Spanje

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Flag of Spain.png
España
Spanje.png
Hoofdstad Madrid
Oppervlakte 504.030 km²
Inwonertal 46.468.000
Lengte wegennet 346.858 km
Lengte snelwegennet 15.523 km[1][2]
Eerste snelweg 1952
Benaming snelweg Autopista

Autovía

Verkeer rijdt rechts
Nummerplaatcode E

Spanje (España) is een land in Zuidwest-Europa, gelegen aan zowel de Middellandse Zee als de Atlantische Oceaan. Het land vormt samen met Portugal het Iberisch Schiereiland. Met 46 miljoen inwoners is Spanje het op 5 na grootste land van Europa, en met een oppervlakte van ruim 500.000 km² is Spanje het grootste land in Zuid-Europa, de landoppervlakte is 12 keer zo groot als Nederland. De hoofdstad is Madrid, centraal gelegen op de Meseta. Andere grote steden zijn Barcelona, Valencia, Sevilla, Zaragoza en Málaga. Spanje staat bekend om het uitgebreide wegennet, het land heeft het grootste netwerk van autosnelwegen in Europa en het op twee na grootste netwerk van autosnelwegen ter wereld.

Inleiding

Geografie

De A-92 door de Desierto de Tabernas.
De AP-66 door het Cordillera Cantabrico.
De N-123 door de Desfiladero de Olvena in de provincie Huesca.

Spanje beslaat het grootste deel van het Iberisch schiereiland, samen met Portugal. Het land is aan bijna alle kanten met zee omgeven, de Middellandse Zee naar het oosten en de Atlantische Oceaan naar het westen. Het deel van de Atlantische Oceaan ten noorden van Spanje wordt ter plaatse de Mar Cantábrico genoemd, in Nederland bekend als de Golf van Biskaje. Spanje heeft landgrenzen met Portugal naar het westen en Frankrijk en Andorra naar het noorden. Daarnaast zijn er twee Spaanse exclaves Ceuta en Melilla die een grens met Marokko hebben. Tevens grenst Spanje aan Gibraltar.

Het Spaanse vasteland meet maximaal 1.000 kilometer van west naar oost en 850 kilometer van noord naar zuid. Spanje heeft twee belangrijke eilandengroepen, de Islas Baleares (Balearen) in de Middellandse Zee en de Islas Canarias (Canarische Eilanden) in de Atlantische Oceaan, 1.100 kilometer ten zuidwesten van Spanje en gelegen voor de kust van zuidelijk Marokko.

Spanje is één van de bergachtigste landen van Europa, met diverse grote bergketens, maar ook hoogvlaktes, de Meseta genaamd. In het noorden zijn de Pyreneeën (Pirineos) en het Cordillera Cantábrica gelegen. Het Sistema Ibérico is het gebergte ten zuidwesten van de rivier de Ebro. Het Sistema Central ligt daar ten westen van en strekt zich uit tot in Portugal. In het zuiden van Spanje domineert de Sierra Nevada met toppen tot meer dan 3.000 meter. Het hoogste punt van Spanje is de Teide, een vulkaan op het eiland Tenerife die 3.718 meter hoog is. De hoogste berg op het Spaanse vasteland is de 3.479 meter hoge Mulhacén in de zuidelijke Sierra Nevada. De hoogste berg in de Pyreneeën is de 3.404 meter hoge Aneto. Alhoewel de Spaanse bergketens hoog zijn, is de permanente sneeuwbedekking zeer beperkt en zijn er geen grote gletsjers. In de Pyreneeën zijn enkele kleine gletsjers op de Aneto en Monte Perdido.

Spanje heeft een aantal grote rivieren. De Ebro is de langste rivier die geheel in Spanje ligt en mondt uit in de Middellandse Zee. De belangrijkste rivieren monden uit in de Atlantische Oceaan, deels via Portugal. Dit zijn de Duero, Tajo, Guadiana en Guadalquivir. Naar het noorden stromen geen lange rivieren omdat het gebergte hier vrij dicht op de kust ligt.

Het Spaanse landschap is zeer divers, variërend van subtropische savanne en bossen in het zuidwesten naar woestijnen in het zuidoosten en de kale vlaktes van de Meseta. Het noordwesten is veel groener en heeft fjorden, lokaal ría genaamd in Galicia. De noordkust van Spanje heeft een gematigd klimaat met relatief veel neerslag. Het binnenland is droger, maar op veel plaatsen is landbouw mogelijk. De droogste gebieden zijn het zuidoosten van Spanje en het stroomdal van de Ebro in de regio Aragón. De lange stranden van Spanje trekken veel toeristen.

Economie

Spanje heeft een ontwikkelde economie en is één van de meer welvarende landen in de regio. De welvaart varieert per regio, over het algemeen is het noordoosten (Catalunya) zeer welvarend, maar zijn andere delen enigszins achtergebleven, met name de kleine dorpen op de Meseta, Extremadura en de voormalige industriële centra van Asturias en Cantabria.

De Spaanse economie is gebaseerd op toerisme, export en diensten. Het land had voor de economische crisis vanaf 2008 een enorme bouwsector die veel arbeidsmigranten uit Zuidoost-Europa en Latijns-Amerika trok. Het was één van de snelstgroeiende economieën van Europa vanaf de jaren '90, mede vanwege een forse bevolkingsgroei. Spanje was langere tijd een netto ontvanger van EU-financiering, maar is een netto betaler geworden vanwege de gegroeide welvaart.

Spanje heeft relatief weinig natuurlijke grondstoffen, behalve wat erts in het noorden. Er zijn geen significante olie- en gasvoorraden. Het land heeft een grote auto-industrie, met name van het bekende merk SEAT. Veel grote autofabrikanten hebben fabrieken in Spanje. De auto-industrie is de grootste exportsector van Spanje, alhoewel de export zeer gevarieerd is. Spanje is ook sterk in de land- en tuinbouw. De energievoorziening in Spanje bestaat voor een groot deel uit duurzame energie, met name waterkracht, windenergie en zonne-energie. Spanje is één van de meest bezochte landen ter wereld door toeristen.

Demografie

Stad Inwonertal
Madrid 3.142.000
Barcelona 1.605.000
Valencia 786.000
Sevilla 694.000
Zaragoza 665.000
Málaga 569.000
Murcia 440.000
Palma de Mallorca 401.000
Las Palmas de Gran Canaria 380.000
Bilbao 345.000
Alicante 329.000
Córdoba 327.000
Valladolid 303.000

Spanje is één van de snelstgroeiende landen in Europa. Tussen 2000 en 2007 nam het inwonertal met 4,5 miljoen toe. Tussen 2007 en 2013 groeide het inwonertal met nog eens 2 miljoen. Vanwege de forse bevolkingsgroei was er sprake van een zeer groot volume aan bouwprojecten, zowel van woningen als infrastructuur. Spanje werd echter hard getroffen door de economische crisis vanaf 2009, mede omdat het een bijzonder grote bouwsector had. In veel delen van Spanje zijn nooit afgebouwde woonwijken en bedrijventerreinen te vinden.

