Verkeerskunde

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Verkeerskunde is de leer van de kenmerken van verkeerssystemen. De verkeerskunde is nauw verwant aan de verkeerstechniek en de wegbouwkunde.

Verkeerskundige

Een persoon die zich bezighoudt met het vakgebied verkeerskunde, wordt verkeerskundige genoemd. De verkeerskunde is een zeer breed vakgebied en daarom kan een verkeerskundige zich breed oriënteren in het werkveld of zich specialiseren op een onderdeel van het vakgebied. De verkeerskundige houdt zich bezig met onder meer beleid, techniek, het doen van onderzoeken of openbaar vervoer.

Een verkeerskundige is meestal werkzaam bij overheden of adviesbureaus.

De toekomstige verkeerskundige kan een opleiding volgen op mbo-, hbo- of universitair niveau bij diverse opleidingsinstituten in Nederland en België. Zie daarvoor Verkeerskunde-opleidingen.

Verkeersdeskundige

Vaak wordt een verkeerskundige in de spreektaal een verkeersdeskundige genoemd. Het vakgebied is de verkeerskunde, en niet de verkeersdeskunde, waardoor de afgeleide naam verkeerskundige is.

Geschiedenis

De geschiedenis van de verkeerskunde in Nederland voert terug tot even na de Tweede Wereldoorlog. In het in 1950 georganiseerde Wegencongres van de ANWB en de KIvI stond het onderwerp verkeersveiligheid op de agenda. Als oplossing voor de almaar toenemende verkeersonveiligheid werd de verkeerstechniek aangedragen, dat zich richt op een veilig wegontwerp, rekening houdend met gedrag van mens en voertuig. Deze verkeerstechniek was met name gebaseerd op de Amerikaanse ontwerprichtlijnen, die overwaaiden door de Marshallhulp en de activiteiten van de International Road Federation. Om deze verkeerstechnische kennis te verspreiden, richtte de ANWB de VTl op, de Verkeerstechnische leergang, die heden ten dage nog altijd bestaat. Pas in 1962 verscheen er een schriftelijke cursus, waarmee de verkeerstechniek door iedereen gevolgd kon worden die er belang bij had. Ook in de jaren 60 werd op academisch niveau gezien dat er ´iets´ aan de verkeerstechniek en verkeerskunde gedaan moest worden. De opleiding verkeerstechniek voor civiele ingenieurs werd toen gevormd op de Technische Hogeschool in Delft, in een samenwerking met de de KIvI, en in 1962 kwam daar de postacademiale opleiding verkeerskunde bij. Tevens werd in samenwerking met de heer Volmuller, voormalig Rijkswaterstater en Cuperus, hoogleraar spoorwegbouwkunde een afstudeerrichting verkeerskunde opgericht, die civiele ingenieurs in staat stelde om af te studeren in de verkeerskunde op academisch niveau.

Met de massamotorisering van de jaren 1950 en met namen jaren 1960, kwam het almaar toepassen van verkeerstechniek als oplossing voor het faciliteren van het gemotoriseerd verkeer steeds meer onder druk te staan. De ongebreidelde uitbreiding van de infrastructuur had ook zo zijn nadelen die nu aan het licht kwamen; Met name de leefbaarheid kwam hierdoor ernstig in het geding. Diverse binnensteden werden deels afgebroken om ruimte te maken voor de auto en de geluidhinder en andere mileuhinder zorgde voor veel discussie of de verkeerstechniek op dezelfde voet verder moest gaan. In 1965 werd het initiatief genomen om te komen tot een hogere beroepsopleiding verkeerskunde, die uitgaat van een meer integrale benadering. Deze opleiding was een initiatief van Cuperus, Delftse hoogleraar spoorwegbouwkunde en werkzaam bij het KIvI en van Goudappel, oprichter van het latere Goudappel-Coffeng. In 1972 was de opleiding Verkeerskunde op de Verkeersacademie Tilburg een feit, waarmee de verkeerskunde op hoger niveau een eigen opleiding was geworden.

In andere talen

  • Engels (English): traffic engineering

Bronnen, noten en referenties