Reconstructie

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De reconstructie van een (spoor)weg wordt geregeld in artikel 87 van de Wet geluidhinder. Niet alle aanpassingen van de weg zijn een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder.

Wegverkeerslawaai

Inleiding

Een reconstructie is de aanleg, wijziging of verbreding van een hoofdweg zoals bedoeld in artikel 2 van de tracéwet. Een akoestisch onderzoek moet aantonen of er daadwerkelijk sprake is van een reconstructie in de zin van de Wgh, namelijk wanneer de geluidsbelasting met afgerond 2 dB of meer toeneemt. Het akoestisch onderzoek moet tevens aantonen wat de doelmatigheid van eventuele maatregelen zijn, mocht er sprake zijn van een reconstructie.

Wanneer er sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, maar de toename van de geluidsbelasting minder dan 2 dB bedraagt is er geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder.

Het akoestisch onderzoek moet het jaar voorafgaand aan de reconstructie onderzoeken (de heersende waarde) en 10 jaar na realisatie van de reconstructie. In de praktijk betekent dit dat er vaak 11 of 12 jaar tussen beide onderzoeksjaren zit. De autonome groei van het verkeer zorgt zelden voor een reconstructie in de zin van de Wgh, daar pas bij een verdubbeling van de verkeersintensiteit de geluidsbelasting met 3 dB toeneemt. Een gebruikelijke autonome groei van 2 procent zal voor een toename van 25% van het verkeer tussen de twee onderzoeksjaren zorgen, veelal resulterend in een toename van de geluidsbelasting van 1 dB of minder.

De verbreding van de verharding, of het verplaatsen van de rijbaan heeft meestal de meeste impact. Dit is vaak bij de realisatie van een rotonde in stedelijk gebied het geval, daar de rijlijnen een stuk dichter bij de bebouwing komen te liggen in vergelijking met de huidige situatie.

Ook bij het verhogen van de maximumsnelheid kan er sprake zijn van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Bij een verhoging van 60 naar 80 km/uur is er altijd sprake van een reconstructie, daar bij snelheden onder de 70 km/uur 5 dB gecorrigeerd mag worden, terwijl dit bij snelheden van 70 km/uur of hoger maar 2 dB is, waardoor altijd een verschil van minimaal 3 dB ontstaat, en er dus sprake is van een reconstructie in de zin van de Wgh.

Voorkeursgrenswaarde

De voorkeursgrenswaarde is in principe 48 dB, behalve wanneer eerder een hogere grenswaarde is vastgesteld, dan geldt de laagste van de volgende twee waarden als voorkeursgrenswaarde;

  • De eerder vastgestelde waarde
  • De heersende waarde

Akoestisch onderzoek

Bij het akoestisch onderzoek dienen minimaal twee modellen aangemaakt te worden; de huidige situatie en de situatie na realisatie van de wijziging. De vaste invoer van beide modellen behoort identiek te zijn om een vergelijking te kunnen maken. Toetspunten en gebouwen moeten dus op exact dezelfde locatie liggen als deze niet wijzigen.

Het akoestisch onderzoek moet het verschil tussen het jaar voorafgaand aan de wijziging en 10 jaar na realisatie van de wijziging aantonen. Wanneer er sprake is van een reconstructie in de zin van de Wgh, dan moeten maatregelen onderzocht worden, in de volgorde bron, overdrachtsgebied en ontvanger.

Bij maatregelen aan de bron kan gedacht worden aan het omleiden van verkeer, een stillere verharding of een lagere maximumsnelheid. In het overdrachtsgebied kan gedacht worden aan de realisatie van geluidsschermen of geluidswallen. Bij maatregelen aan de bron kan gedacht worden aan een zogenaamde dove gevel waarin geen te openen delen zoals ramen zitten. Ventilatie moet dan plaatsvinden via zogenaamde suskasten.

Wanneer de maatregelen niet voldoende effect hebben, of vanuit financieel, stedebouwkundig, vervoerskundig of verkeerskundig opzicht niet mogelijk zijn, dan kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld, mits de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden.

Spoorweglawaai