Tolwegen in Nederland

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
   tolweg

In Nederland zijn er een aantal tolwegen, veelal tunnels. In de regel wordt de infrastructuur in Nederland via algemene belastingen op autobezit- en gebruik bekostigd, zoals de BPM, MRB en brandstofaccijns. De inkomsten hieruit overtreffen de investeringen in het wegennet enkele malen, waardoor het in principe niet nodig is om infrastructuur met tolheffing te bekostigen. Toch kan het voorkomen dat verbindingen als tolweg worden aangelegd, bijvoorbeeld om een project versneld uit te voeren, of een project van niet-nationaal belang, waarbij het niet juist wordt geacht om algemene belastingmiddelen voor een dergelijke situatie in te zetten.

Lijst van tolwegen

Toekomstige tolwegen

Mogelijk toekomstige tolwegen zijn;

Het is gepland om free-flow tolheffing toe te passen, via electronic toll collection op basis van kentekenherkenning.[1][2]

Voormalige tolwegen

Een aantal bijzondere kunstwerken in Nederland waren oorspronkelijk tolverbindingen;

Geschiedenis

In de Wegenwet van 31 juli 1930 is vastgesteld dat in Nederland geen algemene tolheffing mag komen.[3] Desondanks is op enkele kunstwerken (bruggen en tunnels) later wel tolheffing van kracht geweest, dit waren voornamelijke enkele bruggen en tunnels uit de jaren '60. Later is door middel van schaduwtol de Wijkertunnel en de Noordtunnel aangelegd. Dit waren PPS projecten waarbij de investeerders een vergoeding per gebruiker kregen, betaald door de overheid vanuit de belastinginkomsten. Dit financieringsmodel is later niet doorgezet omdat de kosten voor de overheid hoger bleken uit te vallen dan begroot. Beleidsmatig werd gedacht dat het verkeer niet sterk zou groeien, terwijl het verkeer in werkelijkheid in de jaren '90 juist heel snel groeide.

Op 4 juli 2002 kwam de Wet bereikbaarheid en mobiliteit (Wbm) van kracht. Het primaire doel van deze "mobiliteitsheffing" was niet de financiering van infrastructuur, maar het sturen en beperken van het verkeersaanbod.[4] Uit de Wbm kwamen drie vormen van tolheffing naar voren; het expresbaantarief, het toltarief en een kilometerheffing. Alleen het toltarief was ter financiering van infrastructuur, het expresbaantarief werd voorzien voor tolstroken met dynamische toltarieven om free-flow te garanderen (het "pricing off lower value trips" concept) en de kilometerheffing was een algemene ombuiging van belastingheffing van bezit naar gebruik, in combinatie van het ontmoedigen van rijden in de spits (het spitstarief). Tevens was een versnellingstarief voorzien voor het versneld aanleggen van infrastructuur.

De Wet bereikbaarheid en mobiliteit, in de volksmond bekend als de kilometerheffing, bleek uitermate impopulair onder het electoraat. De Wbm is door het kabinet Rutte I niet voortgezet en wordt door het kabinet Rutte II ingetrokken. De Wbm bleek ook niet uitvoerbaar voor de geplande tolheffing op de Blankenburgtunnel en de doorgetrokken A15, omdat deze geen handhavingsmogelijkheden voorzag voor buitenlandse voertuigbezitters, de verwerking van persoonsgegevens en een verschil in tarief tussen vrachtverkeer en licht verkeer. De Wbm is daardoor nooit ingezet in de praktijk, alhoewel wel proeven zijn gedaan met de apparatuur voor de kilometerheffing.

Toekomst

Er wordt gewerkt aan de Wet tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15, die tolheffing in de Blankenburgtunnel en de A15 van Ressen naar Zevenaar mogelijk moet maken. Deze wet lijkt het meest op het component "toltarief" van de Wet bereikbaarheid en mobiliteit, en dient uitdrukkelijk alleen voor de financiering van een deel van de aanlegkosten van deze twee verbindingen. Er wordt uitgegaan van free-flow tolheffing op basis van kentekenplaatherkenning. Voor de aanleg van de twee verbindingen als tolweg wordt door de minister een tolbesluit genomen. Dit is een besluit voor de instelling van de tol, die bij het tracébesluit genomen wordt, en een besluit tot wijziging of beëindiging van de tol.

