Detector

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Een detector bestaat in vele soorten en maten. Detectoren worden binnen de verkeersregeltechniek gebruikt bij verkeersregelinstallaties om diverse soorten verkeer te detecteren en hiermee informatie door te geven aan de verkeersregeling, die hierop zijn regeling aan kan passen. Behalve in VRI's worden detectoren ook gebruikt voor onder andere TDI's, doseerinstallaties (pollers), spoorwegovergangen, slagbomen, en dergelijke.

Soorten detectoren

Lusdetector

Detectielussen in de A50.

De bekendste detector is de lusdetector, ook wel inductielus genoemd. Vaak wordt in de spreektaal voor de term detectielus bijna altijd de inductielus bedoeld, hoewel er - zoals hieronder is te zien - veel meer detectoren bestaan dan men denkt.

De lusdetector bestaat uit een lus van koperdraad die in het wegdek is aangelegd. De lus heeft één of meer windingen die wordt gevoed met een wisselstroom, zodat een magnetisch veld met een bepaalde frequentie ontstaat. De lus wordt onder het wegdek aangebracht wanneer er klinkers of tegels aanwezig zijn, bij een asfaltverharding wordt een sleuf gefreesd waarin de windingen van de lus worden aangebracht. In enkele gevallen ligt de lus zelfs onder het asfalt, in de tweede laag. De bovenste laag mag dan niet te dik zijn om verstoringen te voorkomen.

Wanneer er verkeer over de lus rijdt dat materialen bevat dat van metaal is, dan wordt het magnetisch veld verstemd. Dit werkt dus niet bij voetgangers of bij aluminiumfietsen, maar wel als men schoenen met stalen neuzen heeft. De verstemming geeft het verstoorde signaal door aan een elektronische schakeling die op zijn beurt een uitgangssignaal creëert voor de software van de verkeersregelinstallatie, ook wel de verkeersregeling genoemd.

Radardetector

De radardetector wordt vrij weinig gebruikt in de verkeersregeltechniek. Er bestaan twee soorten detectoren, de eerste is gebaseerd op het Dopplereffect. De tweede soort werkt zonder het Dopplereffect.

Een Dopplerradar zendt een continu signaal uit met een vaste frequentie. In de verkeershandhaving worden deze radars op grote schaal toegepast, onder meer voor de flitskasten en roodlichtcamera's langs de weg. Het signaal dat uitgezonden wordt, is afgestemd op 24 GHz. Wanneer een bewegend object in de richting van de radar beweegt of van de radar af beweegt dan zal het signaal weerkaatst worden waardoor de radar een andere frequentie waarneemt. Het is daarmee mogelijk om snelheid en richting te bepalen van het object.

De tweede soort radar zendt signalen uit met wisselde frequenties. Daarmee is het mogelijk om bewegende en stilstaande objecten waar te nemen, behalve fietsers en voetgangers.

Videodetector

Hierbij zijn één of meer videocamera's per kruispunttak gericht op het te detecteren verkeer. Door middel van software wordt binnen het detectiegebied een virtuele detectielus gedefinieerd. Soms kan ook een lijn worden gedefineerd waarmee geteld kan worden of wachtrijlengtes gemeten kunnen worden.

Het actuele beeld van de camera wordt vergeleken met een statische achtergrond, bij geen of kleine verschillen is er geen detectie, bij grote verschillen wel.

Aandachtspunten bij videodetectie zijn veranderingen van de statische achtergrond (verschil dag-nacht, sneeuwval). Daarnaast zorgen schaduw van voertuigen overdag en verlichting van voertuigen 's nachts wel eens voor valse detecties. De camera dient op een stabiele plaats te staan die ongevoelig is voor wind. De virtuele detectievelden dienen zodanig gekozen te worden dat afscherming door hoge voertuigen op de naastgelegen rijstrook niet mogelijk is.

Toepassingen van de videodetector zijn onder andere te vinden op enkele bruggen van de provincie Noord-Holland, waarmee zij de maximumgroentijd kan verlengen.

Infrarooddetector

De infrarooddetector wordt zelden toegepast in de verkeersregeltechniek. De detector zendt geen signalen uit maar kan alleen signalen ontvangen. Signalen die ontvangen kunnen worden zijn stilstaande of bewegende voertuigen en voetgangers. Dit komt door de straling die elk object tussen de 0 en 500 graden Celsius uitzendt. Sommigen infrarooddetectors kunnen ook bezettingsgraad, gemiddelde snelheid en voertuiglengte meten.

