Servië

Uit Wegenwiki
(Doorverwezen vanaf SRB)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Србија - Srbija
Hoofdstad Beograd
Oppervlakte 88.361 km²
Inwonertal 6.647.000
Lengte wegennet 44.794 km
Lengte snelwegennet 1.047 km[1]
Eerste snelweg 1970
Benaming snelweg autoput
Verkeer rijdt rechts
Nummerplaatcode SRB

Servië (Servisch: Srbija / Cyrillisch: Србија), voluit de Republiek Servië (Република Србија), is een klein land in Zuidoost-Europa. Het land is ongeveer twee maal zo groot als Nederland en heeft 6,6 miljoen inwoners. De hoofdstad is Beograd (Belgrado).

Inleiding

Geografie

Servië ligt centraal in het binnenland van de Balkan. Het land grenst kloksgewijs aan Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Noord-Macedonië, Kosovo, Montenegro, Bosnië-Herzegovina en Kroatië. Servië meet maximaal 470 kilometer van noord naar zuid en 280 kilometer van west naar oost. Het noorden van Servië is vlak, een regio die Vojvodina heet en voornamelijk uit graanvelden bestaat. Het midden van Servië is heuvelachtig en kent meer bos. Hogere berggebieden vindt men in het zuiden van het land, vooral in de grensgebieden met buurlanden, maar ook elders. De 2.169 meter hoge Midžor is het hoogste punt in Servië. In Kosovo liggen hogere bergen. De belangrijkste rivier is de Donau, de Sava is hier in Servië de belangrijkste zijrivier van. Een lange maar relatief kleine zijrivier die door het zuiden van Servië stroomt is de Morava.

Servië heeft een vochtig landklimaat met subtropische karakteristieken, met warme tot hete zomers maar koude winters. De gemiddelde maximumtemperatuur in Belgrado varieert van 4°C in januari tot 28°C in juli. Het land kent forse uitschieters, temperaturen tot 40°C zijn in de zomer niet ongebruikelijk en in de winter kan de temperatuur tot -15°C dalen. De gemiddelde neerslag varieert, het westen is natter dan het noorden en oosten. In Belgrado valt gemiddeld 700 mm regen per jaar, iets minder dan in Nederland.

Demografie

Servië heeft met 6,6 miljoen inwoners (exclusief Kosovo), het grootste inwonertal op de Westelijke Balkan. Beograd (Belgrado) is de grootste stad in de regio en telt 1,2 miljoen inwoners. Servië heeft 5 steden met meer dan 100.000 inwoners, naast Belgrado ook Novi Sad, Niš, Kragujevac en Subotica. Er zijn 17 steden met meer dan 50.000 inwoners. Het inwonertal van Servië (exclusief Kosovo) piekte op 7,8 miljoen begin jaren '90 en krimpt sindsdien. Het geboortecijfer is flink gedaald, sinds 1991 is de natuurlijke groei negatief. Tussen 1990 en 2017 verloor het land meer dan 10% van het inwonertal. Tussen 2013 en 2022 verloor Servië een half miljoen inwoners.

Omdat Servië midden op de Balkan is gelegen zijn er diverse etnische groepen, alhoewel de Serviërs wel met afstand de grootste groep vormen met 84% van de bevolking, de gevolgd door de Hongaren met 3%, die vooral in het noorden leven. Roma en Bosniakken vormen beiden nog 2% van de bevolking, overige bevolkingsgroepen zijn kleiner dan 1%. De officiële landstaal is het Servisch, dat 88% van de bevolking als moedertaal spreekt. Daarnaast worden diverse minderheidstalen erkend zoals het Hongaars, Albanees, Roemeens, Bulgaars en Rusyn, evenals het Kroatisch en Bosnisch, die uitwisselbaar zijn met het Servisch.