De bevolking van Spanje is sterk verstedelijkt, de grootste steden zijn Madrid en Barcelona, maar verspreid over het hele land liggen tal van steden met meer dan 100.000 inwoners. Madrid is letterlijk het centrum van Spanje, zowel qua ligging als inwonertal, maar de Spaanse bevolking is verder relatief verspreid over het land. Het platteland tussen de steden is veelal dunbevolkt, behalve in de kustregio's. Met name Baskenland is relatief dichtbevolkt buiten de grotere steden, en dat geldt in mindere mate ook voor Catalunya, Cantabria en Galicia. Met name Galicia heeft heel veel verspreide bevolking, er zijn slechts enkele grotere steden maar het platteland kent zeer veel verspreide bebouwing. Dit in tegenstelling tot de Meseta, die buiten de plaatsen zeer dunbevolkt is. In Andalucía kent men zowel tal van grote steden, dichtbevolkte kuststreken en dunbevolkte woestijnen en berggebieden. Andalucía geldt als een goede afspiegeling van het Spaanse gemiddelde door een gevarieerde mix van grote steden, kleine steden, badplaatsen en platteland.

Spanjaarden maken 88% van de bevolking uit. Het geboortecijfer daalde sterk in de jaren '80 maar nam daarna weer toe. Ook nam de immigratie vanaf de jaren '90 sterk toe, met name uit Latijns-Amerika, Noord-Afrika en Oost-Europa. Er zijn daarnaast veel gepensioneerden uit Noord-Europa die in Spanje wonen. Zij wonen vooral aan de kust van de Middellandse Zee en op de eilanden.

In Spanje wordt het Spaans gesproken, ook wel het Castellaans (castellano) genoemd. Daarnaast zijn er enkele grote regionale talen, het meest bekend is het Catalaans, dat naast Catalunya ook in delen van de Comunitat Valenciana en op de Balearen wordt gesproken. In en rond het Baskenland wordt het Baskisch gesproken, een taal die in tegenstelling tot het Catalaans, geen enkele verwantschap met het Spaans of andere Europese talen heeft. In Galicia wordt het Galicisch gesproken, een taal die aan het Portugees verwant is. Elders zijn alleen kleine regionale talen met weinig sprekers, in het grootste deel van de oppervlakte van Spanje spreekt men het Spaans, al dan niet met regionale dialecten. Het Spaans wordt door 74% van de bevolking gesproken, het Catalaans door 17%, het Galicisch door 7% en Baskisch door 2% van de bevolking. Sommige kleine minderheidstalen hebben een speciale status, zoals het Aranees (Occitaans), Asturiaans, Leonees en Aragonees. In toeristengebieden is de kennis van het Engels beter dan in het binnenland. Het Duits wordt als toeristentaal gesproken op sommige eilanden.

Geschiedenis

Spanje werd vanaf het begin van de jaartelling gedomineerd door het Romeinse Rijk. In de 8e eeuw werd het Iberisch schiereiland veroverd door moslims uit Noord-Afrika, de Moren genaamd. In de vroege middeleeuwen werd de macht van christelijke koninkrijken in Spanje groter en werden de Moren weer verdreven. In de 15e eeuw kwam het Spaanse Rijk tot ontwikkeling, wat in de 17e en 18e eeuw het machtigste rijk ter wereld was. In deze tijd werd een groot deel van Latijns-Amerika veroverd door de 'conquistadores'. Spanje speelde echter een minimale rol in de kolonisatie van Afrika, niet veel meer dan de Westelijke Sahara, delen van Marokko en Equatoriaal Guinea.

In 1936 brak de Spaanse burgeroorlog uit. Dit was een soort proxy-oorlog, waarbij de nationalistische Franco met hulp van Nazi-Duitsland en Italië vocht tegen de Republikeinen, die gesteund werden door de Sovjet-Unie. De oorlog kostte 500.000 Spanjaarden het leven en tegen het einde won Franco om in 1939 een dictatuur te installeren. Spanje bleef neutraal tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar het land bleef na de oorlog geïsoleerd vanwege de dictatuur van Franco. In de jaren 1960 groeide de economie van Spanje zeer snel, wat leidde tot een massamigratie van het platteland naar de steden en de creatie van een zeer grote toeristenindustrie. In 1975 overleed Franco, waarna de Spaanse koning de macht overnam en de democratie weer instelde. In 1982 werd Spanje een lid van de NAVO en in 1986 kwam het bij de Europese Unie. Spanje ging in de jaren '90 en begin 2000 door een periode van sterke economische groei, die tot een economische bubbel leidde. Spanje had weliswaar een vrij lage staatsschuld, maar kreeg te maken met extreme werkloosheid en grote begrotingstekorten.

Bestuurlijke indeling

autonome regio inwonertal (2016)
Andalucía 8.388.107
Catalunya 7.523.000
Madrid 6.467.000
Comunitat Valenciana 4.960.000
Galicia 2.719.000
Castilla y León 2.448.000
Baskenland 2.190.000
Castilla-La Mancha 2.042.000
Canarische eilanden 2.102.000
Región de Murcia 1.465.000
Aragón 1.309.000
Balearen 1.107.000
Extremadura 1.089.000
Asturias 1.043.000
Navarra 640.000
Cantabria 582.000
La Rioja 316.000

Spanje is één van de meest gedecentraliseerde landen van Europa, een groot deel van het dagelijks bestuur wordt uitgevoerd door de autonome regio's, ook wel een autonome gemeenschap (comunidad autónoma) genoemd. Spanje is geen federatie maar een sterk gedecentraliseerde unitaire staat. Er zijn 17 autonome gemeenschappen en 2 autonome steden. Deze zijn weer opgedeeld met in totaal 50 provincies. De autonome gemeenschappen zijn na de transitie naar democratie in 1978 opgericht met een statuut van autonomie (Estatuto de Autonomía). De autonome regio's verschillen onderling in de mate van zelfbestuur, regio's met een meer afwijkende culturele identiteit hebben een verder gaande autonomie dan de meeste andere autonome regio's, het bekendst hiervan zijn Catalunya, Baskenland en Galicia.

De grootste regio's qua inwonertal zijn Andalucía, Catalunya, Madrid en de Comunitat Valenciana. De meeste overige regio's tellen tussen 1 en 2 miljoen inwoners, gevolgd door drie kleinere autonome regio's met minder dan 1 miljoen inwoners. De grootste regio qua oppervlakte is Castilla y León met een oppervlakte van 94.223 km², meer dan twee keer de oppervlakte van Nederland. Met afstand de meest dichtbevolkte regio is Madrid. De autonome regio Madrid is aanzienlijk groter dan alleen de stad Madrid en omvat ook de meeste voorsteden, kleinere plaatsen in de periferie maar ook weinig ontwikkeld bos- en berggebied. Baskenland is de op één na dichtstbevolkte regio. De dunstbevolkte regio's zijn Extremadura, Castilla-La Mancha en Castilla y León met elk 26 inwoners per km².

De meeste provincies hebben een relatief vergelijkbare oppervlakte, de meeste vallen in de categorie van 10.000 tot 15.000 km². De provincie Badajoz is het grootste, de provincie Gipuzkoa is het kleinste. De meestbevolkte provincie is Madrid, die echter geen provinciaal bestuur heeft omdat het samenvalt met de autonome regio Madrid. De daarna meestbevolkte provincie is Barcelona met 5,5 miljoen inwoners. De minst bevolkte provincie is Soria met slechts 93.000 inwoners.

Wegennet

Het netwerk van autovías en autopistas in Spanje.

Spanje heeft het grootste snelwegennet van Europa, wat voornamelijk vanaf de jaren '90 is aangelegd. De eerste autopista dateert van 1969 en de eerste autovía van 1956. Sinds begin jaren '90 maakte Spanje een gigantische groei door qua snelwegaanleg. In 2009 waren bijna alle hoofdwegen (Carretera Nacional) vervangen door een autosnelweg en zijn alle grotere plaatsen door middel van minstens één, maar vaak meerdere snelwegen verbonden. Het snelwegennet van Spanje is na die van de Verenigde Staten en China het langste van de wereld, en heeft in 2005 zowel dat van Frankrijk als Duitsland ingehaald. Per 1 januari 2016 bestond het snelwegennet uit 15.336 kilometer. De aanleg ervan zwakte na 2009 sterk af, maar herleefde weer vanaf 2014.

