Geschiedenis van de snelwegen in de agglomeratie Los Angeles

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel behandelt de geschiedenis van de snelwegen in de agglomeratie Los Angeles.

1870 - 1940: Eerste groei

Tegen het einde van de 19e eeuw was Los Angeles een onbeduidend stadje aan de rivier de Los Angeles. De eerste groei van de stad vond plaats na 1880, door de komst van de eerste spoorlijnen. In 1869 opende de eerste spoorlijn tussen Los Angeles en het havenplaatsje San Pedro in het zuiden, wat later een wijk van Los Angeles zou worden. Belangrijker was de opening van de Central Pacific Railroad in 1876 en California Southern Railroad in 1885. In 1892 werd olie gevonden op de plek waar nu het Dodger Stadium staat. In het begin van de 20e eeuw werden vele oliebronnen in het Los Angeles Basin gevonden en in 1923 produceerde Los Angeles een kwart van de olie in de wereld. Het begin van de 20e eeuw zag ook een snelle industrialisatie van het Los Angeles Basin, tussen 1900 en 1920 groeide de stad van 102.000 naar 577.000 inwoners. Deze groei hield tot de tweede wereldoorlog aan. In 1909 werden de steden San Pedro en Wilmington in het zuiden onderdeel van de stad Los Angeles, en in 1910 volgde Hollywood. In 1915 werd de San Fernando Valley een onderdeel van de stad Los Angeles, die daardoor verdrievoudigde in omvang.

In 1926 werd het US Highwaysysteem opgezet, en de US 66, bekend als de Route 66 werd een bekende hoofdweg. Vanaf die tijd werden de lange-afstandswegen massaal verhard, waardoor met name het westen van de Verenigde Staten beter ontsloten werd. Voor die tijd lag het geïsoleerd, met lange reizen door de woestijnen van California, Nevada, Utah, Arizona en New Mexico. In 1911 opende het Los Angeles Aqueduct, dat de stad rijkelijk van water voorzag. Hierdoor werd met irrigatie grootschalige landbouw mogelijk, met name ten oosten van de stad, rondom de dorpen San Bernardino en Riverside. In 1940 groeide de stad naar 1,5 miljoen inwoners. Echt sprake van grootschalige suburbanisatie was er echter nog niet.

In 1935 opende de eerste ongelijkvloerse weg van de regio, de Ramona Parkway, onderdeel van de huidige Interstate 10 ten oosten van het centrum. Toch werd voor de tweede wereldoorlog geen plan gemaakt voor een groot snelwegennet, zoals Robert Moses dat in New York City deed. De regio lag wel bezaaid met spoorlijnen, die voornamelijk een industriële functie hadden.

1940 - 1956: Voorzichtig begin

Het voorgestelde Interstate Highway netwerk in Los Angeles in 1955.

De tweede wereldoorlog brak voor de Verenigde Staten in 1942 uit, en Los Angeles groeide snel uit naar een industrieel centrum voor de productie van oorlogsmaterialen. Het was de tweede grootste producent van auto's na Detroit, en één van de grootste bandenproducten van het land. De eerste snelweg opende in 1940 voor het verkeer, de Arroyo Seco Parkway, tussen Pasadena en downtown Los Angeles, tegenwoordig onderdeel van de State Route 110. In 1940 opende ook de eerste 2 kilometer van de Hollywood Freeway. In 1944 werd de Ramona Parkway richting Alhambra en El Monte verbreed. Reeds eind jaren 30 werden plannen gemaakt voor een snelweg tussen Los Angeles en Santa Ana, wat uiteindelijk de Santa Ana Freeway zou worden. In die tijd waren Anaheim en Santa Ana nog duidelijk losliggende plaatsen in de regio, met een eigen centrumfunctie. De aanleg van de snelweg begon in 1947 en was in 1956 voltooid, destijds een onderdeel van de US 101. In diezelfde tijd is ook de Golden State Freeway aangelegd, als voortvloeisel van de Santa Ana Freeway door de noordelijke wijken van de stad. In 1953 begon de aanleg, en in 1956 was deze snelweg voltooid. Daar dit gebied toen al sterk stedelijk was, moesten veel gebouwen wijken om de aanleg mogelijk te maken.