Selectieve detector

KAR

Korteafstandsradio of afgekort KAR is een draadloos systeem om prioriteit te kunnen verlenen in verkeersregelingen. Het wordt in veel verkeersregelingen toegepast voor lijnbussen, maar ook hulpdiensten kunnen gebruikmaken van deze techniek om prioriteitsverlening te krijgen. KAR werkt in tegenstelling tot traditionele systemen op basis van virtuele lussen waardoor er geen fysieke lussen in het wegdek benodigd zijn. KAR maakt het mogelijk om prioritering per lijnnummer of op stiptheid toe te passen.

VETAG / VECOM / SICS

  • SICS is ontwikkeld door Siemens en geeft het openbaar vervoer vrij baan in het drukke verkeer. SICS detecteert selectief bussen en trams maar bijvoorbeeld ook hulpdiensten. Het systeem is vergelijkbaar met het VETAG-systeem.

Opticom

Opticom is een systeem speciaal ontwikkeld voor hulpdiensten. Een door een zender uitgezonden infraroodlichtbundel wordt door een detector ontvangen en stuurt een verkeerslichtautomaat of afsluiting aan.

SONEM

Drukknop

Vanwege de beperking van lusdetectoren, die alleen metalen objecten kunnen detecteren, wordt er voor voetgangers en fietsers een drukknop toegepast. Voor fietsers is deze benodigd omdat sommige fietsen weinig of geen metaal bevatten en er soms niet bekend is waar fietsers zich precies zullen opstellen. Een combinatie van drukknop en detectielus voor fietsers komt veel voor, de drukknop wordt dan gebruikt voor uitsluitend het aanvragen van de groenfase, de lus voor zowel de groenaanvraag alsook het verlengen van de groenfase. Een goede drukknop bevestigt het indrukken door middel van een optisch signaal, en moderne drukknoppen geven door middel van achter elkaar oplichtende led's de wachttijd aan.

In het buitenland wordt het indrukken van de knop soms bevestigd met een geluidssignaal.

Microloop

De Microloop is een vrij onbekende detector in de wereld van de verkeerskunde. Deze werkt als volgt: Er wordt een sleuf op 60 centimeter onder het wegdek aangebracht. Hierin wordt een houder geschoven die op elke willekeurige plek onder de rijstrook geplaatst kan worden. In deze houder zit een sensor die de veranderingen in het aardmagnetischveld meet. Wanneer een voertuig passeert treedt een verandering op in het aardmagnetischveld en zet de sensor dit om in een inductieve spanning.

Voordelen van de Microloop:

  • niet zichtbaar in het wegdek
  • geen freeswerkzaamheden nodig, dus geen wegafzettingen benodigd (en daarmee ook geen verkeershinder) voor installatie en onderhoud
  • geen onderhoud nodig omdat de Microloop onder de grond zit, beschermd tegen weersinvloeden en slijtage
  • bij eventuele defecten kan de Microloop snel vervangen worden door een ander exemplaar itt lusdetectoren die veel tijd kosten om te herstellen
  • bij een andere rijstrookconfiguratie is het een kwestie van de Microloop wat verschuiven en/of nieuwe Microloops bijplaatsen bij uitbreiding van het aantal rijstroken

Gedragingen van detectoren

Bovengedrag

Elke in werking zijnde detector dient geschikt te zijn voor het detecteren van verkeer. Wanneer verkeer zich in de reikwijdte van het detectieveld van een bepaalde detector bevindt, zal deze bij juist functioneren een drempelwaarde overschrijden en daarmee een uitgangssignaal aansturen. Dit uitgangssignaal is weer een ingangssignaal in het verkeersregeltoestel en komt binnen op een zogenaamde klemmenstrook. Zolang het signaal "op" staat spreken we van bovengedrag.

Een detector die continu "op" staat, en een bepaalde maximale gedefinieerde tijdsduur overschrijdt om "op" te staan, wordt gezien als een defecte detector. Een defecte detector kan automatisch of handmatig uitgeschakeld worden om het defect tijdelijk te verhelpen totdat een technicus ter plaatse het defect fysiek heeft hersteld. Daarvoor is het benodigd dat automatisch of handmatig een storingsmelding wordt uitgezet bij het onderhoudsbedrijf.

Ondergedrag

Ondergedrag is het omgekeerde van bovengedrag. In feite is het niet-bezet zijn, het onbezet zijn, of het "uit" staan van een detector de gedraging ondergedrag, dus wanneer het ingangssignaal 0 (nul) is.

Een detector die continu "uit" staat, en een bepaalde maximale gedefinieerde tijdsduur overschrijdt om "uit" te staan, wordt gezien als een defecte detector. Een defecte detector kan automatisch of handmatig uitgeschakeld worden om het defect tijdelijk te verhelpen totdat een technicus ter plaatse het defect fysiek heeft hersteld. Daarvoor is het benodigd dat automatisch of handmatig een storingsmelding wordt uitgezet bij het onderhoudsbedrijf.

In andere talen

Lusdetector:

  • Vlaams: Voelspriet

Bronnen