North Dakota

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Flag of North Dakota.png
North Dakota.png
Hoofdstad Bismarck
Grootste stad Fargo
Oppervlakte 183.272 km²
Inwonertal 761.000
Lengte snelwegennet 919 km
Eerste snelweg 1958
Afkorting ND

North Dakota is een staat in het noorden van de Verenigde Staten. De staat telt 761.000 inwoners (2018) en de hoofdstad is Bismarck. De grootste stad is Fargo. De staat heeft een oppervlakte van 183.272 vierkante kilometer, en is 4,5 keer zo groot als Nederland.

Inleiding

Bruggen over de Missouri River in Bismarck.
North Dakota welcome sign.jpg

Geografie

North Dakota is gelegen aan de grens met Canada, in het noorden van de Great Plains. De staat grenst aan de staten Minnesota, South Dakota en Montana en de Canadese provincies Manitoba en Saskatchewan. De staat meet maximaal 580 kilometer van west naar oost en 340 kilometer van noord naar zuid. De belangrijkste rivier is de Missouri River die dwars door de provincie stroomt en is ingedamd met enkele grote stuwmeren, waaronder het Lake Sharpe, Lake Oahe en Lake Sakakawea. De Red River vormt de grens met Minnesota en stroomt noordwaarts naar Canada. Het Devils Lake is een groter meer in het noorden van de staat.

De staat is bijna uniform vlak, er zijn nauwelijks gebieden met wezenlijke hoogteverschillen. Qua natuur is de vallei van de Little Missouri River in het westen van de staat het mooist, met ongeveer 200 meter hoogteverschil en zogenaamde 'Badlands', een geërodeerd landschap. Hier is het Theodore Roosevelt National Park gelegen. Het hoogste punt in North Dakota is de 1.069 meter hoge White Butte. Het terrein loopt westwaarts op van 250 tot 1.000 meter. Er is niet echt een duidelijke overgang van de klassieke Great Plains naar de High Plains, het landschap wordt naar het westen toe geleidelijk droger. Meestal wordt de vallei van de Missouri River als scheidslijn gebruikt. De staat heeft nauwelijks bosgebieden, het landschap bestaat in het oosten uit landbouwgebieden, dat in het westen overgaat in rangeland en ranchland.

North Dakota heeft een landklimaat met zeer koude winters en warme zomers. De gemiddelde maximumtemperatuur in Fargo bedraagt -8 °C in januari en 28 °C in juli. De temperaturen kunnen in de winter tot onder de -40 °C zakken. De neerslag is relatief gering en varieert van 560 mm in het oosten tot 350 mm in het westen en een deel hiervan valt in de vorm van sneeuw. In de zomer komen soms tornado's voor, maar deze zijn minder talrijk dan verder zuidelijk.

Economie

North Dakota is grotendeels een agrarische staat, maar de enorme groei van de olie- en gasproductie in het westen van de staat zorgde ervoor dat North Dakota vanaf 2010 enkele jaren achter elkaar de snelstgroeiende staat van de Verenigde Staten was, zowel qua bevolking als economie. De staat heeft de recessie vanaf 2008 als beste doorstaan en had lange tijd de laagste werkloosheid in het land.

In de staat wordt op grote schaal schaliegas gewonnen. Olie werd in 1951 ontdekt in North Dakota, en het meeste hiervan bevindt zich in de Bakken Formation dat deels in Montana en Canada ligt. De Bakken Formation heeft potentieel gigantische olievoorraden, maar slechts een deel hiervan is economisch en technisch te winnen. Het westen van North Dakota heeft ook grote voorraden bruinkool, en de staat is de op één na grootste producent van bruinkool in de Verenigde Staten.

De stad Fargo is economisch de dominante stad in North Dakota en heeft een groot verzorgingsgebied tot ver in Minnesota. Van oudsher was de economie van Fargo gebaseerd op landbouw, maar dit aandeel is drastisch gedaald. Met name de overheid en semi-overheid is in Fargo sterk vertegenwoordigd.

