Großglockner Hochalpenstraße

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Flag of Austria.svg
Großglockner Hochalpenstraße

Hochtor

Großglockner Hochalpenstraße.jpg
Hoogte 2.504 m
Weg B107
Hellingspercentage 12%
Verboden voor aanhangers? nee
Wintersluiting oktober - mei
Opengesteld 1935
Kaart kaart

De Großglockner Hochalpenstraße is een toeristische bergweg in Oostenrijk. De weg passeert twee bergpassen, Fuscher Törl op 2.482 meter hoogte en iets zuidelijker Hochtor op 2.504 meter hoogte, het hoogste punt van de doorgaande route. De weg verbindt de Oostenrijkse Bundesländer Salzburg en Kärnten en loopt van Fusch an der Großglocknerstraße naar Heiligenblut. De weg verbindt beide delen van de B107, maar maakt als private weg zelf formeel geen deel uit van de B107.

De weg kent twee zijtakken. De eerste zijtak is aan de noordzijde en loopt naar de Edelweißspitze op 2.571 meter hoogte, het hoogste punt van de Großglockner Hochalpenstraße. Aan de zuidzijde is een langere zijtak naar de Kaiser-Franz-Josefs-Höhe op 2.369 meter hoogte.

Kenmerken

De weg begint bij Fusch an der Großglocknerstraße in het verlengde van de B107. Na enkele kilometers bereikt men bij Ferleiten het noordelijke tolstation. Vanaf hier gaat de weg steiler omhoog en al gauw volgen de eerste haarspeldbochten. De weg kent zelfs enkele delen met 2+1 rijstroken, waarbij er twee rijstroken voor het stijgende verkeer zijn. Afdalend verkeer mag inhalen over de middelste rijstrook. Na het bos bereikt de weg de boomgrens en met mooie uitzichten op de bergen gaat het nu met vele haarspeldbochten omhoog. Men bereikt dan als eerste de zijtak naar de Edelweißspitze. Deze weg, de Edelweißstraße, is met kinderkopjes bestraat en is bijna twee kilometer lang. De weg is smal, in tegenstelling tot de brede en prima geasfalteerde Großglockner Hochalpenstraße. Desalniettemin is het de moeite waard om even om te rijden naar de Edelweißspitze, het is met 2.571 meter het hoogste punt van de Großglockner Hochalpenstraße en het uitzicht is mooi.

Vlak na de afslag naar de Edelweißspitze bereikt de weg Fuscher Törl, een bergpas. Dit is echter niet het hoogste punt van de doorgaande weg. Na Fuscher Törl daalt de weg weer af, langs Fuscher Lacke, een klein bergmeer. De weg is hier vrij recht, met alleen wat flauwe bochten. De weg begint weer langzaam te stijgen en met twee haarspeldbochten wordt een uit de jaren 1930 daterende tunnel bereikt. Aan het einde van de tunnel volgt Hochtor, op 2.504 meter hoogte het hoogste punt van de doorgaande weg. De daadwerkelijke pashoogte van Hochtor ligt op 2.576 meter hoogte, maar net als bij de Zwitserse Sustenpass ligt hier een korte tunnel onder het hoogste punt van de pas. Hochtor vormt de grens tussen Salzburg en Kärnten.

De weg daalt weer af, met ruime bochten en een aantal haarspeldbochten, maar ook aan de zuidzijde is de weg breed opgezet en ook hier zijn enkele delen met 2+1 rijstroken, net als aan de noordzijde. Men bereikt de afslag naar de Gletscherstraße, die naar de Kaiser-Franz-Josefs-Höhe loopt. Deze zijtak is ongeveer acht kilometer lang en in tegenstelling tot de weg naar de Edelweißspitze is deze weg van normale breedte en geasfalteerd. De weg stijgt tot 2.369 meter hoogte, en aan het einde van de weg is een gratis parkeergarage bij de Kaiser-Franz-Josefs-Höhe. Hier heeft men een prachtig uitzicht over de Großglockner, met 3.798 meter hoogte de hoogste berg van Oostenrijk, en de Pasterze, de grootse gletsjer van de oostelijke Alpen. Vanaf hier is het mogelijk om verder te wandelen naar de gletsjer.

Na de afslag van de Gletscherstraße daalt de Großglockner Hochalpenstraße nog een stukje verder naar Heiligenblut, waar het einde van de toeristische weg wordt bereikt. Even ten noorden van Heiligenblut bevindt zich het tolstation voor verkeer dat in noordelijke richting rijdt.

