Verkeerstelling

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een permanente verkeersteller op de N456 bij Moordrecht. Foto: Wesso.

Een verkeerstelling is een onderzoek om inzicht te krijgen in het verkeer, in de hoeveelheid verkeer, de verdeling en de gereden snelheid. Over het algemeen wordt geteld met lussen in het wegdek, of met mobiele tellers, die meestal met holle slangen die over het wegdek liggen tellen. Ook kan geteld worden door middel van een opgehangen verkeersradar of met verkeersregelinstallaties. Verkeerstellers worden niet gebruikt om bekeuringen uit te schrijven, daar bij verkeerstellingen geen camera aanwezig is en de tellers daarvoor meestal ook niet nauwkeurig genoeg zijn afgesteld.

Geschiedenis

Informatie over verkeersintensiteiten, samenstelling van verkeer, verkeersveiligheid en dergelijke werd al vroeg in het begin van de 20e eeuw verzameld. Deze informatie is onmisbaar bij de planning van nieuwe wegen, bij het beheer en onderhoud van bestaande wegen en bij het treffen van verkeersmaatregelen. In de jaren 1920 werden reeds tellingen georganiseerd voor diverse provinciale wegenplannen in Nederland om te onderzoeken hoe het Wegenvraagstuk voldoende opgelost kon worden. In 1925 wordt in het Primaire Wegenplan van de provincie Noord-Holland melding gemaakt van tellingen op Hemelvaartsdag op de zijtak van de Rijksweg Amsterdam – Naarden, de Hakkelaarsbrug richting het strand van Muiden en een telling op de Zaandijk. Deze tellingen werden in die tijd visueel uitgevoerd, dat wil zeggen, dat kantonniers zo maar ergens langs de weg, in weer en wind onafgebroken van 6 uur ’s ochtends tot 12 uur ’s nachts het verkeer stonden te tellen. Dit was niet echt een comfortabele manier van telling.

In de jaren 1950 werd gestart met meer systematische tellingen, vooral om een indruk te krijgen van de ontwikkeling van het verkeer. Nog steeds werd visueel geteld, maar nu was de zaak voor de waarnemers beter geregeld. Eerst verscheen het open telhuisje, waarna de gesloten telhuisjes in het straatbeeld verschenen, compleet met verwarming en verlichting.

In 1958 kwam een revolutionaire techniek op de markt, de tellus werd uitgevonden. Uitvinder hiervan was Maus Gatsonides, zelf fervent rallyrijder. In 1958 richtte hij het bedrijf Gatsonides op dat later bekend werd van de productie van vooral roodlichtcamera’s en flitspalen. De tellus maakte het tellen veel gemakkelijker. De tellus was in eerste instantie bedoeld om de snelheid te registeren – zodat Maus exact kon weten hoe hard zijn auto kon rijden – later werd deze ook gebruikt om de aanwezigheid van verkeer te meten – in het geval van Gatsonides om te weten wie als eerst over de finish reed.

Aan het eind van de jaren 1950 werden de mechanische tellingen door de uitvinding van Gatsonides zeer populair. Dat maakte het mogelijk voor weinig geld permanente telpunten in te richten. Veel wegbeheerders zijn daarom op grote schaal het aantal mechanische verkeerswaarnemingen uit gaan breiden. Deze apparaten konden veelal alleen maar het aantal voorbijrijdende voertuigen registreren, waardoor er voor ontbrekende informatie zoals de samenstelling en de herkomst en bestemming van het verkeer vaak nog visuele tellingen in werden gezet.

Later werd de kwaliteit van de mechanische tellingen danig verbeterd dat zij ook de samenstelling van het verkeer konden herkennen en automatisch het aantal voertuigen konden registreren.