De tolheffing wordt uitgevoerd tot het op te brengen deel is terugbetaald. Bij tegenvallend gebruik kan de tolperiode dus langer duren, of kunnen de toltarieven omlaag of omhoog worden bijgesteld. Als er tijdens de tolperiode een extra bijdrage komt, bijvoorbeeld door een besluit van de Tweede Kamer, of vanuit de regio, kan de tolperiode verkort worden. Er is uitgegaan van een vraaguitval van 35% door de invoering van tolheffing op de Blankenburgverbinding en ViA15. Naar schatting zal de tolperiode 25 jaar duren, maar is afhankelijk van de economische groei. Bij een hoger gebruik of lagere rente duurt de tolheffing minder lang.

De rijksoverheid zet in op inningskosten van 20% van de opbrengst. Dit omvat de onderhoudskosten en operationele kosten, financieringskosten en afschrijving van de systemen. Alleen de onderhouds- en operationele kosten worden geschat op 10% van de opbrengst. Dit is in lijn met diverse buitenlandse elektronische tolsystemen.

Er is bewust gekozen voor de zwaarste procedure om tolheffing in te voeren, namelijk een wetswijziging. Op die manier kan niet eenvoudig tolheffing worden ingevoerd op andere wegen.[5]

Free-flow tolheffing

Er wordt ingezet op de creatie van een free-flow tolheffing, zonder de klassieke tolstations waarbij men moet stoppen en contant of met creditcard moet betalen, zoals bij de Westerscheldetunnel. Omdat er voorlopig slechts op twee verbindingen op het rijkswegennet in Nederland tol geheven gaat worden, wordt een transponder niet verplicht gesteld. Er wordt ingezet op een systeem met kentekenregistratie, vergelijkbaar met het systeem autoPASS in Noorwegen. Met de huidige techniek is een herkenningspercentage van 98% van de kentekens haalbaar. Optioneel kan een account worden aangemaakt voor automatische betaling, dit is vooral interessant voor regelmatige gebruikers. Over de toltarieven wordt geen btw gerekend.

Vanwege deze eisen zal geen fysieke factuur worden gestuurd naar de gebruiker van een tolweg, maar dient de gebruiker zelf verantwoordelijk te zijn voor het betalen van de verschuldigde tol, vergelijkbaar met een treinreis of parkeerbelastingen. Het betalen van de tol zal via internet mogelijk zijn. Bij het niet betalen binnen de betalingstermijn volgt eerst een aanmaning/betalingsherinnering van € 7 plus het toltarief. Als die niet betaalt wordt, volgt een incasso vanuit het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Er wordt gesproken over een boete van € 35,-. Niet-betaalde tol van buitenlandse chauffeurs zal worden geïnd door een privaat incassokantoor zoals dat ook in Zweden, Noorwegen en Ierland gebruikt wordt.[6]

Omdat gebruikt gemaakt gaat worden van kentekenregistratie is de European Electronic Toll Service voor transponders niet van toepassing. De regering is niet voornemens om voor vrachtverkeer onderscheid te maken naar de euro-emissieklasse. Dit heeft weinig meerwaarde en is technisch lastig uitvoerbaar met kentekentol voor buitenlandse vrachtwagens.

Referenties

  1. Wetsvoorstel tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 | internetconsultatie.nl
  2. In het kader van dit wetsvoorstel wordt uitgegaan van een systeem met automatische kentekenplaatherkenning.
  3. Wegenwet | wetten.overheid.nl
  4. Wet bereikbaarheid en mobiliteit | wetten.overheid.nl
  5. nota naar aanleiding van het verslag inzake het wetsvoorstel tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 / Voor het toevoegen van andere projecten is daarom gekozen voor de zwaarste procedure, een wetswijziging, zodat projecten niet zomaar aan tolheffing kunnen worden onderworpen. (p7) | rijksoverheid.nl
  6. Wetsvoorstel tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 | rijksoverheid.nl
Tolwegen per land

AustraliëBelgiëCanadaChinaDenemarkenDuitslandFrankrijkHongarijeItaliëJapanKroatiëNederlandNieuw-ZeelandNoorwegenOostenrijkPolenPortugalRuslandServiëSpanjeVerenigd KoninkrijkVerenigde StatenWit-RuslandZwedenZwitserland