Mangartsko sedlo

Uit Wegenwiki
(Doorverwezen vanaf Mangart)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Flag of Slovenia.svg
Mangartsko sedlo

Mangrtsko sedlo

Mangartsko sedlo.jpg
Hoogte 2.072 m
Weg SLO R902.svg
Hellingspercentage 15%
Verboden voor aanhangers? ja
Wintersluiting ja
Opengesteld 1938
Kaart kaart

Mangartsko sedlo of Mangrtsko sedlo is een bergpas in Slovenië, gelegen in de Julische Alpen. Met 2.072 meter is het de hoogste weg van het land.

Kenmerken

De Mangartsko sedlo is een doodlopende weg, genummerd als de R902. De weg begint ruim een 1 kilometer ten oosten van de Predilpas op 1.080 meter hoogte op een kruising met de R203. De weg voert dan door een nauw dal met dichte bossen, waarna men door de toegangspoort komt. De weg is zeer smal, op veel punten is passeren van tegenliggers lastig. De weg kent een serie haarspeldbochten en ook drie tunnels. Vanaf 1.700 meter hoogte bereikt men de boomgrens, waarna de weg een fenomenaal uitzicht biedt op de westelijke Julische Alpen en de bergtop Mangart. Het hoogstgelegen deel van de weg is een rondweg met éénrichtingsverkeer. Het hoogste punt is 2.055 of 2.072 meter[1] en ligt vrijwel op de grens met Italië.

Met 2.679 meter is de Mangart de op twee na hoogste berg van Slovenië en heeft een markante piramidevorm.

Geschiedenis

De Mangartsko sedlo ligt op een relatief toegankelijk plateau tussen twee bergtoppen in. Dit was in de 16e eeuw al een gebied waar mensen kwamen, er was een karrenspoor omhoog en een berghut die begin 20e eeuw veel door Duitse toeristen bezocht werd. In die tijd behoorde het gebied tot Oostenrijk-Hongarije.

Het gebied waarin de Mangart ligt behoorde vanaf 1920 tot Italië, die het annexeerde na de Eerste Wereldoorlog en de overwinning op Oostenrijk-Hongarije. In aanloop naar de Tweede Wereldoorlog besloot Italië een weg naar de Mangart aan te leggen, die in 1938 is gerealiseerd door het Italiaanse leger. De weg is in korte tijd van het voorjaar tot de herfst aangelegd als een macadam-weg met vijf tunnels. De weg was aangelegd om Italië te beschermen tegen het Joegoslavische leger.

De bouw van de weg werd uitgevoerd door een bataljon uit L'Aquila, plus lokale arbeiders uit Friuli. In totaal werkten 500 man aan het project. Ze werkten 12 uur per dag, gelijktijdig op verschillende locaties. Er waren ook plannen voor een tunnel naar de Rateški Mali Mangart / Piccolo Mangart, een bergtop ten oosten van de Mangartsko sedlo, waar een artilleriebataljon gepland was. Dit werd uiteindelijk niet gerealiseerd vanwege de invallende winter en het begin van de Tweede Wereldoorlog.

De weg naar Mangart kwam vanaf 1947 onder Joegoslavische controle te staan, toen de grens tussen Italië en Joegoslavië werd vastgesteld. De grens lag vrijwel op de pashoogte. De weg was de hoogste van Joegoslavië en vanaf 1991 ook Slovenië. De weg was onverhard en is tussen 1994 en 2004 in fases geasfalteerd. De laatste 3 kilometer van het hoogste deel van de weg is sinds 2012 niet meer te berijden vanwege een rotsverschuiving en geen mogelijkheid om zonder ecologische impact een nieuwe weg aan te leggen.[2][3] Het hoogst bereikbare punt is sindsdien een parkeerplaats op 1.880 meter hoogte. Het is daarmee nog steeds de hoogst berijdbare weg van Slovenië.

De bergweg (rechts) en uitzicht over het westelijk deel van de Julische Alpen. De bergen op de foto zijn grotendeels op de grens met Italië of in Italië.

Naam

De R902.

Van oudsher was er strijd over de naam van de Mangart, vanuit het Italiaans was dit Mangart en dit is ook de officiële Sloveense naam, maar sprekers in West-Slovenië gebruiken ook vaak de naam Mangrt.

Mangartsko sedlo wordt in het Engels wel vertaald als Mangart Saddle, een 'sedlo' is letterlijk vertaald een zadel, in de berggeografie wordt ook vaak de term 'col' gebruikt als het laagste punt tussen twee bergtoppen. Er is geen duidelijk onderscheid tussen beide termen. Sedlo of saddle is een term die in de berggeografie afwisselend met pas gebruikt wordt. In het Nederlands is er geen duidelijke vertaling voor. Mangart is echter geen bergpas, aangezien de weg aan de andere kant niet weer naar beneden gaat. Echter sommige vergelijkbare situaties worden elders toch een pas genoemd.

Toegang

Kort na het begin van de weg is een toegangspoort met slagbomen waar men entree moet betalen om de weg te berijden. Dit was oorspronkelijk een parkeertarief, maar heet sinds 2010 officieel een ecotax. De toegang bedroeg vanaf 1995 € 5, maar is in 2020 verhoogd naar € 10.[4] De toegangspoort met slagboom is ook een verkeersteller die het verkeer doseert op drukke dagen, vanwege de beperkte parkeercapaciteit boven op de berg.

Verkeersintensiteiten

Dagelijks maken gemiddeld 50 tot 100 voertuigen van de pasroute gebruik, alhoewel het op piekdagen hoger kan liggen.

Referenties