Het tellen met rubberen telslangen bestaat al sinds de jaren 60, en de techniek is sindsdien niet bijzonder veranderd. Destijds was de installatie wel iets anders, zo werd er hoge druk in de slangen gespoten met een compressor, circa 6 atmosfeer. Tegenwoordig zijn de tellers dusdanig gevoelig dat dit niet meer noodzakelijk is. Destijds werd bij meerstrooks wegen ook wel een rubberen prop ter hoogte van de rijstrookscheiding geplaatst. Tegenwoordig kan dit met een simpele knoop in de telslang.[1]

Soorten tellingen

Er kan op diverse manieren geteld worden. Bij tellussen in het wegdek wordt de totale lengte van een voertuig geregistreerd, terwijl bij telslangen de aslengte wordt geregistreerd. Hier moet op gelet worden bij lengterapportages. Bij verkeersradars wordt ook de totale lengte van een voertuig geregistreerd. De meest voorkomende classificaties bestaan uit lichte voertuigen (zoals personenauto's, bestelbusjes en motoren), middelzware voertuigen (zoals grote bestelbussen, auto's met aanhangers, kleine bussen en kleine vrachtwagens). Onder zwaar verkeer wordt verstaan grote vrachtwagens, grote bussen en overige lange voertuigen zoals grote landbouwvoertuigen. Er zijn echter ook veel meer classificaties mogelijk, maar daarbij kunnen makkelijker verstoringen optreden zodat een geregistreerd voertuig net een klasse hoger of lager geregistreerd wordt. Doorgaans zijn de lichte, middelzware en zware classificaties voldoende. Daarnaast kunnen fietsers en bussen apart geregistreerd worden, alhoewel visuele tellingen hiervoor meer geschikt zijn.

Een visuele telling kan divers zijn, zoals het registreren van de afslaande en/of doorgaande verkeersstromen op kruispunten, afslagen, rotondes en andere aansluitingen, maar ook het registreren van bijzondere doelgroepen die uit reguliere classificaties meestal niet goed te halen zijn, zoals fietsers, motoren, landbouwverkeer en vrachtwagens naar firmanaam of land van herkomst.

Tellussen

Een verkeerstelling op de N348 bij Brummen.

Tellussen bestaan er in verschillende uitvoeringen en zijn gefreesd in of net onder de bovenste deklaag van het wegdek. Deze worden vooral toegepast op drukke wegen, zoals snelwegen, autowegen, belangrijke provinciale en grootstedelijke wegen. Een tellus registreert de volledige lengte van een voertuig, meestal in een klasse kleiner dan 5,2 meter, tussen 5,2 en 11,2 meter en groter dan 11,2 meter. Dit komt overeen met de classificatie licht, middelzwaar en zwaar. Tellussen worden geregistreerd via kastjes die meestal op een laag paaltje staan in de berm. Het is niet ongebruikelijk om deze tellers vanaf het kantoor uit te lezen door in te bellen op de telkast. Soms moeten deze tellers nog handmatig worden uitgelezen. Deze tellers worden niet zelden van energie voorzien via zonnepanelen, aangezien hiervoor dan geen aparte elektraleidingen te hoeven worden aangelegd. Dit is vooral handig op wegen waar een elektravoorziening door het ontbreken van bijvoorbeeld straatverlichting niet aanwezig is.

De tellus is vrijwel altijd een permanent telpunt die het hele jaar door telt. In het Engels heten deze een ATR, een Automated Traffic Recorder. Gezien de kosten van tellussen liggen deze niet in alle gebieden even dicht verspreid over het wegennetwerk, met name buiten de Randstad missen er nog veel belangrijke wegvakken zonder permanente tellocatie. Een tellus is zeker te prefereren boven mobiele tellers op wegen met 2x2 rijstroken daar op dit type wegen met telslangen gemakkelijk verstoringen en fouten kunnen optreden. Daarnaast is de levensduur van telslangen meestal niet geschikt voor erg drukke wegen.

