North Carolina

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Flag of North Carolina.png
North Carolina.png
Hoofdstad Raleigh
Grootste stad Charlotte
Oppervlakte 139.509 km²
Inwonertal 10.273.000
Lengte snelwegennet 2.988 km
Eerste snelweg 1951[1]
Afkorting NC

North Carolina is een staat in het oosten van de Verenigde Staten. De staat telt 10.273.000 inwoners (2017) en de hoofdstad is Raleigh. De grootste stad is Charlotte. De oppervlakte bedraagt 139.509 vierkante kilometer en is hiermee ruim 3 maal zo groot als Nederland. De bijnaam van North Carolina is de Tar Heel State.

Inleiding

Raleigh, de state capital van North Carolina.

Geografie

North Carolina is de op drie na grootste staat ten oosten van de Mississippi en meet maximaal 800 kilometer van west naar oost en 300 kilometer van noord naar zuid. Het is gelegen aan de Atlantische Oceaan en heeft een uitgebreide kustlijn met de Outer Banks, lagunes (Pamlico Sound) en estuaria. De staat grenst in het noorden aan Virginia, in het westen aan Tennessee en in het zuiden aan Georgia en South Carolina.

De staat wordt doorgaans opgedeeld in drie geografische regio's. In het oosten ligt de Atlantische kustvlakte, die overwegend bebost is en loopt tot circa 200 kilometer landinwaarts en omvat bijna de helft van de oppervlakte van de staat. Het midden van de staat wordt gevormd door de Piedmont, een laaggelegen plateau met kleine hoogteverschillen. Hier zijn de meeste grote steden van North Carolina gelegen. Het gebied is ook hier overwegend bebost. Het westen van North Carolina wordt gevormd door de Appalachian Mountains en de uitlopers daarvan. Dit gebied varieert van heuvelachtig tot bergachtig op de grens met de staat Tennessee. De 2.037 meter hoge Mount Mitchell is niet alleen het hoogste punt van North Carolina, maar dat van het gehele oosten van Noord-Amerika.

Door North Carolina stromen geen grote rivieren, de meeste rivieren zijn klein en ondiep, alhoewel diverse rivieren zijn ingedamd als stuwmeer. Het grootste deel van de rivieren stromen naar de Atlantische Oceaan, maar een klein deel stroomt naar de Golf van Mexico.

North Carolina heeft een vochtig subtropisch klimaat, waarbij de winter in het oosten milder is dan in het westen. Sneeuw valt elk jaar wel in North Carolina, zeker in de westelijke helft. De regio Piedmont is berucht vanwege de vele ijzel omdat het vaak aan de zuidkant van een depressie ligt en net rond het vriespunt valt in zulke situaties. Met name de Outer Banks worden met enige regelmaat getroffen door orkanen. De impact van orkanen landinwaarts is beperkt tot zware regenval. De gemiddelde maximumtemperatuur in Charlotte varieert van 10°C in de winter tot 30°C in de zomer.

Economie

North Carolina geldt sinds de jaren '80 als één van de meest succesvolle staten in het oosten van het land, met een langdurige bevolkingsgroei en een diversificatie van de economie. Met name de steden Charlotte en Raleigh trekken veel high-tech bedrijven aan. North Carolina wordt gezien als concurrent voor California en het noordoosten van de Verenigde Staten, voornamelijk omdat de huizenprijzen fors lager liggen. Afgezien van de buurstaten komen de meeste binnenlandse migranten in North Carolina uit staten als California, New York, New Jersey en Pennsylvania.[2] De grootste stad Charlotte is een belangrijk financieel centrum in de Verenigde Staten en is het hoofdkantoor voor de Bank of America en voorheen Wachovia. De steden in North Carolina worden vaak geroemd vanwege het goede investeringsklimaat. North Carolina is ook een concurrent geworden voor de regio Atlanta, die vergelijkbare eigenschappen heeft. North Carolina heeft de crisis vanaf 2008 beter doorstaan dan de regio Atlanta.

