G219 (China)

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
China G219.svg
China G219 map.png
G219
Begin Kargilik
Einde Lhatse
Lengte 2.342 km
Route

Centrum.svg Kargilik China G315.svg

Centrum.svg Rutog

Centrum.svg Ngari

Centrum.svg Saga

Centrum.svg Lhatse China G318.svg

De G219 is een China National Highway. De weg vormt een noord-zuidroute van Kargilik in Xinjiang naar Lhatse in Tibet, over het Tibetaans hoogland, parallel aan de grens met Pakistan, India en Nepal. De weg voert door extreem afgelegen gebied en is 2.342 kilometer lang.

Routebeschrijving

Xinjiang

De G219 begint in de stad Kargilik op een kruispunt met de G315. Kargilik is gelegen in een groen gebied op 1.350 meter boven zeeniveau, de G219 die zuidwaarts verloopt komt echter al snel in kaal woestijngebied. Kargilik is ook meteen de grootste plaats op de route, de G219 voert verder door grotendeels onbewoonbaar hoogland. Zo'n 70 kilometer ten zuiden van Kargilik voert de G219 de bergen in. Er volgt een circa 3.300 meter hoge bergpas, die erg bochtig is. De weg voert door een woestijngebergte, dat naar het zuiden toe hoger wordt en uiteindelijk met sneeuw bedekt. In de regio groeit bijna niks.

De weg volgt een serie valleien en stijgt gestaag. Er liggen vrijwel geen plaatsen op de route. De bergen rondom zijn circa 6.000 meter hoog. De G219 voert dan over een circa 5.000 meter hoge bergpas, om vervolgens naar het zuidoosten af te buigen. De G219 benadert de grens met Pakistan tot circa 80 kilometer afstand, maar verloopt dan parallel aan het grensgebied met India. De weg daalt eerst af naar zo'n 3.700 meter hoogte, om daarna geleidelijk weer te stijgen door woeste valleien. De weg voert langs de voet van de 6.802 meter hoge Qierlizuoke Feng.

De weg verloopt daarna door de regio Aksai Chin, dat door India geclaimd wordt, maar onder bestuur van China staat. Dit deel bestaat uit een hooggelegen bassin. De weg kent hier minder hoogteverschillen, maar verloopt op grote hoogte, veelal 4.800 tot 5.000 meter boven zeeniveau. In dit gebied liggen enkele hooggelegen meren die het grootste deel van het jaar bevroren zijn. Op 5.050 meter hoogte bereikt men dan de grens met Tibet.

Tibet

In het uiterste westen van Tibet verandert het landschap enigszins. De weg voert hier niet meer door vlaktes, maar door dalen op 5.000 meter hoogte. Rondom liggen gebergtes met sneeuw en toppen tot 6.500 meter. De weg voert hier over een 5.380 meter hoge bergpas, de hoogste van de G219. De weg voert weer zuidwaarts en daalt wat naar het op 4.200 meter hoogte gelegen dorp Rutog. Ten zuiden van Rutog bereikt men de grens met India tot op 50 kilometer afstand. Er zijn geen zijwegen die naar India leiden.

De G219 passeert dan Ngari en voert door een langgerekte vallei naar het zuidoosten, parallel aan een bergketen met toppen tot 6.500 meter. De weg verloopt hier veelal op 4.500 tot 4.700 meter hoogte, en er liggen enkele meren langs de route. Het gebied is zeer dunbevolkt, afgezien van incidenteel een klein dorp liggen er geen plaatsen op de route.

Vervolgens loopt de G219 parallel aan de grens met Nepal. Hier is een circa 5.200 meter hoge bergpas gelegen. Dit is het op één na hoogste punt van de route, alhoewel oostelijker nog diverse bergpassen tussen 4.700 en 5.000 meter hoogte volgen. Via Saga verloopt de G219 door zeer afgelegen hoogland. De G219 nadert de grens met Nepal tot op circa 40 kilometer afstand. Op 4.000 meter hoogte eindigt de G219 bij Lhatse op de G318.

Geschiedenis

De G219 is in het begin van de de jaren '50 ontwikkeld en is van strategisch belang voor China, vanwege de vele disputen met Pakistan en India. In 1962 vochten China en India een korte oorlog uit over de controle van Aksai Chin, waar de G219 doorheen loopt. Aksai Chin was vanuit China beter te bereiken dan vanuit India, omdat de Indiërs over de Karakoram moesten om het gebied te bereiken. De Indiërs wisten pas in 1957 van het bestaan van deze weg. De weg kwam het eerst in 1958 voor op Chinese wegenkaarten.

Grote delen van de G219 waren onverhard. De weg voert door extreem afgelegen terrein met zeer weinig verkeer, maar het strategische belang en de noodzaak om enorme afstanden af te leggen om bestemmingen in de regio te bereiken zorgde ervoor dat de weg geheel geasfalteerd werd. In 2013 was de gehele G219 verhard met een asfaltverharding.

Opvallend is dat de G219 geen tunnels heeft. De weg is weinig hoogwaardig uitgebouwd, maar bij goed weer wel met hogere snelheden berijdbaar. Diverse bergpassen zijn weliswaar hooggelegen, maar steken niet ver boven het omringende landschap uit, waardoor het betrekkelijk eenvoudige bergpassen zijn. De meest steile en bochtige delen liggen voornamelijk in Xinjiang, waar men vanuit de Taklamakan Desert het Tibetaans Hoogland bereikt.

Toegankelijkheid

De weg is veelal berijdbaar tussen mei en oktober, daarbuiten is het te koud en het weer te slecht om de weg te berijden. Er liggen slechts een paar kleine plaatsen op de meer dan 2.000 kilometer lange route. Naast de extreem geïsoleerde ligging speelt hoogteziekte ook een rol, bijna de hele weg ligt op meer dan 4.000 meter boven zeeniveau en aanzienlijke delen liggen op bijna 5.000 meter boven zeeniveau. De Hongtu Daban Pass is met 5.380 meter de hoogste pas van de G219.

Referenties

China National Highways

radialen van Beijing:

101102103104105106107108109110111112

noord-zuidroutes:

201202203204205206207208209210211212213214215216217218219220221222223224225227228229230231232233234235236237238239240241242243244245246247248

oost-westroutes:

301302303304305306307308309310311312314315316317318319320321322323324325326327328329330331332333334335336337338339340341342343344345346347348349350351352353354355356357358359360361