Verkanting

Uit Wegenwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De verkanting is een dwarshelling die tot doel heeft om uitgaande van een bepaalde ontwerpsnelheid voor voertuigen in een bocht de middelvliedende kracht te compenseren. Op deze wijze wordt voorkomen dat voertuigen 'uit de bocht vliegen'. Het komt bovendien het rijcomfort voor de inzittenden van het voertuig ten goede.

Een tweede doel van de verkanting is het verzekeren van een goede afwatering.

Soorten verkanting

Verkanting komt in twee vormen voor, te weten positieve verkanting en negatieve verkanting.

  • Positieve verkanting: de lange zijde van een boogstraal ligt hoger dan de korte zijde
  • Negatieve verkanting: de lange zijde van een boogstraal ligt lager dan de korte zijde

De helling van de verkanting wordt ook wel afschot genoemd. Een verkanting ligt op één oor als de volledige rijbaan één kant op helt. Dit wordt met name toegepast in cirkelbogen, maar er zijn ook voorbeelden bekend waarbij rechtstanden uitgevoerd zijn met een ligging op één oor, maar gebruikelijker is het om op rechtstanden dakprofielen toe te passen.

Bij cirkelbogen wordt meestal een ligging op één oor toegepast met positieve verkanting zoals in klaverbladlussen.

Negatieve verkanting komt met name voor op rotondes en bij toepassing van zeer lange horizontale boogstralen zoals op rijbanen van autosnelwegen. Een toepassing van negatieve verkanting met een zeer lange horizontale boogstraal is te vinden op de driestrooksweg N50 tussen Zwolle en Kampen.

Maatvoering verkanting

Erftoegangswegen

Het aanbrengen van verkanting werkt snelheidsverhogend en wordt daarom op erftoegangswegen niet toegepast. Voor afwatering op erftoegangswegen wordt wel gezorgd door middel van een (afgerond) dakprofiel voor wegtype I, en een dakprofiel voor wegtype II. De dwarshelling bedraagt 1:40 bij een verharding van asfaltbeton en 1:30 bij een verharding van bestratingen. Erftoegangswegen smaller dan 4,50 meter mogen op één oor worden gelegd.

Gebiedsontsluitingswegen

In de horizontale rechtstand bedraagt de verkanting standaard 2,5% ten behoeve van een goede waterafvoer. Het wegoppervlak ligt normaliter in een dakprofiel. In bogen wordt afhankelijk van de boogstraal het dakprofiel omgezet in één hellend vlak (weg op één oor).

Om de continuïteit van het wegbeeld te bevorderen, wordt bij de ontwerpsnelheid aan een krappe boog een evenredig grote verkanting gegeven. Door de evenredigheid tussen boogstraal en verkanting wordt de inschatting van de boog ondersteund. De maximale verkanting bedraagt 5%. In uitzonderingsgevallen kan deze worden vergroot tot 7% om de boog beter zichtbaar te maken. In combinatie met de verticale helling mag geen grotere ruimtelijke helling optreden dan 7 tot 9%.

Een negatieve verkanting biedt geen compensatie aan de middelpuntvliegende kracht en kan dus alleen in ruime horizontale bogen worden toegepast. De maximale negatieve verkanting bedraagt –2,5% in verband met de afwatering.

Stroomwegen

De verkanting in het dwarsprofiel op regionale stroomwegen is afhankelijk van de boogstraal. Voor een goede afwatering is er een verkanting van minimaal 2,5 % nodig. In ruime horizontale bogen, meer dan 2000 meter bij 90 km/h, kan er bij een linksdraaiende boog negatieve verkanting toegepast worden. In krappe horizontale bogen wordt een positieve verkanting toegepast. De toegepaste verkanting wordt bepaald aan de hand van comfort, waterafvoer en wegbeeld.

Autosnelwegen

De verkanting in het dwarsprofiel op autosnelwegen is afhankelijk van de boogstraal. Voor een goede afwatering is er een verkanting van minimaal 2,5% nodig. In ruime horizontale bogen, kan er bij een linksdraaiende boog negatieve verkanting toegepast worden. In krappe horizontale bogen wordt een positieve verkanting toegepast. De toegepaste verkanting wordt bepaald aan de hand van comfort, waterafvoer en wegbeeld. Deze verkanting is maximaal 5% voor hoofdrijbanen en maximaal 7% voor alle overige rijbanen. In hoge uitzonderingen mag 8% toegepast worden voor de overige rijbanen.

Verkanting in Groot-Brittannië en Noord-Ierland

De minimale toegepaste verkanting is 2,5 % dit om te verzekeren dat het water op de weg snel wordt afgevoerd. De verkanting kan op verschillende wijzen toegepast worden, door vanaf de trottoirrand een geheel verval van 2,5 tot 3 % te gebruiken over de hele weg of vanuit het midden van de weg naar beide zijden een verkanting van 2,5 tot 3 %.

In boogstralen kan een extra verkanting worden toegepast om zo het verkeer te helpen met het nemen van de bocht. Deze verkanting gaat tot maximaal 7 % waarbij de weg op één oor ligt. De grootte van de verkanting hangt hierbij af van de straal van de bocht en de toegepaste ontwerpsnelheid bij deze bocht. Met de volgende formule is de verkanting te bepalen:

S = V2 / 2,828 * R waarin:

  • S: verkanting (superelevation)
  • V: ontwerpsnelheid (Design speed)
  • R: boogstraal in m. (radius of Curve m.)

Bronnen

  • C.R.O.W. Handboek Wegontwerp. Ede: 2002
  • Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Richtlijnen Ontwerp Autosnelwegen. Datum onbekend
  • Highways Agency. Design manual for roads and bridges. 2008

In andere talen

  • Engels (English): superelevation