Economie

Servië is een land in ontwikkeling, met een BBP per inwoner dat geleidelijk groeit, maar aanzienlijk lager ligt dan het EU-gemiddelde. In 2023 bedroeg het gemiddelde brutosalaris 118.600 RSD (€ 1015).[2][3] Servië is minder welvarend dan Slovenië en Kroatië, maar welvarender dan Kosovo, Bosnië-Herzegovina en Albanië. Het is van oudsher het meest geïndustrialiseerde land op de westelijke Balkan. Deze sector werd echter hard getroffen door de economische sancties en NAVO bombardementen in 1999. Servië heeft een opvallend grote automobielindustrie, geconcentreerd rond de stad Kragujevac. Het land is strategisch gelegen op de transportcorridors over de Balkan, zowel voor noord-zuidverkeer als oost-westverkeer wat in Belgrado samenkomt. Met name de corridor van Hongarije naar Griekenland en van Kroatië naar Bulgarije en Turkije zijn van belang. Servië heeft echter geen haven omdat het niet aan zee ligt, dus transport gaat over de Donau naar de Zwarte Zee of via de haven van Bar in Montenegro.

Geschiedenis

In de middeleeuwen ontstond het historische Koninkrijk Servië, dat de Donau als de noordgrens had. Midden 16e eeuw werd het echter overgenomen door het Ottomaanse Rijk, dat telkens tijdelijk werd onderbroken door de Habsburgse invloed die zuidwaarts trok, en met name invloed had in de regio Vojvodina. Tussen 1804 en 1815 vond de Servische revolutie plaats om onafhankelijkheid te verkrijgen van het Ottomaanse Rijk. Het duurde echter tot 1867 tot de laatste Turkse troepen uit de regio waren vertrokken. De formele onafhankelijkheid werd erkend in het congres van Berlijn in 1878. Dit verdrag verbood Servië echter om een unie aan te gaan met Bosnië, dat onder Oostenrijk-Hongarije werd geschaard. In 1882 werd Servië weer een koninkrijk. Tijdens de Eerste Balkanoorlog van 1912 wisten de Europese troepen de Ottomanen in Europa te verslaan, Servië verkreeg daarbij Kosovo en de zuidwestelijke regio Raška.

Toen de aartshertog Franz Ferdinand in 1914 door de Bosnische Serviër Gavrilo Princip in Sarajevo werd vermoord verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië, dit markeerde het begin van de Eerste Wereldoorlog. De Serviërs wisten in eerste instantie stand te houden tegen de Centrale mogendheden, maar moesten in 1915 het onderspit delven. Nadat de Centrale mogendheden elders in Europa grote verliezen ondergingen kon Servië in 1918 het land weer terugwinnen. De Eerste Wereldoorlog kostte enorme aantallen levens aan Servische zijde, meer dan de helft van de mannen in Servië kwam tussen 1914 en 1918 om het leven. Met het einde van de Eerste Wereldoorlog stortte ook de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije in, Servië verkreeg hierbij de regio Vojvodina.

Kort na de Eerste Wereldoorlog werd het Koninkrijk Joegoslavië gesticht, waarbij Belgrado de hoofdstad was en Servië het belangrijkste deel uitmaakte. In 1941 volgde een invasie van Nazi-Duitsland. Dit leidde tot een gewapende opstand die in Joegoslavië het meest effectief was in heel Europa tijdens de Duitse bezetting. De partizanen waren uiteindelijk te machtig voor de Duitse bezetters en Servië werd in 1944 bevrijd met steun van de Sovjets. Na de Tweede Wereldoorlog werd Servië één van de zes republieken die de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië uitmaakten, waarbij Belgrado de federale hoofdstad was. Alhoewel Joegoslavië geen onderdeel van het Oostblok uitmaakte, was het wel een communistisch land. De bevolking van Joegoslavië had meer vrijheden en het land dreef meer handel met het westen dan het Oostblok.

In 1980 overleed de president Tito. Gedurende de jaren '80 nam het nationalistische sentiment in Joegoslavië toe, waarbij het uiteindelijk begin jaren '90 uiteenviel in verschillende landen, wat gepaard ging met grootschalige conflicten, de Joegoslavische oorlogen van begin jaren '90 waren de grootste conflicten in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. De meest intense conflicten waren in Bosnië en Kroatië, waar de Serviërs tegenstand boden tegen de onafhankelijkheid. Servië, Kosovo en Montenegro bleven nog gezamenlijk als de Federale Republiek Joegoslavië vanaf 1992. In 1999 brak de Kosovo-oorlog uit, waarna de NAVO ingreep en Servië bombardeerde, waarbij veel industrie en infrastructuur verwoest werd. Kosovo werd daarna onder VN-bestuur geplaatst. De naam Joegoslavië hield in 2003 op te bestaan, het land heette vanaf dat moment Servië en Montenegro. In 2006 scheidde Montenegro zich vreedzaam af na een referendum. In 2008 verklaarde Kosovo zich onafhankelijk, wat niet door Servië erkend is, die het als een integraal onderdeel van het land blijft beschouwen. De-facto is Kosovo sindsdien onafhankelijk.

