Gladheidbestrijding

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gladheidbestrijding wordt uitgevoerd door wegbeheerders om wegen tijdens de winter berijdbaar te houden. Gladheid wordt vaak bestreden met het strooien van zout en de inzet van sneeuwschuivers, maar er zijn meer mogelijkheden om gladheid te bestrijden.

Sneeuwschuivers van Rijkswaterstaat.

Gladheid

Gladheid ontstaat wanneer een nat wegdek bevriest of wanneer er neerslag valt, in de vorm van regen, hagel of sneeuw. Gladheid kan ontstaan bij temperaturen boven of onder nul.

Wanneer het wegdek en de bovenlucht boven het vriespunt ligt kan er toch gladheid ontstaan, bijvoorbeeld door ijsregen of hagel. In hogere luchtlagen ontstaat deze bevroren neerslag, die niet direct smelt als het op de grond valt. Gladheid kan daarom ook in de zomer optreden bij hevige hagelbuien.

Wanneer het wegdek boven het vriespunt ligt maar de bovenlucht onder het vriespunt kan er sneeuw of hagel vallen die enige tijd blijft liggen voordat het wegsmelt. Dit is vaak het geval bij een koufront, waarbij de lucht al is afgekoeld, maar het wegdek nog niet. Sneeuw blijft dan vaak niet lang liggen, dit is afhankelijk van de intensiteit van de neerslag.

Wanneer het wegdek onder het vriespunt ligt maar de bovenlucht niet kan ijzel ontstaan. Onderkoelde regen valt op het wegdek en bevriest dan. IJzel is moeilijk waar te nemen en geeft daardoor een grotere mate van gevaar. Omdat automobilisten de neerslag als regen ervaren zullen zij hun snelheid minder snel aanpassen. IJzel resulteert vaak in veel ongevallen. De hoeveelheid ijs die op een weg aanzet is in Nederland vaak relatief gering. In sommige landen kan ijzel soms centimeters dik worden, het wegennet wordt dan onberijdbaar. IJzel is bovendien lastig te bestrijden.

Ook kan de temperatuur van het wegdek gedurende de dag boven het vriespunt komen, waardoor sneeuw of regen smelt en het wegdek nat wordt. Wanneer de temperatuur daalt kan dit opvriezen, wat een vergelijkbaar, maar vaak een meer lokaal effect geeft dan ijzel. Deze gladheid is beter te bestrijden met strooizout.

Wanneer zowel het wegdek als de bovenlucht onder het vriespunt ligt zal sneeuw direct blijven liggen. Bij hevige sneeuwval kan een dik sneeuwdek ontstaan. Deze gladheid wordt doorgaans bestreden met zowel strooizout als sneeuwschuivers. Bij zware sneeuwval valt vaak meer dan 3 centimeter sneeuw per uur. Dit is lastiger te bestrijden omdat kort na het passeren van een sneeuwschuiver al weer een sneeuwdek opbouwt. In extreme gevallen kan tientallen centimeters sneeuw vallen. Wegen worden dan onberijdbaar. Bij harde wind kunnen bovendien sneeuwduinen ontstaan, die plaatselijk zijn, snel kunnen veranderen van locatie en daardoor moeilijk te bestrijden zijn. In sommige landen worden daarom sneeuwhekken langs autosnelwegen geplaatst om te voorkomen dat zich sneeuwduinen op de autosnelweg vormen.

Bruggen

Op bruggen wordt het vaak eerder glad dan op andere wegvakken. Dit komt door het gebrek aan bodemwarmte, de uitstraling is groter waardoor het wegdektemperaturen op bruggen eerder onder het vriespunt komen. Dit kan verraderlijke gladheid opleveren, omdat de aansluitende wegvakken goed berijdbaar zijn, maar bruggen soms spekglad. Het is aan te raden om - indien mogelijk - niet abrupt te remmen op bruggen.