Demografie

Naam Inwonertal
Charlotte 859.000
Raleigh 465.000
Greensboro 290.000
Winston-Salem 245.000
Durham 268.000
Fayetteville 210.000
Cary 166.000
High Point 112.000

North Carolina is van oudsher één van de meerbevolkte staten in het land. Al in de jaren 1860 overschreed de staat de grens van 1 miljoen inwoners wat kort na 1900 verdubbelde naar 2 miljoen inwoners. Tussen de jaren '30 en jaren '90 nam het inwonertal met niet veel meer dan het Amerikaans gemiddelde toe, maar versnelde vanaf eind jaren '80 door de sterke economische positie. Tussen 1990 en 2015 groeide het inwonertal van 6,6 naar 10 miljoen.

In North Carolina wonen van oudsher veel African-Americans, wat zijn oorsprong heeft in de oorspronkelijke economie, waar veel Afrikanen als slaaf werkten. Het aandeel Latino en Hispanic is echter betrekkelijk laag. Het aandeel Aziaten is laag, maar groeit snel.

De staat heeft diverse grote steden. Charlotte is de grootste stad, gevolgd door de hoofdstad Raleigh. Beide steden hebben een snelgroeiende agglomeratie, maar behouden enigszins hun karakter van een kleine stad, omdat ze een klein centrum hebben en het grootste deel uit na-oorlogse woonwijken bestaat van een kleinschalig karakter. Vergelijkbaar met Atlanta is de bevolkingsdichtheid van de steden betrekkelijk laag en is de bebouwing erg verspreid in de dichte bebossing. Winston-Salem is één stad, maar vormt een conurbatie met de nabijgelegen steden Greensboro en High Point. Durham en Raleigh worden vanwege hun nabijheid vaak ook in één adem genoemd. Ondanks de lange kustlijn is er maar één grotere stad aan de Atlantische Oceaan, namelijk Wilmington. Dit is echter een betrekkelijk kleine stad waarvan de haven het moet afleggen tegen dat van Charleston in South Carolina.

Geschiedenis

census bevolking positie
1790 394.000 #3
1800 478.000 #4
1810 557.000 #4
1820 639.000 #4
1830 738.000 #5
1840 753.000 #7
1850 869.000 #10
1860 993.000 #12
1870 1.071.000 #14
1880 1.340.000 #15
1890 1.617.000 #16
1900 1.894.000 #15
1910 2.206.000 #16
1920 2.559.000 #14
1930 3.170.000 #12
1940 3.572.000 #11
1950 4.060.000 #10
1960 4.563.000 #12
1970 5.082.000 #12
1980 5.882.000 #10
1990 6.629.000 #10
2000 8.049.000 #11
2010 9.535.000 #10

De eerste Europeanen in wat nu North Carolina is waren Spanjaarden midden 16e eeuw en bouwden er een fort. Dit bestond slechts korte tijd, maar was de eerste Europese poging tot kolonisatie van het Amerikaanse binnenland. Eind jaren 1580 werd door de Engelsen de Roanoke Colony gesticht. In 1587 werd het eerste Engelse kind in Noord-Amerika geboren op Roanoke Island. Het is nooit bekend geweest wat er met deze kolonie is gebeurd, en wordt de 'Lost Colony' genoemd en heeft een enigszins mythische status in de Amerikaanse geschiedenis.

