Rijksweg

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Een rijksweg is een weg die in eigendom, en meestal ook in beheer en onderhoud is bij een rijksinstantie van de landelijke overheid welke zich bezig houdt met verkeer, in Nederland Rijkswaterstaat. De term rijksweg wordt momenteel in enkele landen buiten Nederland gebruikt, zoals de riksvei in Noorwegen en de riksväg in Zweden en vroeger ook in Duitsland (Reichsstraße).

Nederland

Een rijksweg is een weg die in beheer is bij Rijkswaterstaat, een uitvoerend agentschap van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. In de spreektaal wordt met een rijksweg vaak een autosnelweg bedoeld, maar zowel A- als N-wegen kunnen rijkswegen zijn terwijl er ook snelwegen zijn die niet in beheer zijn van Rijkswaterstaat. De lengte van het rijkswegennet fluctueert regelmatig door de bouw van nieuwe rijkswegen en vooral de overdracht van wegen naar of van een andere wegbeheerder, zoals de provincies of de gemeenten. De nieuwbouw en verbreding van rijkswegen werd tot 1984 in rijkswegenplannen behandeld, tegenwoordig via de Structuurvisie infrastructuur en ruimte.

Lengte volgens het CBS

jaar lengte
2001 3.227 km
2002 3.230 km
2003 3.263 km
2004 3.259 km
2005 3.269 km
2006 3.267 km
2007 3.098 km
2008 3.112 km
2009 3.104 km
2010 3.082 km
2011 3.070 km
2012 3.052 km
2013 3.051 km
2014 3.058 km
2015 3.057 km
2016 3.051 km
2017 3.055 km

Lengte van de wegen welke in eigendom, beheer en onderhoud zijn bij Rijkswaterstaat.[1] Oorspronkelijk maakte het CBS geen onderscheid tussen hoofdrijbanen, verbindingswegen en overige wegen en kwam het totaal aantal rijkswegkilometers op meer dan 5.200 kilometer uit, wat een discrepantie gaf met het werkelijk aantal kilometers rijksweg. In 2017 is de definitie aangepast en komt sindsdien overeen met het daadwerkelijke aantal netwerkkilometers rijkswegen.

Statistieken

Cijfers 2015:

  • rijbaanlengte: 5.800 km (hoofdrijbanen)
  • rijbaanlengte: 1.616 km (verbindingswegen en toe- en afritten)
  • oppervlakte asfalt: 76 km² (hoofdrijbanen)
  • oppervlakte asfalt: 13 km² (verbindingswegen en toe- en afritten)
  • groen areaal: 199 km²
  • percentage wegen dat voldoet aan de onderhoudsnormen: 99%
  • percentage kunstwerken dat voldoet aan de onderhoudsnormen: 81% (2012)
  • voertuigkilometers: 65 miljard (2013)

Lijst van rijkswegen

# lengte (meter)[2]
rijksweg 1 157.733
rijksweg 2 217.098
rijksweg 3 9.717
rijksweg 4 124.723
rijksweg 5 18.830
rijksweg 6 102.599
rijksweg 7 241.009
rijksweg 8 9.966
rijksweg 9 95.673
rijksweg 10 32.067
rijksweg 11 21.425
rijksweg 12 136.818
rijksweg 13 16.755
rijksweg 14 5.400
rijksweg 15 204.150
rijksweg 16 58.098
rijksweg 17 26.593
rijksweg 20 38.862
rijksweg 22 8.348
rijksweg 27 108.738
rijksweg 28 187.471
rijksweg 29 13.410
rijksweg 30 18.204
rijksweg 31 64.577
rijksweg 32 66.103
rijksweg 33 72.160
rijksweg 35 35.659
rijksweg 36 36.437
rijksweg 37 42.092
rijksweg 38 1.548
rijksweg 44 27.850
rijksweg 46 0.861
rijksweg 48 18.579
rijksweg 50 159.591
rijksweg 57 76.747
rijksweg 58 138.963
rijksweg 59 121.090
rijksweg 61 26.246
rijksweg 65 21.643
rijksweg 67 77.881
rijksweg 73 105.713
rijksweg 74 1.893
rijksweg 76 27.008
rijksweg 77 10.135
rijksweg 79 17.331
rijksweg 99 19.062
planvervangende rijksweg 200 11.866
planvervangende rijksweg 205 0.882
planvervangende rijksweg 708 1.522
planvervangende rijksweg 783 1.506
planvervangende rijksweg 835 35.840
planvervangende rijksweg 838 3.971
planvervangende rijksweg 915 4.002

Geschiedenis

Zie ook autosnelweg en rijkswegenplan.

Het wegennet werd in de 18e eeuw niet op landelijk niveau geregeld, er was geen "rijk". In 1810 werd tijdens Napoleon begonnen met de creatie van een landelijk netwerk van hoofdwegen, en werd in 1811 opgenomen in de route impériales van het Franse keizerrijk. Er werden toen wegen van de eerste en tweede klasse gedefinieerd. Maar een aantal belangrijke routes was in die tijd verhard met klinkers. Eén van de belangrijkste hiervan was de weg van Paris (Parijs) naar Amsterdam, die in Nederland via Breda en Utrecht liep. De benaming van de Keizersveerbrug herinnert hier nog aan. Rijkswaterstaat werd in 1813 gecreëerd als voortzetting van de Waterstaat die in 1798 werd gecreëerd. Het plan van de hoofdwegen van Napoleon werd in 1814 door koning Willem I overgenomen als nationaal wegennet. De rijksweg als zodanig werd dus rond 1813 gecreëerd. In 1821 werden de wegen verdeeld tussen het Rijk en de provincies. Het Rijk nam daarbij de wegen der eerste klasse in het beheer. Tussen 1825 en 1850 werd zo goed als het volledige toenmalige rijkswegennet van bestrating voorzien.