Soms worden op bruggen automatische sproeisystemen geïnstalleerd, die bij dreigende gladheid een dooimiddel op het wegdek sproeien. Dit is relatief zeldzaam vanwege de hogere kosten ten opzichte van preventief strooien met strooiwagens, die sowieso al over een brug zouden rijden. Automatische sproeisystemen komen in veel landen voor, maar worden slecht sporadisch toegepast in de meeste landen.

Gladheidsbestrijding

In Nederland is een landelijk gladheidmeldsysteem bestaande uit sensoren en instrumenten om zowel de temperatuur van de weg als dat van de lucht te meten. Dit zijn feitelijk kleine weerstations. Het systeem wordt door wegbeheerders gebruikt om meestal in combinatie met gegevens van een meteorologische dienst te bepalen of er al dan niet gestrooid moet worden.[1]

Strooizout

De meest gebruikte manier van gladheidsbestrijding is strooizout. Het strooizout verlaagt het vriespunt van water en is een dooimiddel. In Nederland gebruikt men natriumchloride (NaCl, keukenzout), dat minder zuiver is dan het keukenzout dat men in de supermarkt koopt. Men strooit het zout nat, zodat het beter op de weg blijft liggen en niet wegwaait door wind of passerende voertuigen. De verhouding zout en pekelwater is meestal 70% en 30%. Een voordeel van nat strooien is dat de strooiwagen sneller kan rijden (circa 70 km/h) en de kosten van gladheidsbestrijding lager liggen. De hoeveelheid strooizout ligt meestal tussen 7 en 10 g/m² bij preventief strooien.[2]

Men strooit preventief, dus voordat de gladheid ontstaat. Dit is meestal in de nacht, maar kan bij een naderend koufront ook overdag zijn. Strooien in de spits is minder zinvol, vanwege de congestie kan niet effectief gestrooid worden. De effectiviteit van het strooizout neemt toe naar mate het ingereden wordt door het verkeer, vaak aan het begin van de ochtendspits. Als het zeer rustig op de weg is, is strooien minder effectief.

Bij curatief strooien is er al sprake van gladheid. Dit wordt bestreden door zout te strooien. In deze gevallen zal meer zout worden gestrooid, vaak 10 tot 20 g/m². Bij preventief strooien voor sneeuwval is het noodzakelijk om meer te strooien op ZOAB, omdat een deel van het strooizout in de poreuze openingen van het wegdek komt. De hoeveelheid benodigd strooizout is bij poreuze wegdekken circa het dubbele van dat van een dicht wegdek.

Strooizout is tevens minder effectief bij lage temperaturen, de smeltcapaciteit neemt af naar mate de temperatuur lager ligt. De smeltcapaciteit neemt snel af bij temperaturen onder de -2°C. Bij temperaturen onder -10°C is strooizout weinig effectief, maar bij dergelijke temperaturen valt vaak minder snel neerslag, waardoor er minder noodzaak is voor gladheidsbestrijding.

Rijkswaterstaat heeft circa 550 strooiwagens, die voorzien kunnen worden van een sneeuwschuiver. Jaarlijks wordt circa 200.000 ton zout ingeslagen. Mocht dit niet toereikend blijken, kan een zoutloket worden ingesteld door de Minister van Infrastructuur & Waterstaat. De resterende hoeveelheid zout wordt verdeeld onder de wegbeheerders om de belangrijkste wegen berijdbaar te houden.

De strooiwagens van Rijkswaterstaat kunnen in 2 uur 10.000 kilometer weg strooien, dit zijn alle rijbanen en rijstroken van autosnelwegen, verbindingswegen, toe- en afritten. Hiervoor zet Rijkswaterstaat 1.200 man personeel in, 800 chauffeurs en 400 man ondersteunend personeel.

