Exoniem

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Een exoniem is de verbastering of vertaling van een topografische naam uit de ter plaatse gebruikte taal naar een vreemde taal. De ter plaatse gebruikte versie wordt endoniem genoemd. Een voorbeeld is de Nederlandse plaats Den Haag. Dit endoniem heeft onder meer exoniemen in het Engels (The Hague) en in het Franse (La Haye). Is een stad meertalig, dan hebben alle ter plaatse gebruikte versies als endoniem te gelden. Zowel Brussel als Bruxelles zijn dus endoniemen.

Inleiding

Exoniemen kunnen op allerlei manieren zijn ontstaan. In Noord-Frankrijk liggen een aantal plaatsen die een Vlaamse historie hebben en zodoende nog Nederlandse plaatsnamen hebben. Als voorbeeld kan worden gedacht aan het huidige Lille; de oude naam Rijsel is inmiddels exoniem geworden. Om dezelfde reden hebben veel plaatsen in het huidige Polen nog een Duitse naam; grote delen van Polen waren tot 1945 immers Duits. Andere exoniemen zijn eerder verbasteringen die in het regelmatige grensoverschrijdend verkeer zo zijn ontstaan; Emmerik voor het Duitse Emmerich past in die categorie.

Exoniemen en endoniemen zijn belangrijk in het internationaal transport en met name wanneer moet worden verwezen naar plaatsen in een ander taalgebied. Verwijst men dan naar het endoniem, naar het exoniem of naar beide? Met gebruik van het exoniem wordt de plaats omschreven in de taal die de meeste mensen op de plaats van de verwijzing begrijpen. Voor mensen die de lokale taal niet machtig zijn (doorgaans de meeste buitenlanders) is gebruik van het endoniem praktischer. Zelfs aan mensen die de lokale taal wél machtig zijn kunnen bepaalde exoniemen vreemd voorkomen. Bergen voor Mons is voor Vlamingen de normaalste zaak van de wereld, maar voor veel Nederlanders niet. En veel vroeger gebruikte exoniemen komen in het huidige taalgebruik nauwelijks meer voor, bijvoorbeeld Brunswijk voor Braunschweig. Hoe dan ook is het endoniem van een plaats internationaal meestal bekender dan een per definitie eerder lokaal gebruikt exoniem. Op dat laatste bestaan echter uitzonderingen: het exoniem Bangkok is veel bekender dan Krung Thep, de ter plaatse gebruikte benaming voor deze stad.

Een complicatie in de bewegwijzering is voorts dat de ruimte op wegwijzers beperkt is. Het naast elkaar zetten van endoniem en exoniem kost schaarse ruimte en maakt het bord mogelijk minder goed leesbaar, ook omdat men het bord doorgaans met hoge snelheid passeert en dus maar weinig tijd heeft om te lezen. Evenmin is het op de weg mogelijk om gebruik te maken van beeldschermen waarop op het ene moment het exoniem staat en op het andere moment het endoniem - een optie die op vliegvelden en stations wordt gebruikt.

Regelgeving

Section G.I.5 van het Verdrag van Wenen bepaalt: "It is recommended to show place names in the language of the country, or subdivision thereof, where the localities referred to are situated." Hoewel het artikel is geformuleerd als een suggestie, geen harde verplichting van de verdragsstaten, wordt hiermee een voorkeur uitgesproken om plaatsnamen tenminste ook in hun endoniem op wegwijzers te vermelden. Nederland en België zijn beide partij bij dit verdrag. De tekst van het verdrag gaat terug op in 1974 gemaakte afspraken binnen de Europese Conferentie van Ministers van Transport (ECMT), waarin diezelfde suggestie werd vastgelegd.

De Nederlandse Richtlijn bewegwijzering bepaalt: "De namen van buitenlandse doelen worden in de buitenlandse schrijfwijze aangegeven."