Demografie

Naam Inwonertal
Fargo 122.000
Bismarck 73.000
Grand Forks 57.000
Minot 48.000

Het inwonertal van North Dakota groeide extreem snel eind 19e eeuw, van slechts 2.400 inwoners in 1870 tot 319.000 inwoners in 1900 en 577.000 inwoners in 1910. In 1920 bereikte North Dakota zijn eerste plafond, het inwonertal fluctueerde in de decennia erna langere tijd, waarbij er ook regelmatig sprake was van lichte krimp. Tussen 1920 en 2000 nam het inwonertal praktisch niet toe. Echter na 2005 begon een sterke groei van het inwonertal. De staat groeide met meer dan 100.000 inwoners tussen 2000 en 2015, de eerste substantiële groei in 90 jaar tijd.

Fargo is altijd de grootste stad van de staat geweest, maar Bismarck was begin 20e eeuw niet veel kleiner. De dominantie van Fargo nam toe. Sowieso is het inwonertal van de diverse steden in North Dakota redelijk gegroeid ondanks de stagnatie van de staat in zijn geheel. Dit kwam voornamelijk door 'rural flight', waarbij inwoners van het platteland naar de stad verhuisden. Zowel Bismarck als Fargo kenden vanaf de jaren '50 een gestage groei van het inwonertal. De stad Grand Forks kende een wat geringere groei en zelfs een krimp in de jaren '90. Het stadje Williston in het noordwesten van North Dakota is het centrum van de olie-industrie en kende een zeer sterke groei van 2010, het inwonertal verdubbelde bijna tussen 2005 en 2015.

Geschiedenis

De eerste Europeanen bereikten North Dakota in 1738, en de regio werd onderdeel van het Spaanse koloniale rijk in 1762, maar het gebied had nagenoeg geen Europese nederzettingen. Het zuidwesten van wat tegenwoordig North Dakota is was vanaf midden 19e eeuw onderdeel van het Nebraska Territory, dat in 1861 georganiseerd werd als het Dakota Territory. Dit omvatte ook South Dakota en delen van wat nu Wyoming en Montana zijn. North Dakota werd samen met South Dakota een staat in 1889. Het land was geschikt voor de landbouw en het inwonertal groeide snel eind 19e en begin 20e eeuw, een patroon dat men in veel westelijke staten zag waar landbouw mogelijk was.

North Dakota was voor 1950 weinig ontwikkeld. Er waren wel veel spoorlijnen, maar de weginfrastructuur was zeer gebrekkig en de bevolking woonde voornamelijk op het platteland. Voor 1970 waren er geen plaatsen met meer dan 50.000 inwoners. Vanaf de jaren '50 begon de federale overheid sterk te investeren in North Dakota. Er werden twee belangrijke luchtmachtbases gebouwd, in Minot en Grand Forks, en de reusachtige Garrison Dam in de Missouri River. Hiermee ontstond het Lake Sakakawea, het op twee na grootste stuwmeer in de Verenigde Staten. De ontwikkeling van de Interstate Highways eind jaren '50, jaren '60 en begin jaren '70 maakten snel transport door North Dakota mogelijk, alhoewel de staat minder geprofiteerd heeft van oost-westverkeer als gehoopt werd. Eind jaren '70 en begin jaren '80 nam de olieproductie in het westen van North Dakota sterk toe, alhoewel dit weer afnam met een daling van de olieprijzen, aangezien de olie in het westen alleen winbaar is bij hogere olieprijzen. Na 2010 deed zich eenzelfde cyclus voor, alhoewel de economische impact vanaf dat moment veel groter was, en in de eerste substantiële groei van de staat in 90 jaar resulteerde.

Wegennet

North Dakota heeft een zeer omvangrijk wegennet voor de bevolkingsdichtheid van de staat. Een groot aantal wegen die het grid vormen zijn geasfalteerd, veel meer dan in buurstaat Montana, of buurprovincies Manitoba en Saskatchewan. Het aantal Interstate Highways is echter beperkt.

Wegbeheer

district rijstrookkm waarvan IH
Bismarck 4.505 km 716 km
Devils Lake 3.707 km 0 km
Dickinson 3.200 km 640 km
Fargo 2.935 km  ?
Grand Forks 3.186 km  ?
Minot 3.700 km 0 km
Valley City 3.162 km  ?
Williston 3.112 km 0 km

De wegbeheerder in de staat is het North Dakota Department of Transportation. Het DOT is bekend omdat het de meeste kilometers weg per werknemer beheert. North Dakota heeft ook het grootste wegennet ten opzichte van het inwonertal, met 267 kilometer weg per 1.000 inwoners. Het North Dakota Department of Transportation is de op één na kleinste in de Verenigde Staten naar aantal werknemers. Alleen Hawaii heeft een kleinere DOT.

