Fietsoversteekplaats

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een fietsoversteekplaats is een voorziening die fietsers in staat stelt een weg over te steken. De uitvoering van de voorziening hangt af van onder andere verkeersintensiteiten van fiets- en autoverkeer, de voorrangssituatie en het type over te steken weg.

In de ideale situatie kruist fietsverkeer ongelijkvloers met het overige verkeer. In de praktijk, vooral in de bebouwde kom, zal deze oplossing zelden mogelijk zijn.


Uitvoering

Door middel van markering kan de plek worden aangegeven waar fietsers kunnen oversteken en waar het overige verkeer overstekende fietsers kan verwachten. Indien fietsers geen voorrang hebben worden kanalisatiestrepen toegepast. Tevens worden haaietanden in het fietspad toegepast, ondersteund met een voorrangsbord. Wanneer fietsers wel voorrang hebben wordt de oversteek aangegeven met blokmarkering en haaietanden voor het autoverkeer en wordt de verharding van het fietspad (kleur rood) doorgezet over de rijweg.

Bij drukkere gebiedontsluitingswegen (> 800 mvt/h bibeko en > 350 mvt/h bubeko) neemt de oversteekbaarheid af (lees: wachttijd toe), deze kan worden verbeterd met een middengeleider (breder dan 2,5 meter) zodat in twee etappes kan worden overgestoken. Bij een GOW buiten de bebouwde kom zal bij een autointensiteit > 800 mvt/h de oversteekbaarheid zover afnemen dat de gemiddelde wachttijd meer dan 5 s wordt.

Indien bibeko de fietsroute een hoofdfietsroute is dient te worden gestreefd naar voorrang voor de fietsers, mits de intensiteiten op de te kruisen GOW niet te hoog zijn in verhouding tot de hoofdfietsroute en de weginrichting overeenkomstig de voorrangsregeling is (denk aan een plateauconstructie en middengeleider). Bubeko op GOW krijgen fietsers nooit voorrang, ook niet op hoofdfietsroutes.

In de praktijk blijkt dat veel wegbeheerders alle fietsoversteken uitvoeren met blokmarkering, ook de oversteken waar de fietser uit de voorrang is.

Bron: CROW publicatie Ontwerpwijzer fietsverkeer