Wijzigingen

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
435 bytes toegevoegd ,  2 okt 2009 18:05
k
geen bewerkingssamenvatting
=Einde van de secundaire wegenplannen=
Secundaire wegenplannen, en daarmee ook de provinciale wegenplannen werden beëindigd in 1993 door de herverdeling van het wegenbeheer, de zogenaamde operatie Brokx-droog, die uitmondde in de [[Wet Herverdeling Wegenbeheer]]. De Wet Herverdeling Wegenbeheer was eveneens een moment waarop de derde en laatste fase van het [[Nationaal Routenummerplan]] van 1976 werd geïmplementeerd. De provinciale Secundaire en Tertiaire Wegenplannen werden beëindigd, en daarmee ook hun administratieve nummering. In het nieuwe wegnummeringssysteem werden de nummers 400 t/m 999 toegewezen aan de minder doorgaande bovenlokale routes. Elk nummer is uniek en kan de provinciegrenzen overschrijden. De nummerreeks 400 t/m 999 betreft enkel [[N-wegen]]. De nummers 175 t/m 399 werden reeds toegewezen in 1976, en bewegwijzerd vanaf 1982. In 1985 was de bewegwijzering van de nummers 175 t/m 399 vrijwel voltooid. Deze nummers zijn veelal [[N-wegen]], maar soms ook [[A-wegen]], en ook niet altijd in beheer bij een provincie of gemeente.
Deze wet betekende ook direct het einde Daarna werd overgegaan op een indeling in genummerde wegen met twee categorieën: Een categorie genummerde wegen met nummers tussen De nummerreeks 175 en 400 en een categorie genummerde wegen met nummers tussen 400 en 999. De eerste categorie zijn veelal [[N-wegen]], maar soms ook [[A-wegen]], maar de tweede categorie zijn enkel N-wegen. De eerste categorie 399 hoort altijd op de bewegwijzering vermeld te worden, de tweede categorie reeks 400 - 999 enkel als bevestiging na elk kruispunt, hoewel in een aantal provincies steeds meer N-wegen boven de 400 verschijnen op de bewegwijzering. De N-wegen tussen de 1 en 99 behoren in de meeste gevallen bij het Rijk.
Veel provincies zijn na de beëindiging van de provinciale wegenplannen overgestapt op andere systemen van verdeling van de gelden bestemd voor aanleg en onderhoud. In de Motorrijtuigenbelasting van tegenwoordig wordt een deel van de opbrengsten bestemd voor de provincies met de zogenaamde provinciale opcenten, die rechtstreeks door de provinciale weggebruiker worden opgebracht. Provincies hebben sinds 1993 geen provinciale wegenplannen meer, maar kennen nu veelal beleidsplannen waarin de richting aangegeven wordt voor nieuwe wegvakken en provinciale onderhoudsplannen die ook wel Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur (PMI) worden genoemd, of Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT).
11.886

bewerkingen

Navigatiemenu