Zand

In sommige landen wordt zand of grind gebruikt om gladheid te bestrijden. Dit is geen dooimiddel zoals strooizout, maar een stroefheidsmiddel, waarbij wegen meestal bedekt blijven met sneeuw en ijs. Dit is vooral effectief op hellingen, waardoor voertuigen meer grip krijgen. In landen waar de temperatuur ver onder het vriespunt ligt is strooizout bovendien niet meer effectief. Zand wordt in Nederland niet gebruikt op de wegen omdat de poreuze wegdekken verstopt raken. Ook is zand negatief voor de drainagesystemen van wegen, die verstopt raken. Zand wordt soms gebruikt op hellingbanen van bijvoorbeeld parkeergarages.

IJzel & ijsvorming

IJzel is onderkoelde neerslag die op het wegdek bevriest. Dit is lastiger te bestrijden dan sneeuw of opvriezend water. Preventief strooien is vaak minder effectief omdat ijzel soms vooraf wordt gegaan door regen, waardoor het strooizout wegspoelt. Aan het einde van een vorstperiode is de temperatuur van het wegdek soms te laag om effectief te kunnen strooien - neerslag bevriest dan direct. Wanneer ijzel zich gevormd heeft is het bovendien slecht curatief te bestrijden. Om dikke plakkaten ijs te bestrijden zijn alternatieve bestrijdingsmiddelen noodzakelijk, Rijkswaterstaat heeft hiervoor speciale voertuigen zoals de 'Fire Storm' en 'Lava Storm' die onder hoge druk een hete vloeistof op het wegdek spuiten om het ijs te verwijderen.

Sneeuwschuiven

Wanneer er sprake is van sneeuwval zal zich op een gegeven moment een sneeuwdek opbouwen. Op dat moment zijn sneeuwschuivers nodig, dit is curatieve gladheidsbestrijding. Rijkswaterstaat heeft circa 350 sneeuwploegen. Daarnaast worden op strooiwagens vaak sneeuwschuivers gemonteerd.

Een traditionele sneeuwschuiver is een vrachtwagen met daarop een sneeuwploeg. Om een autosnelweg vrij te maken van sneeuw zijn vaak meerdere sneeuwschuivers naast elkaar nodig, men rijdt dan in een schuine colonne, waarbij het naastgelegen voertuig schuin achter het andere voertuig rijdt. Formaties van 6 tot 8 sneeuwschuivers zijn nodig om brede autosnelwegen schoon te maken.

Grader

Een grader die in Canada wordt ingezet als sneeuwschuiver.

Op sommige wegen wordt een grader ingezet. Deze voertuigen hebben een breed blad, vaak onder het midden van het voertuig, die normaal worden ingezet voor grondverzet. Ze zijn ook inzetbaar als sneeuwschuiver, met name op wegen waar trager gereden wordt. Op autosnelwegen worden ze niet ingezet. In het buitenland worden ze vaak ingezet op onverharde wegen zoals gravelwegen of op ice roads. In Nederland worden graders niet algemeen gebruikt om sneeuw te schuiven.

Pick-up trucks

Sommige pick-up trucks zijn krachtig genoeg om een sneeuwschuiver aan te monteren. Deze worden vaak op privéterreinen ingezet, aangezien ze minder brede sneeuwschuivers hebben en daardoor beperkter inzetbaar zijn op de openbare weg.

Tow plow

Een tow plow in Missouri.

In de Verenigde Staten gebruikt men ook een 'tow plow', dit is een aanhanger met een sneeuwschuiver die schuin achter het voertuig wordt gesleept. Deze voertuigen kunnen in hun eentje twee rijstroken schoonmaken. Dit is essentieel om snel en kosteneffectief een snelweg met twee rijstroken schoon te maken. De 'tow plow' is in de Amerikaanse staat Missouri ontwikkeld en werd voor het eerst in 2005 ingezet rond Kansas City. Sinds 2010 schaffen steeds meer Amerikaanse staten een tow plow aan.

Negatieve effecten

Het strooien van zout is slecht voor het milieu. In de bermen van wegen wordt een verhoogde concentratie zout gemeten. Dit is negatief voor flora en fauna. In de bermen van wegen groeien vaak andere typen planten dan elders, die vooral op zilte gronden voorkomen.