Het North Dakota Department of Transportation is opgericht in 1989, alhoewel het werd voorgegaan door andere agentschappen, beginnend met de North Dakota State Highway Commission in 1913. Het DOT heeft meer dan 4.800 kunstwerken in het beheer, waaronder ongeveer 1.700 bruggen, waarvan gemiddeld 95% in acceptabele of goede conditie zijn. De staat heeft in totaal 32.418 kilometer verharde weg, echter maar een deel hiervan is in het beheer van de staat, namelijk circa 13.675 kilometer. Het North Dakota Department of Transportation heeft acht regionale districten. In 2012 waren er in totaal 63.706 wegwijzers en verkeersborden in North Dakota in het beheer van het North Dakota Department of Transportation.

Interstate Highways

Het wegennet van North Dakota.

De twee voornaamste Interstate Highways van North Dakota zijn de Interstate 29, die een noord-zuidroute door het uiterste oosten van de staat vormt, en Interstate 94, die een oost-westroute door de zuidelijke helft van de staat vormt. Beide freeways komen samen in Fargo, de grootste stad van North Dakota. De enige andere snelweg in North Dakota is de Interstate 194, die een spur in de hoofdstad Bismarck vormt. Er zijn geen andere freeways in North Dakota.

Bijna overal tellen de Interstate Highways 2x2 rijstroken, alleen in Fargo hebben zowel I-29 als I-94 deels 2x3 rijstroken. I-29 kent ook een klein stuk met 2x4 rijstroken. In Fargo verknopen I-29 en I-94 met een klaverblad dat één flyover heeft, voor verkeer van noord naar oost.

North Dakota is een belangrijke staat voor verkeer van en naar het westen van Canada. Noord-zuidverkeer naar de regio Winnipeg rijdt of de hele I-29 af, of vanuit Minneapolis in combinatie met I-94. Voor bestemmingen westelijker wordt de US 52 veel gebruikt.

Geschiedenis

De eerste snelweg van North Dakota was de I-94 tussen Jamestown en Valley City dat in 1958 werd opengesteld. De I-29 en I-94 zijn grotendeels in de jaren '60 en '70 opengesteld, in 1977 opende het laatste deel van de I-29, waarmee de Interstate Highways in North Dakota voltooid waren. Sindsdien zijn geen nieuwe freeways meer aangelegd.

US Highways

Diverse US Highways doorkruisen de staat North Dakota. De US 2 vormt de oost-westverbinding door het noorden van North Dakota en doet regionale steden als Williston en Minot aan. De US 2 is in North Dakota grotendeels een 2x2 divided highway. De US 52 vormt een diagonale verbinding die in het oosten van de staat met I-94 is dubbelgenummerd, maar vanaf Jamestown in noordwestelijke richting loopt, via Minot naar de grens met Canada. Dit is een relatief belangrijke weg voor doorgaand verkeer naar Saskatchewan en Alberta.

De US 81 valt in North Dakota grotendeels samen met I-29. De US 83 is de belangrijkste noord-zuidverbinding van het midden van North Dakota en verbindt onder andere de hoofdstad Bismarck en Minot. De US 85 is de belangrijkste noord-zuidroute van westelijk North Dakota en een belangrijke transportroute voor de olie-industrie in het westen van North Dakota en oosten van Montana.

Een klein deel van de US 10 loopt door North Dakota, alleen door Fargo. In het zuidwesten van North Dakota loopt de US 12, maar doet er geen noemenswaardige plaatsen aan. De US 281 is een noord-zuidroute door de oostelijke helft van North Dakota en is vrij lang met US 52 dubbelgenummerd ten noorden van Jamestown.

Interstates en US Highways in de staat North Dakota

Interstate 29Interstate 94Interstate 194

US 2US 10US 12US 52US 81US 83US 85US 281


State Highways

Het in 2016 geïntroduceerde wegnummerschild voor state highways.

