Richtlijn bewegwijzering

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Bewegwijzering uitgevoerd volgens de richtlijn bewegwijzering 2014. Foto: B. van der Velden.

In de Richtlijn bewegwijzering 2014, CROW-publicatie 322, is neergelegd waaraan de Nederlandse bewegwijzering moet voldoen en hoe deze moet worden uitgevoerd. De Richtlijn is verschenen op 23 januari 2014 en vervangt de Richtlijn bewegwijzering uit 2005.

Geschiedenis

De Richtlijn bewegwijzering 2014 - CROW-publicatie 322 - is verschenen op 23 januari 2014.

De nieuwe CROW-publicatie 322 vervangt:

  • CROW-publicatie 222 ‘Richtlijn bewegwijzering’ uit 2005 en bijbehorende gratis uitgaven:
    • CROW-uitgave D08-03 ‘Richtlijn bewegwijzering uitwijkroutes’ uit 2008
    • CROW-uitgave D06-03 ‘Plaatsing bewegwijzering bij rotondes’ uit 2006
  • CROW-publicatie 262 ‘Richtlijn toeristische bewegwijzering’ uit 2008
  • CROW-publicatie 302 ‘ROA-bewegwijzering 2012' (NBA).

Eerdere voorgangers waren:

  • Richtlijn Bewegwijzering 1993
  • ROA deel VI, Bewegwijzering, uit 1975

De nieuwe Richtlijn Bewegwijzering 2014 is in boekvorm verschenen, maar is in principe een digitaal document. De laatste vigerende versie is altijd beschikbaar op de CROW Kennisbank.

Redesign en NBA

Vanaf de eerste jaren van de 21e eeuw is op eigen initiatief van de ANWB Redesign geplaatst. Door de verregaande implementatie hiervan buiten de richtlijn om (in juli 2007 reeds 100.000 borden), zag het CROW aanleiding in 2007 een speciale Werkgroep Redesign op te richten. Deze moest zorgen voor een 'Richtlijn Redesign'. Deze richtlijn moest de bouwsteen worden voor een nieuwe 'Richtlijn bewegwijzering', die begin 2014 zou verschijnen. Het zou daarbij de bedoeling zijn dat er elke 5 jaar een bijgewerkte versie van de 'Richtlijn bewegwijzering' moest verschijnen, om bij te blijven met de ontwikkelingen (Oosten, 2007).

Een eerste conceptversie van de nieuwe Richtlijn bewegwijzering is in de tweede helft van 2013 ter visie gelegd. De Vereniging van Verkeersbordenfabrikanten (VNF) heeft voor de datum van vaststelling van de richtlijn het Platform Bewegwijzering verzocht om meer uniformiteit met overal dezelfde type pijlen en hetzelfde lettertype.[1]Hierop heeft het Platform Bewegwijzering besloten grote delen van het Redesign, waaronder ook het lettertype Uu, niet op te nemen in de nieuw te verschijnen richtlijn, waardoor er een richtlijn is verschenen met slechts 1 lettertype: "RWS", in een serie Ee voor autosnelwegen en een serie Dd voor alle overige wegen. Bovendien wordt Dd gebruikt op autosnelwegen in plaats van aangespatieerd Ee.

Omdat Rijkswaterstaat zich al in 2006 niet kon vinden in belangrijke elementen van het Redesign, heeft Rijkswaterstaat in het kader van het programma Fileproof een nieuw bewegwijzeringsontwerp voor autosnelwegen ontwikkeld; de NBA. Dit leidde in 2012 uiteindelijk tot de vaststelling van CROW-publicatie 302, "ROA Bewegwijzering". Deze richtlijn is vervolgens opgenomen in publicatie 322, de Richtlijn Bewegwijzering 2014

Belangrijkste veranderingen van de CROW322 uit 2014 ten opzichte van de CROW222 uit 2005:

  • in plaats van vallende pijlen gebruikt men nu staande pijlen op autosnelwegen;
  • objecten en terreinen op witte en bruine ondergrond worden alleen nog maar op serviceborden verwezen;
  • er wordt verwezen naar netwerkdoelen in plaats van einddoelen, alsmede naar hoofddoelen;
  • met uitzondering van de pijlvormen en het Uu-lettertype zijn veel Redesign-elementen opgenomen, zoals de symbolen, afstandsaanduidingen en de bies

Uniforme uitvoering richtlijn door de NBd

Uniformiteit wordt bewerkstelligd door de Nationale Bewegwijzeringsdienst (NBd), die de wettelijke taak heeft om het ontwerp van de wegwijzers middels een bewegwijzeringsplan op te leveren. Daarmee behoren afwijkende bewegwijzeringsconcepten zoals destijds in Almelo, Zoetermeer en Rotterdam zijn uitgevoerd door iRoute, in principe tot het verleden. Bovendien verdwijnt daarmee het verschil in bewegwijzeren per wegbeheerder; Hierdoor ontstaat er alleen verschil in bewegwijzeren per wegtype wat de uniformiteit vergroot. Dit was tussen 2003 en 2014 niet gebruikelijk. Voor een nog grotere uniformiteit ten opzichte van de richtlijn uit 2005 - die alleen door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en Rijkswaterstaat werd vastgesteld - willen nu ook de overige wegbeheerders zich bij de vaststelling van de richtlijn aansluiten. [2] Dat is gebeurd in het voorjaar van 2014 bij het Bestuurlijk KoepelOverleg (BKO).

Inhoud Richtlijn 2014

Handwegwijzers uitgevoerd volgens de richtlijn bewegwijzering 2014.

Hieronder is aangegeven welke elementen in de Richtlijn voorkomen.

Aanduidingenbeleid

Het aanduidingenbeleid geeft de kaders voor de bewegwijzering van wegen in Nederland. Het aanduidingenbeleid geeft onder andere aan wat de functie van bewegwijzering is, de eisen waaraan bewegwijzering moet voldoen, de doelstellingen en uitgangspunten, welke doelen in aanmerking komen om te worden genoemd, wat het aantal verwijzingen mag zijn afhankelijk van de wegcategorie en andere criteria. Hierin is tevens opgenomen dat verwijzingen die niet aan de richtlijn voldoen, binnen 5 jaar na publicatie van de richtlijn zullen worden verwijderd.

Door het inrichtingsconcept Duurzaam Veilig zijn er 3 duidelijk van elkaar te onderscheiden wegtypes verschenen. Op termijn moeten alle wegen in Nederland ingedeeld en ingericht zijn in een van de drie types. Aangezien nog lang niet alle wegen de inrichting hebben conform de wegcategorisering, is het van belang dat voor die typen wegen de bewegwijzering uitgevoerd wordt volgens de richtlijn van de categorie waar deze weg voorheen inzat. Voor bijvoorbeeld een autoweg met 100 km/h die is ingedeeld in de categorie GOW, wordt dus bewegwijzering uitgevoerd volgens een stroomweg.

Wanneer een route over nationale stroomwegen kortstondig over wegen van lagere orde leidt, dan blijft de aanduidingssystematiek hetzelfde als op de nationale stroomwegen. Enkel de uitvoering is afgestemd op de betreffende categorie.

Hoofdeisen van bewegwijzering

Bewegwijzering moet voldoen aan 4 hoofdeisen, te weten: uniformiteit, continuïteit, leesbaarheid en begrijpelijkheid. Hierin is onder meer vastgelegd welke kleuren en welke lettertypen moeten worden gebruikt, hoe om moet worden gegaan met afstandsaanduidingen, de continuïteitsregel, routenummering, symbolen, schrijfwijzen van buitenlandse doelen, en worden de technische specificaties voor de wegwijzers genoemd.