Budget

De aanlegkosten van autovías liggen in Spanje bijzonder laag, in de regel onder € 10 miljoen per kilometer, tenzij een traject veel tunnels heeft. Veel snelwegen op de Meseta worden voor aanlegkosten tussen € 3 en 6 miljoen per kilometer aangelegd, wat lager is dan waar ook in Europa. Derhalve kan met een relatief klein wegenbudget toch veel aangelegd worden. Het Spaanse wegenbudget is kleiner dan het wegenbudget voor rijkswegen in Nederland, ondanks dat Spanje 47 miljoen inwoners telt. Al sinds 2003 geeft Spanje meer geld uit aan spoorwegen dan aan wegen, in recente jaren geeft Spanje 2 keer zoveel geld uit aan spoorwegen dan aan wegen. In 2018 lag het budget voor de wegen van het RCE op € 2,4 miljard.[3][4] In 2014 lag dit op € 2,15 miljard.[5]

Congestie

Spaanse steden hebben de minste files en vertragingen in Europa. In 2016 bekleedden de grootste Spaanse steden de laagste posities in de Travel Time Index van Europese steden. De hoogst genoteerde stad, Barcelona, stond op plaats 44 van de meest filegevoelige steden van Europa. Zaragoza is de minst filegevoelige grote stad van Europa.[6] Tijdens de vakantieuittocht is er beduidend minder congestie in Spanje dan in Frankrijk, Duitsland of Italië. Het fenomeen Zwarte Zaterdag kent men in Spanje nauwelijks, er is wel 'Operación Salida' waarbij veel verkeer de grote steden verlaat, maar dit zorgt voor betrekkelijk weinig verkeersproblemen vanwege het zeer uitgebreide snelwegennet.

Wegbeheer

De A-14 bij Lleida, onderdeel van het Red de Carreteras del Estado.
De A-66, onderdeel van het RCE.
De AP-15 bij Pamplona, onderdeel van het Red de Carreteras de Navarra.

De gangbare wegbeheerders in Spanje zijn de nationale overheid, via het ministerie van Fomento, de autonome regio's, de provincies en de gemeenten. De comarcas zijn in de meeste regio's alleen administratief zonder een bestuur. De voormalige carreteras comarcales waren in het beheer van de nationale overheid en zijn tussen 1980 en 1984 overgedragen aan de autonome regio's.

De nationale wegen in het beheer van Fomento, behorend tot het Red de Carreteras del Estado (RCE) omvatten de belangrijke autovías en autopistas met de prefix 'A' of 'AP', evenals de carreteras nacionales met de prefix 'N'. Deze vormen het hoofdwegennet voor doorgaand verkeer in Spanje. Er zijn echter de nodige uitzonderingen op. Zo wordt de prefix 'A' ook in enkele autonome regio's en provincies gebruikt. Deze zijn niet in het beheer van Fomento. Daarnaast behoren veel korte autosnelwegen rond grote steden ook tot het RCE.

Vanwege de complexe staatsstructuur in Spanje zijn er uitzonderingen. Zo is in Navarra en País Vasco (Baskenland) alleen de AP-68 in het beheer van de nationale overheid. Alle andere autosnelwegen en wegen zijn in regionaal beheer. Hier is het weer zo dat in Navarra alle wegen behalve de AP-68 een carretera autonómica zijn, maar dat de autonome regio Baskenland weer geen enkele weg beheert, hier zijn alle wegen, inclusief de autosnelwegen, in het beheer van de provincies.

Op de Islas Canarias (Canarische Eilanden) en de Islas Baleares (Balearen) zijn alle wegen in decentraal regionaal beheer, waarbij het feitelijk beheer is overgedragen aan de Consejo Insular (Baleares) of Cabildo Insular (Canarias), elk eiland is dus verantwoordelijk voor zijn wegen en dus niet de autonome regering. Hier is geen enkele weg in nationaal beheer. Wel kunnen wegen voor subsidies van de nationale overheid in aanmerking komen.

De autonome regio's beheren doorgaans de hoofdwegen die geen onderdeel van het RCE zijn. Dit zijn regelmatig ook autovías en autopistas, met name in Andalucía, Catalunya, Galicia, Madrid, Navarra en Valenciana. In andere autonome regio's zijn slechts enkele autovías en autopistas in regionaal beheer. Kenmerkend is dat autonome regio's relatief vaak tolwegen met schaduwtol hebben.

De provincies beheren de provinciale wegen, dit zijn doorgaans de resterende verharde wegen buiten de bebouwde kom. Ze heten doorgaans de Diputación de <provincie>. Alleen in Baskenland beheren de provincies ook de autosnelwegen. Asturias, Cantabria, de Islas Baleares, La Rioja, Madrid, Murcia en Navarra zijn niet verder onderverdeeld in provincies en hebben dus ook geen provinciale wegen.

De gemeenten beheren de lokale wegen binnen de bebouwde kom. In Madrid beheert de gemeente ook de autosnelweg M-30. Alleen in Asturias is voor de gemeenten een aparte wegnummering geïntroduceerd. Elke gemeente heeft daar zijn eigen prefix. Daarnaast komen er wel prefixes voor van steden, zoals AC-xx in A Coruña, de S-xx rond Santander of SE-xx rond Sevilla. In het geval dit autovías of autopistas zijn betekent dit dat deze doorgaans in het beheer van Fomento zijn en dus tot het Red de Carreteras del Estado behoren. Uitzonderingen zijn dan weer de PA-xx routes rond Pamplona, die in het beheer van de autonome regio Navarra zijn.

Het wegnummer is dus niet indicatief voor het wegbeheer. Dit maakt het Spaanse systeem tot één van de meest complexe ter wereld vanwege de vele uitzonderingen.

Autosnelwegen

De CM-42, onderdeel van het Red de Carreteras de Castilla-La Mancha.

Het snelwegennet van Spanje bestaat uit autopistas en autovías. Voorheen was er tussen beide snelwegen een duidelijk klasseverschil. Sinds eind jaren '90 is dat verschil grotendeels verdwenen, de maximumsnelheid is gelijk en beide types zijn altijd ongelijkvloers met minstens 2x2 rijstroken en vluchtstroken. Wel komen her en der nog wat stukken substandaard autovías voor, maar dit neemt snel af. De autopistas zijn meestal (maar niet altijd) tolwegen, de autovías zijn tolvrij. Het grootste verschil zit het hem naast de tol ook in de hoeveelheid verzorgingsplaatsen en afslagen. In een aantal gevallen worden ook tolvrije autovías direct naast getolde autopistas aangelegd.