Geschiedenis

De pas Hochtor wordt al zo'n 3500 jaar gebruikt, vroeger door Kelten en Romeinen om handel te drijven. In 1922 kwam er een plan voor een weg over deze route. Aanvankelijk werden de plannen met veel scepsis ontvangen, omdat het autoverkeer destijds weinig voorstelde. Maar in 1929 werd toch besloten om de weg aan te leggen, vooral als werkverschaffingsproject vanwege de op dat moment hoge werkloosheid. Men begon met de bouw van een 6 meter brede weg voor het internationale verkeer. Men voorzag 120.000 bezoekers per jaar. In eerste instantie was de weg nog onverhard.

Op 30 augustus 1930 begon de bouw en op 3 augustus 1935 was de weg gereed. Een dag later werd de weg met een auto- en motorwedstrijd officieel in gebruik genomen. Al vanaf het begin werd er tol geheven op deze verbinding.

Al kort na opening bleken de prognoses betreffende het aantal bezoekers veel te laag ingeschat. In 1936, het eerste volledige seizoen, trok de weg al 146.427 bezoekers. In 1938 was dit opgelopen tot 374.465 bezoekers. In de Tweede Wereldoorlog liep het aantal bezoekers uiteraard sterk terug, maar vanaf 1950 herstelde het zich snel. In 1950 waren er al weer 291.135 bezoekers, en in 1955 722.937 bezoekers. In 1960 werd voor het eerst de grens van meer dan 1 miljoen bezoekers per jaar overschreden.[1]

Lange tijd was de Großglocker Hochalpenstraße de enige vaste wegverbinding over de hoofdkam van de Alpen tussen de Brennerpass in het westen en de Radstädter Tauernpass in het oosten. Daarmee was de weg tot ver in de jaren 1960 een belangrijke internationale doorgaande route. Dat was voorbij toen in 1967 de Felbertauerntunnel opende en daarna in 1975 de Tauerntunnel als deel van de Tauern Autobahn A10. De Großglockner Hochalpenstraße verloor zijn functie als enige doorgaande route in een groot gebied, en daardoor kwamen er in eerste instantie wat minder bezoekers, maar de weg kon zich vervolgens ontwikkelen als toeristische weg.

De weg is in 1938 geasfalteerd en in 1953 verbreed tot 7,5 meter breedte. Ook het aantal parkeerplaatsen werd vergroot en haarspeldbochten werden verruimd zodat er met een hogere snelheid gereden kon worden.

Omstreeks 2000 trok de weg jaarlijks zo'n 200.000 voertuigen met zo'n 900.000 bezoekers.

Op 9 augustus 2016 trok de weg de 65 miljoenste bezoeker sinds de opening.

Toegang

In 2019 kost een dagkaart voor auto's € 36,50. Hiermee mag men de gehele dag gebruik maken van de Großglockner Hochalpenstraße zodat ook een retourrit mogelijk is. De dagkaart is kentekengebonden. Indien men binnen hetzelfde jaar nog een keer de Großglockner Hochalpenstraße en de eerste dagkaart voorlegt kost een tweede dagkaart slechts € 12,00.[2]

Voor reizigers die na 18:00 uur het tolstation passeren kost een dagkaart € 26,50. De weg is 's nachts gesloten.

De weg is toegestaan voor motorvoertuigen met een aanhanger, al wordt dit afgeraden. De weg kent hellingen tot 12% en op sommige delen veel haarspeldbochten, vooral op de noordelijke helling tussen Ferleiten en Fuscher Törl. De zijweg naar de Edelweißspitze is verboden voor voertuigen met aanhangers, vrachtwagens en bussen. Deze weg is smal, heeft een wegdek van kinderkopjes en kent krappere bochten. De parkeerruimte bovenop de Edelweißspitze is beperkt.

Er zijn rondreistickets beschikbaar voor de Großglockner Hochalpenstraße in combinatie met de Felbertauerntunnel. Een rondreisticket kost € 43,00, men bespaart in totaal € 5,00.

Vergeleken met andere soortgelijke bergwegen is de tol voor de Großglockner Hochalpenstraße zeer hoog. Daar staat tegenover dat de weg relatief dicht langs de hoge bergen en de gletsjer loopt, waar dat op veel andere bergwegen in de Alpen niet altijd het geval is. De weg beschikt verder over een aantal aanvullende voorzieningen; de exposities op de verschillende plekken langs de weg zijn inbegrepen in de toegangsprijs en er zijn thematische wandelpaden over geologie en planten. Voor kinderen zijn er speeltuinen.

Alternatieven

Westelijk ligt de Felbertauerntunnel. Andere alternatieven liggen naar het oosten, zoals de autotrein van Böckstein naar Mallnitz en de A10 door de Tauerntunnel en Katschbergtunnel. Ook deze alternatieven zijn allemaal tolplichtig.

Referenties