beltbrug van Fyn naar Sjælland en de Øresundbrug naar Zweden. De toltarieven hiervoor zijn zeer fors, maar zijn ook aftrekposten voor Deense burgers.

Vergelijking met Nederland

In vergelijking met Nederland is het aanschaffen van een voertuig in Denemarken aanzienlijk duurder, maar het gebruik is minder duur. De wegenbelasting is over het algemeen de helft lager per jaar, met name voor dieselvoertuigen. Ook de brandstofaccijns is in Denemarken wat lager. Dit scheelt ongeveer € 0,16 per liter benzine. Het verschil met diesel is kleiner. Men moet er overigens rekening mee houden dat de belastingen in Denemarken in het algemeen tot de hoogste ter wereld horen, maar het inkomen hier ook op aangepast is. Het gemiddelde maandloon in Denemarken bedroeg in 2013 38.100 DKK, of circa € 5.100.[19]

Modal split

type reizigerskm[20] aandeel
auto 61,8 mld 78,9%
OV 13,5 mld 17,2%
fiets 3,1 mld 3,9%

Verkeersveiligheid

jaar verkeersdoden
2010 255
2011 220
2012 167
2013 191
2014 183
2015 178
2016 211

In 2010 vielen 48 verkeersdoden per 1 miljoen inwoners in Denemarken, een daling van 39% ten opzichte van het jaar 2001. Het land behoort hiermee tot de veiliger landen van de Europese Unie.[21] In 2015 vielen 31 verkeersdoden per 1 miljoen inwoners, waarmee Denemarken tot de top 5 veiligste landen van de Europese Unie behoort.[22]

Verkeersveiligheid is in Denemarken een belangrijk speerpunt van het mobiliteitsbeleid. In steden is uitgebreide infrastructuur voor fietsers aanwezig. De sterkste groei van het verkeer is ook op de autosnelwegen, die veruit het veiligste wegtype zijn. Een dodelijk verkeersongeval komt in Denemarken vaak in de landelijke media.

Zie ook

Referenties

  1. stand 01-01-2017
  2. 2 minus 1 veje | vejregler.lovportaler.dk
  3. Regeringen vil lade campingvogne køre 100 km/t | jyllands-posten.dk
  4. Mere fart på trailere og campingvogne | trm.dk
  5. Fornuftige fartgrænser til gavn for trafiksikkerheden | trm.dk
  6. Danmark i balance p18 (Deens)
  7. Højere fartgrænser giver mere trafiksikre landeveje | jyllands-posten.dk
  8. Gode erfaringer med 90 km/t på udvalgte landeveje | vejdirektoratet.dk
  9. Flertal vil hæve fartgrænsen på landeveje | dr.dk
  10. B 15 Sammenfletning | retsinformation.dk
  11. Bekendtgørelse af færdselsloven § 18. Stk. 3. & Stk. 4. | retsinformation.dk
  12. Wettekst Registreringsafgift
  13. BIL8: Stock of vehicles per 1 January by type of vehicle and age | statbank.dk
  14. Personenkraftwagen im Durchschnitt 8,5 Jahre alt | kba.de
  15. Meer gesloopt, wagenpark toch ouder | cbs.nl
  16. Overzicht belastingen (Deens)
  17. Aktuelle benzin- og dieselpriser | shell.dk
  18. Bekendtgørelse af lov om energiafgift af mineralolieprodukter m.v.1) | retsinformation.dk
  19. SLON21: Earnings by occupation, sector, salary, salary earners, components and sex | statbank.dk
  20. Kørte persomkm efter transportmiddel 2000-2012 | vejdirektoratet.dk
  21. Verkeersveiligheid: aantal verkeersdoden EU met 11% gedaald in 2010 | europa.eu
  22. 10th Annual Road Safety Performance Index (PIN) Report | etsc.eu
Wegen van Europa

AlbaniëAndorraArmeniëAzerbeidzjanBelgiëBosnië-HerzegovinaBulgarijeCyprusDenemarkenDuitslandEstlandFinlandFrankrijkGeorgiëGriekenlandHongarijeIerlandIJslandItaliëKazachstanKosovoKroatiëLetlandLiechtensteinLitouwenLuxemburgMacedoniëMaltaMoldaviëMonacoMontenegroNederlandNoorwegenOekraïneOostenrijkPolenPortugalRoemeniëRuslandSan MarinoServiëSloveniëSlowakijeSpanjeTsjechiëTurkijeVaticaanstadVerenigd KoninkrijkWit-RuslandZwedenZwitserland

in cursief landen die deels in Europa liggen of met Europa geassocieerd worden