Spaanse autosnelwegen zijn in 3 categorieën onderverdeeld:

Autovías & autopistas

Per 1 januari 2016 was de verdeling van de autovías en autopistas als volgt;[7]

type staat autonome regio provincies / overige
autopista (tol) 2.539 km 329 km 171 km
autovía 8.841 km 2.882 km 573 km

Lengte per autonome regio

regio lengte (km)
Andalucía 2585
Aragón 769
Asturias 454
Cantabria 255
Castilla-La Mancha 1812
Castilla y León 2350
Catalunya 1448
Extremadura 700
Galicia 1079
Islas Baleares 94
Islas Canarias 246
La Rioja 181
Madrid 783
Murcia 572
Navarra 380
País Vasco 617
Valenciana 1141
Nationale snelwegen in Spanje

A-1AP-1A-2AP-2A-3A-4AP-4A-5A-6AP-6A-7AP-7A-8AP-8AP-9A-10A-11A-12A-13A-14A-15AP-15A-21A-22A-23A-24A-26A-27A-28A-30A-31A-32A-33A-35AP-36AP-37A-38A-40A-41AP-41A-42A-43A-44A-45AP-46A-47A-48A-49A-50A-51AP-51A-52AP-53A-54A-55A-56A-57A-58A-59A-60AP-61A-62A-63A-64A-65A-66AP-66A-67A-68AP-68AP-69A-70AP-71A-72A-73A-74A-75A-76A-77A-80A-81A-83A-91


Geschiedenis

jaar autosnelwegen[8]
1970 203 km
1975 888 km
1980 1.933 km
1985 2.296 km
1986 2.380 km
1987 2.632 km
1988 2.868 km
1989 3.726 km
1990 4.683 km
1991 5.209 km
1992 6.486 km
1993 6.577 km
1994 6.497 km
1995 6.962 km
1996 7.295 km
1997 7.750 km
1998 8.269 km
1999 8.893 km
2000 9.049 km
2001 9.571 km
2002 9.739 km
2003 10.296 km
2004 10.747 km
2005 11.432 km
2006 12.073 km
2007 13.013 km
2008 13.518 km
2009 14.021 km
2010 14.262 km
2011 14.531 km
2012 14.701 km
2013 14.981 km
2014 15.048 km
2015 15.336 km
2016 15.444 km
2017 15.523 km

Alhoewel Spanje tegenwoordig over een uitgebreid netwerk van hoogwaardige wegen beschikt, was dat niet altijd zo. In een groot deel van de 20e eeuw liep Spanje significant achter op de rest van West-Europa. Spanje heeft in relatief korte tijd een enorme inhaalslag gemaakt waardoor het tegenwoordig tot het beste wegennet van Europa gerekend mag worden.

De eerste ontwikkeling van het Spaanse wegennet

Op 31 oktober 1900 werd de eerste auto in Spanje op kenteken gezet, de eigenaar was José Sureda Fuentes uit Palma de Mallorca.[9] Spanje beschikte destijds over een wegennet dat vooral bestond uit smalle onverharde wegen. Het wegennet bestond destijds uit 36.306 kilometer "weg". In het begin van de 20e eeuw werden op kleine schaal wegen verhard, vooral met kasseien, maar ook met semi-verhardingen zoals gravel en macadam. Het wegennet groeide langzaam tussen 1900 en 1920, de spoorwegen vervulden nog de voornaamste rol voor transport. De meeste wegen waren smal, bochtig en in berggebieden steil, zodat lange afstanden autorijden vermoeiend en oncomfortabel was. Midden jaren '20 waren er ruim 100.000 motorvoertuigen in Spanje.

In 1926 werd het Circuito Nacional de Firmes Especiales vastgesteld, een netwerk van wegen die prioriteit kregen om verhard te worden. Dit waren de eerste doorgaande wegen van Spanje die geschikt werden gemaakt voor hogere snelheden. Het toerisme was destijds al een drijfveer om het wegennet te verbeteren. Het CNFE besloeg een voor die tijd redelijk omvangrijk netwerk van hoofdwegen, naast de radiale wegen van Madrid ook de kustroutes en een verbinding van San Sebastián naar Salamanca. De routes van het CNFE werden genummerd met romeinse cijfers, deze werden ook langs de weg aangegeven op kilometerpalen en incidenteel op gebouwen. Echte bewegwijzering was er nauwelijks.[10]

De burgeroorlog en het Plan Peña

Het CNFE kwam in 1931 formeel ten einde met het uitroepen van de Tweede Spaanse Republiek. De jaren '30 waren politiek instabiel, wat uiteindelijk leidde tot de Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939, waarbij grote schade werd aangebracht in de conflictgebieden. Waar elders in Europa in de jaren '30 het wegennet als economische stimulering werd ontwikkeld, was dat in Spanje nauwelijks het geval. Vanaf 1939 was Spanje een dictatuur onder Francisco Franco, die een model van autarkie nastreefde, zelfvoorziening van de middelen. Dit zorgde voor zeer karige begrotingen waarin nauwelijks geld werd gestoken in het wegennet. Wel werd vanaf 1939 het Plan Peña ontwikkeld, dat in 1940 definitief werd. Alhoewel dit een wegenplan was, is het Plan Peña vooral bekend vanwege de wegnummering die het invoerde, met de 6 radialen van Madrid en een netwerk van carreteras nacionales.[11] De radiale wegen van Madrid zouden de ontwikkeling van het Spaanse wegennet meer dan 50 jaar lang domineren. Onder het Plan Peña nam de Spaanse overheid drie wegklassen in het beheer, de carreteras nacionales, de carreteras comarcales en de carreteras locales.

Alhoewel Spanje niet direct betrokken was bij de Tweede Wereldoorlog verkeerde het land in een periode van stagnatie. Het wegennet verviel in slechte conditie, er was bijna 20 jaar niet in geïnvesteerd. Het wegennet van eind jaren '40 bestond uit smalle, bochtige wegen met nauwelijks bebaking, markeringen en veiligheidsvoorzieningen. Doorgaand verkeer moest door elk dorp. Daarom werd in 1950 het Plan de Modernización de carreteras gelanceerd, een plan waarin bijna 11.000 kilometer weg tussen 1951 en 1955 aangepakt zou worden. Vanwege de geringe middelen waren dit vooral puntsgewijze verbeteringen. Tot grote upgrades kwam het nauwelijks.

De aanzet tot de eerste hoogwaardige wegen

Op 8 mei 1952 opende de dubbelbaans N-II tussen Madrid en de luchthaven Barajas.[12][13] Dit wordt meestal beschouwd als de eerste autovía van Spanje, alhoewel de weg geen echte autosnelweg genoemd kon worden. In 1953 werd een wet aangenomen waarin het mogelijk werd om tolwegen aan te leggen.[14] Het zou echter nog 10 jaar duren voordat de eerste tolweg van Spanje daadwerkelijk opende, de Túnel de Guadarrama van de N-VI ten noordwesten van Madrid in 1963. In 1961 werd het eerste Plan General de Carreteras gelanceerd. Dit plan leidde niet direct tot een gestructureerde upgrade van de Spaanse wegen, maar Spanje opende zichzelf wel geleidelijk voor de wereld, waardoor buitenlandse investeringen een mogelijkheid werden. In 1965 werd het gebruik van concessies voor de bouw van autosnelwegen goedgekeurd,[15] in eerste instantie voor de AP-7 tussen Barcelona en de Franse grens bij La Jonquera en de AP-8 tussen Bilbao en de Franse grens bij Behobia.

