Tunnel du Mont-Blanc

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Tunnel du Mont-Blanc

Traforo del Monte Bianco

link={{{nummer}}}
link={{{nummer2}}}
Tunnel du Mont-Blanc.jpg
Kruist Mont Blanc
Lengte 11.611 meter
Openstelling 19-07-1965
Intensiteit 4.900 mvt/etmaal
Locatie kaart

De Tunnel du Mont-Blanc of Traforo del Monte Bianco, ook wel de Mont Blanctunnel, is een verkeerstunnel op de grens van Frankrijk en Italië. De tunnel loopt onder het Mont Blancmassief door, genoemd naar de hoogste berg van de Alpen. De tunnel is 11,6 kilometer lang.

Kenmerken

De Tunnel du Mont-Blanc is 11.611 meter lang. Het noordportaal ligt in Frankrijk op 1274 meter. Het zuidportaal ligt in Italië, iets hoger op 1381 meter. De tunnel ligt in een oost-westroute, maar loopt in zuidoostelijke richting vanuit Frankrijk gezien. Aan Franse zijde ligt het plaatsje Chamonix. Aan Italiaanse zijde is Entrèves de dichtstbijzijnde plaats, alhoewel Courmayeur bekender is.

De tunnel is enkelbuizig. Het Franse deel is als de N205 genummerd; het Italiaanse deel als de T1. De tunnel ligt in het verlengde van de transitroute A40 in Frankrijk en de A5 in Italië, van Genève naar Milano. De tunnel loopt vrijwel recht onder de 3.842 meter hoge Aiguille du Midi door.

De tunnel is vanaf de Italiaanse zijde wat gemakkelijker te bereiken dan vanaf de Franse zijde. Aan Italiaanse zijde is na het einde van de A5 nog één ruime haarspeldbocht waarna het tunnelportaal volgt. Aan Franse zijde gaat aan het einde van de A40 de N205 als steile en bochtige voie express verder naar Chamonix, waarna tussen Chamonix en het tunnelportaal nog 4 haarspeldbochten liggen.

Geschiedenis

De Tunnel du Mont-Blanc is één van de oudste grote Alpentunnels. Reeds in 1946 werd een ceremonie gehouden om een tunnel te boren; destijds werd 100 meter geboord. De daadwerkelijke goedkeuring door de Franse en Italiaanse parlementen volgde respectievelijk in 1954 en 1957. In 1957 werd ook de concessionair Société du tunnel du Mont Blanc opgericht. Op 30 mei 1959 begon de officiële aanleg van de tunnel met het starten van de tunnelboormachines. De tunnel werd in iets meer dan 3 jaar geboord; op 4 augustus 1962 volgde de tunneldoorbraak.

De tunnel is op 19 juli 1965 voor het verkeer opengesteld. De opening verkortte de afstand en vooral de reistijd enorm. Het verkeer moest voordien omrijden via de Col du Petit Saint-Bernard, via Bourg Saint-Maurice. De aansluitende snelwegen zijn pas later aangelegd. Alhoewel de Italiaanse A5 tussen Torino en Aosta al in 1970 gereed was begon de aanleg van de aansluitende snelwegen dichter bij de tunnel pas veel later. In 1973 opende het eerste deel van de Franse A40 tussen Annemasse en Bonneville. Sinds 1976 eindigt de A40 op het huidige eindpunt bij Le Fayet. De Italiaanse A5 werd grotendeels pas na 1990 aangelegd, waarvan het eerste deel in 1994 werd opengesteld ten westen van Aosta. In 2007 bereikte de A5 de tunnel.

Tunnelbrand 1999

De Tunnel du Mont-Blanc is oorspronkelijk gebouwd volgens ontwerpeisen uit de jaren '50. Gedurende de jaren '70 tot '90 is de tunnel diverse keren gemoderniseerd. Zo werd in 1978 de luchttoevoer verbeterd en in 1990 is de tunneluitrusting vernieuwd. In 1997 werd een branddetectiesysteem geïnstalleerd in de tunnel. Op 24 maart 1999 vond een grote brand plaats waarbij 39 personen om het leven kwamen, nadat een Belgische truck geladen met bloem en margarine vlam vatte in het midden van de tunnel. De temperatuur bereikte 1000 graden en het duurde 5 dagen voordat de tunnel voldoende was afgekoeld om reparaties te starten. Het grootste probleem naast de temperatuur was de giftige rook, waardoor automotoren niet meer konden starten of afsloegen, zodat men niet de mogelijkheid had om de tunnel uit te rijden.

Gevolgen van de brand

De tunnel was na de brand 3 jaar lang afgesloten voor alle verkeer. De tunnelbrand van 1999, samen met een aantal andere dodelijke tunnelbranden in de Alpen in die tijd, veranderden het veiligheidsdenken omtrent lange tunnels radicaal. Tientallen tunnels zijn na deze brand gemoderniseerd en van vluchtbuizen of extra verkeersbuizen voorzien, zodat de mogelijkheid ontstond om uit de tunnelbuis met het incident te ontsnappen. De tunnels zijn veelal te lang om te voet uit te lopen. In het geval van de Tunnel du Mont-Blanc zou het vanaf het midden van de tunnel 2 uur duren om de tunnel te voet te verlaten, wat gezien de giftige rook niet mogelijk was.

In 2004 werd door de Europese commissie de Richtlijn 2004/54/EG ingesteld - In Nederland uitgewerkt in de "tunnelwet". Hierin werden harde eisen gesteld aan het ontwerp van tunnels. Een van de belangrijkste punten was de bouw van een vluchtbuis of extra verkeersbuis. In Oostenrijk heeft men veelal gekozen voor extra verkeersbuizen, in Zwitserland en Frankrijk vooral voor vluchtbuizen. Zwitserland heeft aanvullend beleid dat het toevoegen van capaciteit in de Gotthardtunnel bij wet niet toestaat. Tussen 2000 en 2010 zijn de meeste tunnels gerenoveerd; voor enkele tunnels is dat na 2010 gebeurd.

Verkeersintensiteiten

In 2016 reden dagelijks zo'n 5.100 voertuigen door de Tunnel du Mont-Blanc, waaronder 1.600 vrachtwagens. Het aantal voertuigen per dag is sinds 1989 stabiel. Normaliter veroorzaakt de geringe verkeersintensiteit geen vertragingen, maar op zeer drukke dagen staat er met name aan de Franse zijde van de tunnel een wachtrij waarbij de wachttijd kan oplopen tot meer dan een uur. De problemen zijn veel geringer dan bij de beruchte Gotthardtunnel in Zwitserland.

Tol

De Tunnel du Mont-Blanc is een tolweg, in het beheer van de ATMB.[1] De tunnel heeft verschillende toltarieven voor de Franse en Italiaanse zijde, de tarieven liggen aan Italiaanse zijde iets hoger vanwege de hogere btw. De toltarieven zijn zeer fors zodat de verkeersintensiteiten laag liggen. In 2018 bedroegen de tolkosten voor een personenauto € 44,40 enkele reis en € 55,40 retour vanaf de Franse zijde. Vrachtwagens betalen € 324,00.

Zie ook

Referenties