Telslangen

Telslangen worden gebruikt voor mobiele tellers die op vrijwel alle locaties mogelijk zijn. Een telslang bestaat uit een holle rubberen slang waar op het moment dat er een voertuig overheen rijdt, een luchtpuls wordt gestuurd naar de telkast, die dit registreert. Met classifiers kunnen naast het aantal voertuigen ook lengte en snelheid worden geregistreerd. Bij de wat rustigere wegen met minder dan 3.000 voertuigen per etmaal kan voldaan worden met één telkast die beide richtingen tegelijk registreert. Bij meer dan 3.000 voertuigen per etmaal kan beter met twee telkasten worden gewerkt, één per wegkant zodat de kans op verstoringen wordt gereduceerd. Telslangen kunnen in principe op elk type wegdek worden toegepast, ook op klinkers en zelfs hard zand, alhoewel dat laatste niet aan te raden is in verband met het wegzakken van de wielen die de luchtpuls kunnen blokkeren. Doorgaans wordt er met twee slangen geteld die op één meter van elkaar liggen. Het is belangrijk dat dit vrij exact zo wordt geïnstalleerd daar hierdoor de lengte en snelheid zuiverder kan worden geregistreerd.

Deze tellers kunnen afhankelijk van de fabrikant op kantoor of ter plekke worden ingesteld, door middel van een aansluiting op de PC of via een handterminal. Gegevens als het aantal kanalen, snelheid en tijdsinterval en lengteclassificatie kunnen worden ingevoerd voor een juiste telling. Over het algemeen worden tellers die ter plekke kunnen worden ingesteld als handiger gezien, aangezien men dan geen (grote aantallen) tellers op kantoor aan een computer hoeft te koppelen. Mobiele tellers werken meestal op flinke batterijen of een accu. Bij normaal gebruik kan een accu minstens 3 weken meegaan. Wel geldt dat bij koud weer de accu's of batterijen sneller leeg gaan. Het plaatsen van tellers kan in principe door een enkele persoon gedaan worden.

Het plaatsen kan op doorgaans twee manieren: Met bevestigingsplaatjes op het wegdek, en met haringen. Met bevestigingsplaatjes is noodzakelijk bij wegen met stoepranden of andere verhoogde bermen aangezien de telslangen anders teveel boven het wegdek hangen, wat in principe nog niet een probleem hoeft te zijn voor de telling, maar schrikreacties kan opleveren bij weggebruikers. Haringen worden gebruikt op plekken waar het wegdek naadloos overgaat in een grasberm. Het bevestigen van bevestigingsplaatjes kost het meeste tijd daar spijkers in het wegdek geslagen moeten worden. Dit is vooral lastig op koud wegdek, oud wegdek, betonwegdek en tussen klinkers met te weinig voegruimte, doorgaans de nieuwere klinkerwegdekken. ZOAB en andere poreuze wegdekken lenen zich hiervoor het beste aangezien deze kleine holle uitsparingen hebben in het wegdek ten behoeve van afwatering en geluidsreductie. Wel moet men rekening houden met beschadigingen aan het wegdek door de wegwerkzaamheden daar het kan voorkomen dat bij het vastspijkeren grotere stukjes wegdek losraken.

De tellers moeten bevestigd worden met kettingen aan een vast object. Verkeersborden en lantaarnpalen worden hiervoor het meest gebruikt. Hectometerpaaltjes zijn hiervoor ongeschikt aangezien dit de tellers aantrekkelijk maakt voor diefstal en/of vernieling. Tevens moet men op de locatie letten; Is deze representatief, ligt hij niet in een bocht en kunnen/mogen er geen auto's op de slangen parkeren? Tevens is het onhandig om tellers voor uitritten of zelfs kruisingen te leggen aangezien een deel van het verkeer dan niet recht over de slangen rijdt, wat noodzakelijk is voor een zuivere registratie.

De uitlezing gebeurt meestal na een periode van minimaal 1 week, maar vaker 2 weken om de kans op verstoringen te verminderen. Dit gebeurt via een PC of laptop die aangesloten wordt op de teller. Sommige tellers kunnen ook via een tijdelijk opslagmedium worden uitgelezen. De techniek hiervan is oud, maar degelijk, aangezien de tellers in weer en wind staan en ook schokken te verduren kunnen krijgen waardoor de elektronica niet te gevoelig mag zijn. De telgegevens kunnen dan verwerkt worden met diverse typen software om te presenteren in rapporten of een database.