Na de Tweede Wereldoorlog nam de suburbanisatie van Los Angeles County een snelle vlucht, en het Los Angeles Basin was één van de eerste gebieden die significant verstedelijkt was. In het zuidoosten liggen de Gateway Cities, industriestadjes. De rivieren door de regio werden gekanaliseerd om seizoensoverstromingen in te perken. Tussen het centrum van Los Angeles en Anaheim ontwikkelde zich een corridor van grootschalige industrie. Hetzelfde gebeurde in de San Gabriel Valley en tevens nam de gedeelde haven van Los Angeles en Long Beach sterk in belangrijkheid toe. In de jaren 50 groeide ook het Los Angeles International Airport sterk. Begin jaren 50 telde de stad 2 miljoen inwoners en had een significant voorstedelijk gebied. De groei van Los Angeles County zette in 1930 in, toen nog voornamelijk door de stad Los Angeles, en ging in de jaren 50 over de 5 miljoen inwoners.

Toch kwam een echt snelwegenplan niet van de grond. De stad werd al snel geplaagd door files, daar de stad maar over enkele snelle verbindingen beschikte. In de jaren 50 werd de San Bernardino Freeway langzaam naar het oosten verlengd, om het agrarische gebied van het Inland Empire te ontsluiten. In de eerste helft van de jaren 50 werd tevens de Interstate 110 langs het centrum van Los Angeles geopend.

1956 - 1975: Interstate Highways

Nadat het Interstate Highwaysysteem werd opgezet in 1956 nam de aanleg van de snelwegen een vlucht. Bijna alle snelwegen van Los Angeles werden in 20 jaar gebouwd. Eind jaren 50 en begin jaren 60 bereikte de I-110 de havens van Los Angeles, en werd de Interstate 405 door het noorden en westen van de stad gebouwd. De meeste infrastructuur uit die tijd werd echter in Los Angeles County aangelegd. De Santa Monica Freeway opende in de eerste helft van de jaren 60. Vanaf midden jaren 50 tot 1965 werd de Interstate 710 geopend, die het vrachtverkeer vanaf de havens naar de overslagstations in de San Gabriel Valley en het Inland Empire bediende.

Vanaf 1960 begon Orange County sterk te groeien, daar Los Angeles County steeds verder verzadigd raakte. Tussen 1960 en 1970 verdubbelde het inwonertal naar 1,4 miljoen inwoners. In eerste instantie werd voornamelijk rond Anaheim en Santa Ana gebouwd, en langs de kust tot aan Costa Mesa. Irvine was lange tijd de zuidelijke begrenzing van de agglomeratie. Ook de San Fernando Valley was rond die tijd grotendeels volgebouwd. In 1967 opende de Garden Grove Freeway, die de havens van Long Beach met Santa Ana verbindt, en was de eerste tangentiële verbinding die niet richting Los Angeles liep. Vanaf eind jaren 60 werd de State Route 57 geopend, die in 1972 werd verlengd tot San Dimas. In die tijd kreeg ook de Interstate 210 in het noorden van de stad vorm. In 1969 was de Interstate 405 door Orange County voltooid.

Eind jaren 60 werd begonnen met de noordelijke oost-westroute State Route 118 door de San Fernando Valley, die in 1979 voltooid was. Midden jaren 70 waren de meeste snelwegen voltooid.

1975 - 2010: Files

In de eerste helft van de jaren 70 waren bijna alle snelwegen voltooid zoals men die nu kent. De suburbanisatie ging echter steeds sneller, wat al snel een enorme druk op het wegennet gaf. Orange County groeide naar 3 miljoen inwoners, waarbij sommige voorsteden meer dan 80 kilometer van het centrum van Los Angeles liggen. Daarom werden vanaf de jaren 90 een aantal tolwegen aangelegd in Orange County, zoals de State Route 73, State Route 241 en de tolstroken op de State Route 91. Deze hadden echter overall gezien weinig nut voor het verkeer in het stedelijk gebied, de meesten waren niet meer dan korte bypasses zonder echt een verlichting te brengen op de snelwegen.