Wat nu North Carolina is behoorde in de 16e eeuw tot het Virginia Territory. In 1663 werd door koning Charles II van Engeland een nieuwe kolonie goedgekeurd dat hij Carolina noemde, naar zijn vader Charles I. Hiermee werd ook de hedendaagse grens tussen Virginia en Carolina vastgelegd. In 1710 werd het opgedeeld in North Carolina en South Carolina. Op 12 april 1776 was de kolonie de eerste die de instructie gaf om voor de Declaration of Independence (onafhankelijkheidsverklaring) te stemmen. Deze datum staat op de vlag van North Carolina. In 1789 keurde North Carolina de Amerikaanse grondwet goed en werd het een staat van de Verenigde Staten. Het was indertijd de op twee na grootste staat van het land qua inwonertal. In 1840 werd de state capitol in Raleigh voltooid. In die tijd was North Carolina een zeer rurale staat, alleen Wilmington had meer dan 10.000 inwoners in 1860. De hoofdstad Raleigh had slechts 5.000 inwoners. In 1861 werd North Carolina de laatste staat die in de Confederatie opging en meevocht in de Amerikaanse Burgeroorlog tot 1865. De staat werd na de burgeroorlog herbouwd, veel van de infrastructuur was verwoest. Gedurende de 19e eeuw verloor North Carolina aan belang binnen de Verenigde Staten, het daalde af op de ladder van de 3e naar de 16e meest bevolkte staat.

Eind 19e eeuw begonnen zich industrieën te ontwikkelen in de Piedmont, de regio die de staat uiteindelijk zou gaan domineren omdat hier de meeste grote steden gelegen zijn. North Carolina groeide in het grootste deel van de 20e eeuw niet bijzonder snel, ongeveer met het Amerikaans gemiddelde. Het was vanaf de jaren '80 dat het een meer dominante staat werd. In 1900 was het de op 14 na grootste staat qua inwonertal, in 2000 was het de op 10 na grootste staat en schoof nog twee plaatsen op in 2015. Het inwonertal van North Carolina is vergelijkbaar met buurstaat Georgia, maar waar in Georgia voornamelijk één stad dominant is (Atlanta) heeft North Carolina meerdere grotere steden.

Wegennet

De staat North Carolina heeft een dicht netwerk van wegen. Het netwerk wordt gevormd door state highways, US Highways en Interstate Highways. De staat heeft geen county roads. Het netwerk van wegen dat door de staat beheerd wordt is daarom het grootste in de Verenigde Staten, met een lengte van 127.666 kilometer. Het netwerk van state highways is circa 10 keer zo groot als dat van sommige middelgrote staten in het Midwesten en westen van de Verenigde Staten.

Wegbeheer

Het wegennet van North Carolina wordt beheerd door het North Carolina Department of Transportation, frequent afgekort tot NCDOT.[3] (uitspraak: en-cee-dee-o-tee). Het huidige North Carolina Department of Transportation werd opgericht in 1979, maar heeft zijn oorsprong in de State Highway Commission van 1915. NCDOT heeft een uitgebreid takenpakket en beheert naast wegen ook veerdiensten, voet- en fietspaden, en is indirect ook verantwoordelijk voor luchtvaart, passagiersvervoer per spoor en ander openbaar vervoer. De Division of Motor Vehicles (DMV) is ook een onderdeel van het NCDOT.

Het North Carolina Department of Transportation beheert het op één na grootste wegennet van de Verenigde Staten, met meer dan 125.000 kilometer weg. Alleen het Texas Department of Transportation beheert een groter wegennet. Het netwerk van wegen dat als state highway is gekenmerkt is in North Carolina echter groter dan in Texas, omdat een aanzienlijk deel van de wegen in het beheer van de staat Texas een Farm to Market Road is, een wegcategorie die in North Carolina niet bestaat. Het North Carolina Department of Transportation beheert ook meer dan 18.500 bruggen, waarvan er diverse in de kustregio langer dan 1 kilometer zijn. Het budget voor het North Carolina Department of Transportation bedraagt circa $ 4,4 miljard per jaar.[4]

Interstate Highways

Het Interstate Highway-netwerk van North Carolina.
De 2x4 rijstroken tellende I-40/85 bij Burlington.

