Rijkswegenplan 1938

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Rijkswegenplan 1938 was het derde rijkswegenplan van Nederland. Hierin werd een nieuw wegtype opgenomen: de autosnelweg. Het rijkswegenplan van 1938 legde de basis voor het Nederlandse autosnelwegennet.

Geschiedenis

De wens voor een nieuw wegtype: de autosnelweg

Al in 1921 was een privaat plan ingediend voor een speciale nieuwe autowegverbinding van Amsterdam naar Rotterdam, waarbij de weg als een "hoogviaduct" door het landschap zou worden aangelegd. Er werd echter geen concessie verleend. In 1927 werd de Nederlandsche Vereniging voor Autosnelwegen (NEVAS) opgericht. De NEVAS wilde een consortium oprichten dat autosnelwegen zou aanleggen tussen de grote Nederlandse steden en met Duitsland en België.

In 1927 zag Rijkswaterstaat nog niets in het idee van speciale autosnelwegen en al helemaal niets in particuliere exploitatie daarvan. De discussie over autosnelwegen was daarmee niet afgedaan. Toen de ANWB kritiek uitoefende op Rijkswaterstaat trok de laatste haar vertegenwoordigers uit de Wegencommissie van de ANWB terug. Toen vervolgens in 1930 een ambtelijke "Rijkscommissie voor de Wegen" van oordeel was dat Nederland geen behoefte had aan autosnelwegen leken de pogingen van de NEVAS daarmee te stranden. De doorbraak kwam daarentegen al snel. In 1932 werden de Rijkscommissie voor de Wegen en de Rijkscommissie voor de Wegenverbetering samengevoegd. De eerste was een ambtelijke commissie van het Ministerie, de laatste een commissie van de Tweede Kamer met de nodige vertegenwoordigers van belangenorganisaties. Hierdoor kregen maatschappelijke organisaties een voet tussen de deur. Met de nodige artikelen in de pers ten faveure van autosnelwegen vormde de nieuwe commissie zich snel een mening die gunstig was ten aanzien van autosnelwegen; in de periode 1932-1933, vlak na de vaststelling van het Rijkswegenplan 1932, werd het pleit in het voordeel van de autosnelweg beslecht. Een "Commissie van Overleg" adviseerde de aanleg van speciale wegen voor doorgaand gemotoriseerd verkeer, als onderdeel van het Rijkswegenplan. Het nieuwe wegtype zou geleidelijk moeten worden ingevoerd, maar er zou in elk geval geen sprake mogen zijn van tolwegen. Gevolg was dat het Rijkswegenplan hierop moest worden aangepast.

Circulaire Autosnelwegen in 1936

Voorgesteld net van Autosnelwegen anno 1936

In het proces naar aanpassing van het Rijkswegenplan liet het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in 1936 een circulaire verschijnen, waarin de definitie van een autosnelweg werd vastgelegd: een weg met gescheiden rijbanen, ongelijkvloerse kruisingen, vaste bruggen en weinig aansluitingen met andere typen wegen. Tevens werd een aantal belangrijke rijkswegen aangewezen als autosnelweg, waarmee feitelijk de beleidswijziging reeds had plaatsgevonden. Twee jaar later, met het Rijkswegenplan 1938, zouden autosnelwegen ook planmatig integraal worden opgenomen.

Rijkswegenplan 1938

Met dit rijkswegenplan zou Nederland de Tweede Wereldoorlog ingaan. De wegenbouw zou in 1943 volledig tot stilstand komen, en na de oorlog werd het plan uit 1938 herijkt op de nieuw ontstane situatie. Dat leidde tot het Rijkswegenplan 1948.

Referenties


Chronologie van Nederlandse nationale wegenplannen

Vaststelling (historische) rijkswegennetten: 1816 - 1821

Rijkswegenplannen: 1915 - 1927 - 1932 - 1938 - 1948 - 1958 - 1968 - 1984

Tussentijdse wegenplannen: 1200 km-plan (1959) - Structuurschema Hoofdwegennet 1966

Planologische kernbeslissingen: Structuurschema Verkeer en Vervoer (1977-1981) - Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer (1988-1991) - Nationaal Verkeers- en Vervoersplan (2000-2002) - Nota Mobiliteit (2004-2006)

Rijksstructuurvisies: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2011-2012)