Daarnaast is het strooizout slecht voor de lak van auto's. Ook roesten auto's sneller, indien men in de winter veel rijdt is het aan te raden om vaker naar de wasstraat te gaan. Ook al wordt de auto snel vies, de wasstraat voorkomt dat de auto wordt aangetast door roest, met name aan de onderzijde.

Bruggen worden ook aangetast door strooizout, met name de metalen delen zoals dilatatievoegen (ook bekend als voegovergangen). In met name Duitsland verkeren veel bruggen in slechte conditie, aantasting door strooizout is een belangrijke oorzaak.

Strooibeleid

Wegbeheerders ontwikkelen een eigen beleid voor gladheidsbestrijding. Het wegennet wordt dan opgedeeld in verschillende prioriteitsklassen. Sommige wegen worden niet gestrooid, met name in woonwijken. Na enige tijd zullen voertuigen het strooizout ook op woonstraten inrijden vanaf gestrooide wegen. Wegbeheerders maken een afweging qua veiligheid, doorstroming, kosten en het milieu.

Autosnelwegen en provinciale wegen worden in principe altijd gestrooid. Gemeenten maken een afweging op basis van prioriteiten. Zo worden hoofdwegen het eerst gestrooid, evenals belangrijke fietsroutes. Daarna volgen secundaire prioriteiten. Sommige wegen zullen niet gestrooid worden, ook niet als er tijd en capaciteit voor is. Dit zijn vaak woonstraten en licht bereden erftoegangswegen buiten de bebouwde kom.

Weggebruikers

De impact van gladheid kan gereduceerd worden door weggebruikers, bijvoorbeeld door met winterbanden te rijden, de snelheid te matigen en meer dan gebruikelijk te anticiperen zodat niet abrupt geremd of van rijstrook gewisseld hoeft te worden. Winterbanden zijn in Nederland niet verplicht, maar betrekkelijk veel mensen rijden met winterbanden. Dit mede omdat dit in veel andere landen verplicht is. Sommige landen verplichten winterbanden gedurende een bepaalde periode, andere landen alleen bij winterse omstandigheden. Indien er sprake is van zware sneeuwval kunnen ook sneeuwkettingen noodzakelijk zijn. In Nederland mag niet met sneeuwkettingen op de openbare weg gereden worden.[3] Sneeuwkettingen kunnen het wegdek of de markeringen beschadigen.

Rijkswaterstaat kan bij gladheid een zogenaamde 'snelheidsdeken' inzetten op wegen met verkeerssignalering. De snelheid zal over een langer traject verlaagd worden naar 90, 70 of 50 km/h. Bij grootschalige gladheid kan de maximumsnelheid op een groter netwerk verlaagd worden, indien er signalering aanwezig is, vooral in het westen, midden en zuiden van Nederland.

Rijverboden

Rijverboden worden niet snel toegepast vanwege hun impact op de samenleving en economie. Veel verkeer dat toch rijdt tijdens periodes van gladheid heeft een essentieel karakter. Wegen worden zo veel mogelijk berijdbaar gehouden. In extreme gevallen, met name tijdens zware sneeuwval of sneeuwjacht door harde wind, kan het voorkomen dat landen een rijverbod instellen. In Nederland is dit niet gebruikelijk, maar in landen met heuvelachtig of bergachtig terrein is het niet ongebruikelijk om het vrachtverkeer stil te leggen tot de situatie verbeterd is.