Wegennet

Het huidige en geplande snelwegennet van Servië.

Servië heeft een netwerk van 44.794 kilometer weg, waarvan 30.409 kilometer is verhard. De nationale wegen omvatten 13.505 kilometer weg, waarvan 3.885 kilometer van de eerste klasse en 9.620 kilometer van de tweede klasse.[4]

Het land beschikt over een redelijk dicht netwerk van wegen, alhoewel het netwerk van hoofdwegen niet heel dicht is en alleen de belangrijke plaatsen ontsluit. Kleinere plaatsjes moeten veelal via secundaire wegen bereikt worden. Servië heeft een groeiend netwerk van autosnelwegen dat tegenwoordig vrijwel alle steden van betekenis ontsluit. De kwaliteit van de autosnelwegen is over het algemeen redelijk goed.

Autoput

Zie ook autoput.

Servië heeft een groeiend netwerk van autosnelwegen, ter plekke een 'autoput' genoemd. Servië heeft inmiddels meer dan 1.000 kilometer autosnelweg. De belangrijkste autosnelwegen verlopen vanaf Beograd (Belgrado) naar de landsgrenzen. De A1 vormt de hoofdas vanaf de grens met Hongarije via Subotica, Novi Sad, Belgrado en Niš naar de grens met Noord-Macedonië. De A2 is een gedeeltelijk voltooide autosnelweg vanaf Belgrado naar de grens met Montenegro. De A3 vormt de verbinding tussen Kroatië en Belgrado. De A4 is het nummer voor de autosnelweg vanaf Niš naar de grens met Bulgarije. De A5 is een snelweg in aanbouw, die de A1 en de A2 met elkaar verbindt in Centraal-Servië. Er zijn verder plannen voor een aantal nieuwe autosnelwegen. De verkeersintensiteiten op de autosnelwegen zijn buiten Belgrado veelal laag. Het drukste punt is de Gazelabrug in Belgrado over de Sava, die 160.000 voertuigen per dag telt.

Autosnelwegen en autowegen in Servië

Autosnelweg - autoput

A1A2A3A4A5A7A8A9A10A11A12

Autoweg - motoput

M1M2M3M4M5M6M7M8M9M10M11M12M13M14M15M16M17M18M19


Geschiedenis

De A1 tussen Novi Sad en Belgrado.
De A2 bij Brđani ten noorden van Čačak.

Na de Tweede Wereldoorlog lag Joegoslavië in puin en werd besloten tot de bouw van nieuwe wegen. In 1948 werd gestart met de bouw van de Autoput Bratstvo i Jedinstvo (weg van broederschap en eenheid), een hoogwaardige weg tussen Belgrado en Zagreb. Dit was nog geen autosnelweg, maar wel een relatief moderne weg over een nieuw tracé, met een dwarsprofiel van 12 meter. Kenmerkend was dat de weg veelal zeer recht door het vlakke landschap werd aangelegd. De 382 kilometer lange weg van Belgrado naar Zagreb is op 27 juli 1950 geopend. Dit was de eerste hoogwaardige weg in wat nu Servië is.

De bouw van deze weg werd niet alleen van Belgrado naar Zagreb uitgevoerd, maar uiteindelijk als een verbinding door geheel Joegoslavië, ook vanaf Belgrado zuidwaarts naar Skopje. Op 22 november 1959 opende de weg tussen Paraćin en Niš. In 1961 was de gehele route van Belgrado tot Skopje voltooid. De weg werd later als de M1 genummerd.

