Vluchtstrook

Uit Wegenwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
In Europa wordt een vluchthaven op bovenstaande manier aangeduid.

Een vluchtstrook (Vlaams: pechstrook) is een voor calamiteiten gereserveerd deel van de verhardingsbreedte. Een vluchtstrook is doorgaans iets smaller dan een rijstrook, en ligt rechts van de rijstroken. Bij een brede rijbaan (vanaf ca. 4 rijstroken) is er soms een vluchtstrook links van de rijstroken te vinden.

De vluchtstrook mag door het normale verkeer alleen worden gebruikt als een mankement aan het voertuig doorrijden onmogelijk of gevaarlijk maakt. Hulpdiensten maken van de vluchtstrook gebruik om langs een file te rijden, bijvoorbeeld om de oorzaak van de file te kunnen bereiken en verhelpen. De vluchtstrook wordt daarom soms ook levensader genoemd.

Een vluchtstrook die bij drukte kan worden opengesteld als rijstrook, heet een spitsstrook. RVV-Bebording geeft aan of de spitsstrook open (rijstrook) of dicht (vluchtstrook) is, ondersteund met een groene pijl of een rood kruis op de verkeerssignalering.

Breedte

In de AGR is opgenomen dat een vluchtstrook minimaal 2,5 meter breed moet zijn, met 3,0 meter bij een hoog aandeel vrachtverkeer.[1]

In de ROA is opgenomen dat een vluchtstrook 3,7 meter breed is (3,5 meter en 0,2 meter kantstreep).[2] In Nederland wordt bovendien gesteld dat de vluchtstrook de mogelijkheid moet bieden tot het uitvoeren van werkzaamheden op de vluchtstrook op 1,10 m afstand van de rijstrook (binnenkant kantstreep), waarbij er een maatgevend (werk)voertuig met een breedte van 2,60 m op de vluchtstrook kan staan. De reden hiervoor is dat bij onderhoud of pechgevallen de rijstrook naast de vluchtstrook niet hoeft te worden afgekruist.

Wanneer op een rijbaan met vluchtstrook meer verhardingsbreedte wordt aangebracht dan nodig is volgens de standaardmaatvoering, bijvoorbeeld wanneer een 4-0-inrichting gewenst is, wordt dit toebedeeld aan de vluchtstrook. Voor een 4+0 inrichting is een verhardingsbreedte van 11,80 m benodigd bij 70 km/h, wat neerkomt op een vluchtstrookbreedte van 3,80 m. Bij 90 km/h is een verhardingsbreedte van 13,60 m benodigd, wat neerkomt op een vluchtstrookbreedte van 5,60 m.

Waar geen vluchtstrook is, kunnen vluchthavens worden toegepast voor stilgevallen voertuigen; bijvoorbeeld bij spitsstroken. In de AGR is opgenomen dat vluchthavens minimaal 2,5 meter breed moeten zijn.

Vluchtstroken in knooppunten en aansluitingen

In Nederland worden omwille van verkeersveiligheid en robuustheid ook vluchtstroken toegepast op verbindingswegen van knooppunten en aansluitingen. Dit is niet in alle landen gebruikelijk, bijvoorbeeld in Duitsland worden vluchtstroken in de regel niet toegepast bij verbindingswegen en vaak ook niet ter plaatse van in- en uitvoegstroken. Dit heeft als nadeel dat het wegontwerp minder vergevingsgezind is (bij uitwijken komt men sneller tegen de geleiderail aan), eveneens is de flexibiliteit lager. In Duitsland komt het veelvuldig voor dat verbindingswegen afgesloten moeten worden voor werkzaamheden aan de geleiderails, in de berm (groenonderhoud) of asfalteringswerkzaamheden.

Linker vluchtstrook

In Nederland werd in het verleden een linker vluchtstrook aanbevolen op rijbanen met 4 of meer rijstroken in één richting. Hiermee hoeven voertuigen met pech niet de hele rijbaan over te steken om de vluchtstrook te bereiken. In Nederland zijn in het verleden linker vluchtstroken toegepast op de A4 tussen Burgerveen en Hoofddorp, gedeeltelijk de A12 bij Woerden en tussen Lunetten en Bunnik, de A15 tussen het Vaanplein en het knooppunt Ridderkerk, de A16 ter hoogte van Ridderkerk en de A27 bij Utrecht.

Enkele van deze linker vluchtstroken zijn later extra rijstroken geworden. Bij verbredingen na circa 2007 zijn linker vluchtstroken grotendeels niet meer opgenomen in het wegontwerp van brede rijbanen, met uitzondering van de A2 tussen Utrecht en Amsterdam. Op de A4 tussen Leidschendam en Burgerveen zijn deels linker vluchtstroken aanwezig als ruimtereservering.

In de Verenigde Staten zijn linker vluchtstroken een standaard ontwerpelement op rijbanen met 3 of meer rijstroken per richting. Echter wanneer er gebrek aan ruimte is wordt deze vaak weggelaten of omgevormd tot een extra rijstrook, veelal in stedelijke gebieden. In Los Angeles hadden oorspronkelijk bijna alle snelwegen uit de jaren 60-70 een dwarsprofiel van 4 rijstroken en een linker vluchtstrook. Vanaf de jaren '80 is die linker vluchtstrook op grote schaal omgevormd tot HOV lane (carpoolstrook). Hierdoor zijn in Los Angeles veel snelwegen uitgebreid van 4 naar 5 rijstroken per richting zonder de weg fysiek te verbreden.

In andere talen

  • Deens (Dansk): nødspor
  • Duits (Deutsch): Standspur, Seitenstreife
  • Engels (English): hard shoulder, emergency lane
  • Frans (Français): bande d'arrêt d'urgence, ralentisseur
  • Pools (Polski): pas awaryjny, utwardzone pobocze
  • Vlaams: pechstrook
  • Zweeds (Svenska): vägren

Referenties