Megaproject

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Een megaproject is een groot individueel bouwproject, veelal geassocieerd met infrastructuur. Er is geen formele definitie van megaprojecten, maar meestal gaat het om kostbare projecten met een grote impact. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen individuele projecten (zoals een brug of tunnel) of een netwerk over een langere periode, zoals de aanleg van de Interstate Highways in de Verenigde Staten.

Kenmerken

Megaprojecten kunnen voorkomen in allerlei typen infrastructuur, zoals wegen, spoorwegen, waterwegen, luchthavens, energievoorziening en watervoorziening. De term megaproject is subjectief, zo zal de aanleg van een autosnelweg door een nabijgelegen dorp als megaproject ervaren kunnen worden, terwijl dat voor een snelgroeiende metropool niet zo hoeft te zijn. Megaprojecten zijn niet altijd even zichtbaar voor burgers, zoals utiliteiten als energie- en watervoorziening. Pas wanneer deze wegvalt komt het belang ervan goed aan het licht. Megaprojecten zijn vaak complex van aard en vereisen een significante plan- en ontwerptijd, in de meeste landen minstens 10 jaar. Megaprojecten liggen vaak politiek gevoelig vanwege de hoge kosten ervan.

Geschiedenis

De definitie van megaprojecten is in de loop der jaren veranderd. Eén van de eerste grote bouwprojecten voor wegverkeer was de aanleg van de Brooklyn Bridge in New York City. Bijzonder waren ook de aanleg van tal van grote bruggen in de Verenigde Staten en Europa in de jaren '20 en '30, gevolgd door een tweede serie grote bruggen en tunnels vanaf de jaren '60. Vanwege de toegenomen kennis en technische mogelijkheden worden er in recente decennia meer megaprojecten uitgevoerd. Te denken valt aan de onderzeetunnels in Noorwegen sinds de jaren '90 en de bouw van grote Alpentunnels vanaf de jaren '60.

De realisatie van megaprojecten anders dan voor wegverkeer zijn bijvoorbeeld de spoor-basistunnels in de Alpen, metrolijnen en de aanleg van grote luchthavens, al dan niet in zee. Ook zijn enkele zeer lange spoortunnels onder zee gerealiseerd, zoals de Kanaaltunnel en de Seikantunnel in Japan. De aanleg van hogesnelheidslijnen wordt meestal ook als een megaproject gezien.

Kosten & gebruik

Typerend voor megaprojecten zijn kostenoverschrijdingen en tegenvallend gebruik. Hier zijn tal van studies naar gedaan, zeker omdat in recente decennia veel meer megaprojecten voor infrastructuur zijn uitgevoerd. Kenmerkend voor megaprojecten zijn te optimistische kostenramingen, onderschatting van de complexiteit van megaprojecten en het overschatten van het gebruik ervan en de impact op de omgeving.

Eén van de bekendste onderzoeken naar megaprojecten is uitgevoerd door de Deense economisch geograaf Bent Flyvbjerg met het boek Megaprojects and Risk: An Anatomy of Ambition. Andere onderzoeken zijn bijvoorbeeld Cost Overruns and Demand Shortfalls in Urban Rail and Other Infrastructure.[1] Uit deze onderzoeken blijkt dat de kosten van megaprojecten van alle modaliteiten onderschat worden, het meeste bij spoorlijnen. Tegelijkertijd blijkt dat het daadwerkelijk gebruik hiervan overschat wordt, waardoor megaprojecten aan twee kanten economisch gevaar op leveren, namelijk dat de kosten hoger uitvallen dan gedacht en het gebruik minder, waardoor megaprojecten minder rendabel zijn. Met name spoorprojecten zijn gevoelig, omdat de kostenoverschrijding gemiddeld 45% bedraagt en het gebruik gemiddeld 40% lager is dan verwacht. Wegenprojecten zijn minder gevoelig, met een gemiddelde kostenoverschrijding van 20% en een gebruik dat met 10% onderschat wordt. Grote railprojecten liggen politiek makkelijker. Nederlandse spoor- en OV-projecten met significante kostenoverschrijdingen dan initieel verwacht zijn de aanleg van de Hogesnelheidslijn-zuid, de Betuweroute, de Noord-Zuidlijn, Randstadrail en Phileas. Kenmerkend voor megaprojecten is dat het ontwerp later in het beslissingsproces nog aangepast wordt, waardoor dergelijke projecten beduidend duurder worden maar politiek gezien niet meer te stoppen zijn. De Betuweroute is hiervan een goed voorbeeld, die uitgroeide van een upgrade van een bestaande spoorlijn tot een volledig nieuwe spoorverbinding met tal van tunnels.

Megaprojecten voor wegverkeer die minder gunstig uitvallen zijn vaak tolwegen en projecten in dunbevolkte gebieden. Uit onderzoek blijkt dat de kosten van grote projecten in stedelijk gebied vaak onderschat worden, terwijl het gebruik ervan ook onderschat wordt, en een project mogelijk niet toekomstvast wordt uitgevoerd. Een bekend voorbeeld hiervan is de aanleg van de Wijkertunnel in Nederland. In dunbevolkte gebieden wordt het verwachte gebruik juist overschat, om een investering te rechtvaardigen. Ook wordt het gebruik van tolwegen vaak overschat, zelfs een geringe tolheffing heeft al een significant afschrikeffect, zeker in gebieden waar alternatieven voorhanden zijn.

Voorbeelden

Megaprojecten van infrastructuur zijn vaak grote bruggen of tunnels, die honderden miljoenen tot meerdere miljarden kosten. Eén van de duurste verkeerstunnelprojecten was de aanleg van de Big dig in Boston. Om megaprojecten in goed historisch financieel perspectief te kunnen plaatsen is het belangrijk om de bouwkosten van oudere projecten te indexeren naar inflatie. Zo was een project van 100 miljoen in de jaren '30 heel anders dan 100 miljoen in 2010.

Europa

(uitsluitend weginfrastructuur)

Noord-Amerika

Azië

Oceanië

Referenties