Veerdienst Vlissingen-Breskens

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Veerpont.png
Vlissingen-Breskens
Blank.png
Weg Veerhavenweg
Kruisende waterweg Westerschelde
Exploitatie PSD (voormalige) / Westerschelde Ferry BV.
Ingebruikname 1866
Verkeersintensiteit mvt/etmaal
Locatie kaart

De Veerdienst Vlissingen-Breskens is een veerdienst in de provincie Zeeland voor fietsers en voetgangers en was een veerdienst voor autoverkeer over de Westerschelde. De veerdienst vaart tussen de stad Vlissingen op Walcheren en de plaats Breskens in Zeeuws-Vlaanderen. De veerdienst voor autoverkeer maakte deel uit van rijksweg 58 en vormde een verbinding over de Westerschelde tussen het Zeeuwse eiland Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen.

Geschiedenis

De eerste veerdiensten tussen deze twee plaatsen kwamen er vanaf halverwege de 16de eeuw. Dit waren particuliere veerdiensten en later met subsidie van de provincie. Deze financierde de veerboten maar liet de exploitatie over aan particuliere partijen.

Provinciale Stoombootdienst

In 1866 werden de Provinicale Stoombootdiensten (PSD) in Zeeland opgericht en kwam de veerdienst volledig in handen van de provincie. Deze nam de al in dienst zijnde veerboten over van de particuliere exploiteurs. In de begintijd werd er naast Breskens ook op Terneuzen gevaren. In Vlissingen was het vanaf 1863 de mogelijk om vanaf de veerdienst over te stappen op de trein richting Roosendaal. Rond 1900 kwamen er ook diverse tramlijnen in Zeeland waaronder in Vlissingen en ook in Breskens. Met de tram kon men naar Perkpolder waar eveneens een veerhaven was, daarnaast was er ook een tramverbinding met België. Hoewel in het begin de boten inderdaad stoomboten waren volgden vanaf eind jaren 20 de eerste boten aangedreven door dieselmotoren. Begin 20ste eeuw kwam het eerste autoverkeer en moest de veerdienst geschikt gemaakt worden voor gemotoriseerd verkeer. Bij de havens van Vlissingen en Breskens kwamen koplaadsteigers en werden er veerboten gebouwd die op deze manier geladen konden worden. Voorheen werden de boten van de zijkanten geladen. De eerste kopladingsveerboot was de Koningin Wilhelmina, die in 1928 in gebruik werd genomen. Deze diesel aangedreven veerboot was circa 54 meter lang en 12,5 meter breed. Er konden ruim 2500 passagiers vervoerd worden en circa 42 voertuigen. In 1932 kwam er nog twee veerboten bij, de Prinses Juliana en de Prins Hendrik. Deze boten waren ook groter. Hierdoor konden meer auto's tegelijk worden vervoerd en reduceerde de wachttijd aanzienlijk.

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog werden de boten tot zinken gebracht of vorderde de Duitse bezetter de veerboten en verdwenen deze richting Duitsland. Ook de steigers werden vernield. Tijdens de oorlog was het bevaarbaar houden van de veerdienst een bijna onmogelijke opgave. Eveneens werden veel tramlijnen onklaar gemaakt. Van de kopladers was geen enkele boot meer beschikbaar. Uit nood werden de zijladers weer tijdelijk in dienst genomen.

