Geluidscherm

Uit Wegenwiki
Versie door Aswnl (overleg | bijdragen) op 15 feb 2021 om 23:00
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het geluidscherm langs de A2 bij Maarssenbroek.
Het knooppunt Kethelplein heeft ongebruikelijk veel geluidschermen.

Een geluidscherm is een scherm dat wegverkeerslawaai reduceert. Schermen zijn er in alle soorten en maten en worden specifiek op maat gemaakt om aan de normen van de Wet geluidhinder te voldoen.

Vormgeving

Geluidschermen kunnen 1 tot meer dan 10 meter hoog zijn en staan meestal in de zijberm, alhoewel middenbermschermen incidenteel ook toegepast worden. Geluidsschermen zijn effectiever dan geluidswallen, omdat ze recht omhoog staan. Bij geluidschermen kan wel reflectie van het geluid optreden, maar in de praktijk blijkt dat dit erger wordt ervaren dan het feitelijk is. Geluidschermen kunnen hard of absorberend zijn. Veelal geldt dat hoe dichter een geluidscherm op de weg staat, hoe effectiever hij is, maar er moet wel rekening worden gehouden met de obstakelvrije zone. Grote geluidschermen hebben vaak een vluchtdeur.

Hoge geluidschermen zijn onder meer;

  • A2 geluidscherm Maarssenbroek: 12 meter.
  • A10 geluidscherm Diemen: 10 meter.
  • A15 geluidscherm Portland: 13 meter.
  • A16 geluidscherm Dordrecht: 10 meter.
  • A28 geluidscherm Amersfoort-Schuilenburg: 11 meter.

Bijzondere geluidschermen

Bij het afschermen van hoge geluidsgevoelige bestemmingen zoals flats is een standaard geluidscherm soms niet afdoende. Daardoor zijn soms halfoverkappingen noodzakelijk, de bekendste daarvan is de luifel van Zeist.

Een verdiepte ligging heeft vaak hetzelfde of een groter effect als een geluidscherm. Bijzondere vormen van geluidswerende maatregelen zijn landtunnels. Bij sommige nieuwe woonwijken langs drukke wegen worden woningen als geluidscherm gerealiseerd. Deze eerstelijns bebouwing hebben dan een dove gevel en functioneren als geluidscherm voor achterliggende bebouwing.

Geschiedenis

Geluidschermen langs de B189 in Magdeburg.

Oorspronkelijk werden geen geluidschermen geplaatst langs wegen en spoorwegen. In 1975 werden op drie locaties in Nederland een proef gehouden om te kijken wat de effectiviteit van geluidschermen is. Het eerste geluidscherm werd in dat jaar langs de A13 in Overschie geplaatst, en later dat jaar langs de A10-west en de A16 bij Zwijndrecht. In 1979 werd de Wet geluidhinder van kracht, waardoor voor wegen die vanaf 1981 worden aangelegd of gereconstrueerd geluidsmaatregelen mogelijk noodzakelijk zijn.

Later werden geluidschermen professioneler en grootschaliger. In 1985 werd de luifel van Zeist gebouwd. In 1996 werd een grote geluidwerende voorziening langs de A16 bij Dordrecht gebouwd. Na 2000 werden landtunnels vaker toegepast. Eén van de eerste hiervan is de HSL-tunnel Groene Hart, een 7 kilometer lange boortunnel, ook wel de "koeientunnel" genoemd. In 2007 openden de Swalmentunnel en de Roertunnel in de A73, ook voorbeelden van bovenwettelijke maatregelen tegen geluid. In 2012 opende de Leidsche Rijntunnel voor het verkeer.

Wetgeving

Twee flats langs de A10-west, die reeds gebouwd waren toen de A10-west werd aangelegd.

Een geluidscherm wordt toegepast wanneer de geluidsbelasting niet via conventionele middelen zoals ZOAB kan worden teruggebracht. Een geluidscherm wordt echter niet overal toegepast, de investering voor een geluidscherm moet doelmatig zijn. Zo kan het goedkoper zijn om een woning te isoleren en van dove gevels te voorzien dan om een groot geluidscherm te realiseren.

Veel snelwegen in Nederland zijn voor de Wet geluidhinder van 1979 gerealiseerd en hebben vaak geen afscherming van woningen, tenzij de weg sinds die tijd is gereconstrueerd. Omdat de weg in die tijd niet is aangepast, maar het verkeer soms significant is toegenomen is het geluidsniveau hoger dan tijdens de oorspronkelijke realisatie van de weg. Er was geen wetgeving die hier eisen aan stelde, maar in 2012 zijn geluidproductieplafonds ingevoerd, zodat de geluidbelasting langs rijkswegen niet onbeperkt kan toenemen.

Bovenwettelijke maatregelen

Soms worden in een bestuurlijk akkoord tussen rijk en regio bovenwettelijke maatregelen vastgesteld. Een bovenwettelijke maatregel is bijvoorbeeld een landtunnel, maar ook een zogenaamd "stand-stillprincipe", waarbij het geluidsniveau niet mag toenemen. Volgens de Wet geluidhinder is er pas sprake van een reconstructie (en derhalve geluidswerende maatregelen) bij een toename van meer dan 1,5 dB. Door een stand-stillprincipe zijn meer geluidswerende maatregelen nodig dan wettelijk noodzakelijk is. De kosten van deze bovenwettelijke maatregelen worden vaak (deels) op de regio verhaald. In recente jaren is het toepassen van bovenwettelijke maatregelen sterk toegenomen, wat extra kosten voor de belastingbetaler met zich meebrengt.

Railverkeerslawaai

Railverkeer veroorzaakt aanzienlijk hogere geluidsemissies dan verkeer op autosnelwegen, omdat bronmaatregelen minder effectief zijn. Een bijkomend nadeel is dat spoorwegen dwars door woongebieden lopen, waardoor relatief veel mensen geluidsoverlast ondervinden van spoorwegen. Het is ondoenlijk om hier geluidswerende maatregelen te treffen, om aan de grenswaarden te voldoen zouden de meeste spoorcorridors moeten worden omgeven door zeer hoge geluidschermen. Daardoor is in de wet vastgelegd dat railverkeer significant hogere geluidsbelastingen dan wegverkeer mag veroorzaken op woningen. De voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai ligt op 55 dB, vergeleken met 48 dB voor wegverkeer. Ook zijn substantieel hogere grenswaardes mogelijk bij railverkeerslawaai, waardoor niet zo snel geluidschermen langs spoorwegen worden gerealiseerd. Regelmatig leidt dit tot maatschappelijke discussies gezien de geluidsoverlast van treinen. Wel wordt getracht stiller materieel in te zetten en raildempers toe te passen, maar de kosten hiervan liggen erg hoog.

In andere talen

  • Duits (Deutsch): Lärmschützwall
  • Engels (English): noise barrier
  • Frans (Français): murs anti-bruit

Referenties