Reeds in de jaren 70 waren kilometerslange files en torenhoge verkeersintensiteiten gemeengoed in het stedelijk gebied. Met het vol raken van Orange County eind jaren 80 stopte de groei echter niet. Reeds begin jaren 80 begon het westen van San Bernardino en Riverside County snel te groeien, wat zich in de jaren 90 en het begin van de 21e eeuw steeds verder naar het oosten voortzette. De ooit dunbevolkte agrarische gebieden van het Inland Empire ontwikkelde zich tot een subagglomeratie van 4 miljoen inwoners, met voorsteden die meer dan 100 kilometer van Los Angeles liggen. De regio bleef echter voornamelijk industrieel, met veel low-tech banen. Vanaf de jaren 90 begon een massamigratie in het gebied, de huizenprijzen rondom Los Angeles verdriedubbelden in 10 jaar, waarmee een grootschalige zoektocht naar betaalbare huisvesting begon. Die vond men vooral in het Inland Empire, maar de banen bleven in Los Angeles en Orange County, wat onbeheersbare verkeersstromen op gang bracht.

Het inwonertal van de agglomeratie nam toe van 10 miljoen in 1970 naar 18 miljoen in 2010. Het Inland Empire raakte vol, en een vierde vloedgolf van woningzoekenden vond zijn weg ten noorden van de San Gabriel Mountains, in de woestijnen ten noorden van de stad, vanaf 2000 begonnen afgelegen woestijnstadjes als Palmdale en Apple Valley sterk te groeien. Ook in Ventura County groeit de bevolking, doch nog niet zo snel als in andere gebieden. Deze plaatsen liggen 100 tot 130 kilometer van het centrum van Los Angeles, wat lange reistijden veroorzaakte voor forenzen, die hun reistijd zagen toenemen tot 2 uur of zelfs meer, enkele reis.

De laatste grote snelwegopening was de Interstate 105 in 1993. Deze vormt een extra oost-westroute door het Los Angeles Basin. Tevens zijn begin jaren 90 enkele tolwegen geopend in Orange County, waarvan de toegevoegde waarde echter relatief beperkt is. In 2007 werd de Interstate 210 bij San Bernardino gecompleteerd.

Oorzaken

Er zijn een aantal oorzaken aan te wijzen waardoor het snelwegennet van Los Angeles nauwelijks meer is uitgebreid sinds de jaren 70. De 1971 San Fernando earthquake veroorzaakte circa $ 500 miljoen in schade (1971 dollars) en de verwoesting van een aantal snelwegsegmenten, zoals het net opengestelde Newhall Interchange in het noorden van Los Angeles. Daarna kwamen de oliecrises die de kijk op snelwegaanleg veranderden. Eind jaren 70 werden daarnaast nog wetsvoorstellen door kiezers goedgekeurd die de belastingen verlaagden. De brandstofaccijns is 64,5 cent per gallon in 2009, of circa € 0,12 per liter. In West-Europa is de belastingdruk op brandstof bijna tien maal zo hoog. Hierdoor wordt er te weinig geld binnen gehaald om snelwegen structureel te verbreden. Vrijwel alle snelwegplannen van na 1975 zijn afgeblazen, en alleen de reeds in aanleg zijnde snelwegen werden afgebouwd. Eén van de weinige uitzonderingen was de voltooiing van de I-105 in 1993 en de voltooiing van de I-210 in 2007. Daarnaast zijn er in de periferie enkele tolwegen gebouwd in Orange County, die echter voor het grootste deel van het stedelijk gebied geen verlichting kunnen brengen. Sinds het einde van de snelwegbouw in de jaren 70 is de bevolking echter met 8 miljoen inwoners gegroeid, en groeit nog steeds met circa 200.000 inwoners per jaar, waardoor de problemen elk jaar toenemen. Uiteindelijk is slechts 61% van de rijstrookkilometers van het masterplan uit 1954 aangelegd, terwijl het inwonertal sneller is gestegen dan destijds voorzien kon worden.