In Zwitserland wordt vrachtverkeer al voor de grens stilgelegd, omdat in Zwitserland zelf betrekkelijk weinig capaciteit is voor vrachtverkeer om te parkeren langs de autosnelweg. Dit wordt 'Phase Rot' genoemd en geldt voornamelijk voor de Gotthard- en San Bernardinoroute. Internationaal vrachtverkeer kan dan aan de landsgrenzen worden stilgelegd. In Frankrijk wordt het vrachtverkeer bij sneeuw al van te voren stilgelegd, soms creëert men een bufferzone op autosnelwegen, in sommige gevallen staan duizenden vrachtauto's op de autosnelwegen geparkeerd, afwachtend tot de situatie verbetert. Dit is met name het geval bij sneeuw in de regio Parijs, op 50-100 kilometer voor de stad wordt het vrachtverkeer dan stilgezet. Elders in Frankrijk komt het voor dat het vrachtverkeer wordt stilgelegd buiten de sneeuwzone, bijvoorbeeld in Zuid-Frankrijk.

In de Verenigde Staten is het op de High Plains vaak een combinatie van sneeuwval en harde wind die er voor zorgt dat Interstate Highways worden afgesloten, soms trajecten van vele honderden kilometers achtereen. Dit gebeurt doorgaans meerdere malen in de winter, met name de westelijke staten van de Great Plains hebben weinig beschutting tegen de wind, waardoor snel een 'whiteout' ontstaat. Als de omstandigheden dermate slecht worden kan de snelweg worden afgesloten, hiervoor zijn slagbomen geplaatst op strategische punten. Met name in Wyoming, North Dakota, South Dakota, Nebraska en Kansas komt dit met enige regelmaat voor.

Deze slagbomen zijn volautomatisch of handmatig bediend. Er zijn in principe twee types, een slagboom zoals bij een overweg, of een horizontaal draaibaar hekwerk. In de meeste staten moet de politie aanwezig zijn, ook bij automatische slagbomen. Er is permanente bewegwijzering en knipperlichten waarbij verkeer voor de afsluiting de snelweg kan verlaten om eventueel een hotel te zoeken. De afsluiting duurt meestal minimaal enkele uren, en soms meerdere dagen.

Geschiedenis

Tot de jaren '60 werd in West-Europa vooral curatief sneeuw geruimd. Vanaf de jaren '60 werd strooizout ingezet. Begin 21e eeuw wordt strooizout door bijna alle wegbeheerders gebruikt, behalve in landen waar de temperaturen zeer laag liggen en strooizout minder effectief is. Vanaf de jaren '70 ging men preventief strooien om gladheid te voorkomen. In de winter van 2014-2015 zette Rijkswaterstaat voor het eerst een 'Fire Storm' in. Dit voertuig kan ijsplaten smelten door een warme zoutoplossing op het wegdek te sproeien. Dit is een vorm van curatieve gladheidsbestrijding. De Fire Storm moest voorkomen dat wegen onberijdbaar worden vanwege ijsvorming, vaak door een combinatie van sneeuwval en hevige congestie. In de jaren daar voorafgaand stond het verkeer soms tot diep in de nacht muurvast doordat er vanwege stilstaand verkeer geen gladheidsbestrijding mogelijk was. In 2017 nam Rijkswaterstaat ook de 'Lava Storm' in gebruik, een doorontwikkelde versie van de 'Fire Storm'.

Kosten van gladheidbestrijding

De kosten van gladheidbestrijding zijn variabel. Alhoewel de kostenposten elk jaar hetzelfde zijn, is de mate van winterweer bepalend voor de uitvoeringskosten.

Veel wegbeheerders besteden gladheidbestrijding uit, bijvoorbeeld aan de regionale milieudienst. De overheid regisseert dan de gladheidbestrijding, maar is niet meer de uitvoerder.

Er is geen duidelijk overzicht van de kosten van gladheidbestrijding in Nederland, de kosten vallen ten deel aan de wegbeheerders, namelijk Rijkswaterstaat, de twaalf provincies en bijna 400 gemeenten. In de provincie Drenthe bedragen de kosten van gladheidbestrijding gemiddeld € 1,2 miljoen per jaar. Preventief strooien op alle provinciale wegen kost € 14.500,- per keer en curatief strooien kost € 5.200,- per uur.[4] De provincie Drenthe is echter een relatief kleine wegbeheerder.

Externe links

Referenties