North Carolina heeft een dicht netwerk van Interstate Highways. Alle grote steden worden door Interstate Highways verbonden en veel doorgaand verkeer langs de oostkust van de Verenigde Staten moet door North Carolina rijden. In het westen van de staat vormt de Interstate 26 een noord-zuidroute door de Appalachian Mountains, via Asheville. I-26 geldt als één van de mooiste snelwegen in het oosten van de Verenigde Staten, met name in het grensgebied met Tennessee. De Interstate 40 is langste oost-westroute van de staat en is bijna 700 kilometer lang. I-40 vermijdt de grootste stad Charlotte, maar verloopt noordelijker door de stedelijke regio van Winston-Salem, Greensboro en Durham en Raleigh, door tot de Atlantische kust in Wilmington. Het oostelijkste deel van Raleigh naar Wilmington loopt grotendeels noord-zuid.

De Interstate 73 en Interstate 74 worden ontwikkeld als noord-zuidroutes door het midden van de staat, de exacte toekomstige route is nog niet overal duidelijk. Deze twee snelwegen zijn deels dubbelgenummerd en passeren door Winston-Salem en Greensboro. De Interstate 77 vormt een noord-zuidroute door het westen van de staat, via de grootste stad Charlotte, maar doet buiten Charlotte geen noemenswaardige plaatsen aan. De Interstate 85 wordt meestal genoemd als de belangrijkste Interstate Highway in North Carolina omdat het bijna alle grote steden met elkaar verbindt, en loopt diagonaal via Charlotte, Greensboro en Durham door de staat. I-85 is grotendeels met 2x4 rijstroken uitgebouwd tussen deze steden en kent een vrij lange dubbelnummering met I-40 tussen Greensboro en Durham. De Interstate 95 vormt een transit-route voor noord-zuidverkeer door het vlakke en dichtbeboste oosten van North Carolina, maar heeft voor verkeer binnen de staat minder belang, de enige noemenswaardige plaats op de route is de stad Fayetteville.

Tal van auxiliary routes van Interstate Highways vullen het netwerk aan. Sinds 2000 heeft North Carolina betrekkelijk veel nieuwe Interstate Highway-nummers geïntroduceerd. Interstate 140 vormt de bypass van de kuststad Wilmington, terwijl Interstate 240 de bypass van Asheville in de Appalachian Mountains vormt. De Interstate 277 is een korte ringweg rond het centrum van Charlotte en de Interstate 285 is een toekomstige route tussen Lexington en Winston-Salem en is een upgrade van de US 52. De Interstate 295 is een nog incomplete bypass van de militaire stad Fayetteville.

Interstate 440 vormt de kleine ringweg van de hoofdstad Raleigh, terwijl de Interstate 540 de grote ringweg vormt. De Interstate 485 vormt de grote ringweg van Charlotte. Interstate 495 is een regionale oost-westroute van Raleigh tot Rocky Mount en is een upgrade van de US 64. De Interstate 785 is een toekomstige snelweg van Greensboro tot Danville, Virginia, terwijl Interstate 795 een korte verbinding tussen Goldsboro en Wilson in het oosten van de staat is. De Interstate 840 moet de ringweg van Greensboro gaan vormen, terwijl de Interstate 885 een oostelijke bypass van Durham vormt.

US Highways

North Carolina heeft een zeer uitgebreid netwerk van US Highways. Tientallen routes lopen door de staat. Op diverse trajecten zijn US Highways ook als freeway uitgebouwd, alhoewel enkele US Highways recenter een onderdeel zijn geworden van Interstate Highways. Een groot deel van de US Highways in North Carolina is uitgebouwd als een 2x2 divided highway met een variërende mate van ongelijkvloersheid. In de Appalachian Mountains in het westen van North Carolina zijn bijna alle US Highways met 2x2 rijstroken uitgerust, hier zijn bovendien een groot aantal dubbelnummeringen.

US Highways die als freeway zijn uitgevoerd zijn de US 1 tussen Sanford en Raleigh, de US 64 tussen Raleigh en Williamston, enkele delen van de US 70 tussen Raleigh en New Bern, de US 74 tussen Columbus en Shelby en ten oosten van Charlotte, de US 264 tussen Zebulon en Greenville, de US 321 tussen Gastonia en Hickory en de US 421 ten westen van Winston-Salem.