De telslangen kunnen enige overlast opleveren voor omwonenden daar het rijden van voertuigen over de telslangen enig geluid oplevert. Maar doorgaans wordt voor een periode van 1 of 2 weken geteld, zodat het extra ongemak slechts tijdelijk is. In sommige gevallen zijn telslangen onderwerp van vandalisme, wanneer slangen worden doorgesneden of de telkast wordt gesloopt. Telkasten zijn echter behoorlijk robuust en tegen enig vandalisme bestendig. De tellers worden doorgaans met een flinke ketting en een hangslot verzekerd aan een object. Over het algemeen is het aantal tellocaties dat tijdens de telperiode gesaboteerd wordt redelijk beperkt.

Verkeersradars

Een NDW-meetmast.

Een wat minder gebruikte optie om verkeer te tellen is de verkeersradar. Dit bestaat uit een kast of koffer met daarin een radar en een accu die aan een lantaarnpaal wordt opgehangen en zodoende het verkeer meet. Deze methode is niet altijd even nauwkeurig en problemen kunnen zich voordoen wanneer groepen fietsers als auto of zelfs vrachtwagen gezien worden. Het installeren van een verkeersradar moet behoorlijk nauwkeurig, de radar moet met een bepaalde hoek ten opzichte van de rijrichting worden opgehangen, waarna de radar ook met een bepaalde hoek op de weg gericht moet worden (een aantal graden naar beneden). Deze parameters zijn afhankelijk van de hoogte waarop de radar wordt opgehangen en de afstand tot de eerste en tweede rijstrook. Een enkele radar is alleen geschikt voor een weg met één rijbaan. Bij 2x2 rijstroken of een bredere middenberm moet gebruikgemaakt worden van meerdere radars. Radars kunnen op locatie worden ingesteld met een handcomputer en kunnen daarmee ook worden uitgelezen. Enkele typen radars werken op basis van Excelbestanden die een maximumgrootte hebben waardoor deze meestal niet worden gebruikt bij veel wegen, aangezien het belangrijk is dat ze worden opgehangen op wegen met vrijliggende fietspaden, de drukkere wegen dus, terwijl de capaciteit van de radar juist beperkt is vanwege het aantal regels in Excel (om en nabij de zestigduizend voertuigen). Dat aantal is op de wat drukkere wegen meestal al na 3 dagen behaald, waardoor deze methode ongeschikt is voor het tellen van langere periodes.

Een voordeel van de radar is dat ze minder gevoelig zijn voor vandalisme, aangezien ze meestal op minimaal 3 meter hoogte worden opgehangen, en daardoor onbereikbaar zijn voor de meeste vandalen. Men moet wel erg vastberaden zijn om de radar te slopen door een ladder mee te nemen naar locatie. Een ander voordeel ten opzichte van tellussen is dat de radar geen geluidsoverlast voor omwonenden veroorzaakt daar er geen fysiek contact is met het passerende verkeer. Daarnaast levert het plaatsen van een radar meestal geen overlast voor het verkeer op daar men in de berm werkt. Telslangen moeten uiteraard op enig moment op en over het wegdek bevestigd worden.

Verkeersregelinstallaties

Een laatste manier die gestaag in populariteit toeneemt is het tellen met behulp van verkeersregelinstallaties. Op zeer veel plaatsen in Nederland staan VRI's, circa 5500 stuks, dus er is altijd wel een VRI in de buurt die ingezet kan worden voor tellingen. Met de steeds verdergaande stand der techniek nemen ook de mogelijkheden bij VRI's toe. Tot voor kort was het een ware opgave om telgegevens uit een VRI te halen; Men moest een fabrikantafhankelijke code handmatig invullen in de geselecteerde VRI, waarbij onder meer de tellus gespecificeerd moest worden, het aantal bits, de starttijd en eindtijd, enz. Daarbij komt nog eens dat veel VRI's niet op afstand te beheren waren vanuit een centraal punt en de verkeersregeltechnicus op locatie de gegevens diende in te voeren. Als laatste punt kan nog vermeld worden dat veel VRI's niet geschikt waren om te tellen omdat de rekenkracht hiervoor te beperkt was.