De doorbraak van hoogwaardige wegen

1967 was een belangrijk jaar voor de Spaanse wegen. In dat jaar werd het Plan REDIA gelanceerd,[16][17] dat over een periode van 4 jaar 4.928 kilometer weg zou opwaarderen naar een rijbaan van 12 meter breed. Het plan omvatte hoofdzakelijk de radiale wegen van Madrid (N-I t/m N-VI), de N-340 langs de oostkust en een deel van de N-634 langs de noordkust. Deze wegen werden geschikt gemaakt voor snelheden tot 100 km/h en de brede rijbaan maakte het inhalen van vrachtwagens makkelijker. Tegen 1971 kon het verkeer eindelijk redelijk snel van en naar Madrid reizen. In 1967 werd ook het Programa de Autopistas Nacionales Españolas (PANE) gelanceerd, een plan om eind jaren '70 zo'n 3.000 kilometer autopista gereed te hebben. Van dit plan kwam relatief weinig terecht, maar het zette wel de toon voor de ontwikkeling van het Spaanse wegennet gedurende de jaren '70, namelijk de bouw van tolwegen. Op 2 juli 1969 opende de eerste autopista van Spanje, wat nu de C-32 is tussen Montgat en Mataró. Dit werd op 3 november 1969 gevolgd door de eerste autopista op de corridor Barcelona - La Jonquera, wat tegenwoordig de C-33 en AP-7 tussen Barcelona en Granollers omvatte.[18]

Vanaf midden jaren '60 werden meer invalswegen van grote steden uitgebouwd met 2x2 rijstroken, de voorlopers van de latere autovías rond steden als Madrid en Sevilla. In 1964 opende het eerste deel van de A-3 tussen Madrid en Vallecas.[19] In 1965-1967 is de A-2 tussen Madrid en de luchthaven Barajas opgewaardeerd en verlengd tot Torrejón de Ardoz, plus de omlegging van Torrejón in 1968.[20] In 1967 werd de A-6 als upgrade van de oude dubbelbaans weg tussen Madrid en Las Rozas met 2x3 rijstroken opengesteld,[21] de eerste zesstrooks snelweg van Spanje. In 1968 opende het eerste stuk A-1 tussen Madrid en San Agustín de Guadalix,[22] evenals de eerste stukken van de A-4 en A-5 aan de zuidkant van Madrid. Hiermee zijn in de periode 1964-1968 dus alle belangrijke invalswegen van Madrid al uitgebouwd tot autosnelweg. In 1968 opende ook het eerste stuk van de A-4 tussen Sevilla en Dos Hermanas in Andalucía.[23]

De jaren '70: oliecrisis, het einde van het Franco-tijdperk en een nieuwe grondwet

De opkomst van hoogwaardige wegen vanaf de tweede helft van de jaren '60 werd geremd door de oliecrisis van 1973. De vorming van een tweede Plan General de Carreteras kwam daardoor niet van de grond. In de jaren '70 werd vrijwel uitsluitend gebouwd aan de autopistas in het noordoosten van Spanje. Deze waren tegen 1979 grotendeels gereed, zoals de AP-1 tussen Burgos en Miranda de Ebro, de AP-2 tussen Zaragoza en El Vendrell, de AP-4 tussen Sevilla en Cádiz, de AP-7 langs de Spaanse oostkust, van Alicante tot de Franse grens, de AP-8 langs de Baskische kust en de AP-68 tussen Bilbao en Zaragoza.

In 1975 overleed de dictator Francisco Franco, gevolgd door een democratische omwenteling en een nieuwe grondwet in 1978. In de nieuwe grondwet werden grote staatskundige veranderingen doorgevoerd. De zeer centrale staat onder Franco werd in korte tijd omgevormd tot de meest decentrale overheid van Europa, waarbij alle regio's opgericht werden als een autonome gemeenschap. De regio's werden in drie fases autonoom, in 1980 eerst Baskenland en Catalunya, in 1982 gevolgd door Galicia en in 1984 alle andere regio's. In deze periode werd ook het wegbeheer ingrijpend veranderd, de nationale overheid reduceerde zijn belang in het wegbeheer, zo'n 60.000 kilometer weg werd overgedragen aan de nieuwe autonome regio's. Het Red de Carreteras del Estado werd gereduceerd van 80.000 naar 20.000 kilometer.

Een nieuw wegenplan

Om de nieuwe realiteit vast te leggen in de ontwikkeling van het wegennet is in 1984 ook het 2e Plan General de Carreteras vastgesteld, 23 jaar na het eerste wegenplan. In het plan werd de bouw van 2.590 kilometer autovía opgenomen.[24][25] De prioriteit ging daarbij uit naar de ombouw van de radiale wegen van Madrid tot autosnelwegen. Dit kon goedkoop door de wegen die onder het Plan REDIA van 1967 naar 12 meter verbreed waren eenvoudig te verdubbelen, met omleggingen bij dorpen en grotere plaatsen. Het Plan General de Carreteras omvatte de bouw van de A-1 t/m A-6 en de eerste delen van de A-30, A-31, A-42, A-62 en A-66. Kenmerkend was dat dit alleen de wegen in vlak gebied omvatte. Zo was de A-6 alleen tot Benavente in het plan opgenomen, en niet het bergachtige traject van Benavente tot A Coruña, zodat met name Galicia een achtergesteld gebied was in het eerste wegenplan.

De snelwegen zijn in hoog tempo opgeleverd, het programma was ambitieus maar bleek haalbaar en was in 1992 voor het grootste deel voltooid. Hiermee beschikte Spanje eindelijk over een groter netwerk van autosnelwegen, die bovendien als tolvrije autovía waren aangelegd, in plaats van de autopista's met tol, die inmiddels behoorlijk impopulair waren geworden en door chauffeurs massaal gemeden werden. In de jaren '80 ontwikkelden ook de automome regio's hun eigen wegenplannen voor de carreteras autonómicas. Deze wegen moesten bovendien nog hernummerd worden, het waren veelal de oude carretera comarcales die een nummer van de autonome regio kregen. Dit proces had echter niet veel prioriteit, het Baskenland was de eerste die een autonome wegnummering invoerde in 1989, maar de meeste regio's deden dit pas in de jaren '90 en enkele regio's pas na 2000, de Región de Murcia was de laatste die de carretera comarcal-wegnummering schrapte in 2008.

De politisering van de wegenplannen en economische crisis

Het Plan General de Carreteras van 1984 zou tot 1991 lopen en was in 1992 grotendeels voltooid. Er waren plannen voor een derde wegenplan, dat een looptijd van 1992 tot 2000 zou hebben.[26] Er was echter de wens om geen plan voor alleen wegen op te stellen, maar een algemeen infrastructuurplan. Onder het premierschap van de socialistische Felipe González werd het accent verschoven van wegen naar spoorwegen. Hiertoe werd het Plan Director de Infraestructuras in maart 1993 goedgekeurd door de ministerraad, kort voor de verkiezingen.

De PSOE verloor zijn meerderheid bij de verkiezingen in juni 1993 en vormde een minderheidsregering, gesteund door de Catalaanse CiU. Hierna volgde een politiek onstabiele periode, waardoor het Plan Director de Infraestructuras niet definitief goedgekeurd kon worden. Omdat het Plan General de Carreteras 1984-1991 afgelopen was, waren tussentijdse maatregelen nodig om de wegenbouw in stand te houden tot het Plan Director de Infraestructuras definitief goedgekeurd zou worden. Hiertoe werd het Plan de Actuaciones Prioritarias en Carreteras (PAPCA) in december 1993 goedgekeurd door de ministerraad, die een looptijd had tot het definitieve Plan Director de Infraestructuras in december 1995 goedgekeurd kon worden door het parlement. Vervroegde verkiezingen waren door het stuklopen van de samenwerking met de Catalaanse CiU toen al uitgeroepen. Het door de PSOE enigszins doorgedrukte Plan Director de Infraestructuras had ook een ongebruikelijk lange looptijd van 1993 tot 2007, bijna twee keer zo langs als het destijds geplande 3e wegenplan dat van 1992 tot 2000 zou hadden moeten lopen. De kritiek was dat de PSOE "over zijn graf" zou regeren met een plan van een dermate lange looptijd, waarbij de feitelijke uitvoering pas startte nadat de PSOE niet meer aan de macht was.

