Drijftunnel

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een render van een drijftunnel.

Een drijftunnel of drijvende tunnel is een technisch haalbare, maar nog nooit toegepaste type tunnel. Dit tunneltype drijft onder het waterniveau.

Kenmerken

Een drijvende tunnel lijkt wat op een pontonbrug, maar dan onder de waterspiegel. Dergelijke tunnels worden veelal 20 tot 50 meter beneden de waterspiegel gepland, diep genoeg om geen hinder voor de scheepvaart op te leveren, maar niet zo diep dat waterdruk problematisch wordt. Een drijvende tunnel wordt vooral gezien als oplossing voor vaste oeververbindingen waar een hangbrug of zeetunnel niet haalbaar is vanwege de lengte van de overspanning en de diepte van het water, zoals in fjorden of smalle zeestraten. In Noorwegen zijn dergelijke tunnels voorgesteld, maar nog niet gerealiseerd.

Techniek

Een drijftunnel werkt op drijfkracht (buoyancy). Een drijftunnel zal veelal met kabels aan de bodem en/of met drijvende pontons aan het wateroppervlak bevestigd worden om te voorkomen dat de tunnel wegdrijft en breekt. Onduidelijk is wat de effecten van sterke stromingen zijn. De techniek is al decennia bewezen en wordt in de offshore-industrie gebruikt. De tunnelsegmenten van een drijvende tunnel worden op dezelfde manier als afzinktunnels gemaakt, namelijk in een droogdok. Deze worden hier gebouwd en vervolgens naar de locatie verscheept en dan afgezonken. Technisch gezien is dit niet heel veel complexer dan reguliere afzinktunnels, maar een sterke stroming is wel een behindering.

Veiligheid

Aandachtspunten voor de veiligheid van drijftunnels zijn aanvaringen met schepen (met name als pontons gebruikt worden om de tunnel aan het wateroppervlak te bevestigen), aanvaringen met onderzeeboten, sterke stromingen, aardverschuivingen onder het wateroppervlak en seismische activiteit. In tegenstelling tot reguliere tunnels en bruggen zal het subjectieve onveiligheidsgevoel van dit tunneltype hoog zijn.

Mogelijke locaties

Drijftunnels zijn vooral een mogelijke oplossing voor diepe en brede fjorden en zeestraten (breder dan 1,5 kilometer en dieper dan 300 meter en vooral een combinatie daarvan). Bij een onderzeetunnel is vaak sprake van zeer lange hellingen en grote hellingspercentages. Met name in gebieden als Noorwegen waar de fjorden direct diep aflopen is een onderzeetunnel lastig vanwege het over korte afstand te overkomen hoogteverschil. Een drijftunnel lijkt daarom ook kansrijk in met name Noorwegen. Een drijftunnel is één van de opties die onderzocht is voor een vaste oeververbinding bij het Sognefjord. Een drijvende tunnel zal niet bij de monding van een fjord aangelegd kunnen worden vanwege de zeer sterke stroming die veelal op deze plekken voorkomt. Dit komt omdat de monding van een fjord beduidend minder diep is van het fjord zelf en er dus een sterke stroomsnelheid ontstaat. Daarnaast is de bodem op deze plekken minder stabiel voor verankering. Een drijftunnel is ook voorgesteld voor de Straat van Messina (tussen Calabria en Sicilia) en de Straat van Gibraltar tussen Spanje en Marokko.

Alternatieven

Een alternatief voor een drijftunnel is een drijvende brug, zo zijn drijvende tuibruggen en hangbruggen technisch haalbaar. Veel boorplatforms zijn volgens dit principe in gebruik. Bovendien is het subjectieve onveiligheidsgevoel van een drijvende brug geringer dan bij een drijvende tunnel, wat op meer steun van bevolking en politiek kan komen te staan.

In andere talen

  • Engels (English): floating submerged tunnel
  • Noors (Norsk): rørbru

Referenties