Suburb

Uit Wegenwiki
(Doorverwezen vanaf Suburbs)
Ga naar: navigatie, zoeken
San Jose, California, een suburbane stad.
Suburbane woonwijken in Houston.
Een suburbane woonwijk in Raleigh.

Een suburb is een voorstad van een centrale stad, alhoewel delen van die centrale stad ook suburbaan kunnen zijn. Deze voorsteden bestaan vaak uit grote woonwijken, variërend van flatwijken in Azië, rijtjeshuizen in Europa tot vrijstaande huizen in Noord-Amerika. De klassieke suburb ligt rondom een grotere stad, en kent regelmatig een demografisch homogene bevolking, vaak gezinnen en forenzen. Er wordt getracht suburbs in Europa wat gevarieerder te maken door zowel koop- als huurwoningen en seniorenwoningen in suburbane gebieden te bouwen. Suburbs in Noord-Amerika zijn doorgaans welvarend maar kennen een snel veranderende demografische samenstelling. In Azië wordt de suburb ook populairder, bijvoorbeeld in landen als Maleisië, Thailand of Rusland.

Europa

In Europa groeit de bevolking niet zo hard meer, of neemt zelfs af, waardoor het aantal suburbs wat in Europese landen gebouwd wordt, redelijk beperkt is. Alleen in landen met een hoge bevolkingsgroei, zoals Groot-Brittannië en Spanje groeien suburbs nog behoorlijk. In veel landen bestaan suburbs voornamelijk uit relatief kleine rijtjeshuizen afgewisseld met twee-onder-één-kapwoningen en andere typen. De bevolkingsdichtheid in deze suburbs is relatief hoog, doch lager dan flatwijken voor sociale woningbouw, bijvoorbeeld rondom Paris of Warszawa. In sommige landen hebben suburbs een wat dorps karakter. Grote woonwijken van steden worden vaak ook als suburbaan beschouwd.

Nederland

In Nederland zijn weinig grote suburbs, zoals men dat kent in Spanje of Portugal. In veel gevallen zijn bestaande plaatsen rondom grote steden aan elkaar en aan de centrale stad vastgegroeid, bijvoorbeeld rondom Rotterdam en Amsterdam. Wel bestaan in Nederland de voormalige groeikernen (zoals Zoetermeer, Nieuwegein, Houten, Spijkenisse, Capelle a/d IJssel, Vlaardingen, Hoofddorp, Almere en Purmerend; soms ook wel satellietsteden genoemd), die zijn voortgekomen uit het beleid van de gebundelde deconcentratie, zoals geformuleerd in de Derde Nota op de Ruimtelijke Ordening.

De Vierde Nota op de Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) leverde de gelijknamige grote nieuwbouwlocaties op in of bij grotere plaatsen, waarbij deze wijken door gedwongen gemeentelijke herindeling in veel gevallen aan de grote stad zijn toegewezen. Deze wijken tellen doorgaans tot zo'n 40.000 inwoners, in enkele gevallen meer. De grootste VINEX-wijk in Nederland is Leidsche Rijn bij Utrecht; andere bekende VINEX-locaties zijn Ypenburg bij Den Haag en IJburg bij Amsterdam.

Frankrijk

In Frankrijk zijn er vaak tientallen tot honderden suburbs rondom grote steden maar die zijn doorgaans beperkt in inwonertal, maar tellen bij elkaar soms miljoenen inwoners. Dit is met name het geval rond Paris.

Een voorstad heet in Frankrijk een banlieue, maar wordt doorgaans geassocieerd met de flatwijken met lage inkomens en hoge criminaliteitscijfers, maar feitelijk is elke voorstad een banlieue. Rondom Franse steden liggen uitgestrekte voorsteden, met name de regio Toulouse is sterk gesuburbaniseerd en wordt vaak de meest Amerikaanse stad van Frankrijk genoemd.