Dit zou de verdere wegenplannen vanaf de jaren '90 domineren. De PP en PSOE wisselden de macht af, kortten de periode van de plannen van hun voorgangers in en lanceerden hun eigen wegenplannen. De PSOE probeerde daarbij telkens plannen met een onrealistisch lange looptijd in te voeren, om het beleid ook te kunnen bepalen lang nadat ze niet meer aan de macht waren. Het Plan Director de Infraestructuras werd nauwelijks uitgevoerd door de PP van premier Aznar, die in 1997 een Programa de Autopistas de Peaje introduceerde om zo'n 440 kilometer tolweg aan te leggen. Deze werden ook daadwerkelijk aangelegd, de PP won de verkiezingen van 2000 zelfs met absolute meerderheid, waardoor het datzelfde jaar nog een eigen wegenplan invoerde, het Plan de Infraestructuras. Feitelijk was elk wegenplan vanaf het Plan General de Carreteras van 1984 een overtreffende stap, met steeds meer autovía's die aan het geplande netwerk werden toegevoegd.

In 2005 kwam het Plan Estratégico de Infraestructuras y Transporte (PEIT) van kracht dat door de PSOE werd opgesteld. Hierin werden een groot aantal nieuwe autovías opgenomen. In deze periode (2000-2007) werd duizenden kilometers nieuwe autosnelweg in gebruik genomen in Spanje. Nergens in Europa werden zoveel nieuwe autosnelwegen aangelegd als in Spanje. Een belangrijke oorzaak dat snelwegen zo makkelijk aangelegd konden worden waren de zeer lage bouwkosten van veelal € 3 - 6 miljoen per kilometer, de grote steun vanuit de bevolking en de lage bevolkingsdichtheid in grote delen van Spanje. De ontwikkeling van het snelwegennet kwam echter abrupt ten einde door de economische crisis van 2008. De PSOE moest impopulaire maatregelen nemen, waaronder het intrekken van contracten en aanbestedingen voor autosnelwegen in 2010. De wegenbouw van Spanje kwam daardoor bijna stil te liggen en de PSOE verloor in 2011 de verkiezingen. De conservatieven onder leiding van premier Rajoy lanceerden het Plan de Infraestructuras, Transporte y Vivienda (PITVI).[27] Dit was aanzienlijk minder uitbundig dan het PEIT, maar dat kwam mede omdat van de nieuwe projecten die in 2005 aan het PEIT waren toegevoegd, in 2012 nog geen één project gestart was. Het PITVI nam deze projecten over, plus een klein aantal nieuwe projecten.

De economie van Spanje herstelde zich sterk vanaf 2014. Door de crisis was het begrotingstekort echter fors opgelopen. Om toch de gewenste investeringen in het wegennet te kunnen plegen is in 2017 het Plan Extraordinario de Inversión en Carreteras (PIC) gelanceerd.[28] In het PIC wordt voor € 5 miljard aan 2.000 kilometer aan wegenprojecten uitgevoerd door middel van PPS-projecten met beschikbaarheidsvergoedingen, een tegen die tijd beproefd model elders in Europa.[29]

Wegenplannen

Tol

Zie ook Tolwegen in Spanje.

In Spanje moet op de autopistas tol worden betaald. Het gaat hier om de AP-routes en een select aantal regionale snelwegen, met name rond Madrid, Barcelona en in Galicia. De toltarieven voor autopistas liggen hoog en daarom worden tolwegen door het vrachtverkeer massaal gemeden. Er is sprake van zeer veel tolontwijkend verkeer op de parallelle carreteras nacionales. Op de N-II tussen Zaragoza en Lleida bestaat tot 90% van het verkeer uit vrachtwagens.

De meeste tolwegen liggen in het noordoosten van het land, bekend onder toeristen is de AP-7 als tolweg vanaf de Franse grens via Barcelona en Valencia naar Alicante. In Baskenland is de AP-8 een belangrijke tolweg tussen Bilbao en San Sebastian. Andere langere tolwegen zijn de AP-1 tussen Armiñón en Burgos, de AP-2 tussen Zaragoza en Barcelona, de AP-4 tussen Sevilla en Cadiz, de AP-6 ten noordwesten van Madrid, de AP-9 in Galicia, de AP-15 naar Pamplona en de AP-68 van Bilbao naar Zaragoza.

Daarnaast zijn er regionale tolwegen, met name rond Madrid, Barcelona en her en der enkele trajecten. Enkele tolwegen zijn alleen met schaduwtol. Alhoewel de perceptie van veel toeristen is dat Spanje veel tolwegen heeft, valt het in werkelijkheid mee, ongeveer 80% van het Spaanse snelwegennet is tolvrij. Dit komt omdat veel toeristen naar Catalunya reizen, waar een hoog aandeel tolwegen is gelegen.

Een aantal tolwegen raakte door de economische crisis vanaf 2008 in de problemen, omdat het verkeer sterk tegenviel. Dit kwam niet alleen door verminderd verkeersaanbod, maar vooral ook omdat deze tolwegen meestal gebouwd waren met het oog op grootschalige nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die door de crisis niet uitgevoerd zijn. Op sommige tolwegen rijden minder dan 2.000 voertuigen per dag. Ook de strategie om parallel aan tolwegen tolvrije autovías te bouwen heeft de tolwegen niet geholpen.

Hoofdwegennet

De N-502 op de Puerto de Menga (1.564 m).

zie ook carretera nacional.

Het hoofdwegennet bestaat uit carreteras nacionales. Ze vormden voor de bouw van de autosnelwegen het hoofdwegennet van Spanje. De N-I t/m N-VI vormden de radialen van Madrid maar zijn op nogal wat plekken omgebouwd tot autovía. Her en der bestaan nog wel trajecten van de oude radialen. De overige carreteras nacionales zijn genummerd met een driecijferig nummer. Op veel belangrijke routes zijn carreteras nacionales vervangen door autovías, maar bestaan vaak nog als parallelle route. In tegenstelling tot wat vaak gesuggereerd wordt zijn autovías lang niet altijd direct over N-wegen aangelegd. Dit kwam met name in de jaren '80 en begin jaren '90 voor, nieuwere autovías zijn veelal op een parallel tracé aangelegd waarbij de oude N-weg veelal behouden bleef.

In tegenstelling tot sommige andere landen worden carreteras nacionales na de bouw van een parallelle autovía vaak niet overgedragen aan een lagere overheid. Dit gebeurt vooral wanneer een rondweg wordt aangelegd en het oude tracé door een dorpskern wordt overgedragen aan een ayuntamiento. Op veel plekken in Spanje zijn echter nog carreteras nacionales parallel aan autovías, zoals de N-630 die bijna overal nog bestaat tussen Sevilla en Gijón ondanks dat de A-66 er veelal op hooguit een paar kilometer afstand parallel aan loopt.

Aan het wegnummer is niet af te leiden hoe belangrijk een weg is. Wel is af te leiden waar een nummer ongeveer loopt. De nummers zijn altijd driecijferig en de serie beginnend met een 1 ligt tussen de N-I en N-II. De serie beginnend met een 2 ligt tussen de N-II en N-III en dit loopt op tot de serie met een 6. Deze nummering loopt met de klok mee. Ook is af te leiden dat hogere nummers verder van Madrid af lopen. Zo zal de N-110 dichter bij Madrid lopen dan de hypothetische N-190. Het tweede cijfer in het nummer geeft de afstand tot Madrid aan. Zo loopt de N-340 op circa 400 kilometer van Madrid. In de praktijk zijn er daarom zelden wegnummers die een tweede cijfer als 5 of 6 hebben, omdat er weinig plekken zijn waar men op 500 of 600 kilometer van Madrid kan zijn.