De weg is later voor een groot deel opgewaardeerd tot autosnelweg. In 1966 begon de bouw van de eerste autosnelweg in Servië, namelijk de passage van de Gazela Bridge in Belgrado, onderdeel van 9 kilometer autosnelweg tot Zemun, dat in 1970 werd geopend. In de jaren '70 werden diverse grote wegenprojecten uitgevoerd in Servië. De A1 van Belgrado naar Novi Sad opende in 1975 met één rijbaan van een toekomstige autosnelweg. Dit omvatte ook de Beška Bridge over de Donau. In 1977 opende de verdubbelde M1 (nu A3) tussen Zemun en Sremska Mitrovica. In 1977 opende ook het stedelijk deel van de autosnelweg door Belgrado. Een jaar later in 1978 opende 79 kilometer autosnelweg tussen de zuidkant van Belgrado en Batočina. Hiermee was al een circa 180 kilometer lang traject als autosnelweg te berijden van Batočina tot Sremska Mitrovica.

In de jaren '80 had de bouw van de autosnelweg verder richting Niš prioriteit. Dit was in 1985 voltooid. In 1986 opende de enkelbaans autosnelweg ten noorden van Novi Sad, maar in eerste instantie niet verder tot Feketić. In de periode van circa 1988-1992 is het westelijkste deel van de A3 tot de grens met Kroatië verdubbeld. In 1992 opende ook de nieuwe A1 tussen Niš en Leskovac in het zuiden van Servië.

De oorlogen op de Balkan vertraagden de verdere ontwikkeling van het wegennet van Servië in de jaren '90. Joegoslavië viel uiteen, met name de A3 richting het onafhankelijk geworden Kroatië was een conflictzone in die tijd. In 1990 startte de bouw van de ringweg van Belgrado, maar de bouw werd vanwege de oorlog gestaakt. Dit gold ook voor het zuidelijkste deel van de A1 in Preševo-vallei. De enige grote openstelling in die periode was de enkelbaans snelweg tussen Feketić en de grensovergang Horgoš met Hongarije in 1997. Hiermee was een lange autoweg voltooid van Horgoš tot Belgrado, die was uitgevoerd als één rijbaan van een autosnelweg, die een hoogwaardig tracé en ongelijkvloerse aansluitingen had. In 1999 werd Servië gebombardeerd door de NAVO, waardoor ook enkele bruggen doelwit waren, waaronder de grote Beška Bridge. De schade aan de brug werd echter in korte tijd hersteld.

Na 2000 verbeterde de situatie in Servië geleidelijk nadat de Balkanoorlogen ten einde waren gekomen. Met name na 2010 ging de ontwikkeling van de Servische infrastructuur snel. De eerste prioriteit was het verdubbelen van de A1 tussen Belgrado en de Hongaarse grens bij Horgoš. Tussen 2009 en 2011 is de A1 hier in hoog tempo verdubbeld naar een autosnelweg, inclusief een tweede brug bij Beška. In 2013 is een tracéverlegging van de A1 bij Novi Sad uitgevoerd en in 2014 opende het laatste deel bij Batajnica aan de noordkant van Belgrado.

Daarna werd in Zuid-Servië gebouwd aan de A1 in de Preševo-vallei en de A4 als aftakking van Niš naar de grens met Bulgarije. Beide projecten zijn in de periode 2015-2019 in fases opengesteld voor het verkeer. Dit was een mijlpaal, voor het eerst was het mogelijk om per autosnelweg vanuit Hongarije en Kroatië door heel Servië naar Noord-Macedonië en Bulgarije te rijden. In die periode werd ook gebouwd aan de verdubbeling van de bypass van Belgrado, uiteindelijk culminerend met de openstelling van het laatste stuk autosnelweg in 2023, zodat doorgaand verkeer via de autosnelweg de Servische hoofdstad kon bypassen.

Hoofdwegen

Per 2013 is er een nieuwe wegnummering in Servië, opgedeeld in vier klassen; klasse I-A, I-B en II-A en II-B. In 2012 is er tijdelijk een andere indeling geweest, maar die is vervallen.[5]

Zie Hoofdwegen in Servië voor meer informatie.