Kenmerkend aan het oosten van North Carolina is het grote aantal lange bruggen. Dit gebied bestaat uit lagunes en estuaria, onder de verzamelnaam Pamlico Sound, een grote lagune, die door de Outer Banks gescheiden wordt van de Atlantische Oceaan.

Interstates en US Highways in de staat North Carolina

Interstate 26Interstate 40I-42.svgInterstate 73Interstate 74Interstate 77Interstate 85I-87.svgInterstate 95Interstate 140Interstate 240Interstate 277I-285.svgI-295.svgInterstate 440Interstate 485Interstate 540I-587.svgI-785.svgInterstate 795Interstate 840I-885.svg

US 1US 13US 15US 17US 19US 21US 23US 25US 29US 52US 64US 70US 74US 76US 117US 129US 158US 176.svgUS 178.svgUS 220US 221US 258US 264US 276US 301US 311US 321US 401US 421US 441US 501US 521.svgUS 601US 701

CharlotteDurhamGreensboroRaleighWinston-Salem


State Highways

De te vervangen Bonner Bridge van de NC-12 in de Outer Banks.

De state highways vervullen in North Carolina bijna altijd een secundaire rol vanwege het dichte netwerk van US Highways. Verkeer zal doorgaans zelden langere stukken op een state highway rijden. Het netwerk van state highways wordt opgedeeld in primary routes met een nummer tot 999, en secondary routes, met nummers boven de 1000. Secondary routes worden niet met een wegnummerschild bewegwijzerd. Het wegnummersysteem is zo ingericht dat wegnummers van US Highways en Interstate Highways niet nogmaals gebruikt worden voor state highways, er zijn echter enkele uitzonderingen, het meest bekend is de State Route 540 die gepland is om op termijn een onderdeel van I-540 te worden, en ligt er ook in het verlengde van.

Slechts enkele state highways zijn als freeway uitgevoerd, het bekendste is de State Route 147 door Durham. Daarnaast vallen state highways deels samen met US Highways die als freeway zijn uitgevoerd. Eén van de bekendste state highways in North Carolina is de State Route 12 over de Outer Banks. Dit is de enige wegverbinding naar Hatteras Island, een populair toeristengebied. De wegnummers worden in de uitspraak en schrijfwijze vaak afgekort met de twee letters van de staat, bijvoorbeeld NC-12.

Tolwegen

North Carolina heeft momenteel één tolweg, de Triangle Expressway die een deel van de ringweg van Raleigh vormt. Deze bestaat uit het zuidelijk deel van NC-147 en NC-540. De US 74 is in aanleg als tolweg ten oosten van Charlotte. Tevens zijn er express lanes gepland op de Interstate 77 ten noorden van Charlotte.

Voor de uitvoering van tolwegen is in 2002 de North Carolina Turnpike Authority opgericht. Gepland was om ook de Garden Parkway ten westen van Charlotte aan te leggen als tolweg, maar de uitvoering hiervan is onzeker. Gepland was ook de Cape Fear Skyway in Wilmington, een grote brug over de Cape Fear River.

De transponder van de North Carolina Turnpike Authority is de NC Quick Pass. Deze is compatibel met de E-ZPass, SunPass (Florida) en PeachPass (Georgia).