Carreteras nacionales in Spanje

N-IN-IIN-IIIN-IVN-VN-VI

N-102N-104N-110N-111N-113N-120N-121N-122N-123N-124N-125N-126N-135N-141N-145N-150N-152N-154N-156N-204N-211N-220N-221N-225N-230N-232N-234N-237N-238N-240N-241N-260N-301N-310N-320N-322N-323N-325N-330N-331N-332N-335N-336N-337N-338N-339N-340N-341N-344N-349N-350N-354N-357N-362N-400N-401N-403N-420N-430N-431N-432N-433N-435N-443N-445N-446N-501N-502N-521N-525N-532N-536N-540N-541N-547N-550N-601N-603N-610N-611N-620N-621N-623N-625N-627N-629N-630N-631N-632N-634N-635N-636N-637N-640N-642N-644N-651


Europese wegen

Europese wegen in Spanje

E1E5E7E9E15E70E80E82E90E801E803E804E901E902


Wegnummering

Zie ook lijst van prefixes in Spanje.

Spanje heeft één van de meest complexe nummeringssystemen ter wereld. Er zijn drie landelijke nummeringsystemen; de carreteras nacionales (N), de autopistas (AP) en autovías (A). Daarnaast hebben de comunidades een nummeringssyteem, zo zijn wegen van Castilla y Leon afgekort met CL. De derde laag zijn de provinciale wegen. Bijvoorbeeld de provincie Barcelona heeft de afkorting B. Dit zorgt voor veel prefixes, zo kan men rond Barcelona AP-, A-, C- en B-wegen vinden. AP van Autopista, A van Autovía, C van Catalunya en B van Barcelona. Vrijwel alle wegen hebben een nummer, lokale wegen hebben nog een toevoeging bijvoorbeeld "v" (vecinal). Wegnummers kunnen daardoor tot wel zes tekens hebben. (X-xxxx-x).

De huidige landelijke wegnummering kwam in 2003 tot stand.[30] Deze verving een oudere nummering waar geen onderscheid werd gemaakt tussen autovías en autopistas. In het verleden zijn autovías ook met een N-nummer bewegwijzerd geweest, aangezien er tot in de jaren '80 een duidelijk verschil in ontwerpeisen was tussen autovías en autopistas. De wegnummering van de carreteras autonómicas is echter ouder en is grotendeels na de totstandkoming van de autonome regio's begin jaren '80 tot stand gekomen, alhoewel de officiële hernummering in sommige regio's tot na 2000 op zich liet wachten. Dit betrof vooral de ex-carreteras comarcales die toen zijn overgedragen aan de autonome regio's en opgenomen zijn in het wegnummeringssysteem van deze regio's.

Systeem

Alhoewel het Spaanse systeem complex is, is het desondanks logisch opgebouwd. Lagere nummers geven overwegend belangrijke wegen aan, alhoewel in autonome regio's de één- en tweecijferige wegen in principe worden overgeslagen (bijvoorbeeld in Andalucía met uitzondering van de A-92). Men werkt dan met drie- en viercijferige nummers. Hoe hoger het wegnummer, hoe geringer de belangrijkheid.

Het gebruik van een koppelstreepje tussen de prefix en het wegnummer is in Europa niet erg gangbaar. De traditie gaat in Spanje terug tot de jaren '20, vermoedelijk om de aanduiding van de radialen van Madrid duidelijker aan te geven, aangezien deze met Romeinse cijfers zijn aangeduid, de N-I t/m N-VI, wat beter leesbaar is dan NI t/m NVI.

Wegklassen

De BI-2235 in Bizkaia, in het beheer van de Diputación Foral de Bizkaia.

Er zijn twee hoofdklassen van de wegen in Spanje, het red de carreteras del estado (RCE, netwerk van de wegen van de staat) en het red secundaria (secundaire netwerk), waar alle overige wegen onder vallen. Daarnaast is het secundaire wegennet weer opgedeeld per autonome regio, de exacte benaming hiervan verschilt per regio, maar bestaat vaak uit het red básica (basisnetwerk) en red complementaria (aanvullend netwerk) of red comarcal (secundaire netwerk).

In veel autonome regio's vallen de carreteras autonómicas onder twee wegklassen, de hoofdroutes en secundaire routes. Deze hebben vaak allemaal een driecijferig wegnummer, maar wordt er vaak een afwijkende kleur gebruikt, zoals oranje wegnummerschilden voor de hoofdroutes en groen voor de secundaire routes. Daarnaast zijn de gele wegnummerschildjes vaak secundaire wegen.

Bijvoorbeeld in de Comundidad Valenciana zijn de tweecijferige CV-routes eindigend op een 0 de belangrijkste autonome hoofdwegen, en eindigend op een ander cijfer de secundaire hoofdwegen. Driecijferige wegen vormen dan het secundaire wegennet.

Het wegnummer zegt echter niks over de uitbouwstandaard, sommige hoge wegnummers zijn een autovía, terwijl sommige lage nummers enkelbaans wegen zijn. Autovías worden vooral op basis van verkeersintensiteiten en belang aangelegd. Sommige korte routes met een klein regionaal belang kunnen toch veel verkeer verwerken.

Bewegwijzering

Zie ook bewegwijzering in Spanje.

Spanje gebruikt blauwe borden op snelwegen met witte letters. Het lettertype is Interstate, één van de meest gebruikte lettertypes voor wegwijzers ter wereld. Het is daarnaast bijvoorbeeld in Nederland en de Verenigde Staten terug te vinden. Op het onderliggend wegennet staan witte borden met zwarte letters. Wegnummers worden consequent aangegeven, wat ervoor zorgt dat rond grotere steden vaak veel nummers op de borden staan. Een voordeel is dat rond steden als Madrid, Sevilla, Barcelona of Zaragoza geen talloze doelen vermeld staan, maar vooral de wegnummers van uitstralende wegen. Op borden worden twee lettergroottes gebruikt, een groter type voor hoofddoelen en een kleiner type voor de wat onbelangrijkere doelen, waardoor het makkelijk navigeren is aan de hand van grote steden. De doelenkeuze is over het algemeen logisch. Wel is het belangrijk om een recente wegenkaart te gebruiken in verband met de grote nummerwijzigingen tot aan 2008.

Maximumsnelheid

wegtype Vmax
Znak d42.svg 50 km.svg
Znak d43.svg 90 km.svg 100 km.svg
Znak D7.svg 100 km.svg
Znak D9.svg 120 km.svg

De maximumsnelheid in Spanje is 120 km/h op autovías en autopistas. Tot 1 juli 2011 was de maximumsnelheid tijdelijk naar 110 km/h verlaagd.[31] Vrachtwagens mogen 90 km/h op snelwegen. De maximumsnelheid is 90 km/h buiten de bebouwde kom, soms hoger op goed uitgebouwde wegen. Vrachtwagens mogen 80 km/h buiten de bebouwde kom. Binnen de bebouwde kom geldt 50 km/h.

Op wegen buiten de bebouwde kom wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdwegen en overige wegen. Op wegen met een geslotenverklaring voor langzaam verkeer en een vluchtstrook van minimaal 1,50 meter breedte mag 100 km/h gereden worden. Op andere hoofdwegen buiten de bebouwde kom mag maximaal 90 km/h gereden worden.[32] Het netwerk van wegen waar 100 km/h gereden mag worden is relatief groot, in Spanje zal men op het onderliggend wegennet vaker een hogere maximumsnelheid dan de standaard snelheidslimiet tegenkomen dan in veel andere landen. Het verschil met Portugal is daarbij opvallend groot.

