Interoperabiliteit

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Interoperabiliteit is een systeem dat uitwisselbaar is met andere systemen. In de context van weginfrastructuur gaat het vooral om elektronische tolsystemen die bij meerdere aanbieders gebruikt kunnen worden, waarbij met één account en één transponder bij alle tolwegen de tol betaald kan worden.

Interoperabiliteit

Het concept van gedeeltelijke interoperabiliteit.

Interoperabiliteit betekent dat gebruikers van systeem A het ook in systeem B kunnen gebruiken, en belangrijk, ook andersom. Dit maakt het onderscheid of een systeem in één richting interoperabel is, of in twee richtingen.

Er zijn ook voorbeelden die complexer zijn, zoals dat de SunPass van Florida interoperabel is met zowel de E-ZPass in het noordoosten van de Verenigde Staten en regionale tolsystemen in Texas, Oklahoma en Kansas, en andersom, maar dat tegelijkertijd E-ZPass niet geaccepteerd wordt in Texas, Oklahoma en Kansas. Dit is een gedeeltelijke interoperabiliteit tussen 3 of meer systemen.

Met de introductie van transponders om de tolheffing elektronisch te betalen waren deze aanvankelijk in veel gevallen alleen bij de eigen aanbieder te gebruiken. Met interoperabiliteit wordt beoogd om uitwisseling tussen meerdere systemen mogelijk te maken, waarbij de gebruiker met één account en transponder op alle tolwegen van een andere aanbieder kan rijden.

Bij interoperabiliteit gaat het zowel om de uitwisselbaarheid van de hardware-kant, alsmede de uitwisselbaarheid van de back-end systemen. Immers moet niet alleen de hardware in staat zijn de transponder uit te lezen, maar ook om de gegevens daarvan te koppelen aan een account van een andere aanbieder.

Behalve dat dat laatste technisch mogelijk moet zijn, moeten betrokken partijen die stap ook concreet willen zetten. Het interoperabel maken van de systemen vergt immers een investering vooraf, en dus een kosten-batenanalyse. In enige vorm nemen partijen die meedoen aan zo’n systeem ook kredietrisico op elkaar, met name wanneer de geldstromen over en weer niet in balans zijn (wanneer de gebruikers van Systeem A veel meer gebruik maken van Systeem B dan omgekeerd).

Wetgeving

EETS

In de Europese Unie is de European Electronic Toll Service opgericht, een dienst die de verschillende tolsystemen uitwisselbaar moeten maken. De EETS was oorspronkelijk gebaseerd op de richtlijn 2004/52/EG van het Europees parlement[1] en de beslissing 2009/750/EC van de Europese Commissie.[2] In 2009 was uitgegaan van een interoperabiliteit per oktober 2012 voor vrachtverkeer en in oktober 2014 voor alle voertuigen, maar de deadlines zijn herhaaldelijk niet gehaald. Sinds 2018 zijn er aanbieders die een transponder aanbieden die in een groot aantal Europese landen werken. Vanwege het niet slagen van interoperabiliteit is de nieuwe richtlijn 2019/520/EG vastgesteld.[3] In 2021 sloot ook Zwitserland zich als niet-EU-lid aan bij EETS.[4]

MAP-21

In de Verenigde Staten is in 2012 de Moving Ahead for Progress in the 21st Century Act (MAP-21) aangenomen, een wet voor de financiering van landtransport. Eén van de provisies in de wet was het bereiken van interoperabiliteit van elektronische tolsystemen in de Verenigde Staten in 2016 beoogde. Er was echter geen financiering voor toegekend en geen sancties op het niet halen van de deadline. Alhoewel in 2016 een privaat bedrijf een transponder aanbood die bij alle tolwegen in het land functioneert, wordt breed beschouwd dat nationale interoperabiliteit een mislukking is gebleken.[5] Regionaal zijn echter wel grote stappen gezet.[6]

