Wijzigingen

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1.652 bytes toegevoegd ,  7 jun 2009 21:02
aanvullingen
Een '''secundair wegenplan''' was een provinciaal wegenplan dat de verdeling van de opbrengsten in elke provincie regelde. De plannen dienden aan te sluiten bij de plannen die werden opgesteld in het [[rijkswegenplan]]. De eerste secundaire wegenplannen verschenen in 1927 vanwege het verschijnen van de wegenbelastingswet en het eerste rijkswegenplan. De gebruikte nummering was louter administratief en veranderde vaak bij de 10-jaarlijkse wijzigingendoordat er geregeld een nieuw Rijkswegenplan verscheen. Secundaire wegenplannen werden beeindigd beëindigd in 1993 door de herverdeling van het wegenbeheer, de zogenaamde operatie Brokx-droog, die uitmondde in de Wet Herverdeling Wegenbeheer. Daarna werd overgegaan op een indeling in [[N-genummerde wegen]] met twee categorien: categorieën. Een categorie N-wegen met nummers tussen 175 en 400 en een categorie N-wegen met nummers tussen 400 en 999weg die op het secundaire wegenplan is vermeld wordt '''Secundaire weg''' genoemd.
=Geschiedenis=
Veel provincies in [[Nederland ]] ontvouwden in de jaren 20 van de 20e eeuw plannen om doorgaande wegen aan te leggen vanwege de vele problemen die er ontstonden in het wegverkeer buiten de [[bebouwde kom]]. Het was in die tijd een hele opgave om je te verplaatsen met een gemotoriseerd voertuig. De vele veren, [[tol]]gelden, smalle en slechtverharde wegen waren een doorn in het oog voor velen. Het [[rijk]] beheerde een rijkswegennet dat in die tijd nog niet samenhangend was. De provincies vonden het onafhankelijk van elkaar benodigd dat er ook goede wegen tussen belangrijke provinciale centra, met [[rijksweg]]en en met andere provinciale [[wegbeheerder]]s moesten komen. De provinciale wegennetten die hieruit moesten ontstaan zouden in veel gevallen met provinciale belastingen moeten worden bekostigd. Zo kon elke provincie zijn eigen provinciale net aanleggen.
In 1927 verscheen het eerste rijkswegenplan. Voor de aanleg van wegen werd daartoe op 30 december 1926 de Wegenbelastingswet ingevoerd waarvoor van elke houder een vaste jaarlijkse bijdrage werd verlangd. Alle inkomsten zouden aan de uitbreiding van het Nederlandse wegenstelsel worden besteed. Uit de opbrengsten die verkregen werden uit de motorrijtuigen- en rijwielbelasting vermeerderd met extra bijdragen uit de Rijksmiddelen werd een wegenfonds opgesteld. Er werd een verdeelsleutel bepaald die de verschillende wegbeheerders konden besteden aan de verbetering van het provinciale wegennet.
De wegenbelasting die voor die tijd door de provincies werd geind kon dus niet meer gebruikt worden. Elke provincie diende nu te zorgen voor een evenwichtige verdeling van de gelden tussen de verschillende wegbeheerders op haar eigen grondgebied. De verdeelsleutel werd bepaald op basis van de oppervlakte, het inwonertal en de totale lengte aan verharde wegen binnen de provincie en het aandeel dat de houders per provincie in de motorrijtuigenbelasting opbrachten.
De provinciale wegenplannen die vanaf dat moment verschenen waren dus anders van opzet dan de meeste provinciale wegenplannen van voor 1927 en die bedoeld waren voor de aanleg van [[provinciale weg]]en. Enkele provinciale wegenplannen heetten lange tijd primaire wegenplannenPrimaire Wegenplannen. In deze wegenplannen werd de aanleg en verbetering van het eigen wegennet aangeduid, terwijl in de provinciale wegenplannen die verschenen in het kader van de wegenbelastingswetWegenbelastingswet, de verdeling van de gelden werd aangegeven. Dit is een wezenlijk verschil. In het laatste geval werd alleen aangegeven wat de belangrijke rangorde van de wegen was en of er veel of weinig kosten benodigd waren, maar wie . Wie de wegbeheerder was maakte niet zoveel uit.
=De nummering=
De nummering van de secundaire wegen was per provincie geregeld. Dit was een louter administratieve nummering, er zijn geen gevallen bekend waar deze nummering op de bewegwijzering werd vermeld. Sporadisch wilde wil het nog wel eens voorkomen dat bij bijvoorbeeld wegwerkzaamheden het administratieve nummer op de tijdelijke borden werd wordt vermeld, of op sommige kaarten en plattegronden. Sporadisch komen deze nummers tot op heden nog wel eens voor in het straatbeeld. Bij de omlegging van de [[A9 (Nederland)|A9]] bij Badhoevedorp wordt door [[Rijkswaterstaat ]] nog steeds gesproken in officiele stukken over de aanpassing van de T106en dat nog wel in officiële stukken, een nummer dat al sinds 1993 is verdwenen. Bovendien wordt in het spraakgebruik nog wel eens een S-nummer of T-nummer gebruikt voor bekende wegen.
Als een provinciaal wegenplan werd gewijzigd kwam het geregeld voor dat er geschoven werd met de nummering. Dit is dan ook de reden dat de nummering niet in de [[bewegwijzering ]] werd opgenomen. =Einde van de secundaire wegenplannen=Secundaire wegenplannen, en daarmee ook de provinciale wegenplannen werden beëindigd in 1993 door de herverdeling van het wegenbeheer, de zogenaamde operatie Brokx-droog, die uitmondde in de Wet Herverdeling Wegenbeheer. Daarna werd overgegaan op een indeling in genummerde wegen met twee categorieën: Een categorie genummerde wegen met nummers tussen 175 en 400 en een categorie genummerde wegen met nummers tussen 400 en 999. De eerste categorie zijn veelal [[N-wegen]], maar soms ook [[A-wegen]], maar de tweede categorie zijn enkel N-wegen. De eerste categorie hoort altijd op de bewegwijzering vermeld te worden, de tweede categorie enkel als bevestiging na elk kruispunt, hoewel in een aantal provincies steeds meer N-wegen boven de 400 verschijnen op de bewegwijzering. De N-wegen tussen de 1 en 99 behoren in de meeste gevallen bij het Rijk. Veel provincies zijn na de beëindiging van de provinciale wegenplannen overgestapt op andere systemen van verdeling van de gelden bestemd voor aanleg en onderhoud. In de Motorrijtuigenbelasting van tegenwoordig wordt een deel van de opbrengsten bestemd voor de provincies met de zogenaamde provinciale opcenten, die rechtstreeks door de provinciale weggebruiker worden opgebracht. Provincies hebben sinds 1993 geen provinciale wegenplannen meer, maar kennen nu veelal beleidsplannen waarin de richting aangegeven wordt voor nieuwe wegvakken en provinciale onderhoudsplannen die ook wel Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur (PMI) worden genoemd, of Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT).
=Secundaire wegen per provincie=
Hieronder een overzicht van de laatstbekende nummering (meestal van het laatste wegenplan) van secundaire wegen in elke provincie.
 
==Drenthe==
 
==Noord-Holland==
11.886

bewerkingen

Navigatiemenu