Verkeersveiligheid

Het aantal verkeersdoden per jaar.
jaar verkeersdoden
2010 2.478
2011 2.060
2012 1.903
2013 1.680
2014 1.688
2015 1.689
2016 1.797
2017 1.827

In 2010 vielen in Spanje 53 verkeersdoden per 1 miljoen inwoners. Het land heeft daarmee de op twee na grootste reductie in verkeersdoden sinds 2001 gehaald, vergeleken met andere EU-landen, met een daling van 55 procent. Spanje behoort nu tot de meest veilige landen van de EU en is ruimschoots het veiligste land in Zuid-Europa.[33] In 2015 vielen 36 verkeersdoden per 1 miljoen inwoners, vergelijkbaar met Nederland.[34]

Verkeersdoden per wegtype

Bron[35]

wegtype 2014 2015
autovía/autopista 264 213
carretera convencional 868 913

Verkeersdoden naar vervoerswijze

vervoerswijze 2014 2015
auto 591 569
motor 170 219
voetganger 114 113
bestelbus 92 68
vrachtauto 54 59
fiets 48 42
bromfiets 17 28
bus 23 1
overige 23 27

Gebruik van veiligheidsmiddelen

Aantal verkeersdoden dat geen gebruik maakte van veiligheidsmiddelen.

type 2005 2014 2015
zonder autogordel 763 164 141
zonder kinderzitje 26 3 4
zonder helm (motor) 27 3 9
zonder helm (brommer) 73 0 4
zonder helm (fiets) 30 15 17

Autonome regio's

Spanje is opgedeeld in autonome regio's (Comunidades) die hieronder in detail beschreven staan. Voor de ligging van de regio's zie de afbeelding hieronder.

Autonome regio's (comunidades) in Spanje

Andalucía · Aragón · Asturias · Cantabria · Castilla-La Mancha · Castilla y León · Catalunya · Extremadura · Galicia · Islas Baleares (Balearen) · Islas Canarias (Canarische Eilanden) · La Rioja · Madrid · Murcia · Navarra · País Vasco (Baskenland) · Valenciana


Autonome regio's in Spanje.

Statistieken

Een overzicht van de snelwegen in Spanje.[36][37]

Stand: 1/1/2018

Totaal

  • autopistas de peaje: 3.039 km
  • autovías: 12.484 km
  • carreteras multicarril: 1.640 km

Overzicht per wegbeheerder

Red de carreteras del estado

Wegen in het beheer van de nationale overheid (RCE):

  • autopistas de peaje: 2.539 km
  • autovías: 8.849 km
  • carreteras multicarril: 486 km

Red de carreteras de Comunidades Autonómas

Wegen in het beheer van de autonome regio's:

  • autopistas de peaje: 329 km
  • autovías: 2.929 km
  • carreteras multicarril: 758 km

Red de carreteras de las Diputaciones y Cabildos

Wegen in het beheer van lokale overheden:

  • autopistas de peaje: 171 km
  • autovías: 606 km
  • carreteras multicarril: 397 km

Modal split

In 2013 werd 405,7 miljard reizigerskilometers in Spanje afgelegd.[38]

modaliteit aandeel
weg 91,3%
spoorlijn 6,0%
vliegtuig 2,3%
scheepvaart 0,4%

Zie ook

Referenties

  1. stand 01-01-2018
  2. Capítulos del anuario estadístico 2016 (Capítulo 7, p8) | fomento.gob.es
  3. Ana Pastor presenta los Presupuestos de 2016 del Ministerio de Fomento | fomento.gob.es
  4. De la Serna presenta los presupuestos del Grupo Fomento para 2018 | fomento.gob.es
  5. Ana Pastor presenta los Presupuestos de 2014 del Ministerio de Fomento | fomento.gob.es
  6. TomTom Traffic Index | tomtom.com
  7. Catálogo y evolución de la red de carreteras | fomento.gob.es
  8. autopista + autovía
  9. Primeros vehículos matriculados en España | dgt.es
  10. El Circuito Nacional de Firmes Especiales | carreterashistoricas.blogspot.nl
  11. Historia de la red viaria española: Plan Peña. | enlacarretera.pro
  12. Madrid y la red de autovías (4). La A-2 | historias-matritenses.blogspot.nl
  13. Jueves 8 de mayo de 1952. El emir de Irak Abdul Illah inaugura junto a Francisco Franco la primera autopista de España: Avenida de América. | abc.es
  14. Concesiones de autopistas de peaje | carreteros.org
  15. Decreto 3225/1965, de 28 de octubre, sobre carreteras de peaje. | boe.es
  16. Red de itinerarios asfalticos REDIA 1967-1971 | fomento.gob.es
  17. Red de itinerarios asfalticos REDIA 1967-1971 | archive.org
  18. El 2 de Julio de 1969 se abrió al Tráfico la autopista Montgat - Mataró (04-11-1969) | abc.es
  19. El ministro de obras publicas inaugura esta tarde la autopista de acceso a la capital por la carretera de valencia | abc.es
  20. El Jefe del Estado Inauguro Ayer Cinco Nuevos Accesos a la Capital (12-10-1968) | abc.es
  21. LOS PROBLEMAS DE LA CARRETERA DE LA CORUÑA | abc.es
  22. Los accesos a Madrid por carretera. La gran ampliación | madridmobilite.wordpress.com
  23. EL JEFE DEL ESTADO EN SEVILLA. FRANCO INAUGURA EL PUENTE DEL GENERALISIMO Y LA AUTOPISTA SEVILLA - DOS HERMANAS | rtve.es
  24. Plan General de Carreteras 1984 (p134) | fomento.gob.es
  25. Plan General de Carreteras 1984 | archive.org
  26. Un nuevo plan de carreteras urbanas e interurbanas (1992-2000) | coam.org
  27. PITVI 2012 - 2024 | fomento.gob.es
  28. El Gobierno presenta un Plan Extraordinario de Inversión en Carreteras (PIC) por 5.000 millones de euros | fomento.gob.es
  29. ​Rajoy anuncia una inversión de 5.000 millones de euros en carreteras mediante la colaboración público-privada | lamoncloa.gob.es
  30. Real Decreto 1231/2003, de 26 de septiembre, por el que se modifica la nomenclatura y el catálogo de las autopistas y autovías de la Red de Carreteras del Estado. | boe.es
  31. El Gobierno decide establecer nuevamente el límite de velocidad a 120 | elpais.com
  32. Normas básicas de referencia | dgt.es
  33. Verkeersveiligheid: aantal verkeersdoden EU met 11% gedaald in 2010 | europa.eu
  34. 10th Annual Road Safety Performance Index (PIN) Report | etsc.eu
  35. Balance de Seguridad Vial 2015 | www.dgt.es
  36. Evolución desde 1970 | fomento.es
  37. Capítulos del anuario estadístico 2015 (Capítulo 7, p8) | fomento.gob.es
  38. PRINCIPALES CIFRAS DEL TRÁFICO INTERIOR INTERURBANO DE VIAJEROS (PITVI)
Wegen van Europa

AlbaniëAndorraArmeniëAzerbeidzjanBelgiëBosnië-HerzegovinaBulgarijeCyprusDenemarkenDuitslandEstlandFinlandFrankrijkGeorgiëGriekenlandHongarijeIerlandIJslandItaliëKazachstanKosovoKroatiëLetlandLiechtensteinLitouwenLuxemburgMacedoniëMaltaMoldaviëMonacoMontenegroNederlandNoorwegenOekraïneOostenrijkPolenPortugalRoemeniëRuslandSan MarinoServiëSloveniëSlowakijeSpanjeTsjechiëTurkijeVaticaanstadVerenigd KoninkrijkWit-RuslandZwedenZwitserland

in cursief landen die deels in Europa liggen of met Europa geassocieerd worden