Nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De ontwikkeling van de PM10-concenstraties (fijnstof).
De ontwikkeling van de NO2-concentraties (stikstofdioxide).

Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is een programma om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren door een combinatie van maatregelen.[1][2]

Aanleiding

In Nederland is de luchtkwaliteit sinds de jaren '80 sterk verbeterd. De emissies van veel vervuilende stoffen zijn dermate teruggedrongen dat deze geen knelpunt meer vormen. Voor twee stoffen, fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) bleven knelpunten over. Omdat niet overal aan de grenswaarden werd voldaan kon de burger niet adequaat beschermd worden tegen luchtvervuiling. Veel ruimtelijke projecten konden geen doorgang vinden. Daarom is het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit opgezet met als doel dat in 2011 overal aan de normen van fijnstof (PM10) voldaan zou worden en in 2015 overal aan stikstofdioxide (NO2).

Stikstofdioxide & fijnstof

Langs wegen worden voornamelijk hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) gemeten, die voornamelijk veroorzaakt worden door dieselmotoren. De verkeersbijdrage op de totale concentraties van stikstofdioxide is relatief hoog. Alhoewel de grenswaarden NO2 nauwelijks worden overschreden, zijn er wegen waar de concentraties relatief dicht bij de grenswaarde liggen. Dit is vooral het geval bij drukke autosnelwegen en drukke stadswegen, met name stadswegen waar veel bussen overheen rijden. In tegenstelling tot de popularisatie van het woord fijnstof (PM10) is de verkeersbijdrage van deze stof veel geringer. De concentraties fijnstof worden hoofdzakelijk bepaald door achtergrondconcentraties. Langs autosnelwegen worden de grenswaarden voor fijnstof nergens overschreden. Wel zijn er knelpunten rond pluimveehouderijen. Tussen 1990 en 2010 nam de uitstoot van fijnstof (PM10) door het wegverkeer in Nederland met 45 procent af, ondanks een groei van 30 procent van het wegverkeer in diezelfde periode.[3]

Geschiedenis

Veel ruimtelijke projecten, waaronder ook veel wegenprojecten, zijn keer op keer vertraagd vanwege knelpunten met de luchtkwaliteit. De in 2003 aangenomen Spoedwet Wegverbreding kon daardoor nauwelijks voortgang ondervinden. Een keerpunt was de vernietiging van het tracébesluit voor de verbreding van de A4 langs Leiden in 2007, destijds het grootste fileknelpunt van Nederland. Hier was dermate veel verontwaardiging over dat de politiek heeft besloten om de luchtkwaliteit landelijk aan te pakken, waarbij de uitvoering bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) kwam te liggen, waar Jacqueline Cramer (PvdA) destijds minister van was. In 2008 is het kabinetsstandpunt omtrent het NSL vastgesteld waarbij € 2 miljard voor de aanpak beschikbaar is gesteld.[4] Het NSL is uiteindelijk op 1 augustus 2009 in werking is getreden en had oorspronkelijk een looptijd van 5 jaar.

In 2009 was bij de start van het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) nog sprake van overschrijdingen van NO2 concentraties langs 1.100 kilometer weg. In 2014 was dit gereduceerd naar 30 kilometer en in 2015 naar 10 kilometer.[5] De resterende knelpunten van NO2 en PM10 zijn vooral een klein aantal drukke ontsluitingswegen in steden en wegen langs intensieve veehouderijen.[6] In 2014 is het NSL verlengd tot 31 december 2016[7] en het NSL is per 1 januari 2017 nogmaals verlengd tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet.[8]

Maatregelen

Het beleid richtte zich op bronmaatregelen en maatregelen langs de wegen. Voorbeelden van bronmaatregelen is de subsidiëring van roetfilters voor dieselvoertuigen en de invoering van nieuwe euronormen voor personenauto's en vrachtwagens. Hierdoor is de emissie van het verkeer teruggedrongen, met name door de invoering van euro 5 en euro 6 voor vrachtwagens. Het wagenpark van vrachtwagens verschoonde sneller dan dat van personenauto's vanwege de hogere doorloopsnelheid. Er rijden relatief weinig vrachtwagens van meer dan 10 jaar oud rond, terwijl de gemiddelde leeftijd van een personenauto bijna 10 jaar is.

Maatregelen langs de weg waren in eerste instantie dynamische maximumsnelheden, ook bekend als dynamax. In 2009 en 2010 zijn de eerste proeven gehouden. Met name op luchtkwaliteit gericht was de dynamische maximumsnelheid op de A58 bij Tilburg, waar tijdens slechtere luchtkwaliteit de maximumsnelheid is verlaagd naar 80 km/h, in combinatie met strenge handhaving door het KLPD. De effecten waren gering omdat een groot deel van de luchtkwaliteit bepaald wordt door achtergrondconcentraties. Er werd vastgesteld dat een lagere maximumsnelheid vooral zinvol was bij structurele overschrijdingen, en minder bij incidentele overschrijdingen, die vaak door meteorologische omstandigheden (inversie) worden veroorzaakt.

Een ander maatregel was de plaatsing van luchtkwaliteitsschermen langs de snelweg. Deze zijn voor weggebruikers niet te onderscheiden van reguliere geluidsschermen.

Monitoring

Het NSL wordt continu gemonitord, waarbij het programma jaarlijks wordt aangepast op de nieuwste inzichten en metingen. Belangrijk is dat het NSL wordt gevalideerd met metingen langs de snelweg, en niet de opgave van fabrikanten omtrent emissies. Het 'sjoemelschandaal' (dieselgate) met de emissie-eisen van Volkswagen in 2015 had daarom weinig impact op de uitkomst van het NSL.[9] Het NSL bevat circa 330.000 toetspunten.[10]

Referenties