De tijd heeft niet stilgestaan zoals gezegd. De rekenkracht van VRI's is de laatste jaren enorm toegenomen, mede door de vraag van wegbeheerders om steeds meer te kunnen doen met VRI's vanwege het sterk toegenomen verkeersaanbod. Was de VRI vroeger vooral een log apparaat dat stug zijn rondjes groen, geel en rood afwerkte, tegenwoordig wordt verwacht dat alle vormen van verkeer met zo min mogelijk verliestijd een VRI kunnen passeren, vaak ook nog met prioriteit voor één of meerdere doelgroepen. We kunnen bijna stellen dat elke seconde eruit geperst wordt.

VRI's worden steeds meer op afstand beheerd en steeds meer met continue verbindingen uitgerust waar men recent nog veelal inbelverbindingen gebruikte. De opkomst van het vrij beschikbare IVERA-protocol heeft er voor gezorgd dat de nieuwste VRI's en de centrales die hiermee verbonden zijn allemaal dezelfde 'taal' spreken waardoor een landelijke datacommunicatiestandaard aan het ontstaan is. Deze ontwikkeling heeft ervoor gezorgd dat software voor monitoring en statistische informatie in de vorm van de Kwaliteitscentrale bij steeds meer wegbeheerders breed wordt ingezet.

Voor de gegevensinwinning is de inductielus / detectielus en drukknop nog steeds het geijkte middel om intensiteiten te meten, zoals dit ook bij solitaire permanente of mobiele verkeerstellers het geval is. De detectielus heeft primair de functie het meten van de aanwezigheid van verkeer maar heeft vandaag de dag ook de mogelijkheid om tellingen te verrichten zonder dat de primaire functie in gevaar komt. Een kleine aanpassing in de detectieconfiguratiesoftware is hiervoor voldoende. Camera's, radar- en infraroodsignalen kunnen ook gebruikt worden voor gegevensinwinning, doch deze worden een stuk minder toegepast dan detectielussen.

Wanneer de VRI geschikt is (gemaakt) voor monitoring, wordt bij het inwinnen van gegevens lokaal een eerste bewerking uitgevoerd en worden alle 'events' (zoals gespecificeerd in het IVERA-protocol) lokaal opgeslagen. In het geval dat de Kwaliteitscentrale wordt ingezet, wordt vervolgens door de wegbeheerder gespecificeerd hoevaak de gegevens uitgelezen worden. Deze beheercentrale leest de gecomprimeerde gegevens in waarna de gegevens met voorafgedefinieerde algoritmen bewerkt wordt. De gegevens kunnen daarna automatisch of handmatig bewerkt worden.

Toepassingsgebieden van verkeerstellingen

Inzicht in verkeersbeeld

Verkeerstellingen zijn nodig om inzicht te krijgen in het verkeersbeeld, bijvoorbeeld bij onderzoeken waarbij gekeken wordt naar de weginrichting. Mocht de weg te druk of te rustig blijken, dan kan met de verkeersgegevens besloten worden om een reconstructie wel of niet door te voeren. Bij te hoge verkeersintensiteiten kan men kiezen om de route onaantrekkelijker te maken, of een alternatief te creëren. Maar het kan ook bijdragen aan de besluitvorming of er een rotonde, verkeerslichten of een gewone kruising moet komen. Daarnaast kan met telslangen gericht representatieve snelheidsmetingen (zonder consequenties voor het passerende verkeer) uitgevoerd worden. Dit speelt met name een rol op erftoegangswegen buiten de kom met een maximumsnelheid van 60 km/uur zonder een bijpassend wegbeeld, waar dus doorgaans (veel) te hard wordt gereden. Zodoende kan men een weg aanpassen door bijvoorbeeld drempels, plateaus of wegversmallingen toe te passen, of juist een weg met een hogere intensiteit te klassificeren als een gebiedsontsluitingsweg.

