Secundair wegenplan

Uit Wegenwiki
Versie door Mavas (overleg | bijdragen) op 14 feb 2009 om 18:29 (1e aanzet)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een secundair wegenplan was een provinciaal wegenplan dat binnen circa twee jaar na het verschijnen van een rijkswegenplan opgesteld diende te worden. De eerste secundaire wegenplannen verschenen in 1927 vanwege het opstellen van de wegenbelastingswet en het verschijnen van het eerste rijkswegenplan, en werden beeindigd in 1993 door de herverdeling van het wegenbeheer, de zogenaamde Wet Brokx Droog. Daarna werd overgegaan op een indeling in N-wegen met twee categorien: Een categorie N-wegen met nummers tussen 175 en 400 en een categorie N-wegen met nummers tussen 400 en 999.

Geschiedenis

Veel provincies in Nederland ontvouwden in de jaren 20 van de 20e eeuw plannen om doorgaande wegen aan te leggen vanwege de vele problemen die er ontstonden in het wegverkeer buiten de bebouwde kom. Het was in die tijd een hele opgave om je te verplaatsen met een gemotoriseerd voertuig. De vele veren, tolgelden, smalle en slechtverharde wegen waren een doorn in het oog voor velen. Het rijk beheerde een rijkswegennet dat in die tijd nog niet samenhangend was. De provincies vonden het los van elkaar benodigd dat er ook goede wegen tussen belangrijke provinciale centra, met rijkswegen en met andere provinciale wegbeheerders moesten komen. De provinciale wegennetten die hieruit moesten ontstaan zouden in veel gevallen met provinciale belastingen moeten worden bekostigd. Zo kon elke provincie zijn eigen provinciale net aanleggen.

In 1927 verscheen het eerste rijkswegenplan. Voor de aanleg van wegen werd daartoe de Wegenbelastingswet ingevoerd waarvoor van elke houder per soort vervoermiddel een vaste jaarlijkse bijdrage werd geind. De wegenbelasting die door de provincies werd geind kon dus niet meer gebruikt worden en daarvoor werd er in de wegenbelastingswet opgenomen dat de provincies een deel van de gelden zouden ontvangen afhankelijk van de oppervlakte van de provincie. Elke provincie diende te zorgen voor een evenwichtige verdeling van de gelden tussen de overige wegbeheerders.

De provinciale wegenplannen die vanaf dat moment verschenen waren dus anders van opzet dan de meeste provinciale wegenplannen van voor 1927 en die bedoeld waren voor de aanleg van provinciale wegen. Enkele provinciale wegenplannen heetten lange tijd primaire wegenplannen. In deze wegenplannen werd de aanleg en verbetering van het eigen wegennet aangeduid, terwijl in de provinciale wegenplannen die verschenen in het kader van de wegenbelastingswet, de verdeling van de gelden werd aangegeven. Dit is een wezenlijk verschil. In het laatste geval werd alleen aangegeven wat de belangrijke wegen waren, maar wie de wegbeheerder was maakte niet zoveel uit.

Secundaire wegen per provincie

1