De state highways vormen het secundaire wegennet van North Dakota. Ze vullen het hoofdwegennet soms aan, met name omdat de US Highways soms vrij ver uit elkaar lopen en counties niet allemaal ontsluiten. Alhoewel diverse state highways grote afstanden afleggen ontsluiten ze vaak alleen kleine dorpen. State highways zijn bijna altijd tweestrooks wegen. In het zuidwesten van North Dakota lopen nauwelijks state highways. Het wegennet is grotendeels in een grid opgedeeld, alhoewel lang niet alle wegen in het grid state highways zijn, de meesten zijn in het beheer van de counties. Veel state highways worden slechts licht bereden.

Geschiedenis

Voorgeschiedenis

Eind 19e eeuw is het land van North Dakota opgedeeld in een grid. In 1904 werd vastgesteld dat de staat 95.465 kilometer publieke wegen had, voornamelijk zandwegen en tracks die het grid opdeelden. De staat had destijds ruim 300.000 inwoners. Van het wegennet was slechts 12 kilometer verhard met klinkers en 330 kilometer van gravel voorzien. In 1911 werd de registratie van voertuigen verplicht. De belasting was $ 3 per voertuig, in dat jaar had de staat 7.201 voertuigen. Tevens werden de eerste kentekenplaten geïntroduceerd. In 1913 werd de State Highway Commission opgericht, die een adviserende functie had. Het aantal auto's nam sterk toe, in 1915 waren er al 40.000 personenauto's in de staat. De wegen werden destijds voornamelijk gefinancierd uit lokale middelen of van de registratiebelasting, maar met de Federal Aid Road Act van 1916 kwam er $ 75 miljoen ($ 1,6 miljard in 2014 na inflatiecorrectie) beschikbaar voor de staten. Dit geld mocht uitgegeven worden aan 6 procent van het wegennet van de staten, die zij het belangrijkst achtten.

De eerste wegen

In 1917 werd het eerste plan voor een netwerk van state highways ontwikkeld, maar de uitvoering werd vertraagd door de Eerste Wereldoorlog. Het wegennet werd ontwikkeld door het State Highway Department, en vanaf 1920 werden diverse bruggen over de Red River op de grens met Minnesota gebouwd. In 1920 waren er 91.000 voertuigen in North Dakota. De staat heeft een zeer groot publiek wegennet omdat nagenoeg de hele staat opgedeeld kon worden in een grid voor de landbouw. In 1921 werd vastgesteld dat North Dakota het op zes na grootste wegennet in de Verenigde Staten had, terwijl de staat slechts 650.000 inwoners telde op dat moment. In 1922 opende de eerste brug over de Missouri River bij de hoofdstad Bismarck. In 1923 werd een wegnummerplan in de staat opgesteld, en tevens had de staat vanaf dat moment meer dan 100.000 voertuigen.

Ontwikkeling van het wegennet

Pas in 1925 werd de eerste weg in North Dakota geasfalteerd, een 12 kilometer lang deel van wat later de US 10 zou worden tussen Bismarck en Mandan. In 1926 werden de eerste US Highways in North Dakota geïntroduceerd. In 1927 bestond het netwerk van wegen in North Dakota uit 16 kilometer met asfalt, 2.153 kilometer gravel en 4.4529 kilometer waren zandwegen. In 1928 werd de US 10 door de Badlands in het westen van North Dakota voltooid. Verkeer was in de winter bijna onmogelijk omdat er geen georganiseerde sneeuwruiming was. In 1930 werden de eerste sneeuwschuivers aangeschaft door het Department of Transportation. In 1930 had North Dakota maar 12 kilometer geasfalteerde weg buiten de bebouwde kom, de rest was gravel of een zandweg. In dat jaar werd het geplande netwerk van state highways vastgesteld als 12.228 kilometer.

Terwijl de rest van het Midwesten van de Verenigde Staten op grote schaal wegen asfalteerde als onderdeel van de 'New Deal' om de economische depressie van de jaren '30 te boven te komen stagneerde dit enigszins in North Dakota. In 1938 had de staat slechts 1.368 kilometer verharde weg, het minste van alle staten, maar in de twee jaar daarna werd een relatief groot aandeel verder geasfalteerd. In 1940 bestond het netwerk van state highways uit 11.826 kilometer weg, waaronder 7.241 kilometer gravel, 2.687 kilometer asfalt en 74 kilometer beton. Een klein deel was nog volledig onverhard.