Veerdiensten

De Ferry Division van het North Carolina Department of Transportation overziet de veerdiensten in het oosten van de staat.[5] De meeste veerdiensten verlopen over het Pamlico Sound. De routes variëren in lengte van 4 tot 42 kilometer en in vaartijd van 20 minuten tot 2 uur en 40 minuten. De meeste korte veerdiensten zijn gratis, alleen twee lange veerdiensten over het Pamlico Sound naar Ocracoke Island vragen tolgeld. De meestgebruikte veerdienst is de overzet van Hatteras Island naar Ocracoke Island, waar jaarlijks 353.000 voertuigen en 960.000 passagiers van gebruik maken. De veerdienst van Swan Quarter naar Ocracoke Island wordt het minst gebruikt, met 27.000 voertuigen en 65.000 passagiers per jaar. Er is ook een veerdienst die alleen vaart als delen van NC-12 rond de Oregon Inlet zijn weggeslagen door orkanen. Hiervoor zijn in 2000 en 2001 permanente havens aangelegd. Ze worden doorgaans alleen gebruikt door hulpdiensten en bewoners van Hatteras Island en niet door toeristen. Deze veerdienst vaart van Stumpy Point tot Rodanthe over het Pamlico Sound.

Route Currituck Stumpy Point Hatteras Swan Quarter Cedar Island Bayview Cherry Branch Southport
Knotts Island Rodanthe Ocracoke Ocracoke Aurora Minnesott Beach Fort Fisher
Doorkruist Currituck Sound Pamlico Sound Hatteras Inlet Pamlico Sound Pamlico River Neuse River Cape Fear River
Vaartijd 45 min. 1 u, 45 min. 1 u. 2 u, 40 min. 2 u, 15 min 30 min. 20 min. 35 min.
Afstand 5 mi / 8 km 17 mi / 27 km 4.5 mi / 7 km 26 mi / 42 km 23 mi / 37 km 4 mi / 6,5 km 2.5 mi / 4 km 4 mi / 6,5 km
Tol Gratis Gratis Gratis Tol Tol Gratis Gratis Tol
Aantal voertuigen (jaarlijks) 30.000 nvt 353.000 27.000 76.000 82.000 277.000 185.000
Aantal passagiers (jaarlijks) 90.000 nvt 960.000 65.000 184.000 130.000 487.000 500.000

Geschiedenis

De beginjaren

Het wegennet van North Carolina werd al vrij vroeg ontwikkeld vanwege de vele dorpen en landbouwgebieden verspreid door de hele staat. Historische handelsroutes en wegen voor paard en wagen werden in de eerste jaren van de 20e eeuw uitgebouwd tot wegen voor gemotoriseerd verkeer en maakten in eerste instantie gebruik van oude bruggen, die geleidelijk werden vervangen door modernere bruggen geschikt voor zwaarder verkeer. In de beginjaren van het wegennet was dit de taak van de counties, het was pas in 1915 dat de North Carolina State Highway Commission werd opgericht en de staat verantwoordelijk werd voor de ontwikkeling van het wegennet.

Uitbreiding en modernisatie van het wegennet

In 1921 werd de uitgifte van $ 50 miljoen aan obligaties goedgekeurd om wegen en bruggen in North Carolina aan te leggen en te moderniseren. Dit was een groot bedrag voor die tijd. In de jaren '20 had North Carolina al een uitgebreid netwerk van verharde wegen die alle plaatsen van enig belang verbonden, in 1930 waren alleen secundaire wegen nog een gravelweg of helemaal onverhard. In 1931 nam de staat het beheer van alle bruggen en wegen van de counties over, wat resulteerde in een zeer groot netwerk van wegen dat in het beheer van de staat was. De staat had destijds al bijna 92.000 kilometer weg in beheer. Dit was betrekkelijk ongebruikelijk in de Verenigde Staten, maar North Carolina had een trend om veel zaken te centraliseren. In 1933-1934 is de eerste grote hernummering van state highways doorgevoerd, voornamelijk om de duplicatie met de vele US Highways te schrappen die vanaf 1926 in de staat geïntroduceerd waren. North Carolina heeft geen state highway 1 gehad.

