Gladheidmeldsysteem

Een gladheidmeldsysteem ook wel afgekort als GMS, is een elektronisch systeem om gladheid te detecteren. In Nederland is er sprake van een landelijk GMS, waarbij meetresultaten van meetpunten op gemeentelijke, provinciale en rijkswegen gebundeld worden verzameld. Het systeem wordt door wegbeheerders gebruikt om meestal in combinatie met gegevens van een meteorologische dienst te bepalen of er al dan niet gestrooid moet worden. In Nederland waren in 2020 330 gladheidmeldsystemen in werking langs de rijkswegen en provinciale wegen, waarvan 230 van Rijkswaterstaat en 100 van de provincies.

Wegkantsysteem Meetpunt

 
Wegdeksensoren in de A50 op de Tacitusbrug (Waalbrug bij Ewijk).

Een wegkantsysteem van een meetpunt bestaat over het algemeen uit een aantal sensoren om te kunnen bepalen of er sprake is van gladheid[1]:

  • Wegdeksensor; Meet temperatuur van het wegdek, de geleidbaarheid van het wegdek en een temperatuur op verschillende dieptes in het wegdek.
  • Weerhut; Aparte kast welke sensoren bevat voor het meten van luchttemperatuur, luchtvochtigheid en neerslag.
  • Windmeter (optioneel); Sensor welke bepaald wat de snelheid van de wind is en de windrichting.
  • Zichtcamera (optioneel); Sensor om te bepalen hoeveel zicht er is.

Via een onderstation zijn de sensoren gekoppeld aan het GMS en wordt de data beschikbaar gesteld aan het landelijke GMS.

Eisen aan GMS meetstations

  • wegdeksensor: Meetbereik: -30 °C tot +60 °C, Nauwkeurigheid: 0,1 °C, Betrouwbaarheid: ± 0,2 °C (bereik van -15 °C tot +10 °C)
  • wegdeksensor met de mogelijkheid om de ondergrond te meten: Meetbereik: -25 °C tot +60 °C, Nauwkeurigheid: 0,1 °C, Betrouwbaarheid: ± 0,3 °C (bereik van -15 °C tot +10 °C)

Zie ook

Referenties