Bevestigen of ontkrachten van waarnemingen

Daarnaast zijn verkeerstellingen nodig om subjectieve waarnemingen te bevestigen of juist te ontkrachten. Een gemeente kan bijvoorbeeld klachten krijgen dat er te hard wordt gereden op bepaalde wegen. Dit is een subjectieve waarneming. De gemeente kan dan beslissen tot een verkeerstelling met snelheidsregistratie om dit beeld objectief te bevestigen of te ontkrachten waarna actie ondernomen kan worden om de weg of zijn omgeving aan te passen. Een ander voorbeeld is wanneer er klachten komen dat er teveel vrachtwagens rijden. Een telling kan dan kijken of dit daadwerkelijk het geval is, of dat men op basis van de functie van de weg een bepaald aandeel vrachtverkeer kan verwachten.

Waarneming ten behoeve van herkenning van sluipverkeer

Ook zijn er verkeerstellingen om te kijken of er sluipverkeer plaatsvindt. Dit kan door middel van een aantal verkeerstellers op een bepaalde route om te kijken of de verkeersintensiteit hoger is dan men mag verwachten op basis van de functie of het uiterlijk van de weg. Dit kan uitgebreid worden met een kentekenonderzoek die de daadwerkelijke verkeersstroom op representatieve tijden in kaart brengt. Een kentekenonderzoek is echter veel arbeidsintensiever dan een verkeerstelling, daar diverse waarnemers enkele tot vele uren langs de weg moeten staan en de (doorgaans eerste 4 karakters van) kentekens van passerende voertuigen moeten registreren. Daarnaast moet deze informatie juist verwerkt worden wat op basis van de omvang van het onderzoek, veel tijd en manuren in beslag kan nemen.

Ter ondersteuning van geluids- en luchtkwaliteitsonderzoek

Wellicht nog belangrijker zijn verkeersgegevens ten behoeve van akoestische en luchtkwaliteitsonderzoeken die bij bestemmingsplannen horen. Bijvoorbeeld wanneer iemand een huis wil bouwen langs een weg met een geluidszone moet hiervoor akoestisch onderzoek worden uitgevoerd wat bekijkt of de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden of niet. Hiervoor is de input van verkeersgegevens nodig, de intensiteit, de dag, avond en nachtuurpercentages en de verdeling van het verkeer over die perioden. Daarvoor moet ten minste één week worden geteld op een representatieve periode. Een representatieve periode is wanneer een normaal verkeersbeeld verwacht moet worden. Dit is buiten de bekende vakanties en feestdagen, en onder normale omstandigheden. Extreme weersomstandigheden of extra verkeer ten gevolge van ongevallen elders kunnen dit verstoren. Voor de uitvoerder van de verkeerstelling is het daarom belangrijk de situatie in de gaten te houden. Wanneer een bepaalde weg is afgesloten kan dit tijdelijk voor extra verkeer op andere wegen veroorzaken waardoor de verkeerstelling niet representatief is.

Soms wil men juist tellingen uitvoeren buiten de normaal representatieve periodes, bijvoorbeeld om recreatief verkeer te registreren in vakantieperiodes, of om de omvang van het fietsverkeer vast te stellen op bepaalde routes. Daarnaast kan het interessant zijn te kijken of verkeer bepaalde omleidingroutes volgt, om voor nieuwe omleidingen in de toekomst vast te stellen wat het verwachte verkeersbeeld is.

