Continuïteitsbeginsel

Uit Wegenwiki
Versie door Pino (overleg | bijdragen) op 21 jan 2008 om 13:38 (Nieuwe pagina: == Omschrijving == Het '''continuïteitsbeginsel''' is een belangrijk beginsel in de bewegwijzering. Het beginsel geeft, in zijn meest strikte vorm, de regel dat een eenmaal op de...)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Omschrijving

Het continuïteitsbeginsel is een belangrijk beginsel in de bewegwijzering. Het beginsel geeft, in zijn meest strikte vorm, de regel dat een eenmaal op de bewegwijzering verschenen doel ook op de borden moet blijven staan totdat men dat doel heeft bereikt.

Het continuïteitsbeginsel wordt als vrij essentieel in de bewegwijzering gezien. Om aan de hand van wegwijzers goed de juiste route te kunnen vinden, is het van belang dat daarop steeds dezelfde doelen terugkomen. Een weggebruiker die zich eenmaal op doel X is gaan richten, verwacht doel X ook steeds terug op de borden. Wordt dezelfde richting ineens gesymboliseerd door doel Y, dan ontstaat verwarring. Die verwarring kan niet alleen leiden tot het nemen van de verkeerde weg, maar ook tot gevaarlijke verkeerssituaties.

Nederland past het continuïteitsbeginsel vrij strikt toe. Een eenmaal op de wegwijzers verschenen doel moet daadwerkelijk continu worden gehouden (d.w.z. het moet op de borden blijven terugkomen). Een uitzondering daarop is alleen mogelijk, wanneer wordt gewerkt met via-borden, oftewel met verwijzingen dat men voor doel X voorlopig Y moet blijven volgen.

Kritiek en afgezwakte vormen

Een kritiekpunt op het continuïteitsbeginsel is dat het beginsel impliciet voorschrijft dat in iedere situatie dezelfde doelen op de borden komen. Dat geldt in ieder geval voor de doorgaande richting. Als op afrit 1 wordt gekozen voor de doelen A en B voor de doorgaande richting, moeten deze immers dwingend ook op afrit 2 terugkomen -hetzij voor de doorgaande richting, hetzij voor de afrit zelf. Het is de vraag of het wel wenselijk is dat in iedere situatie dezelfde doelen terugkomen.

Dat geldt met name bij knooppunten of bij kruisingen tussen grote doorgaande wegen in het algemeen. Waar twee grote doorgaande routes elkaar kruisen, zal het verkeer zich in vrij sterke mate verdelen. Grote routes naar de verschillende landsdelen (en op internationale routes naar de delen van de verschillende buitenlanden) splitsen zich. Voor weggebruikers is er een significante keuze te maken. In een dergelijke situatie kan men er dan ook voor kiezen om wat meer doelen op lange afstand en/of voor doorgaand verkeer op de borden te zetten. Het continuïteitsbeginsel dwingt er echter toe dat die doorgaande doelen dan ook op ieder volgend rechtdoorbord moeten worden neergezet, terwijl zich bij een reguliere afrit de situatie van een significante keuze tussen grote doorgaande richtingen helemaal niet voordoet en er dus ook veel minder noodzaak bestaat om de bij een knooppunt aan te geven grote doorgaande doelen op de borden te zetten. Sterker nog, niemand op weg naar een groot doel op afstand zal op het idee komen dat hij hiervoor zomaar een afrit in de provincie moet hebben. Wie op weg is naar Amsterdam, zal niet bij het dorp Heeze op het idee komen de A2 te verlaten.

Als voorbeeld van dit probleem kan de Franse A26 worden genoemd. Deze route leidt van Calais naar Troyes. Zij biedt vanaf Lille een alternatieve route naar Lyon en het zuid-oosten van Frankrijk waarmee de stad Parijs en een gedeelte van de drukke A6 worden vermeden. Om die reden staat op het knooppunt tussen de A1 en de A26 ten zuiden van de stad Lille een verwijzing naar Lyon opgenomen voor de kruisende richting; duidelijk met als doel het verkeer naar Lyon en verder via de A26 te leiden. Die keuze is op zich logisch. Gevolg van het continuïteitsbeginsel -zoals dat in Frankrijk wordt toegepast- is echter dat op alle afritten ná dat knooppunt ook Lyon als rechtdoordoel moet worden aangegeven. En dat terwijl niemand op weg naar Lyon erover zal denken om zomaar een afrit te nemen.

In Duitsland wordt die problematiek aldus opgelost doordat de keuze van doelen op knooppunten afwijkt van die van reguliere afritten. Op knooppunten worden doorgaande doelen aangegeven, bij reguliere afritten beperkt men zich tot de naam van de volgende afrit als rechtdoordoel. Praktische oplossing, maar een afzwakking van het continuïteitsbeginsel.

Een andere mogelijke afzwakking van het continuïteitsbeginsel zijn afstandsborden. Deze worden in veel landen gebruikt met als doel juist wat extra doelen te geven die niet op de reguliere wegwijzers terugkomen. Zou men het continuïteitsbeginsel echter strikt toepassen, dan moeten de eenmaal op een afstandsbord aangegeven doelen meteen ook op de daaropvolgende richtinggevende borden terugkomen. Op die manier zou het dus onmogelijk zijn om afstandsborden te gebruiken om die paar extra doelen te geven. Veel landen passen daarom het continuïteitsbeginsel zo toe dat doelen op de afstandsborden niet hoeven terug te komen op de daaropvolgende richtinggevende borden. Een van die landen is wederom Duitsland.

Tenslotte kan ook het Italiaanse systeem nog worden genoemd. In Italië wordt bij iedere afrit of kruising één doel per richting aangegeven. Dat doel wordt ook continu gehouden. Bij iedere afrit en ook bij veel kruisingen ziet men echter ook nog een extra wegwijzer staan waarop nog additionele doelen staan vermeld die men via de kruisende route kan bereiken. Die additionele doelen worden na de kruising echter niet continu gehouden. Ze worden beschouwd als zijnde van ondergeschikt belang en staan er meer ter eenmalige informatie. Op de doelen in kwestie kan men zich als weggebruiker echter niet gaan focussen, omdat men nou eenmaal niet weet of en wanneer ze nog eens terugkomen in de bewegwijzering.

Ook in Frankrijk staan bij afritten op autosnelwegen wel verwijzingen naar dit soort additionele doelen, die na de afrit echter niet noodzakelijkerwijs op de bewegwijzering terugkomen.