Hoewel er dus geen bindende Europese regel is die gebruik van endoniemen voorschrijft, valt op dat Europese landen langzaam maar zeker de endoniemen van buitenlandse plaatsnamen een prominentere rol zijn gaan geven op hunbewegwijzering. In een aantal landen (zoals Frankrijk) worden zowel exoniem als endoniem op de borden gezet - doorgaans het exoniem eerst en dan het endoniem tussen haakjes daarachter. Andere landen gebruiken volgens hun richtlijnen in principe alleen nog het endoniem, tenzij het exoniem ter plaatse onvoldoende bekend is zodat vermelding van het exoniem met het oog op de goede geleiding wenselijk is. De Duitse richtlijn geeft wat dat betreft de Poolse plaats Wrocław als voorbeeld, waarbij ook het Duitse exoniem Breslau kan worden toegevoegd. In het viertalige Zwitserland wordt altijd naar endoniemen verwezen; de tweetalige stad Biel/Bienne wordt altijd tweetalig op de borden gezet. Veel andere landen verwijzen het endoniem echter nog steeds niet of niet altijd. Frankrijk geeft alleen een dubbele vermelding wanneer daarvoor genoeg ruimte beschikbaar is op de borden. Italië, Denemarken en Zweden vermelden uitsluitend exoniemen. Spanje tenslotte gebruikt weliswaar doorgaans endoniemen voor plaatsen in binnenlandse anderstalige gebieden (mits voldoende herkenbaar voor sprekers van het Castilliaans), maar vermeldt buitenlandse plaatsnamen vooral in het Castilliaans.

Regel vs. praktijk

Hoewel het endoniem als gezegd aan grond wint op de Europese bewegwijzering, valt nog niet te zeggen dat de verschillende Europese landen dusdanig consistent met endoniemen werken dat de internationale weggebruiker op die doelen kan rijden. Maar al te vaak zijn oude borden nog niet vervangen en zijn zelfs nieuwe borden nog niet bijgewerkt ten opzichte van de oude. Als voorbeeld uit Nederland kan worden gedacht aan de vroegere verwijzingen naar Luik op de A2, terwijl de Richtlijn bewegwijzering al voorschreef dat wordt gewerkt met het endoniem Liège. Ook in Duitsland wordt in gevallen naar Arnheim en Nimwegen verwezen in plaats van datgene wat de Duitse richtlijnen alweer sinds 2000 voorschrijven: Arnhem en Nijmegen.

Een complicerende factor bij de bewegwijzering van endoniemen zijn -ook ruim na de Tweede Wereldoorlog- nog nationalistische sentimenten. Het gebruik van Poolse endoniemen in Duitsland ligt gevoelig onder de groep Heimatvertriebenen, de groep Duitsers die na 1945 uit het gebied ten oosten van de Oder-Neissegrens werd verjaagd, en in het verlengde daarvan bij hun nazaten en de politieke partijen waar deze mensen doorgaans op stemmen. In Slovenië wordt naar doelen in Oostenrijk regelmatig verwezen met het Sloveense exoniem. Dat wordt geduid als teken aan de Oostenrijkse regering, die het met de taalrechten van de Sloveense minderheid in het zuiden van het land niet altijd even nauw neemt.

En dan is er nog België. Als het om verwijzingen naar buitenlandse plaatsen gaat, zetten alle gewesten die plaatsen met endoniem op de borden - Vlaanderen overigens in een dubbele verwijzing als "Rijsel (Lille)". Voor binnenlandse doelen houdt men zich strikt aan de letter van de Taalwet: behoudens de wettelijke taalfaciliteiten wordt alleen de taal van het gewest gebruikt. Dat betekent dat verwijzingen vanuit Vlaanderen naar Wallonië uitsluitend in het Nederlands gebeuren, terwijl verwijzingen vanuit Wallonië naar Vlaanderen uitsluitend in het Frans gaan - er wordt dus uitsluitend met exoniemen gewerkt. Kortom, de weggebruiker ziet aan de Vlaamse kant van de taalgrens nog Eigenbrakel staan en moet vervolgens zelf maar concluderen dat hij op weg is naar Braine-l'Alleud. Lokale politici waken ervoor dat deze regel niet wordt overtreden: mocht met het oog op de goede geleiding van het verkeer een endoniem worden gebruikt voor een plaats in een ander gewest, dan gaat men op de barricaden totdat de oude situatie weer is hersteld.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt overigens tweetalig bewegwijzerd: zowel in het Nederlands als in het Frans. In faciliteitengemeenten is tweetalige bewegwijzering niet verplicht, maar in een aantal faciliteitengemeenten gebeurt dit wel.

Referenties