  • Uniformiteit wordt bewerkstelligd door opvallendheid en herkenbaarheid van wegwijzers, die bovendien in overeenkomstige wegsituaties hetzelfde zijn uitgevoerd. De systematiek is overal hetzelfde en kleurgebruik per soort informatie geeft een grote duidelijkheid van bewegwijzering. Als lettertype wordt "RWS" toegepast, op autosnelwegen de series Ee en Dd, op alle overige wegen serie Dd en op gebiedsborden serie Cc.
  • Continuïteit houdt in dat een eenmaal in de bewegwijzering opgenomen bestemming continu moet worden aangegeven op de route.
  • Leesbaarheid wordt bepaald door de letterhoogte en het contrast tussen de opschriften en de ondergrond.
  • Begrijpelijkheid wordt bewerkstelligd door de officiële komnamen te gebruiken, eventueel aangevuld met routenummers, en bij lokale of toeristische objecten symbolen of pictogrammen toe te voegen.

Verwijzingen per wegcategorie

Buiten de bebouwde kom gelden de volgende uitgangspunten:

  • Autosnelwegen: Bij bewegwijzering boven de weg zijn 8 bestemmingen per dwarsdoorsnede toelaatbaar en 6 per bord. Bij bermborden wordt uitgegaan van maximaal 6 bestemmingen. Het lagere aantal komt voort uit het feit dat 15% van de bevolking een gezichtsscherpte heeft van minder dan 1, er sprake kan zijn van ongunstige weersomstandigheden of tegenlicht die de leesbaarheid beïnvloeden en er naast doelen ook routenummers, afstanden, pijlen en dergelijke op borden worden vermeld.
  • Regionale stroomwegen: Niet meer dan 4 bestemmingen per doorsnede. Dit geldt ook voor gelijkvloerse stroomwegen.
  • Gebiedsontsluitingswegen: Niet meer dan 6 bestemmingen per doorsnede.
  • Erftoegangswegen met geslotenverklaring voor fietsers: Niet meer dan 7 bestemmingen per doorsnede.
  • Erftoegangswegen met gemengd verkeer: Niet van toepassing.

Binnen de bebouwde kom:

Routenummers

  • Routenummers worden rechtop geschreven (niet cursief)
  • E-nummers, A-nummers en N-nummers beginnen respectievelijk met een 'E', 'A' en 'N' waarna zonder spatie het nummer volgt
  • Bij S-wegen en R-wegen volgt na de 'S' of de 'R' eerst een spatie, waarna pas het cijfer volgt.
  • De letter van een routenummer wordt altijd in kapitaal weergegeven
  • Om naar een verderop gelegen genummerde routes te verwijzen wordt het nummer in wit-op-blauw aangegeven.

Bij handwijzers en lichtwegwijzers gelden de volgende regels:

  • A- en S-nummers altijd op een afzonderlijke arm weergeven
  • Langs regionale stroomwegen en bij toeritten hiervan dient het N-nummer op een afzonderlijke arm te worden weergegeven
  • N- en R-wegen bij voorkeur gecombineerd met tekst op een arm

Verzorgingsplaatsen en voorzieningen

Hierin is vastgelegd hoe deze voorzieningen moeten worden aangeduid op de verschillende wegcategoriën.

Anders

Ten slotte gaat de richtlijn in op de bewegwijzering voor (brom)fietsers en voetgangers. Ook toeristische bewegwijzering en zogenaamde niet-geïntegreerde bewegwijzering, zoals parkeer- en wijkaanduidingen op losse bordjes komt kort aan bod.

Publicatie CROW

De Richtlijn bewegwijzering 2014 is tegen betaling verkrijgbaar via de website van het CROW en de richtlijn is auteursrechtelijk beschermd.

Bronnen, noten en referenties

  • Oosten, Tim. Platform Bewegwijzering dicht lacunes. Uit: CROW et cetera, juli 2007. Pag 13 - 14.

Externe links