Regionale interoperabiliteit

Europese Unie

In de Europese Unie hebben lidstaten individueel elektronische tolsystemen ingevoerd. In Italië werd in 1989 als eerste land ter wereld een landelijk elektronisch tolsysteem ingevoerd, de Telepass van Autostrade per l'Italia.[7] In Frankrijk werd in 1985 een elektronisch betaalsysteem op de A4 bij Parijs ingevoerd. In 1990 voerde Autoroutes du Sud de la France (ASF) een tolsysteem voor vrachtwagens dat Pass-PL heette en in 1990 voerde Sanef een elektronisch tolsysteem voor de A1 nabij Parijs in. In 1993 werd de eerste vorm van télépéage bij Toulouse ingevoerd. In 1991 introduceerde Portugal het systeem Via Verde.[8]

Het oudste volledig elektronische tolheffings-systeem kwam overigens uit niet-EU-lidstaat Noorwegen, in 1988 in Trondheim[9] en in 1990 in Oslo. Dit was het systeem Q-Free. Dit is de voorganger van het Noorse AutoPASS.

De eerste generatie transponders maakten gebruik van dedicated short-range communications (DSRC), echter op verschillende frequenties. In 1992 werd een standaard NEN-norm geïntroduceerd op 5,8 GHz.[10] De eerste Europese interoperabiliteit tussen tolsystemen ontstond in 2000 in Frankrijk, toen de tolsystemen van de verschillende concessionairs werden gecombineerd tot Liber-T (technische naam: Télépéage Inter Sociétés, TIS).

In 2005 voerde Duitsland de LKW-Maut in voor vrachtverkeer. In korte tijd ontstonden in veel landen elektronische tolsystemen, voor autoverkeer of voor vrachtverkeer. Deze waren niet uitwisselbaar met elkaar. Dit resulteerde erin dat met name vrachtwagenchauffeurs - die verplicht waren de tol met een transponder te betalen - een groot aantal verschillende transponders aan boord moesten hebben om de tol te betalen.

De Europese Commissie werkte vanaf 2005 aan interoperabiliteit van systemen van de verschillende lidstaten, met als doel dit in 2013 gerealiseerd te hebben. In 2009 was uitgegaan van een interoperabiliteit per oktober 2012 voor vrachtverkeer en in oktober 2014 voor alle voertuigen. Geformuleerde deadlines zijn echter herhaaldelijk niet gehaald. Verschillen in technologie compliceerden het project. Er waren transponders die van korte-afstandsradio gebruikt maakten (RFID) van verschillende standaarden, en GPS-plaatsbepaling.

Daarnaast bieden diverse landen voor personenauto's elektronische tolsystemen met een On-board unit aan. Met name in landen met grote tolwegennetten, zoals Italië, Ierland, Kroatië, Spanje, Portugal en Frankrijk kwamen deze op. Ook voor geïsoleerde tolsystemen in Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Noorwegen en Zweden kwam dit soort technologie echter op. Tot recent was vrijwel geen van deze systemen met andere systemen compatibel. Soms zijn ze uitsluitend in één richting compatibel, zoals wel van land A in land B, maar niet andersom.

Sinds 2018 zijn er aanbieders die een transponder aanbieden die in een groot aantal Europese landen werkt. Met de invoering van IBAN bankrekeningnummers werd het makkelijker voor buitenlanders om de Franse transponder voor de télépéage te verkrijgen. Dit werd met name onder Nederlanders populair. Daarna zijn transponders op de markt gekomen die in Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal werken. Frankrijk, Spanje en Portugal werkten al op min of meer dezelfde technologie; om Italië aan te kunnen bieden moest extra apparatuur in de transponders worden gebracht. Ook zijn er aanbieders van transponders die in de Scandinavische landen werken.

