Obstakelvrije zone

Uit Wegenwiki
(Doorverwezen vanaf Obstakelvrije ruimte)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De obstakelvrije zone is het gebied buiten de verharding zonder obstakels of ontwerpelementen van het dwarsprofiel (talud, sloot), die voor uit koers geraakte voertuigen bij aanrijding ernstige schade aan het voertuig en/of ernstig letsel aan de inzittenden kunnen veroorzaken.

Inleiding

Obstakels zijn vaste voorwerpen die bij een aanrijding een groot risico opleveren. Ook taluds en sloten kunnen een obstakel zijn. Voorbeelden van obstakels zijn: masten, pijlers, wanden van kunstwerken, opsluitbanden en goten met hoogteverschillen groter dan 0,07 meter, geluidbeperkende constructies en bomen.

Een voertuig kan uit koers raken en in de berm terecht komen. Er is sprake van een ongeval als het voertuig ergens in aanrijding komt met een vast voorwerp, over de kop slaat of in de sloot terecht komt. De inrichting van de buitenberm bepaalt in hoge mate de ongevalskans voor een voertuig dat uit koers is geraakt. Hierdoor wordt er in veel gevallen een obstakelvrije zone aangelegd.

Binnen de obstakelvrije zone kunnen zich tevens de beplantingsvrije zone en de vlucht- en bergingszone bevinden (afhankelijk van de wegcategorie). De obstakelvrije zone wordt gemeten vanuit de binnenkant van de kantstreep, waardoor de kantstreep en redresseerstrook deel uitmaken van de zone.

Statistieken verkeersveiligheid

Uit twee dieptestudies die voor de Nederlandse situatie zijn uitgevoerd in 2011, en waarvan in 2012 een artikel is verschenen [1] bleek dat van 143 onderzochte bermongevallen 94% als een enkelvoudig ongeval aangemerkt werd (geen ander voertuig betrokken). Van de 143 ongevallen raakte men in 5 gevallen een tegenligger. De ongevallen vonden relatief gezien vaak plaats in het weekend (niet geconcentreerd in de avond of nacht), op een 80 km/h-weg en in een bocht. Een belangrijke conclusie die als oorzaak kan worden gegeven voor de onderzochte ongevallen is het niet aan de richtlijnen voldoen van de wegkenmerken (die het van de weg raken moeten voorkomen), waarbij een te smalle obstakelvrije zone als belangrijkste oorzaak wordt aangemerkt (42% van de ongevallen) en overige wegkenmerken in ruim een kwart van de ongevallen (te smalle of ontbreken van redresseerstroken, halfverharding en ruime bogen).

Maatvoering obstakelvrije zone

Erftoegangswegen

De obstakelvrije zone wordt vanaf de binnenzijde van de kantstreep of de verharding gemeten. Alleen in uitzonderingsgevallen worden afschermingsvoorzieningen toegepast. Onderzoek naar de gewenste breedte van de obstakelvrije zone langs erftoegangswegen is niet beschikbaar, zodoende kunnen er geen eenduidige uitspraken worden gedaan over de maatvoering. Om kosten en ruimtebeslag te beperken wordt een obstakelvrije zone geadviseerd van ten minste 1,50 m. Bij situaties als een kanaal of watergang waar er gevaar van verdrinking is en bij de buitenbocht van krappe bogen wordt een grotere obstakelvrije zone geadviseerd van rond de 2,50 m.

Gebiedsontsluitingswegen

De breedte van de obstakelvrije zone voor de gebiedsontsluitingsweg (wegtype I en II) is in onderstaande tabel weergegeven:

Ontwerpsnelheid (km/h) Breedte obstakelvrije zone (m) Breedte obstakelvrije zone (m)
Normaal Minimaal
60 4,50 3,00
80 6,00 4,50
100 8,00 6,00

Stroomwegen

Uit onderzoek is gebleken dat de grootste veiligheidswinst is te behalen met een obstakelvrije zone van tenminste 6,00 meter bij voertuigsnelheden van ongeveer 100 km/h. Voor obstakelvrije zones worden de volgende waarden gebruikt:

Ontwerpsnelheid (km/h) Breedte obstakelvrije zone (m) Breedte obstakelvrije zone (m)
Standaardwaarde Marges
90 / 100 10,00 8,00 - 10,00
70 6,00 4,50 - 6,00

Als de normaalbreedte van de obstakelvrije zone niet kan worden gerealiseerd, dienen obstakels te worden afgeschermd.

Autosnelwegen

Op autosnelwegen worden obstakelvrije zones uitgevoerd van 13 meter. In verbindingsbogen in knooppunten en toe- en afritten bij aansluitingen kan dit vanwege de snelheid minder zijn. De obstakelvrije zone is dan als volgt:

Ontwerpsnelheid (km/h) Breedte obstakelvrije zone (m)
50 4,50
70 6,00
90 / 100 10,00
120 13,00

In de obstakelvrije zone dient een hoogte van 4,60 meter gegarandeerd te worden. Op plaatsen buiten de obstakelvrije zone dient een doorrijhoogte van 4,20 meter aanwezig te zijn.

Bronnen, noten en referenties