Toekomst

Het fileprobleem is feitelijk constant gebleven gedurende de jaren 80, 90 en 2000. Wel breidde het fileprobleem zich steeds verder van de stad uit. Files beginnen nu al 60 á 70 kilometer buiten Downtown Los Angeles, wat ervoor gezorgd heeft dat verschillende subcentra begonnen te ontstaan, met name in Orange County. Langzaam begint dit ook vorm te krijgen in het Inland Empire. De agglomeraties Los Angeles en San Diego worden gescheiden door een grote marinebasis, Camp Pendleton. Maar het Inland Empire en San Diego groeien wel in toenemende mate aan elkaar. Het zuiden van het Inland Empire ligt feitelijk zelfs dichter bij het centrum van San Diego dan dat van Los Angeles. Het toenemende bevolkingsaantal legt een steeds grotere druk op het functioneren van de stad. Huizenprijzen vliegen omhoog en reistijden worden onacceptabel.

Files zijn echter een geaccepteerd gegeven in en rond Los Angeles. Alle uitbreidingen van het snelwegennet worden snel geabsorbeerd doordat de spitsperiodes bijzonder breed zijn en 8 uur per dag duren. Desondanks wordt het uitbreiden van het snelwegennet niet als zinloos gezien door Caltrans, die diverse ambitieuze plannen heeft. Van tijd tot tijd duiken visies en plannen over het dubbeldeks maken van snelwegen op, alhoewel deze zelden uitgroeien tot serieuze plannen. Geldgebrek is een groot probleem, evenals achterstallig onderhoud. Veel snelwegen hebben nog het originele wegdek uit de jaren 60 en 70 en zijn in beton uitgevoerd. Recente plannen voorzien de verbreding van een aantal snelwegen, waaronder de Santa Ana Freeway en het boren van tunnels onder de Santa Ana Mountains die het Inland Empire van Orange County scheiden. De bergen naar het noorden vormen echter een formidabel obstakel, steile bergen tot 3.000 meter en een breedte van 30 kilometer, waardoor wegtunnels geen realistische opties zijn. Vandaag de dag ontsluiten slechts twee snelwegen het snelgroeiende gebied ten noorden van de agglomeratie. De verste voorstad is Banning, op 140 kilometer van het centrum via de I-10.

Statistiek

De ontwikkeling van het snelwegennet in de agglomeratie Los Angeles.
Snelwegopeningen per jaar in de agglomeratie Los Angeles.
De ontwikkeling van het inwonertal van de agglomeratie Los Angeles.

Referenties


Freeways in de metropool Los Angeles

I-5.svg Santa Ana FreewayGolden State FreewayI-10.svg Santa Monica FreewaySan Bernardino FreewayInterstate 15Interstate 105Interstate 110Interstate 210Interstate 215Interstate 405Interstate 605Interstate 710

California 2.svg Glendale FreewayCalifornia 14.svg Antelope Valley FreewayCalifornia 22.svg Garden Grove FreewayCalifornia 23.svg Moorpark FreewayCalifornia 47.svg Terminal Island FreewayCalifornia 55.svg Costa Mesa FreewayCalifornia 57.svg Orange FreewayCalifornia 60.svg Pomona FreewayCalifornia 71.svg Chino Valley FreewayCalifornia 73.svg Corona del Mar FreewayCalifornia 90.svg Marina FreewayCalifornia 91.svg Riverside FreewayUS 101 (CA).svg Hollywood FreewayVentura FreewayCalifornia 103.svg Terminal Island FreewayCalifornia 110.svg Arroyo Seco ParkwayCalifornia 118.svg Ronald Reagan FreewayCalifornia 126.svg Santa Paula FreewayCalifornia 133.svg Laguna FreewayCalifornia 134.svg Ventura FreewayCalifornia 170.svg Hollywood FreewayCalifornia 241.svg Eastern TollwayCalifornia 261.svg Eastern Tollway Extension