Voor overige verkeersonderzoeken

Een telling van verkeer staat meestal aan de basis voor andere verkeersonderzoeken. De verzamelde gegevens kunnen dan dienen als invoer voor verkeersmodellen of voor het doorrekenen van een kruispuntvariant in verkeersregeltechnische software.

Real-time regelen van verkeer

Het tellen van verkeer bij verkeersregelinstallaties heeft als doel het verkeer zo goed mogelijk te regelen op basis van de gekozen beleidsuitgangspunten. Dit kan op 3 verschillende manieren:

  1. Met verkeersregelingen op geïsoleerde kruispunten
  2. Met samenwerkende verkeersregelingen
  3. Met verkeersregelingen die op afstand worden geoptimaliseerd

Verkeersregelingen op geïsoleerde kruispunten

Halfstarre en voertuigafhankelijke verkeersregelingen maken niet actief gebruik van verkeerstellingen door de detectielussen en drukknoppen. Zij reageren enkel op de aanwezigheid van het verkeer. Verkeersafhankelijke verkeersregelingen maken wel actief gebruik van verkeerstellingen. Bij dit type verkeersafhankelijke regeling welke op geïsoleerde kruispunten aanwezig is, wordt met de telling gemeten het aantal voertuigen en eventueel de snelheid. Getracht wordt dan de verliestijden / wachttijden uit te rekenen voor alle (relevante) signaalgroepen. Met de interne processor wordt dan real-time uitgerekend wat de beste regeling is met de bijbehorende groentijden. Voorbeelden van deze regelingen zijn TOL/MOVA, de Adaptieve regeling en Green Logic/Fuzzy Logic.

Samenwerkende verkeersregelingen

Een relatief weinig gebruikte toepassing van verkeerstellingen bij verkeersregelinstallaties is de toepassing bij twee of meer samenwerkende verkeersregelingen. Hierbij telt de VRI het aantal voertuigen dat naar het volgende verkeerslicht rijdt en geeft dit door aan de stroomafwaarts gelegen VRI. De verkeerstellingen worden dan onderling uitgewisseld om het verkeer te optimaliseren in plaats van dat deze via een centraal computersysteem lopen. Een systeem dat op deze manier werkt is Marathon.

Verkeersregelingen die op afstand worden geoptimaliseerd

Verkeersregelinstallaties die tellen, geven de gegevens meestal door aan een centrale computer. Deze centrale computer kan op basis van de intensiteitsgegevens bepalen wat de laagste verliestijden op kruispuntniveau en op netwerkniveau zijn. Afhankelijk van de beleidsuitgangspunten bepaalt de computer dan hoe de lokale verkeersregelinstallaties geregeld moeten worden. Voorbeelden van systemen die op deze manier werken zijn SCOOT, HARS, Toptrac en UTOPIA-SPOT.

Monitoring

Een laatste toepassing van verkeerstellingen is het monitoren van verkeer met als doel het verzamelen van intensiteitsgegevens. Veel wegbeheerders hebben hiervoor permanente tellocaties ingericht. Een groot aantal wegbeheerders publiceren deze gegevens jaarlijks in een zogenaamd telrapport waarmee inzichtelijk gemaakt wordt wat de stijging of daling op elke beheerde weg is. Eens in de zoveel tijd wordt via nieuwsberichten dan kenbaar gemaakt hoe groot of hoe klein deze stijging of daling is geweest, zodat mensen tijdens verjaardagen en samenkomsten weer een nieuw gespreksonderwerp hebben. Ook zijn er mensen die als hobby de cijfers regelmatig controleren.

NDW

In 2009 is de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW) gestart. Dit is een samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de lagere wegbeheerders. Doel van het NDW is het aanbieden van één locatie waar alle meetgegevens samenkomen. In 2009 bevatte het NDW circa 25.000 km aan actuele informatie van de belangrijkste wegen in Nederland, waar vrijwel alle belangrijke wegen en dus ook de provinciale wegen in zijn opgenomen.

Bronnen, noten en referenties

  1. Verkeerstechniek 1968 nr 1 pag 32 - 34