Object

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De term object wordt gebruikt als verzamelnaam voor doelen die geen komnaam of stadsdeel zijn. In de Richtlijn bewegwijzering worden als voorbeelden genoemd bedrijventerreinen, vliegvelden, havens, ziekenhuizen, dagrecreatieve objecten en nationale parken. Bepaalde soorten objecten trekken veel ter plaatse onbekend verkeer aan. Er bestaat dus een behoefte om dat ter plaatse onbekende verkeer naar dergelijke objecten te geleiden door middel van vermeldingen op de bewegwijzering.

Objecten in de Nederlandse bewegwijzering

De Richtlijn bewegwijzering geeft een aantal categorieën objecten aan die kunnen worden bewegwijzerd. Het gaat daarbij met name om objecten die veel verkeer van buiten trekken. Een ziekenhuis, bedrijventerrein of pretpark trekken veel ter plaatse onbekend verkeer en mogen dus worden bewegwijzerd; voor een apotheek of bibliotheek geldt dat niet. Objecten worden bewegwijzerd met zwarte letters tegen een witte achtergrond, eventueel aangevuld met een symbool.

Óf en wanneer een bepaald object op de borden verschijnt, hangt mede af van het soort weg waarop men zich bevindt (stroomweg, gebiedsontsluitingsweg of erftoegangsweg). Op een stroomweg zullen in principe alleen objecten verschijnen die veel bezoekers trekken. De richtlijn noemt wat dat betreft ziekenhuizen met een groter aantal bedden en bedrijventerreinen met een grotere oppervlakte. Op gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen zullen ook kleinere objecten op de borden kunnen verschijnen.

Het moet echter gezegd dat veel decentrale wegbeheerders zich niet aan de richtlijn houden en dus objecten in de bewegwijzering opnemen die daar volgens de richtlijn strikt niet horen. Op steeds meer plaatsen in het land ziet men bibliotheken, winkelcentra en gemeentehuizen bewegwijzerd. Dat zijn stuk voor stuk objecten waar vrijwel alleen ter plaatse bekend verkeer komt, en waar dus maar een heel beperkte noodzaak tot bewegwijzering voor bestaat.

Wat betreft het tijdstip van bewegwijzering geldt dat bij een bepaalde kom horende objecten in principe niet op de borden verschijnen totdat men zich in de kom zelf bevindt. Splitst de route naar een bepaald object zich echter al vóór het binnenrijden van de kom in kwestie, dan verschijnt het object ook al buiten de kom op de borden. Dit laatste ziet men vooral vaak bij bedrijventerreinen, wanneer die vanaf de autosnelweg moeten worden aangegeven. Omdat bedrijventerreinen vaak aan de rand van een plaats liggen, bereikt men ze op een andere manier dan het grootste gedeelte van de plaats in kwestie zelf. Hierdoor verschijnt een bedrijventerrein vaak eerst op het rechtdoorbord van de belangrijkste afrit naar de plaats in kwestie, en vervolgens nogmaals op de afritbewegwijzering van de daaropvolgende afrit.

Daarmee is ook een belangrijk kritiekpunt op het al te enthousiast bewegwijzeren van objecten gegeven. De reguliere doelen van een kruising of splitsing dreigen door een overvloed aan objecten ondergesneeuwd te raken. Hierdoor wordt niet langer een duidelijk en eenvoudig plaatje gegeven van het verloop van de verschillende routes. Met de hoofdregel "hoofddoel / einddoel" weet de weggebruiker waar hij aan toe is; met "hoofddoel / einddoel / object 1 / object 2 / object 3" (en die objecten dan ook nog eens tegen een witte achtergrond) ziet de weggebruiker door de bomen het bos niet meer. Hoofd- en bijzaken zijn niet goed meer van elkaar gescheiden.

In de Nieuwe Bewegwijzering Autosnelwegen (NBA) wordt mede daarom gebruik worden gemaakt van speciale serviceborden. Dit zijn borden die tussen de voorwegwijzers van een afrit maar eenmalig worden geplaatst. De objecten die men via de afrit kan bereiken worden uitsluitend op dit servicebord geplaatst. Op de andere voorwegwijzers en op de beslissingswegwijzer zal uitsluitend worden gewerkt met reguliere doelen. Conform het bewegwijzeringsschema van de Richtlijn bewegwijzering zullen op deze borden alleen de hoofddoelen van de kruisende route (hoofddoel links, hoofddoel rechts) worden vermeld, eventueel aangevuld met de einddoelen van de kruisende route.

Objecten in buitenlandse bewegwijzering

In de meeste andere landen hebben objecten een veel minder prominente rol in de bewegwijzering dan in Nederland. Sommige landen doen niet of nauwelijks aan objectbewegwijzering, in andere landen komen objecten uitsluitend terug op separate serviceborden om de aandacht van de "primaire" bewegwijzering niet af te leiden.

Zie ook

Referenties