Hoofdwegen in Servië


Magistrale

De M-wegen vormden het hoofdwegennet van Servië en verbinden alle grotere steden en gebieden met elkaar. De meeste wegen hiervan waren enkelbaans, maar sommige korte trajecten waren dubbelbaans, met name rondom de grotere steden. De wegen waren nog genummerd volgens het oude Joegoslavische systeem van 1980 tot en met 2011.

Hoofdwegen in Servië tot 2011

M1M2M3M4M5M7M8M9M18M19M21M22M23M24M25


Europese wegen

De E-wegen worden in Servië prominent bewegwijzerd als ze over snelwegen gaan, de twee belangrijkste snelwegen staan zelfs primair bekend onder het E-nummer.

Europese wegen in Servië

E65E70E75E80E662E761E763E771


Knooppunten

Knooppunten in Servië

Čvor BatajnicaČvor Bubanj PotokČvor DobanovciČvor Niš-TrupaleČvor OrlovačaČvor Ostružnica


Wegbeheer

De nationale wegbeheerder van Servië is Putevi Srbije (Cyrillisch: Путеви Србије), dat zich in het Engels 'Roads of Serbia' noemt.[6] Putevi Srbije beheert de wegen van de eerste en tweede klasse, namelijk de wegcategorie I A (autosnelwegen), I B (hoofdwegen) en II A en II B (overige hoofdwegen). Het netwerk besloeg in 2021 16.374 kilometer. In dat jaar beheerde Putevi Srbije 3.426 bruggen en 107 tunnels, waarvan 61 langer dan 100 meter zijn.

Tolwegen

Zie ook tolwegen in Servië.

De autosnelwegen in Servië zijn tolwegen met een open of gesloten tolsysteem; men krijgt bij gesloten tolsystemen een ticket bij het oprijden en betaalt bij het verlaten van de snelweg. Alle snelwegen zijn tolwegen, met uitzondering van de route door Beograd. Bij alle tolstations wordt de euro geaccepteerd.

Wegnummering

De (voormalige) geplande A-nummers van 2009.

Sinds 2009 bestaat er een A-nummering voor autosnelwegen. Deze worden in de praktijk echter niet bewegwijzerd, men geeft de betreffende E-nummers aan, of de nummers van de Joegoslavische M-wegen. Alleen op de modernere bewegwijzering worden de A-nummers weergegeven. Wegnummers voor andere wegen hebben geen prefix, maar men kan aan de kleur zien op wat voor type weg men rijdt.

Nummering 2009

Op een intensiteitskaart van 2011 kwamen de volgende A-nummers voor:[7]

  • A-1: Horgoš - Novi Sad - Beograd - Niš - Preševo
  • A-2: Beograd - Čačak
  • A-3: Vršac - Beograd - Šid
  • A-4: Kragujevac - Čačak - Užice
  • A-5: Niš - Dimitrovgrad
  • A-6: Užice - Boljare

Hernummering 2013

In 2013 is de A-nummering opnieuw veranderd:[8]

  • A1: Horgoš (H) - Novi Sad - Beograd - Niš - Preševo (NMK)
  • A2: Beograd - Čačak - Požega (MNE)
  • A3: Batrovci (HR) - Beograd
  • A4: Niš - Dimitrovgrad (BG)
  • A5: Pojate - Kruševac - Kraljevo - Preljina

Toevoegingen 2023

Op 13 oktober 2023 werden er vier wegnummers toegevoegd:[9]

  • A6 Novi Sad - Zrenjanin - Beograd
  • A7 Kuzmin - Sremska Rača - grens met Bosnië-Herzegovina
  • A8 Ruma - Šabac
  • A9 Bubanj Potok - Pančevo - grens met Roemenië

Toevoegingen 2024

Op 20 maart 2024 werden er drie A-nummers toegevoegd, ook werd een geheel nieuwe wegklasse van 'IM'-routes toegevoegd.[10]

  • A10 Požega - Sevojno - Kotroman - grens met Bosnië-Herzegovina
  • A11 verbinding A9 Pančevo - A1 Batajnica
  • A12 verbinding A1 Merošina - Prokuplje - Kuršumlija - grens Kosovo

Een serie van 19 M-wegen zijn toegevoegd aan het netwerk. Dit zijn 'motoputevi'(мотопутеви).