Spanje

In Spanje zijn vanaf de jaren '90 grote stadsuitbreidingen geweest. Dit waren echter zowel moderne flatwijken met een hoge dichtheid als woonwijken met rijtjeshuizen en vrijstaande huizen met een lagere bevolkingsdichtheid. Spanje heeft één van de hoogste aandelen koopwoningen ter wereld. Spaanse steden hebben vaak een vrij grote dichtbebouwde kern met daarbuiten voorsteden van lage dichtheid, afgewisseld door dichtbebouwde voorsteden, met name rond Madrid en Barcelona. De voorstad l'Hospitalet de Llobregat van Barcelona is één van de meest dichtbevolkte en tevens grootste voorstad van Europa met 261.000 inwoners.

Azië

In Azië is de suburb in opkomst. Relatief welvarende landen als Maleisië en Thailand kennen ook suburbane gebieden met vrijstaande huizen voor de upper-class van de bevolking. Deze nemen toe in aantal. In landen als Rusland en China komen ook steeds meer suburbs rondom de grote steden. In andere landen kunnen suburbs gewone flatwijken zijn, met als doel zoveel mogelijk mensen goedkoop te huisvesten. In Zuid-Korea bestaan suburbs voornamelijk uit planmatige flatwijken, in Japan bestaan suburbs meer uit laagbouw met dicht op elkaar gebouwde vrijstaande woningen. Japan is beduidend suburbaner in karakter dan vaak gedacht wordt. 60% van de Japanners woont in een vrijstaande woning. Opvallend in Japan is dat woningen vaak na een bepaald aantal jaar vervangen wordt door een nieuwe woning. De levensduur van Japanse woningen is daardoor relatief kort.

Noord-Amerika

Markham, een suburb van Toronto.

De klassieke suburb komt uit het noordoosten van Noord-Amerika, met name uit de Verenigde Staten en Canada. Het gros van de inwoners van de grote metropolen woont niet in de centrale stad, maar in één van de suburbs. De oudste, en minst dichtbevolkte suburbs liggen rondom de wat oudere steden in het noordoosten, met name Boston, New York City en Philadelphia. Deze suburbs kennen vaak een bevolkingsdichtheid van minder dan 750 inwoners per vierkante kilometer, en nemen grote oppervlakten in beslag. Vaak kennen deze suburbs ook niet veel inwoners, en bestaan de metropolen uit vele tientallen tot honderden kleine suburbs, census-designated places (CDP) of townships. In de Verenigde Staten is het gewoon om in grote vrijstaande huizen aan rustige straten te wonen. De meeste suburbs zijn niet in een gridpatroon gebouwd zoals de centrale steden.

In het Midwesten en zuidoosten van de Verenigde Staten zijn diverse modellen voorsteden. Meestal zijn de voorsteden die het dichtst rond de centrale stad liggen het meest dichtbevolkt, en verder naar buiten toe minder dichtbevolkt. Dit is bijvoorbeeld het geval in Chicago en Detroit. In enkele gevallen gaat het stedelijk gebied langzaam over in het platteland en is er niet altijd een goede scheidslijn aan te geven, zoals in de regio Atlanta.

In het westen van de Verenigde Staten zijn de grootste suburbs, die soms honderdduizenden inwoners tellen, en over het algemeen ook het dichtstbevolkt zijn, tot meer dan 3.000 inwoners per vierkante kilometer aan toe. Los Angeles omvat het grootste suburbane gebied aan de westkust, maar is doorgaans dichtbebouwd met weinig open ruimten of ruime kavels. De meeste nieuwe suburbs zijn onderdeel van een masterplan en strak gepland. In California kennen suburbs een hoge bevolkingsdichtheid, ongeacht of deze dicht of ver van de centrale stad zijn gelegen. Daardoor is de agglomeratie Los Angeles dichter bevolkt dan de agglomeratie New York, die een dichtbevolkte kern maar een zeer groot dunner bevolkt voorstedelijk gebied heeft.

De suburb wordt vaak gezien als "affordable housing" (betaalbaar wonen) en kent de beste prijs-kwaliteitverhouding. Men ontvlucht hier de drukte, criminaliteit en minder goede scholen van een centrale stad, en in recentere jaren in sommige steden ook de onbetaalbare huisvesting in dergelijke centrale steden (met name San Francisco, New York City, Toronto, Vancouver). Vaak hoefde men alleen voor werken en uitgaan in de centrale stad te komen, maar tegenwoordig is er meer werkgelegenheid in de suburbs dan in de centrale stad. 70% van de Amerikanen in een stedelijk gebied woont in een suburb en een nog groter aandeel woont in een suburbane omgeving van de centrale stad, immers grote delen van steden als Houston, Dallas, Phoenix, San Jose en Los Angeles zijn suburbaan in karakter. Bovendien is 80 - 90% van de stedelijke werkgelegenheid is in de voorsteden te vinden.