De Tweede Wereldoorlog

In 1937 werd opnieuw een hernummering doorgevoerd, dit maal om de nummers van de state highways aan te sluiten op die van de buurstaat South Carolina. Een dergelijke hernummering was niet ongebruikelijk in die tijd, tal van staten hadden een dergelijk systeem waarbij nummers van state highways werden aangepast op die van buurstaten. In 1940 werd een derde hernummering doorgevoerd om de routenummers aan te passen op die van Virginia. Een duidelijk achtergebleven gebied qua ontwikkeling van het wegennet van North Carolina was de kustregio. De focus lag op het meer geïndustrialiseerde binnenland, met name de Piedmont regio. De kustregio heeft vele estuaria en vereiste lange bruggen om verkeer mogelijk te maken in deze regio. De eerste lange bruggen in dit gebied waren privaat gefinancierd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de ontwikkeling van het wegennet bijna stil, aangezien bijna alle uitgaven ten goede kwamen aan de oorlogsvoering. Het wegennet van bijna geen enkele staat werd in die tijd ontwikkeld, maar men zag wel dat de kustregio kwetsbaar was vanwege het slecht ontwikkelde wegennet en de vele omrijkilometers rond de estuaria. Vanaf de jaren '50 begon men deze regio te ontwikkelen door de bouw van tal van lange bruggen van 1 tot 4 kilometer lengte. De Outer Banks werden vanaf die tijd ook een belangrijke toeristische bestemming.

De freeways

I-77 bij Downtown Charlotte.
I-85 bij Durham.

Vanaf eind jaren '40 werden al bypasses aangelegd rond enkele plaatsen van het karakter limited-access highway. Dit waren nog geen volwaardige freeways, maar het zorgde er wel voor dat de staat de nodige ervaring had met het ontwerp van hoogwaardige wegen, wat van pas kwam bij de creatie van het Interstate Highway systeem van 1956. De eerste snelwegachtige weg was de bypass van Lexington die tussen 1949 en 1951 is aangelegd, en het eerste klaverblad van North Carolina had.

De focus van de aanleg van Interstate Highways lag met name op de I-40 corridor. In 1960, vier jaar na de start van het programma, waren al diverse trajecten van I-40 gereed, zoals ten westen van Hickory, tussen Hickory en Statesville, en een vrij lang stuk door Winston-Salem, Greensboro en verder tot ten oosten van Burlington. Ook waren delen van I-85 gereed, zoals de bypass van Charlotte, Salisbury en vanaf Henderson tot de grens met Virginia. Ook was al een substantieel deel van I-95 opengesteld, tussen Fayetteville en nabij Wilson. De snelwegbouw ging de eerste jaren echter aan de hoofdstad Raleigh voorbij.

In de eerste helft van de jaren '60 is in hoog tempo gebouwd aan I-26 (ten zuiden van Asheville), I-40 (ten westen van Durham), I-85 en I-95, die midden jaren '60 al grotendeels voltooid waren. In 1970 waren er nog enkele ontbrekende schakels, die echter veelal waren opgevuld door stukken US Highway met 2x2 rijstroken. Afgezien van I-95 lag de focus van de snelwegbouw volledig op het midden en westen van de staat, de Atlantische kustregio en het ruime binnenland daarvan had nagenoeg geen prioriteit. In 1961 is ook een vierde hernummering van de state highways doorgevoerd om duplicaties met de Interstate Highways te schrappen.

Nadat in de jaren '70 bijna alle ontbrekende schakels van de Interstate Highways waren weggewerkt werd begonnen met het op grote schaal uitbreiden van US Highways naar 2x2 rijstroken. Het inwonertal van North Carolina groeide echter niet zo heel snel, er was sprake van een migratie van het platteland naar de stad, maar het platteland bleef redelijk dichtbevolkt. Het was indertijd beleid om alle counties via 2x2 divided highways te verbinden. North Carolina heeft 100 counties, dus dit resulteerde in een dicht netwerk van wegen met vier rijstroken.