Jaren 50 - jaren 80

Na de oorlog werd de Koningin Wilhelmina weer teruggevonden en na reparatie kon deze in 1947 weer in gebruik worden genomen. De boot werd na de oorlog echter voornamelijk ingezet op de dienst Kruiningen-Perkpolder. In 1960 is de boot verkocht aan TESO. Hier deed ze tot de sloop in 1967 dienst op de verbinding Den Helder-Texel. Voor de dienst Vlissingen-Breskens werden nieuwere en grotere boten in gebruik genomen zoals de Koningin Juliana en de Prins Bernhard. Na de oorlog nam het autogebruik immers fors toe en moest de veerhaven gemoderniseerd worden. De in de oorlog vernielde tramlijnen zijn niet meer hersteld. Bij Breskens werd een veerhaven gebouwd naast het voormalige Fort Frederik. De oude haven lag in het dorp en het toenemende verkeer veroorzaakte er overlast. De oude route verliep via de Oude Rijksweg en de Dorpsstraat. In de jaren 60 voeren de nieuwe grotere boten Prinses Beatrix, Prinses Irene en de Prinses Margriet tussen Vlissingen en Breskens. De bestaande Koningin Juliana is nog verlengd om de capaciteit te vergroten. In de jaren 80 volgde wederom een verandering. De veerverbinding werd aangepast zodat ook dubbeldeks veerboten gebruikt konden worden. De oostelijker gelegen verbinding Kruiningen-Perkpolder had deze voorziening al geruime tijd. Hiervoor moesten grotere laadsteigers gebouwd worden en uiteraard nieuwe boten. In 1986 werd de veerboot Prinses Juliana als eerste nieuwe boot in gebruik genomen.

Vaste oeververbinding

Al in de jaren 70 ontstonden er vergevorderde plannen om een vaste oeververbinding te realiseren in de vorm van een brug-tunnel combinatie met een kunstmatig eiland in de Westerschelde. Deze was gepland ter hoogte van de veerdienst Kruiningen-Perkpolder als onderdeel van rijksweg 60. De brug moest circa 23 meter hoog worden en de tunnel zou op zo'n 30 meter diepte komen te liggen. De totale lengte zou circa 3500 meter bedragen. De plannen zijn uiteindelijk nooit ten uitvoer gekomen vanwege de grote financiële risico's. Vanaf jaren 90 kwamen er concretere plannen voor een vaste oeververbinding wat uiteindelijk leidde tot de bouw van de Westerscheldetunnel.

Einde van de autoveerdienst

De openstelling van de Westerscheldetunnel in 2003 betekende het einde voor zowel de veerdienst Vlissingen-Breskens als de veerdienst Kruiningen-Perkpolder. Op 14 maart 2003 werd voor de laatste keer autoverkeer met het veer overgezet. Alleen voor fietsers en voetgangers bleef de veerdienst bestaan, maar de provincie (PSD) staakte de exploitatie. In eerste instantie nam BBA Fast Ferries deze dienst voor zijn rekening met eigen veerboten. Eind 2006 werd de dienst overgenomen door Veolia. Deze had uiteindelijk geen interesse meer in de voetveerverbinding. Zodoende moest de provincie Zeeland op zoek naar naar een andere exploitant die echter niet werd gevonden. In 2014 besloot de provincie het heft weer in eigen hand te nemen en richtte de Westerschelde Ferry BV op. Sinds 1 januari 2015 is de veerdienst na ruim tien jaar commerciële vaart weer onder provinciaal beheer.

Rijksweg 58

De veerdienst voor het autoverkeer maakte deel uit van rijksweg 58. De autosnelweg A58 eindigt bij de kruising met de Veerhavenweg en de N288. De Veerhavenweg had het nummer N58 en door Zeeuws-Vlaanderen liep de N58 vanaf Breskens naar de Belgische grens bij Sint Anna ter Muiden. Na het verdwijnen van de veerdienst had het deel op Zeeuws-Vlaanderen geen verbinding meer met de rest van rijksweg 58. Het Zeeuwse deel is daarom overgedragen aan de provincie Zeeland. De route heeft hierbij twee nummers gekregen. Tussen Breskens en Schoondijke is dit de N676 en tussen Schoondijke en de Belgische grens N253. De N58 liep ook door het dorp Schoondijke. Hiervoor is een nieuwe weg aangelegd buiten het dorp langs. Binnen het dorp was nog tot ver in 2014 hectometering te vinden met het nummer N58. Van de veerhaven is weinig meer over. De oude N58 die ter hoogte van Breskens 2x2 rijstroken telde is opgeruimd. Ook de opstelplaats en de koplaadsteigers voor het verkeer zijn verdwenen. Hier ligt nu een parkeerterrein. In Vlissingen is de Veerhavenweg nog intact. De weg met 2x2 rijstroken ligt er verlaten bij, maar blijft als zodanig herkenbaar. Hoewel afgesloten wordt de N58 nog op enkele wegwijzers aangegeven bij de kruising met de A58.

Verkeersintensiteiten

Externe Links