Tussen 1815 en 1839 was er sprake van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. In 1839 scheidde België zich af. Onduidelijk was of het rijkswegennet ook in de Zuidelijke Nederlanden voorzien was. Vanwege de opkomst van de spoorwegen midden 19e eeuw werd het rijkswegennet verwaarloosd, zeker in de tweede helft van de 19e eeuw, toen de spoorlijnen in het lange-afstandsverkeer voorzagen.

In 1821 werden de volgende rijkswegen gecreëerd en genummerd;[3]

rijksweg route
rw1 Amsterdam - Amersfoort - Apeldoorn - Deventer - Oldenzaal - Duitse grens
rw2 Amersfoort - Arnhem - Nijmegen - Venlo - Maastricht - Belgische grens
rw3 Amsterdam - Utrecht - Breda - Belgische grens
rw4 Amsterdam - Haarlem - Leiden - Den Haag - Delft - Hellevoetsluis
rw5 Leiden - Utrecht
rw6 Utrecht - Arnhem - Duitse grens
rw7 Delft - Rotterdam - Dordrecht - Breda
rw8 Deventer - Zutphen - Arnhem - Nijmegen - 's-Hertogenbosch - Tilburg - Belgische grens
zijtak rw1 Deventer - Zwolle - Meppel - Assen - Groningen - Leeuwarden - Lemmer
zijtak rw3 Breda - Goes - Middelburg
zijtak rw4 Haarlem - Alkmaar - Den Helder
zijtak rw7 's-Hertogenbosch - Eindhoven - Belgische grens
 ? Groningen - Delfzijl

Begin 20e eeuw was het rijkswegennet in slechte toestand. Veel rijkswegen waren smal en veel dijkwegen waren erg bochtig, waardoor geen hoge snelheden gehaald konden worden. In 1894 begon de ANWB met het invoeren van bewegwijzering, in 1896 reed de eerste auto in Nederland en in 1906 werd ingevoerd dat voertuigen in Nederland rechts moesten rijden. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vertraagde de verbetering van het wegennet, alhoewel Nederland niet direct getroffen werd. In 1915 werd een rijkswegencommissie ingesteld die de regering adviseerde over de weginfrastructuur. In de jaren '20 nam het autobezit gestaag toe, in 1924 reden er 31.000 auto's rond in Nederland. In 1926 werd de wegenbelastingwet ingevoerd, die de financiering van het wegenfonds mogelijk moest maken, om zodoende de uitbreiding en aanleg van het rijkswegennet te bekostigen.

In 1927 werd het eerste rijkswegenplan gepresenteerd. Hierin werden een groot aantal nieuwe rijkswegen opgenomen, en was de eerste wijziging van het rijkswegennet in meer dan 100 jaar. De huidige wegnummering van de rijkswegen in Nederland stamt echter uit het rijkswegenplan 1932. Met het geld van het wegenfonds werden vooral oeververbindingen gebouwd. Waar spoorlijnen al decennia via grote bruggen de rivieren overstaken, moest het wegverkeer nog veelal via veerdiensten. In de jaren '30 werd een groot aantal oeververbindingen gerealiseerd, waarvan de meeste onderdeel van een rijksweg waren. Afgezien van de Afsluitdijk was de Moerdijkbrug de grootste oeververbinding. De brug opende in 1936.

Het rijkswegenplan van 1932 week af van het plan van 1927, namelijk dat grote knooppunten buiten de steden lagen, in plaats van in de stadscentra. Hiermee is de aanzet gegeven voor beroemde knooppunten zoals het knooppunt Oudenrijn, het knooppunt Hoevelaken en het knooppunt Deil. Dit waren nog niet de ongelijkvloerse knooppunten die we thans kennen, maar verkeerspleinen. Ook werden er vanuit dit rijkswegenplan de eerste autosnelwegen gerealiseerd, prominent de rijkswegen 4 en 12. De eerste autosnelweg van Nederland opende op 15 april 1937 en was de A12 tussen Voorburg en Zoetermeer. De definitie van een autosnelweg werd in 1936 vastgelegd. Dit was de opmaat naar de rijksweg van tegenwoordig; de autosnelweg. Begin jaren '40 had Nederland, na Duitsland, het grootste snelwegennet in Europa. Alhoewel er meer landen waren met een autosnelweg in de jaren '40 (zoals België, Frankrijk en Portugal), was Nederland na Duitsland het enige land dat al meerdere routes had aangelegd.

Vanaf de jaren '50 nam de ontwikkeling van het rijkswegennet een enorme vlucht, met name omdat veel rijkswegen werden omgebouwd of vervangen door een nieuwe autosnelweg. Tegen de jaren '90 waren de meeste belangrijke rijkswegen omgebouwd tot snelweg. Bij de Wet Herverdeling Wegenbeheer werd per 1 januari 1993 een groot aantal rijkswegen overgedragen aan lagere overheden; provincies en gemeenten. Daardoor nam het rijkswegennet fors af tot uitsluitend een kernnet, waarvan het grootste deel als autosnelweg was uitgevoerd. Alleen in het noorden en oosten van Nederland waren nog veel rijkswegen die geen snelweg waren, zoals de rijkswegen 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37 en 46. Sommigen hiervan zijn later nog omgebouwd tot snelweg, zoals de A32 en A37 en sommigen zijn later overgedragen aan de provincies, zoals de N34, N46 en N69.

In andere talen

Rijksweg of de lokale variant daarop;

Referenties