Vanaf de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog mocht nagenoeg geen geld uitgegeven worden aan wegen, en de conditie van het wegennet verslechterde vrij snel, een fenomeen dat overal in de Verenigde Staten zichtbaar was. In 1945 werd vastgesteld dat $ 78 miljoen ($ 1 miljard na inflatie in 2015) nodig was om het wegennet van North Dakota te repareren. In 1951 had North Dakota 3.747 kilometer verharde weg. Tevens was er 2.153 kilometer gravelweg. In 1956 werd het systeem van Interstate Highways gecreëerd. Het eerste deel dat in North Dakota in aanleg ging was een onderdeel van de US 10 (I-94) tussen Valley City en Jamestown. Dit 60 kilometer lange traject is in 1958 opengesteld voor het verkeer. In 1959 opende nog eens 77 kilometer tussen Jamestown en Dawson. Ook opende het eerste deel van I-29, een 55 kilometer lang traject van Drayton tot de grens met Canada.

Het was bijzonder dat in North Dakota eind jaren '50 al langere stukken freeway in gebruik waren, aangezien een groot deel van het wegennet destijds nog niet eens geasfalteerd was. In 1960 opende een 32 kilometer lang traject van I-94 door de regio Fargo, vanaf de grens met Minnesota tot Casselton. In de jaren '60 en '70 is het netwerk van Interstate Highways voltooid, het laatste deel opende in 1977 voor het verkeer. Vanaf 1980 lag de focus op onderhoud in plaats van uitbreiding, mede omdat het inwonertal van North Dakota al decennialang nauwelijks toenam. Tussen 1920 en 1980 groeide het inwonertal met slechts 10.000. Wel zijn grotere delen van US 2 en US 52 naar een 2x2 divided highway verbreed, gezien hun functie voor het lange-afstandsverkeer. In 2003 is het eerste geluidsscherm van North Dakota aangelegd, langs I-94 in Fargo. In 2007 was de reconstructie van I-29 door Fargo voltooid. In 2008 was de US 2 tussen Williston en Minot volledig van 2x2 rijstroken voorzien. In 2012 opende de eerste rotonde op een state highway in North Dakota, op SR-22 bij Killdeer. In deze tijd nam ook de olieproductie rond Williston sterk toe. De US 85 werd berucht als één van de meest onveilige wegen van de staat, en enkele projecten zijn kort daarna uitgevoerd om de US 85 veiliger te maken.

Verkeersintensiteiten

Het verkeersaanbod in de staat North Dakota is gering vanwege de lage bevolkingsdichtheid. De I-29 telt buiten Fargo grotendeels minder dan 10.000 voertuigen per etmaal, alleen het deel tussen Fargo en Grand Forks telt 12.000 voertuigen. Bij de Canadese grens rijden amper 3.500 voertuigen. De I-94 laat een wat vergelijkbaar beeld zien, buiten Fargo is de snelweg zeer rustig. Alleen tussen Jamestown en Fargo rijden net iets meer dan 10.000 voertuigen, maar westelijk ligt dit lager. Het rustigste stuk snelweg is de I-94 op de grens met Montana, hier rijden 3.200 voertuigen.

Het drukste punt van North Dakota is de I-94 in Fargo, op de grens met Minnesota rijden 66.000 voertuigen. Op de I-29 rijden maximaal 50.000 voertuigen in Fargo. De I-94 in Bismarck telt maximaal 40.000 voertuigen.

De 2x2 US 2 telt tussen 2.000 en 8.000 voertuigen buiten de grotere plaatsen. De 2x2 US 83 telt 5.000 tot 7.000 voertuigen tussen Bismarck en Minot. De rustigste US Highway in North Dakota is de US 12 bij de grens met Montana, hier rijden minder dan 700 voertuigen.[1]

Referenties

Flag of the United States.svg Verenigde Staten

AlabamaAlaskaArizonaArkansasCaliforniaColoradoConnecticutDelawareFloridaGeorgiaHawaiiIdahoIllinoisIndianaIowaKansasKentuckyLouisianaMaineMarylandMassachusettsMichiganMinnesotaMississippiMissouriMontanaNebraskaNevadaNew HampshireNew JerseyNew MexicoNew YorkNorth CarolinaNorth DakotaOhioOklahomaOregonPennsylvaniaRhode IslandSouth CarolinaSouth DakotaTennesseeTexasUtahVermontVirginiaWashingtonWest VirginiaWisconsinWyoming