In 1980 ontbraken nog enkele delen van de Interstate Highways. Zo was de I-85 nog niet aangelegd tussen Lexington en Greensboro omdat de US 29 al een redelijk goed uitgebouwde weg was, die zelfs als 'temporary I-85' aangeduid was. Oorspronkelijk was het niet gepland dat I-26 ten noorden van Asheville zou lopen. Dit is als de US 23 ontwikkeld als freeway en pas in 2003 werd dit deel vanaf Asheville tot de grens met Tennessee als I-26 genummerd. Daarnaast eindigde I-40 in Raleigh, terwijl er een lang stuk ontbrak verder tot Wilmington. Dit is in fases tussen 1987 en 1992 opengesteld, waarmee het oostelijk deel van I-40 aanzienlijk naar het zuiden afboog.

Ook hadden de steden in North Carolina geen goede ringstructuur. De aanleg van de ringweg van Charlotte, de Interstate 285 begon pas in 1989 en is in fases voltooid, pas in 2015 was de ringweg geheel te berijden. Rond Greensboro is een serie hernummeringen doorgevoerd aan de I-40, I-85 en de Business Routes daarvan, dat enkele jaren voor een onduidelijke wegnummering rond de stad zorgde.

Een focus van North Carolina was de upgrade van I-85, de belangrijkste snelweg in de staat. Deze is in tal van fases grotendeels naar 2x4 rijstroken verbreed tussen Charlotte en Durham. Het is één van de langste stukken met 2x4 rijstroken in het zuidoosten van de Verenigde Staten. Na 2000 zijn ook diverse nieuwe Interstate Highways geïntroduceerd, voornamelijk over bestaande US Highways die als freeway waren uitgebouwd.

Toekomst

Geplande projecten zijn de completering van de ringwegen van Raleigh (Interstate 540) en Greensboro (Interstate 840). Ook moet de bypass van Fayetteville (Interstate 295) worden voltooid. Een andere focus is de verbreding van de Interstate 77 vanaf Charlotte naar Statesville en de uitbreiding van de stedelijke snelwegennetten van Charlotte en Raleigh, al dan niet met tolwegen. Langs Durham wordt de Interstate 885 aangelegd. In Asheville is het gepland om Interstate 26/Interstate 240 te moderniseren.

Verkeersintensiteiten

Het snelwegennet van North Carolina wordt intensief bereden, met name in het midden van de staat waar de meeste snelwegen meer dan 70.000 voertuigen per dag tellen tussen de steden. De drukste trajecten in North Carolina tellen tot circa 180.000 voertuigen per dag, zoals I-85 in Charlotte en I-40 tussen Durham en Raleigh. Buiten Charlotte en Raleigh valt de congestie relatief mee, de snelwegen tellen vaak 2x3 of 2x4 rijstroken en zijn daarmee redelijke adequaat uitgerust. In de TomTom Traffic Index behoren Raleigh en Charlotte tot de lagere middenmoot van filegevoelige regio's van de Verenigde Staten,[6] wat een relatief goede prestatie is gezien de explosieve bevolkingsgroei.

Agglomeraties

Freeways in Charlotte

I-77.svgI-85.svgI-277.svgI-485.svgUS 74.svg

Monroe Expressway

Freeways in de agglomeratie Greensboro / Winston-Salem

Interstate 40Business Loop 40.svgInterstate 73I-74.svgInterstate 85Interstate 840US 52US 311US 421Bryan Boulevard

Freeways in de agglomeratie Raleigh - Durham

Interstate 40Interstate 85Interstate 440I-495.svgInterstate 540I-885.svgUS 1US 64SR-147


Referenties

Flag of the United States.svg Verenigde Staten

AlabamaAlaskaArizonaArkansasCaliforniaColoradoConnecticutDelawareFloridaGeorgiaHawaiiIdahoIllinoisIndianaIowaKansasKentuckyLouisianaMaineMarylandMassachusettsMichiganMinnesotaMississippiMissouriMontanaNebraskaNevadaNew HampshireNew JerseyNew MexicoNew YorkNorth CarolinaNorth DakotaOhioOklahomaOregonPennsylvaniaRhode IslandSouth CarolinaSouth DakotaTennesseeTexasUtahVermontVirginiaWashingtonWest VirginiaWisconsinWyoming