In Europa zijn aanbieders van elektronische tolsystemen verenigd in Association of Electronic Toll and Interoperable Service (AETIS).[11]

Een volledig EU-breed systeem bestaat nog niet. Voor zover systemen al voldoende interoperabel zouden zijn, zijn ze aan de back-end-kant nog niet op elkaar ingericht. Op geïsoleerde tolwegen (een enkele tolbrug of toltunnel) hoeft sowieso geen interoperabiliteit te worden aangeboden.[12] Daarnaast neemt kentekentol in populariteit toe, waarbij gebruikers geen fysieke transponder aan boord hoeven te hebben.

Verenigde Staten

In de Verenigde Staten is op vrijwillige basis interoperabiliteit bereikt tussen een groeiend aantal systemen. Het grootste hiervan is de E-ZPass, het elektronische tolsysteem dat aanvankelijk ontworpen was voor tolwegen in New York en New Jersey, maar in de loop der jaren is uitgebreid tot de meeste staten in het oosten van de Verenigde Staten. Hierbij gingen al bestaande elektronische tolsystemen op in E-ZPass.

Daarnaast waren er staten waar meer dan één elektronisch tolsysteem was ontstaan, meest prominent in Florida en Texas. Deze ontstonden per tolwegbeheerder, vaak van een county of stedelijke regio. Deze zijn later interoperabel geworden binnen de betreffende staat, en vervolgens in fases ook tussen verschillende staten.

In Florida werd in 1999 de SunPass geïntroduceerd door het Florida Department of Transportation, voor gebruik op Florida's Turnpike en tolwegen in het beheer van FDOT. Daarnaast waren er echter andere tolwegbeheerders die ook hun eigen transponder uitgaven en dat deels nog steeds doen. Deze regionale systemen werden gefaseerd interoperabel met de SunPass of zijn er volledig door vervangen. SunPass is sinds 2021 interoperabel met E-ZPass en werd vanaf 2014 ook geaccepteerd in een groeiend aantal andere staten, zoals Georgia, North Carolina, Kansas, Oklahoma en delen van Texas.

In Texas werd in 1989 de TollTag geÏntroduceerd door de North Texas Tollway Authority, die tolwegen in de regio Dallas-Fort Worth beheert. Niet lang daarna introduceerde de Harris County Toll Road Authority zijn eigen EZ TAG voor tolwegen in de regio Houston. Deze systemen waren niet interoperabel, ondanks dat ze in dezelfde staat gebruikt werden. Bestuurders uit Houston konden hun EZ TAG niet in de regio Dallas gebruiken en andersom. In 2003 werd interoperabiliteit bereikt tussen deze twee systemen. Tegelijkertijd werd in 2006 de TxTag geïntroduceerd voor tolwegen in het beheer van het Texas Department of Transportation. Deze was vanaf het begin interoperabel met EZ TAG en TollTag, waarmee deze drie elektronische tolsystemen op alle tolwegen in Texas werken en sinds 2014 ook in een aantal andere staten. In 2017 werd de Central United States Interoperability Partners (CUSIOP) opgericht zodat de tolsystemen van Texas, Oklahoma en Kansas interoperabel werden.

Geschiedenis

De geschiedenis van elektronische tolheffing gaat terug tot de jaren '80. Het is ontstaan vanuit de wens van frequente gebruikers om niet te hoeven stoppen voor het betalen van tol. Elektronische betaalopties met een transponder waren dan initieel ook gericht op lokale frequente gebruikers. Dit is de reden dat in zowel Europa als de Verenigde Staten elektronische tolsystemen als lokale of regionale systemen zijn ontwikkeld, waarbij naar verloop van tijd de wens bestond om deze uitwisselbaar (interoperabel) te maken met andere elektronische tolsystemen. Dit vond met name vanaf 2000 plaats, eerst op landelijke schaal in Europa en op staatsniveau in de Verenigde Staten. In de praktijk bleek het interoperabel maken van al die verschillende tolsystemen technisch en bestuurlijk complex te zijn.

Zie ook

Referenties