Verkeer en vervoer

Naast het feit dat suburbs vaak veel ruimte innemen, genereren ze veel autoverkeer. Suburbs zijn vaak in grote mate auto-afhankelijk. Dit geldt niet alleen in Amerikaanse suburbs, maar vaak evengoed in Europese suburbs, al zijn de laatste vaak wel beter met het OV ontsloten. In beide gevallen wordt er veel gebruikgemaakt van de auto voor woon-werkverkeer. In Europa is getracht het autoverkeer zoveel mogelijk te ontmoedigen, door bijvoorbeeld alternatieven aan te bieden in de vorm van fietsen of het OV, of op wat meer dwingende maatregelen zoals een ontmoedigende verkeerscirculatie, parkeernormen en eventueel betaald parkeren. Daarnaast geldt in Europa vaak dat het bestaande wegennet in een stad niet makkelijk aangepast kan worden op de toenemende groei van het verkeer ten gevolge van suburbs of VINEX-wijken.

In de Verenigde Staten bestaat het traffic-calming-concept, wat erop gericht is om het autogebruik te verminderen door alternatieven te promoten en minder autovriendelijke routes te creëren in woonwijken of de stadscentra. Ook soms forse parkeertarieven dragen hier aan bij. Desondanks worden Amerikaanse suburbs wel autovriendelijker gezien dan in Europa. In veel suburbs is behalve een buslijn vaak geen alternatief in de vorm van openbaar vervoer, of het kost veel tijd. Daarnaast is fietsen niet een veelgebruikt vervoermiddel omdat hiervoor geen infrastructuur voor aanwezig is. Wel zijn er vaak recreatieve fietspaden aanwezig. Suburbs in het westen van de Verenigde Staten, zoals in grote steden als San Francisco, Los Angeles en San Diego hebben wel potentie om alternatief vervoer te bieden, door de relatief hoge bevolkingsdichtheid. In het oosten van de Verenigde Staten zal een grootschalig OV-netwerk in de suburbs onbetaalbaar blijken door de lage bevolkingsdichtheid. Door de grote afstanden binnen de agglomeraties is reizen met de fiets of het OV snel traag of omslachtig.

Een ander kenmerk is dat openbaar vervoer in metropolen sterk op de stadscentra zijn gericht, terwijl een grote meerderheid van het woon-werkverkeer niet naar het centrum gaat. Kris-kras bewegingen door het stedelijk gebied komen frequent voor. Meer mensen reizen van suburb naar suburb dan van suburb naar stadscentrum. Ringwegen zijn daarom sterk in belang toegenomen, niet voor doorgaand verkeer, maar voor woon-werkverkeer.

Recente ontwikkelingen

In de jaren '50 en '60 waren suburbs nog vrijwel uitsluitend zogenaamde "bedroom communities", waar inwoners voor vrijwel alles aangewezen waren op een rit naar de centrale stad. Sinds de jaren '80 is dit sterk gewijzigd, sinds 2000 heeft de gemiddelde Amerikaanse suburb evenveel werkgelegenheid als inwoners en bevindt 80 - 90% van de werkgelegenheid van een stedelijk gebied zich in de suburbane gebieden. Grote metropolen zijn door de opkomst van edge cities en werkgelegenheid in de suburbs sterk polycentrisch geworden. Daarnaast neemt het homogene karakter van suburbs sterk af, waar deze voorheen vrijwel uitsluitend uit de blanke midden- en hogere inkomensklassen bestonden, is er sinds de jaren '90 een sterke groei van minderheden in suburbs, met name Aziaten en Hispanics. Daarnaast zijn lang niet alle suburbs alleen bewoond door de hogere inkomens. In Amerikaanse suburbs liggen de huizenprijzen beduidend lager dan in Europa en kan ook de lagere inkomensklasse zich een huis veroorloven in de wat oudere suburbs.

Referenties