Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Warvw, in de volksmond: Tunnelwet) is een wet die veiligheidszaken omtrent verkeerstunnels die gebruikt worden door gemotoriseerd verkeer regelt. De definitie van een tunnel in de zin van deze wet is een tunnel met een gesloten deel van 250 meter of langer. De wet is op 11 mei 2006 in werking getreden[1]. In 2010 constateerde de Minister van Infrastructuur en Milieu dat de wet- en regelgeving voor tunnelveiligheid ruimte liet voor verschillende interpretaties over het benodigde veiligheidsniveau en de wijze waarop hieraan voldaan moet worden. Er werd daarom een wetvoorstel ingediend en een tunnelstandaard opgesteld. Op 11 juni 2013 stemde de Eerste Kamer in met de wijziging van de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels en op 1 juli 2013 trad de aangepaste Wet in werking.[2]

Inhoud van de Wet

De Warvw regelt voornamelijk zaken rondom het beheer van de tunnel inzake veiligheid.

Bij elke tunnel is sprake van één tunnelbeheerder (de wegbeheerder) en één veiligheidsbeamte (aangesteld door de tunnelbeheerder).

Verder moet voor elke tunnel een tunnelveiligheidsplan worden opgesteld. Dit tunnelveiligheidsplan is ook noodzakelijk voor tunnels die uitsluitend gebruikt worden door niet-gemotoriseerd wegverkeer (zoals spoortunnels). Dit veiligheidsplan moet goed gekeurd worden door middel van een vergunning van het bevoegd college van burgemeesters en wethouders, dit is de gemeente waarin de tunnel is gelegen. Het is verboden een tunnel open te stellen zonder deze vergunning, of het in gebruik hebben van een tunnel in afwijking van het veiligheidsbeheerplan. Minimaal elke zes jaar moet dit plan opnieuw beoordeeld worden.

Europese Richtlijn

De wet geeft invulling aan de Europese Tunnelrichtlijn. Deze richtlijn geldt voor tunnels met een lengte van minimaal 500 meter. Nederland heeft besloten op onderdelen striktere regels te stellen dan in de richtlijn. Zo is de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels ook van kracht voor tunnels die niet onder het trans-Europese wegennet in Nederland vallen, maar voor alle wegtunnels, ook tunnels met een lengte tussen 250 en 500 meter. Een andere afwijking is dat in Nederland is besloten dat er (in beginsel) éénrichtingsverkeer in tunnels moet zijn, waar in de Europese richtlijn is bepaald dat tweerichtingverkeer is toegestaan indien de intensiteit lager is dan 20.000 mvt/etmaal.

Tegenverkeer bij werkzaamheden in een tunnel, zoals hier in de Schipholtunnel in 1987, is tegenwoordig in beginsel niet meer toegestaan.
Tegenverkeer in de Beneluxtunnel in 1987.

Nadere uitwerking

De Warvw is een vrij algemene wet waarin met name de hoofdpunten van de regelgeving zijn opgenomen. De specifieke details zijn opgenomen in lagere regelgeving. Tot 2015 betrof dit met name het Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Barvw) waarin specifieker op de veiligheids- en ontwerpeisen werd ingegaan. Dit besluit is ingetrokken.

Inmiddels zijn nadere regels opgenomen in hoofdstuk 2 van het Bouwbesluit 2012 en daar binnen met name in afdeling 2.17 'Aanvullende regels tunnelveiligheid'. Feitelijk betreft dit overigens slechts 3 artikelen, artikel 2.134 tot en met 2.136. Daarnaast is in artikel 6.45 nog een bepaling opgenomen over Verkeerstechnische aspecten van een tunnelbuis. In dit laatste artikel is met name bepaald dat In een wegtunnelbuis in beginsel geen tweerichtingsverkeer is toegestaan. Dit is alleen toegestaan indien is aangetoond dat eenrichtingsverkeer in verband met fysieke, geografische of verkeerstechnische omstandigheden niet mogelijk is en het tweerichtingsverkeer met voldoende veiligheidswaarborgen is omgeven. Een voorbeeld van een dergelijke situatie is de Abdijtunnel bij Schiphol die alleen in gebruik is bij lijnbussen en waarvoor geldt dat er een bepaalde afstand tussen twee lijnbussen die dezelfde richting op gaan moet zitten. Een ander voorbeeld is de Maasboulevardtunnel in Maastricht

Verder is er nog de door de Minister afgegeven Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Rarvw). In deze Regeling zijn bepaalde regels die in de Warvw zijn bepaald nader geconcretiseerd. Zo staat in de Regeling specifiek welke informatie tenminste in het tunnelveiligheidsplan en in het veiligheidsbeheerplan moeten zijn opgenomen en welke informatie in de vergunning moeten worden vermeld. Verder wordt ingegaan op de rapportages die tunnelbeheerder en veiligheidsbeambte moeten opstellen en is aangegeven welke veiligheidsmaatregelen tenminste in een tunnel moeten zijn doorgevoerd en aan welke normen deze dienen te voldoen.

Tunnelontwerp

In het ontwerp wordt vastgelegd dat de rijbaan voor de tunnelbuis altijd hetzelfde aantal rijstroken heeft als in de tunnelbuis. Dit betekent dat het verminderen en vergroten van het aantal rijstroken voor de tunnel altijd op de minimale turbulentieafstand moet plaatsvinden. Hierdoor zijn aansluitingen vlak voor de tunnelbuis niet mogelijk.

In de Europese Tunnelrichtlijn wordt vastgesteld dat een rijbaan binnen en buiten een tunnel eenzelfde aantal rijstroken telt. Het verminderen of vergroten van het aantal rijstroken is dus in de tunnelbuis niet mogelijk. Hierdoor zijn aansluitingen in de tunnel helemaal niet mogelijk. Als het aantal rijstroken verandert moet dit op voldoende afstand tot het tunnelportaal gebeuren, namelijk de afstand die een voertuig bij de toegestane maximumsnelheid in 10 seconden aflegt. In afwijking hiervan gelden voor uitvoegers, invoegers en splitsingen bij zinktunnels (dus tunnels met een helling), grotere afstanden.[3]

Referenties