  • M1 grens Hongarije (Bački Breg) - Sombor - Kula - Vrbas - Srbobran - Bečej - Novi Bečej - Kikinda - grens Roemenië (Srpska Crnja)
  • M2 A1 (petlja Novi Sad jug) - Novi Sad - Irig - Ruma - knooppunt A3 en A8 (petlja Ruma)
  • M3 A8 (Šabac) – Loznica
  • M4 Badovinci - Slepčević
  • M5 Novi Bečej - Zrenjanin
  • M6 Beograd (petlja Kovilovo) - Pančevo
  • M7 A1 (petlja Požarevac) - Požarevac - Veliko Gradište - Golubac - Donji Milanovac - Brza Palanka
  • M8 Kladovo - Negotin - Zaječar
  • M9 Valjevo - Lajkovac – 2 (petlja Lajkovac)
  • M10 A2 - Lazarevac - Aranđelovac - Rača - Svilajnac - Despotovac - Bor - Zaječar
  • M11 A1 en A3 (petlja Beograd) - petlja Aerodrom - petlja Mostar - A1 en A9 (petlja Bubanj potok) (oude route van de A1 door Belgrado)
  • M12 M11 (petlja Aerodrom) - Aerodrom "Nikola Teslaˮ
  • M13 A1 (petlja Mali Požarevac) - Mladenovac - Aranđelovac (M 10)
  • M14 Topola - Kragujevac
  • M15 A1 (petlja Batočina) - Batočina - Kragujevac - Knić - A5 (petlja Katrga)
  • M16 A1 (Paraćin) - Zaječar - grensovergang Vrška Čuka
  • M17 A5 - Kraljevo - Raška - Novi Pazar
  • M18 Nova Varoš - Sjenica - Novi Pazar
  • M19 Raška – grens Kosovo i Metohija (Jarinje)

Bewegwijzering

Zie ook bewegwijzering in Servië.

De bewegwijzering op de snelwegen bestaat uit groene borden met witte letters, zowel in het Latijnse als Cyrillische schrift. Op het onderliggend wegennet zijn de borden geel met zwarte letters. Afslagen op de snelweg hebben gele borden voor de afritdoelen, en groene voor de doorgaande doelen. Autowegen hebben blauwe borden met witte letters.

Maximumsnelheid

type weg Vmax
bebouwde kom
buiten bebouwde kom
autoweg
autosnelweg

Per 1 juni 2018 is de maximumsnelheid op autosnelwegen in Servië verhoogd van 120 naar 130 km/h.[11] Servië werd daarmee het 20e land in Europa waar een maximumsnelheid van 130 geldt.

Verkeersveiligheid

jaar verkeersdoden
2010 660
2011 731
2012 688
2013 650
2014 536
2015 599
2016 607
2017 579
2018 548
2019 534
2020 492
2021 521
2022 553

Servië geldt als één van de minder veilige landen in Europa, met in 2015 85 verkeersdoden per 1 miljoen inwoners.[12] Het land scoort daarbij vergelijkbaar met buurland Kroatië en iets beter dan buurlanden Roemenië en Bulgarije.

In 2009 is de Агенција за безбедност саобраћаја / Agencija za bezbednost saobraćaja / Road Traffic Safety Agency opgericht.[13]

Externe links

Referenties

Wegen van Europa

AlbaniëAndorraArmeniëAzerbeidzjanBelarusBelgiëBosnië-HerzegovinaBulgarijeCyprusDenemarkenDuitslandEstlandFinlandFrankrijkGeorgiëGriekenlandHongarijeIerlandIJslandItaliëKazachstanKosovoKroatiëLetlandLiechtensteinLitouwenLuxemburgNoord-MacedoniëMaltaMoldaviëMonacoMontenegroNederlandNoorwegenOekraïneOostenrijkPolenPortugalRoemeniëRuslandSan MarinoServiëSloveniëSlowakijeSpanjeTsjechiëTurkijeVaticaanstadVerenigd KoninkrijkZwedenZwitserland

in cursief landen die deels in Europa liggen of met Europa geassocieerd worden